Aanhef
Colofon: Deze handreiking is geïnspireerd op de participatiemethodiek THINK! die is ontwikkeld door het ministerie van BZK, VPNG en de gemeente Kampen. Gebruik is gemaakt van de handreiking van onder andere de gemeenten Zutphen, De Bilt, Hilversum, Alphen a/d Rijn, Berg en Dal, Hattem en Utrecht. In verschillende werksessies en gesprekken met mensen van binnen en buiten de organisatie is deze handreiking tot stand gekomen.
Leeswijzer
Het document dat voor u ligt is bedoeld om handvatten te geven bij participatieprocessen. Van het gemeentebestuur, tot medewerkers van de gemeente, tot inwoners en initiatiefnemers. Het kan zijn dat delen uit het stuk bekend terrein zijn. Toch hebben we tijdens het opstellen van dit document gemerkt dat participatie niet voor iedereen even vanzelfsprekend is en dat mensen veel verschillende associaties hebben bij het woord ‘participatie’. Het helpt dan om vanuit een gezamenlijke visie te starten. Dat is dan ook een belangrijk doel van dit stuk: inzicht en houvast bieden bij participatieprocessen. Onze ambitie is eenvoudig, maar daardoor ook vol te houden.
Het kan ook zijn dat je dit leest en juist een nadere uitwerking van de participatieaanpak had gewenst. Een blauwdruk voor hoe een traject aan te pakken. Daar zit hem nu juist de moeilijkheid. Participatie is maatwerk. Dat betekent dat ieder traject uniek is en er dus telkens opnieuw de afweging gemaakt moet worden wat de juiste aanpak is. Ook is het goed om te beseffen dat participatie niet hetzelfde is als draagvlak. Een goed participatieproces kán leiden tot draagvlak. Andersom is het niet automatisch zo dat ‘geen draagvlak’ betekent dat er geen zorgvuldig participatieproces is doorlopen.
Participatie betekent wél dat de initiatiefnemer zich inspant om belanghebbenden goed te informeren en betrekken en om draagvlak te vergroten. Dat er oog is voor collectief en individueel belang, dat de verschillende opvattingen worden gehoord en afgewogen en dat daarover transparant wordt gecommuniceerd. Wij hebben geprobeerd om hiervoor handvatten aan te bieden in de vorm van een concreet stappenplan, werkafspraken en een overzicht voor wanneer je welk middel in kan zetten.
Dit participatiekader bestaat uit vier onderdelen. Allereerst gaan we in op ambitie, begrippen en definities van participatie. Wat voor gemeente willen we zijn? Welke koers varen we? Wat zijn onze leidende principes?
Vervolgens gaan we aan de hand van vier deelonderwerpen in op wat dit betekent voor ons werk en aanpak. Deze onderwerpen zijn:
•De raad aan zet
•Medewerkers aan zet
•Inwoners aan zet
•De Omgevingswet
Daarna volgt een praktischer gedeelte met een stappenplan voor participatieprocessen en een overzicht van middelen. Deze hoofdstukken kun je gebruiken bij het vormgeven en uitvoeren van een participatieaanpak. Ten slotte zit er een handreiking voor initiatiefnemers als bijlage bij dit participatiekader. Deze kunnen initiatiefnemers gebruiken bij het opstellen en uitvoeren van hun participatieplan als onderdeel van de aanvraag voor een omgevingsvergunning.
Introductie
Participatie is één van de drie hoofdthema’s in het coalitieprogramma ‘Winterswijk wint!’. En participatie kan (nog) beter in Winterswijk. De gemeente kan dit niet alleen realiseren. Een goed samenspel met inwoners en samenwerkingspartners is belangrijker dan ooit. We willen de initiatieven buiten het gemeentekantoor nog beter benutten en de invloed van inwoners op de ontwikkeling van Winterswijk vergroten. Dat betekent dat de gemeente meedenkt en meedoet met inwoners en organisaties die verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving.
