Hoofdstuk 4. Mogelijke vormen van bijzondere bijstand.
Artikel 22 Bijstand om niet en onvoldoende besef van verantwoordelijkheid.
1Bijzondere bijstand wordt in principe om niet verstrekt.
2Indien er sprake is van onvoldoende getoond besef van verantwoordelijkheid om zelf in de kosten van bijzondere bijstand te voorzien, kan de bijstand in de vorm van een lening worden verstrekt (zie ook artikel 48 van de Participatiewet)
Voor wat betreft de aflossing van de lening wordt verwezen naar de beleidsregels terugvordering en verhaal.
Artikel 23 Eigen woning en bijzondere bijstand of verstrekkingen op grond van het minimabeleid.
1Bijzondere bijstand of een verstrekking uit het minimabeleid is mogelijk, indien men in een eigen woning woont. De verstrekking is om niet indien de overwaarde in de woning lager is dan vermogensvrijstelling op grond van artikel 34, lid 2 en sub d van de Participatiewet (€ 49.700, - per 01-01-2015).
2Indien de overwaarde van het vermogen verbonden in de woning meer bedraagt dan in het eerste lid bedoelde bedrag, is bijzondere bijstand of een verstrekking uit het minimabeleid om niet mogelijk. De verstrekking mag (op jaarbasis) niet meer bedragen dan de voor betrokkene geldende norm voor algemene bijstand per maand (incl. vakantietoeslag).
3Bedraagt de verstrekking (op jaarbasis) meer dan de voor betrokkene geldende maandnorm, dan wordt het vrij te laten bedrag van het vermogen verbonden in de eigen woning, overeenkomstig artikel 34, lid 2 en sub d van de Participatiewet vastgesteld. De verstrekkingen (boven de in lid 2 genoemde maandnorm) worden in dat geval bij verkoop van de woning teruggevorderd.
4Indien rechthebbende bezwaar heeft tegen de terugvordering als bedoeld in lid 3, kan worden volstaan met het verstrekken van dat deel van de uitkering dat om niet kan worden gegeven.
Hoofdstuk 5 Soorten van bijzondere bijstand.
Artikel 24 Algemeen.
1.Er wordt geen limitatieve opsomming gegeven van alle kostensoorten waarvoor bijzondere bijstand verstrekt kan worden. Dit is sterk afhankelijk van de individuele omstandigheden van de aanvrager.
Artikel 25 Bijzondere bijstand aan jongeren voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.
1Voor jongeren van 18, 19 of 20 jaar heeft de wetgever aparte bijstandsnormen in het leven geroepen. Deze staan vermeld in artikel 20 Participatiewet. In sommige gevallen zijn deze bijstandsnormen voor deze personen niet toereikend om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Het verstrekken van aanvullende bijzondere bijstand behoort dan tot de mogelijkheden.
2Op grond van artikel 12 Participatiewet heeft een persoon van 18, 19 of 20 jaar namelijk recht op bijzondere bijstand voor zover zijn noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de norm genoemd in de Participatiewet en deze persoon voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat:
a.de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn of;
b.de persoon redelijkerwijs zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken.
c.De toe te kennen bijzondere bijstand wordt beperkt tot een aanvulling van 50% van de. de rijksnorm een echtpaar.
d.Het gestelde in lid c geldt niet als de jongere aantoonbaar hogere kosten van bestaan heeft, waardoor aanvulling tot de uitkeringsnorm niet afdoende is om in de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien.
Artikel 26 Bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag.
1Heeft men buiten eigen toedoen geen recht op (volledige) huurtoeslag en bewoont men een woning / woonwagen / woonschip, waarop de Wet op de huurtoeslag en de ministeriële ‘regeling huurtoeslaggrenzen’ van toepassing is, dan kan een woonkostentoeslag ter hoogte van de (theoretische) huurtoeslag worden toegekend voor maximaal 12 maanden.
2Bij de vaststelling / berekening dient gebruik gemaakt te worden van de site www.toeslagen.nl en het formulier WKT van Schulinck. De op basis van lid 1 berekende toeslag geldt ook voor bewoners van een eigen huis, die in bijstandbehoevende omstandigheden verkeren. Voor hen geldt dat de van toepassing zijnde belastingteruggave wordt gezien als een voorliggende voorziening. Deze wordt op de bijstand in de woonkosten in mindering gebracht.
