Bijlage 1: Uitgangspunten landelijke richtlijnen op hoofdlijnen
De landelijke richtlijnen met betrekking tot bewegwijzering van toeristisch recreatieve objecten is vastgelegd in CROW-publicatie 322: Richtlijn bewegwijzering 2014. In deze bijlage zijn de uitgangspunten met betrekking toeristisch recreatieve objecten uit die richtlijnen op hoofdlijnen weergegeven.
■ Er komt geen verwijzing als de geografische bewegwijzering bruikbaar is voor het vinden van het object. Pas op het punt waar de route naar het object hiervan gaat afwijken, start de toeristische verwijzing;
■ Vanaf wegen buiten de kom wordt niet verwezen naar objecten binnen de kom;
■ Een eenmaal in de bewegwijzering opgenomen object blijft bewegwijzerd tot het object bereikt is;
■ Een toeristisch-recreatieve voorziening is:
o door aard, omvang en wijze van beheer ingesteld op bezoek door recreanten en/of toeristen of heeft een vergelijkbare publieksfunctie;
o jaarlijks minimaal 6 maanden geopend;
o een duidelijk waarneembaar begrensd gebied met een beperkt aantal ingangen of toegangen.
■ Objecten worden verwezen via strokenborden, die bij voorkeur per richting gegroepeerd zijn. Bij gestapelde stroken wordt een vaste volgorde voor de richtingen aangehouden, waarbij van boven naar beneden geldt:
o eerst de doorgaande richting;
o vervolgens de links afslaande richting;
o als laatste de rechts afslaande richting.
■ Beslissingswegwijzer te plaatsen:
o 50 m voor een zijweg op gebiedsontsluitingswegen buiten de kom
o 25 m voor een zijweg op erftoegangswegen buiten de kom
o 25 m voor een zijweg op gebiedsontsluitingswegen binnen de kom
o 10-25 m voor een zijweg op erftoegangswegen binnen de kom
■ Voorwegwijzer te plaatsen:
o 200 m voor beslissingswegwijzer op gebiedsontsluitingswegen buiten de kom.
■ per dwarsdoorsnede van de weg wordt naar maximaal 8 objecten verwezen; per richting bij voorkeur niet meer dan 6 objecten, zonodig de borden per richting splitsen.
■ Per strook wordt bij voorkeur niet meer dan één pictogram toegevoegd. Vermelding van 2 pictogrammen is acceptabel.
■ In de bijlagen in de publicatie is een (niet limitatieve) lijst opgenomen met objecten waarnaar kan worden verwezen. Hierbij is ook een prioriteit aangegeven.
Bijlage 2: Provinciaal beleid bewegwijzering van toeristisch/recreatieve objecten
In de Wegenverordening Gelderland 2010 is opgenomen in artikel 3.3.1a dat voor het hebben of plaatsen van een verwijsbord voor toeristisch-recreatieve objecten voldaan moet worden aan de CROW-richtlijn 262. In het tweede lid van dit artikel krijgen GS de mogelijkheid in bijzondere gevallen hiervan af te wijken.
In de praktijk betekent dit dat de provincie de richtlijn (nu: CROW-publicatie 322) volgt. Per aanvraag levert de provincie maatwerk en wordt beoordeeld of het object voor verwijzing vanaf de provinciale weg in aanmerking komt. Er zijn geen specifieke (beleids-)regels met betrekking tot grootte, afstand tot de provinciale weg o.i.d.