De ambitie die is uitgesproken is om verbinding te zoeken tu
ssen alle Winterswijkers. Samen met inwoners te bouwen aan een vitale en leefbare gemeente waarin inwoners en organisaties weten waar ze staan. Dat mensen zich betrokken en gehoord voelen. Dat meer inwoners deelnemen bij ontwikkelingen in hun omgeving en dat dit leidt tot betere plannen die aansluiten bij wat er buiten leeft. Het coalitieprogramma sluit daarmee aan bij wat de Omgevingswet beoogt: van buiten naar binnen denken en werken.
Met participatie wil de gemeente inwoners betrekken bij de diverse ontwikkelingen in hun omgeving. Daarbij past een gemeente die weet wat er leeft in de samenleving, die inwoners proactief betrekt bij het opstellen van beleid en die initiatiefnemers ondersteunt bij het realiseren van hun plannen. In dit participatiekader werken wij uit hoe we hier handen en voeten aan geven. Hoe blijven we met elkaar in contact? Hoe zorgen we ervoor dat meer verschillende inwoners, ondernemers en belangenorganisaties meedoen? Waarin investeren we als het gaat om samenwerking?
In deze aanpak staan drie doelen centraal:
-Van buiten naar binnen. Weten wat inwoners en belanghebbenden belangrijk vinden, meer samenwerking met en eigenaarschap bij inwoners en belanghebbenden.
-Inclusief. Het betrokken krijgen en houden van de inwoners bij diverse ontwikkelingen in de gemeente, óók mensen die niet snel meepraten.
-Helder. Een integrale en duidelijke aanpak van participatie, zowel voor de gemeente als voor initiatiefnemers.
Voor de totstandkoming van dit participatiekader zijn er lessen getrokken uit lopende en afgeronde projecten en hebben diverse gesprekken en werksessies plaatsgevonden met initiatiefnemers, medewerkers, raadsleden en bestuurders. Aanbevelingen en adviezen uit diverse beleidsstukken, met name de evaluatie van de ‘omgevingsvisie Buitengebied Winterswijk’ en de ‘handreiking zonneparken en zonnevelden’, zijn meegenomen bij het opstellen van dit kader. Geluisterd is naar ervaringen bij wijkaanpak De Pas en Opgave Centrum. Niet onbelangrijk, omdat juist hier ervaringen van inwoners met participatief werken zijn gedeeld met de gemeente Winterswijk. En er is gekeken naar uitwerkingen en ervaringen bij andere gemeenten.
Dit kader is een vertrekpunt voor Winterswijk en zal zich ontwikkelen. Daarmee onderkennen we dat samenwerken een continue proces is, waarin de begrippen gelijkwaardigheid en wederkerigheid de basis vormen en verandering een gegeven is.
Bijlage I: Handreiking ‘In gesprek met je omgeving’
In gesprek met je omgeving
Wat is participatie en waarom doen we dit? Plannen maken doe je in deze tijd niet meer alleen. Initiatieven en ideeën die effect hebben op de omgeving vragen om samenwerking en afstemming. Dit doe je samen met de omgeving die met je plan te maken krijgt, zoals buurtbewoners, de overheid en bedrijven en organisaties uit jouw omgeving. Het betrekken van de omgeving noemen we participatie en dit is niets anders dan samenwerken. Samenwerken is de moeite waard. Want de omgeving mee laten denken en doen in een fase dat het plan nog niet vastligt, kan tot een beter plan, meer steun en een soepelere procedure leiden. Het zorgt voor duidelijkheid voor jou zelf als initiatiefnemer, voor de omgeving, de gemeenteraad en ambtenaren.
Samenwerken is in Winterswijk niet vrijblijvend. We verwachten deze samenwerking van iedereen die een initiatief wil starten. Van inwoners, van bedrijven en ook van de gemeente zelf. Bij de vergunningaanvraag voor een initiatief moet iedereen aantonen welke belanghebbenden zijn betrokken, hoe dat is gedaan en wat met de opgehaalde informatie, ideeën en eventuele bezwaren, is gedaan. Plannen en projecten verschillen van elkaar en dus is er niet één goede manier van samenwerken. De aanpak bepaal je zelf en de volgende stappen kunnen daarbij helpen.