3Rechthebbenden met een eigen woning kunnen ook voor woonkostentoeslag in aanmerking komen.
4Voor woonkosten geldt een draagkracht van 100% van het meerinkomen boven de voor betrokkene geldende bijstandnorm.
.
Artikel 27 Verhuisvoorwaarde.
1Binnen 12 maanden na aanvang van de woonkostentoeslag dient men passende woonruimte aanvaard te hebben (met een huur waarop de Wet op de huurtoeslag wél van toepassing is). Dit geldt zowel voor huizen met een huur boven de maximale huur als voor eigen woningen.
2Zolang de woonkostentoeslag voldaan wordt uit de ruimte binnen de krediethypotheek wordt geen verhuisverplichting opgelegd.
3Indien een verhuisverplichting is opgelegd en men verhuist verwijtbaar niet, dan vervalt het recht op bijzondere bijstand in de woonkosten.
4Heeft men ondanks aantoonbare serieuze pogingen, of op grond van dringende individuele omstandigheden niet aan de verhuisvoorwaarde kunnen voldoen, dan kan verlenging met 1 x 12 maanden worden toegekend.
5Indien de krediethypotheekruimte volledig is benut en de woonlasten bevinden zich nog steeds boven de maximale huur, dan wordt alsnog een verhuisverplichting opgelegd.
6Aan belanghebbenden aan wie een verhuisverplichting is opgelegd kan zo nodig op grond van artikel 32 van deze beleidsregels bijstand (om niet) worden verleend in de noodzakelijke kosten van verhuizing (transport) en een deel van de noodzakelijke kosten van stoffering of herinrichting (rekening houdend met de reserveringscapaciteit vanaf het moment dat men op de hoogte was van de noodzaak om te verhuizen). Deze regeling heeft als voordeel, dat de betreffende klanten weer zelf kunnen reserveren en dat de woonkostentoeslag komt te vervallen of kan worden verminderd in afwachting van huurtoeslag.
7De mogelijke vergoeding van de kosten van stoffering of herinrichting gelden alleen indien men in het werkgebied van de Sociale Dienst Oost Achterhoek blijft wonen.
8Verhuist men naar een plaats buiten het werkgebied van de Sociale Dienst Oost Achterhoek dan is de gemeente waar men gaat wonen de aangewezen gemeente om een vergoeding aan te vragen. Dit geldt niet voor de transportkosten. Hiervoor kan ook bij vertrek buiten het werkgebied van de Sociale Dienst Oost Achterhoek bijzondere bijstand worden verstrekt.
Artikel 28 Bijzondere bijstand voor betaling van rente en aflossing.
De Stadsbank Oost Nederland dient als een voorliggende voorziening te worden gezien bij het verstrekken van een lening (leenbijstand). De Nederlandse Vereniging van Volkskrediet gaat ervan uit, dat een lening voor de belangrijkste doelgroep van de bank maximaal 3 jaar mag lopen. De betrokken klanten dienen zo spoedig mogelijk in staat te worden gesteld om zelf weer te reserveren (van achteraf sparen naar vooraf sparen). Het kan voorkomen, dat de te betalen rente en aflossing hoger is dan de aflossingscapaciteit (als regel wordt dan om borgstelling door de gemeente verzocht). In dergelijke gevallen kan voor de betaling van rente en aflossing, voor zover hoger dan de aflossingscapaciteit, bijzondere bijstand worden verleend.
Artikel 29 Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen.
Bijzondere bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen, overeenkomstig de richtprijzen van de Nibud, kan worden verstrekt in de vorm van:
a.borgtocht;
b.een geldlening;
c.bijstand om niet:
Artikel 30 Algemene regel (voor duurzame gebruiksgoederen).
1.Als regel worden mensen, die bijstand vragen voor duurzame gebruiksgoederen verwezen naar de Stadsbank Oost Nederland (voorliggende voorziening). Er kunnen zich omstandigheden voordoen, waarbij de bank geen lening wil verstrekken tenzij de gemeenten/ Sociale Dienst voor de terugbetaling borg staan. Indien borgstelling niet het aangewezen middel is, resteert nog de mogelijkheid van bijstand in de vorm van een lening.
Artikel 31 Uitzonderingen op de algemene regel /drie jaar of langer een inkomen op bijstandsniveau.
1Bijstandsverlening om niet kan aan de orde zijn als de aanvrager lange tijd geen mogelijkheden heeft gehad om voor de kosten te reserveren, voor langere tijd geen mogelijkheden heeft om terug te betalen in verband met overige verplichtingen of een lening / borgtocht een te zware belasting zou betekenen.
2Bij een inkomen op maximaal 110% van de voor betrokkene geldende bijstandsnorm gedurende een aaneengesloten periode van 3 jaar wordt het niet meer mogelijk geacht te kunnen reserveren voor het vervangen van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen of af te lossen op een lening voor duurzame gebruiksgoederen. Na genoemde periode kan dan bijstand om niet verstrekt worden voor duurzame gebruiksgoederen.
3Bijzondere bijstand om niet voor duurzame gebruiksgoederen wordt alleen verstrekt voor de noodzakelijke vervanging (dus niet bij de eerste aanschaf) van de navolgende goederen (maximaal éénmaal per 5 jaar):
· wasmachine;
· diepvries
· magnetron
· koelkast;
· kooktoestel of gasfornuis;
· bedmatras (1- of 2 persoons -);
· stofzuiger.
4Voor de maximale vergoeding voor de in lid 3 genoemde goederen, gelden de bedragen genoemd in de meest recente Nibud prijzengids op het moment van aanvraag.
5De noodzakelijke vervanging dient te worden aangetoond door een erkende reparateur.
6Is vervanging niet noodzakelijk dan kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten van reparatie. De reparatiekosten dienen in verhouding te staan tot de waarde van het duurzame gebruiksgoed.
7Niet genoemde duurzame gebruiksgoederen komen in het algemeen niet voor bijzondere bijstandsverlening in aanmerking.
8Een aan de aanvrager toegekende individuele inkomenstoeslag wordt daarbij niet aangemerkt als een voorliggende voorziening.
Artikel 32 Woninginrichting:
1Inleiding. Kosten verbonden aan het inrichten van een woning vallen onder de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en komen in de regel niet in aanmerking voor bijstand. Deze dient de inwoner te bekostigen door reservering dan wel gespreide betaling achteraf. Wordt er bijstand verstrekt voor woninginrichting dan dienen de duurzame gebruiksgoederen te worden verstrekt in de vorm van een leenbijstand.
2Geen recht op bijstand voor woninginrichting. Inwoners die voor het eerst zelfstandig woonruimte betrekken hebben geen recht op (leen)bijstand voor woninginrichting. Dit geldt niet voor inwoners die in het kader van de taakstelling huisvesting statushouders een woning betrekken.
3Recht op bijstand voor woninginrichting Indien belanghebbende door bijzondere omstandigheden niet heeft kunnen reserveren of niet kan betalen door middel van gespreide betaling achteraf, kan leenbijstand worden verleend. Hierbij geldt dat de Stadsbank niet als een voorliggende voorziening geldt wanneer de aanvrager langer dan 3 jaar een inkomen geniet dat niet hoger is dan 110% van de voor hem geldende bijstandnorm.
4Aan het verstrekken van leenbijstand zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a.de noodzaak wordt individueel beoordeeld en getoetst
b.per huishouden wordt éénmalig tot een maximum bedrag leenbijstand verstrekt, hiertoe behoort ook de bijstand die door een andere gemeente is verstrekt
c.de bedragen voor woninginrichting zijn gebaseerd op de meest recente versie van de prijzengids van het NIBUD en zijn aan een maximum gebonden
5De verstrekking
a.De kosten van verf en behang worden tot de inrichtingskosten gerekend.
b.De bedragen voor de overige woninginrichting zijn gebaseerd op de prijzengids van het NIBUD en zijn aan een maximum gebonden.
c.Bij een complete woninginrichting wordt in afwijking van de meest recente Nibud–prijzengids uitgegaan van 50% van de waarde van het door Nibud vastgestelde inventarispakket, omdat de belanghebbende geacht kan worden sommige goederen tweedehands aan te kunnen schaffen.
6Controle. Of de aanvrager het betreffende bedrag daadwerkelijk besteedt aan de voor de inrichting noodzakelijke kosten dient geverifieerd te worden aan de hand van nota’s. Bij een volledige inrichting gaan we ervan uit dat gebruikte goederen worden aangeschaft. In dat geval behoeft geen aankoopnota te worden overgelegd, maar kan worden volstaan met een overzicht van gekochte goederen.