Stap 1: Breng je omgeving in beeld
Start voor de start van je initiatief met de samenwerking. Breng je omgeving in beeld zodat je weet wie er betrokken moeten worden. Denk aan mensen die in de omgeving wonen en bedrijven, maar ook belangenverenigingen, weggebruikers, bezoekers of pers. Wie het zijn hangt sterk af van de omvang van je initiatief en de locatie. Belangrijk is dat deze mensen de kans krijgen hun stem te laten horen. Mensen niet of pas laat uitnodigen zorgt al snel voor gedoe. Je kunt onderscheid maken tussen mensen die direct betrokken zijn en die minder of anders betrokken zijn. Het gesprek met je omgeving is geen momentopname, in gesprek blijf je gedurende het proces.
Maak voor jezelf duidelijk over welke onderwerpen anderen kunnen meedenken. Wat ligt al vast? Waar is ruimte voor aanpassingen en hoeveel speelruimte is er dan? Wees eerlijk naar je omgeving. Bij grotere plannen is de gemeente een goede eerste gesprekspartner om die ruimte samen te verkennen.
Stap 2: Bepaal je aanpak
Je bepaalt als initiatiefnemer zelf hoe je de samenwerking vorm geeft. De aanpak staat logischerwijs in verhouding met het effect dat het initiatief heeft op de omgeving. Hoe groter de gevolgen voor de omgeving (de impact), hoe belangrijker participatie. Ook politieke gevoeligheid en de te verwachten overlast tijdens de uitvoering kunnen belangrijk zijn bij het bepalen van je aanpak.
Initiatief met beperkte impact
Initiatief met een zekere impact
Initiatief met grote maatschappelijke gevolgen
Kleine initiatieven in een beperkt kwetsbaar gebied, zoals het opsplitsen van een woning, bouw van één woning op een voormalige boerenerf of plaatsen van een carport.
Initiatieven die in zekere mate ingrijpen op de structuur, intensiteit en/of beeldkwaliteit voor meerdere belanghebbenden, zoals een zonnepark, meerdere woningen, een nieuw of uitbreiding van een bedrijf of weg.
Initiatieven en plannen met grote gevolgen voor (delen van) de samenleving zoals, de opgaven duurzaamheid, inclusiviteit, centrum en armoede.
Samenwerkingsvereiste
Je brengt de direct betrokkenen zo snel mogelijk op de hoogte van het plan. Dit kan via:
-Gesprek
-Buurtapp
-Webinar
-(Nieuws)brief
-Informatiebijeenkomst
Dit is vergelijkbaar met ten minste het niveau op de Participatieladder van ‘informeren’ en ‘raadplegen’.
Je gaat in gesprek met de mensen in de directe omgeving. Je vraagt hen naar hun mening, ideeën en bezwaren over het initiatief via:
-Flitspeiling
-Online enquête
-Interactieve bijeenkomst
-(Online) Dialoog
-Klankbordgroep
-(Individuele) gesprekken
Dit is vergelijkbaar met ten minste het niveau op de Participatieladder van ‘raadplegen’ en ‘adviseren’.
Je vraagt de mensen in de omgeving van het initiatief om actief mee te doen in de totstandkoming van het plan. Samen bepalen ze plannen en maken ze keuzes in een:
-Projectgroep
-Werkgroep
-Brainstorm
-Participatieplatform
Dit is vergelijkbaar met ten minste het niveau op de Participatieladder van 'adviseren' en ‘co-productie’.
Wanneer het initiatief groter is en/of meer invloed heeft op de omgeving dan is het slim om een participatieplan op te stellen. In dit plan beschrijf je met wie je in gesprek wilt bij de totstandkoming van het initiatief. Op welke manier je die mensen betrekt en op welk moment. Dus welke activiteiten organiseer je om in gesprek te gaan met de verschillende belanghebbenden? Organiseer je een bijeenkomst? Stuur je een bericht via de buurtwhatsapp? En/of zet je een enquête uit om ideeën op te halen? Dit plan bespreek je met de belanghebbenden en de gemeente kijkt mee of het plan voldoet aan de uitgangspunten van een goede samenwerking. Organiseer dit proces op tijd, zodat je iedereen voldoende mogelijkheden geeft om deel te nemen.
Stap 3: Nodig uit en ga het gesprek aan
Je organiseert zelf het gesprek. Leg in de uitnodiging duidelijk en volledig uit wat jouw ideeën zijn, wat je van de omgeving verwacht en in welke vorm je het gesprek wil voeren. Heb je een participatieplan dan deel je dat plan en bespreek je het, want een gedragen plan werk beter.
Wees bewust dat je in gesprek gaat met de mensen die de gevolgen ondervinden van je initiatief. De emoties kunnen soms hoog opspelen. Het helpt om bij de start samen goede afspraken (of spelregels) te maken over het gesprek. Denk bijvoorbeeld aan dat we elkaar laten uitspreken, we naar elkaar luisteren, dat we het soms ook nog niet weten, dat ieder zijn eigen ervaring heeft en dat we proberen niet in herhaling te vallen.
Tijdens de gesprekken biedt je belanghebbenden de mogelijkheid om hun ideeën voor een goede sociale en ruimtelijke inpassing in te brengen en te bespreken. Maak gebruik van de kennis bij belanghebbenden over de omgeving en luister goed naar op welke wijze het plan niet alleen voor jou een meerwaarde heeft, maar ook voor de omgeving. Je licht het proces toe en de mogelijkheid om te reageren op je ideeën door alle deelnemers. Dit kan direct tijdens het gesprek of in een vervolggesprek. En vraag in hoeverre de deelnemers tevreden zijn over je aanpak.
Stap 4: Maak en deel het verslag
Wanneer je het gesprek hebt gevoerd en alle ideeën, overeenkomsten en knelpunten in beeld hebt, maak je hier verslag van. Zorg dat iedereen het conceptverslag krijgt en de gelegenheid krijgt de volledigheid en juistheid van het verslag te checken. Wanneer meerdere gesprekken of bijeenkomsten gevraagd worden, dan herhaal je het proces om tot verslaglegging te komen.
Bekijk welke ideeën en wensen je kunt verwerken in je initiatief. Afhankelijk van het initiatief leg je wel of niet tussentijdse voorstellen aan belanghebbenden voor. Daarna werk je je plan verder uit tot een conceptplan en schrijf je een eindverslag van de communicatie rondom het initiatief. Dit eindverslag maakt onderdeel uit van de planvorming. In het eindverslag staat ten minste:
√ De gekozen aanpak van participatie. Beschrijf daarbij waarom je deze keuze maakt.
√ Een overzicht van de betrokkenen. Wie heb je gesproken? Wie heeft zich afgemeld?
√ Het resultaat van de participatie. Wat waren de ingebrachte ideeën, meningen en standpunten? Waren de aanwezigen tevreden over het gesprek?
√ Wat je hebt gedaan met de ideeën, meningen en standpunten. Heeft de participatie bijvoorbeeld geleid tot een aanpassing van je plan? Onderbouw de gemaakte keuzes.
Deel het verslag met alle belanghebbenden. Geef duidelijk in het verslag aan, wanneer je het plan aanpast en wat de wijzigingen zijn ten opzichte van het oorspronkelijke idee. Als je ervoor kiest om het plan niet bij te stellen, onderbouw dan waarom je daarvoor kiest. Geef deze groep dan een afgesproken tijd om te reageren. Het is goed om hen ook te vragen om het verslag te laten ondertekenen. Wanneer je plan door de inbreng dusdanig wijzigt dat er nieuwe effecten optreden in de omgeving, dan is een nieuwe bijeenkomst mogelijk een beter idee dan alleen het verslag rondsturen.
Stap 5: Dien een aanvraag in bij de gemeente
Maak je conceptplan en het verslag definitief na de opmerkingen van de deelnemers. Deel dit plan met iedereen die je hebt betrokken. Dien vervolgens de aanvraag voor een omgevingsvergunning in bij de gemeente en voeg het definitieve plan en het participatieverslag toe. Belangrijk is om voor, tijdens en na het project contact met je omgeving te houden. Stel ze van eventuele wijzigingen op de hoogte, maar ook als er geen nieuws is kun je een update geven.
Het college van Burgemeester en Wethouders beslist of de omgevingsvergunning kan worden verleend of niet. Hierbij betrekt zij naast de inhoud van het plan ook de opbrengst uit het participatieverslag. Gekeken wordt wie een plek hebben gekregen in het proces en hoe je dat hebt gedaan. De gemeente kan alsnog besluiten om het plan in de inspraak te brengen, bijvoorbeeld bij grote tegenstrijdige belangen of niet volledige gesprekken. Bovendien blijven mensen in de omgeving van je initiatief de mogelijkheid houden om in beroep te gaan tegen een besluit van de gemeente over je plan.
Bijlage
Hoe weet ik of ik een goed gesprek voer?
Zorg voor een goed gesprek met de omgeving, waarbij je probeert om alle geluiden boven water te krijgen. Bij het nemen van besluiten over vergunningen kijken we namelijk of het gesprek goed gevoerd is. Om dit te beoordelen, is het handig om de volgende vragen te gebruiken:
1Waren de deelnemers aan het gesprek een goede afspiegeling van de omgeving van je plan?
2Is het voor alle betrokkenen duidelijk waarop zij wel en geen invloed hebben en waarom?
3Hoe konden minder mondige/bescheiden mensen hun reactie geven?
4Gaf iedereen in vrijheid zijn mening?
5Werd er geluisterd naar andermans standpunten?
6Wat heb je met de wensen en ideeën van deelnemers gedaan en waarom?
7Hoe ging je om met andere standpunten en zorgen?
8Hoe maakte je de keuze tussen alle verschillende belangen?
9Informeerde je alle betrokkenen op tijd en duidelijk over de bijeenkomst(en)? Koppelde je op tijd en duidelijk de resultaten terug?
10Hoe kijkt iedereen terug op de uitkomst en het proces?
Handige tips bij participatie
Deze handreiking is samengesteld op basis van ervaringen binnen en buiten de gemeente Winterswijk. Daarbij zijn veel praktische tips opgedaan. Een verzameling daarvan volgt hieronder.
De zes principes van participatie:
1Wees transparant en volledig: gebruik begrijpelijke taal en communiceer open en eerlijk.
2Zorg voldoende ruimte om de aanpak bij te stellen als dit nodig is. Soms kan het bijvoorbeeld nodig zijn om een extra participatiemoment toe te voegen.
3Het kan zijn dat participatie ook al plaatsvindt bij het opstellen van het participatieplan. Dit maakt een plan sterker. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de mensen in de omgeving met een groot belang vast vooraf te spreken over op welke manier zij betrokken willen worden. Zo kan de keuze van uw aanpak afstemmen op de voorkeuren van de betrokkenen.
4Creëer samenspraak en heb vertrouwen: plannen die op basis van een uitwisseling van argumenten ontstaan of aangescherpt worden, zijn vaak het breedst gedragen. Participatie werkt alleen op basis van vertrouwen in elkaars goede intenties.
5Maak participatie zo makkelijk en leuk mogelijk. Zorg dat je daar bent waar de betrokkenen toch al zijn. Bijvoorbeeld op de locatie van het initiatief.
6Ben je met veel belanghebbenden en veel verschillende belangen, laat je dan begeleiden door mensen met ervaring met participatietrajecten. Zorg voor een externe procesbegeleider en/of gespreksleider.
Vragen of meer informatie
Meer informatie vindt u op https://www.winterswijk.nl/leef-het-loket-voor-de-leefomgeving. Inwoners kunnen daar terecht met hun initiatief en worden geholpen met het uitwerken van hun ideeën. Het team is bereikbaar via LEEF@winterswijk.nl en (0543) 543 530.
Bijlage II: format participatieplan
Toelichting
U kunt dit format gebruiken en zelf invullen als u aan de slag gaat met een participatieplan voor uw initiatief. Als een vraag niet van toepassing is op uw initiatief kunt u deze vraag gewoon verwijderen. De hulpvragen kunnen u helpen bij het beantwoorden van een vraag. De hulpvragen kunt u nadat u een vraag hebt beantwoord ook verwijderen.
1Waarom wilt u de omgeving bij uw initiatief betrekken?
Hulpvragen startfase
Hoe wilt u uw initiatief starten?
•Als u direct een open gesprek voert met mensen, dan krijgt u in beeld hoeveel kennis, belangen en inzichten er zijn
•Als u eerst voor uzelf alles op een rijtje zet, kunt u betrokkenen een duidelijker plan presenteren.
Hulpvragen soort samenwerking
Wat wilt u met een samenwerking in een participatie-aanpak?
•Wilt u inzicht in welke belangen er zijn en geraakt worden en hoe dat te verwerken in het initiatief/project?
•Wilt u inzicht in welke wensen er zijn bij verschillende partijen?
•Wilt u de omgeving betrekken omdat hier kennis en ervaring zit waar u gebruik van wilt maken?
•Wilt u betrokkenheid en eigenaarschap creëren bij de omgeving?
Hulpvragen sfeer
De sfeer van samenwerken is voor sommige mensen heel belangrijk om mee te willen doen.
•Hoe ziet u dit voor zich?
•Gaat u zakelijk overleggen? Of meer informeel?
•Gaat u vergaderen in een vergaderruimte of buiten?
•Ga je met elkaar onderzoeken of wil je meer kant en klare voorstellen bespreken?
2Wie moet er betrokken worden?
Hulpvragen betrekken van de omgeving
•Wie doen er mee? Is dit de straat en direct omwonenden, wijk of buurt, plaats, gemeente breed, regionaal?
•Gaat het alleen om individuele mensen of ook verschillende groepen? Zoals bijvoorbeeld ondernemers, belanghebbenden(verenigingen), organisaties die op dit terrein werkzaam zijn?
•Kijk goed naar de samenstelling van de groep. Zijn bijvoorbeeld de verschillende buurtschappen vertegenwoordigd?
•Wat is ieders rol in het proces? En zijn alle verschillende rollen goed vertegenwoordigd?
3Wie is verantwoordelijk voor de werkwijze en wie voor de uitvoering?
Hulpvragen regie
•Wilt u dat iemand/één partij de leiding (regie) heeft bij de ontwikkeling van het initiatief/project. Of wilt u dat samen doen? Het is logischer dat de leiding (regie) bij de initiatiefnemer blijft. Maar er kan een reden zijn om dit bij een andere partij neer te leggen
•Wilt u dat andere partijen de regisseur ondersteunen? Hoe?
•Wie heeft de regie bij het participatieplan?
Hulpvragen rol initiatiefnemer
•Bent u als initiatiefnemer verantwoordelijk voor het uitvoeren van uw initiatief/project. Of doen anderen dat?
•Wilt u als initiatiefnemer de steun en/of deskundigheid van andere partijen? Zo ja, welke steun kan de gemeente leveren?
•Wilt u als initiatiefnemer praten met partijen die ‘geraakt worden’ door uw initiatief/idee? Of wilt u die verantwoordelijkheid bij een ander leggen? Bijvoorbeeld bij de gemeente?
Hulpvragen budget
•Niet alle initiatieven/projecten kosten geld, veel wel. Bent u zelf verantwoordelijk voor de financiering van het idee/project? Of vindt u dat anderen ook mee moeten betalen?
•Welk deel van de kosten moet de gemeente dragen?
4Hoe gaat u om met bestaand beleid en voorwaarden?
Hulpvragen kaders
Een kader is een inperking, afscherming of bescherming. Denk bijvoorbeeld aan wet- en regelgeving.
•Start u zonder kaders? Zo benut u de creativiteit, onderzoeksruimte en ondernemerschap het meest. U kijkt dan later hoe het een plek kan krijgen in een kader. Misschien kan uw initiatief bestaande kaders ook wel oprekken?
•Of wilt u bij de start van uw initiatief eerst de kaders vaststellen? Van welke partijen en organisaties wilt u de kaders kennen? Hoe gaat u dat doen?
•Welke kaders heeft u minimaal nodig om met betrokkenen/participanten te komen tot een goede aanpak/oplossing van het onderwerp?
•Pakt u het initiatief/project samen met andere partijen op?
•Hoe zorgt u samen voor gezamenlijke ambities en kaders?
•Wilt u onderscheid maken in harde kaders (keihard in beton) en inhoudelijke wensen?
•Denk na over de inhoudelijke kaders, proceskaders. financiële kaders en juridische kaders
Hulpvragen: Bestaand beleid, bestaande gewoonten en bestaande wetgeving
•Met welke beleidsterreinen en met welke wetgeving kan uw initiatief/projecten te maken krijgen?
•Wilt u rekening houden en inspelen op bestaand beleid van de gemeente Winterswijk? Of wilt u beleidsvrije ruimte bij de ontwikkeling van het initiatief/project? Of wilt u ergens in het midden uitkomen? En hoe gaat u dat dan afstemmen met de gemeente?
5Wat doet u met de uitkomsten?
Hulpvragen
•Wie moet een besluit nemen over de uitvoering van het initiatief/project?
•Soms gaat het ook om een deelbesluit (besluit over een deel van het project) waar weer een andere partij bevoegd voor is. Hoe gaat u die partijen betrekken bij het besluit?
•Hoe informeert u de omgeving over de uitkomsten en kunnen zij hier nog invloed op uitoefenen?
6Wat is de rol van de gemeente, college van burgemeester en wethouders en/of gemeenteraad?
Hulpvragen: Betrekken gemeente en college van burgemeester en wethouders
Welke rol speelt de gemeente bij dit initiatief/project?
•Kijkende naar de rol van de gemeente bij het initiatief: welke ambtenaren en disciplines heb je nodig in het proces? En wanneer in het proces?
•Is het handig voor het initiatief dat er vanuit de gemeente een projectleider wordt aangewezen voor dit initiatief? En zo ja, welke afspraken maak je met elkaar?
•En wat is de rol van het college van burgemeester en wethouders? Op welke schaal/detailniveau moet het college bij dit initiatief/project betrokken worden? Heeft het college een verbindende rol in het proces? Als het college uiteindelijk een besluit moet nemen (bijvoorbeeld als bevoegd gezag). Op welke momenten wilt u het college betrekken bij de inhoud of het proces of hierover informeren?
•Wat is de rolverdeling als u het initiatief gaat realiseren/uitvoeren? En als uw initiatief loopt, verwacht u dan ook nog iets van de gemeente? Welke afspraken wilt u hierover maken?
Hulpvragen: Rol gemeenteraad
Welke rol speelt de gemeenteraad bij dit initiatief/project?
•Kadersteller (voorwaarden bepalen) en beslissing nemen: Op welke schaal/detailniveau moet de raad bij dit initiatief/project kaders stellen? Bijvoorbeeld bij inhoud, plan van aanpak, financiën en wet/regelgeving?
•Volksvertegenwoordiger: Is de volksvertegenwoordigende opdracht van de raad verwerkt in de aanpak van dit project/initiatief? Zo ja, vindt de raad dat voldoende? Of zijn er aanpassingen nodig?
•Controleur: Hoe controleert de raad en/of raadsleden het initiatief in alle fasen van het proces?
•Verbinder: Moet de raad verbindend zijn in het proces? Of moet de raad dit overlaten aan de partijen die er nu toch al mee bezig zijn? Hoe ziet die verbindende rol er praktisch uit?
•Algemeen belang: Moet de raad het algemeen belang van Winterswijk mee laten wegen bij dit initiatief/project? Zo ja, wat dan?