7Voorschotten. Om de woninginrichting te kunnen betalen, kan de bijstand in de vorm van voorschotten worden verstrekt.
Artikel 33 Eigen bijdrage maaltijdvoorziening
De eigen bijdrage voor een maaltijdvoorziening wordt:
a.In de gemeente Berkelland vastgesteld volgens de normen van het Nibud. De eigen bijdrage voor een alleenstaande en een echtpaar zijn hetzelfde. (norm per 01-01-2015 € 2,42)
b.In de gemeenten Oost Gelre en Winterswijk vastgesteld op € 4,60 per persoon per warme maaltijd. (normbedrag belastingdienst per 01-01-2015)
Hoofdstuk 6 Kindregelingen
Artikel 34
1.Doelgroep.
Het betreft hier individuele bijzondere bijstand met groepskenmerken. De doelgroep wordt gevormd uit personen mét kinderen tot 18 jaar waarvan het (gezins)inkomen niet hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Is het inkomen hoger dan 110% van de bijstandsnorm dan zijn de draagkrachtregels uit hoofdstuk 2 van deze beleidsregels van toepassing.
Artikel 35 Indirecte schoolkosten voor ouder(s) met kinderen.
Voorwaarden:
1het kind dient bij de vergoeding voor directe schoolkosten op de eerste dag van het schooljaar ingeschreven te staan bij een school voor basis- of voortgezet/beroepsonderwijs. De verstrekking geldt voor kinderen van 4 tot 18 jaar. Kosten dienen altijd te worden aangetoond en er wordt alleen uitgekeerd na inlevering van de nota’s.
2Per aanvrager kan per (school)jaar worden verstrekt:
a.in de gemeente Berkelland € 175, - per kind op de basisschool en € 350, - per kind in het voortgezet of beroepsonderwijs
b.in de gemeente Winterswijk € 125, - per kind op de basisschool en € 200, - per kind in het voortgezet of beroepsonderwijs.
c.Het betreft hier richtbedragen. Indien een aanvrager op grond van bijzondere omstandigheden meer kosten maak dan dient hiervoor een aparte aanvraag te worden ingediend.
Artikel 36 Computer ten behoeve van schoolgaande kinderen in het voortgezet- of beroepsonderwijs tot 18 jaar
1.Personal Computer (met toebehoren, zoals printer, Officepakket, virusscan en installatie), tot een maximum van € 500, - per computer.
2.Eénmaal per 5 jaar kan een aanvraag worden ingediend voor het vervangen van de computer
3.In de gemeente Winterswijk geldt dat per gezin met kinderen tot 18 jaar die voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs volgen één abonnement op een internetprovider tot een maximum van € 20, - per maand kan worden verstrekt.
Artikel 37 Participatieregeling voor kinderen van 0 tot 18 jaar.
1Voor kinderen van 0 tot 18 jaar gelden de volgende vergoedingen:
a.In Berkelland en Winterswijk € 200, - en
b.in Oost Gelre € 400, - per kind per jaar.
c.Het betreft hier richtbedragen. Indien een aanvrager op grond van bijzondere
omstandigheden meer kosten maak dan dient hiervoor een aparte aanvraag te
worden ingediend.
2.Voor deze kosten en die op grond van artikel 35, lid 3 van deze beleidsregels geldt dat
jaarlijks het maximumbedrag wordt toegekend en uitbetaald, nadat de betreffende declaraties
zijn ingediend. De betreffende declaraties dienen binnen drie maanden na afloop van het
betreffende jaar te zijn ingediend.
3.De vergoedingen voor indirecte schoolkosten en participatie kunnen gecombineerd worden.
Artikel 38 Zwemles voor kinderen
a.Kinderen vanaf 4 jaar die nog geen zwemdiploma hebben krijgen de mogelijkheid om
zwemdiploma A te halen.
b.Rechthebbenden krijgen op aanvraag een voucher. De voucher geeft recht op zwemles voor het behalen van zwemdiploma A bij zwembad Jaspers.
Artikel 39 Peuterspeelzaal.
De eigen bijdrage voor de peuterspeelzaal voor kinderen van 2 tot 4 jaar kan worden vergoed voor:
a.Berkelland maximaal € 200, - per jaar te voldoen uit de participatievergoeding, die de ouder(s) op grond van artikel 36 lid 1 onder a ontvangt(ontvangen); op basis van noodzaak is een verdere vergoeding mogelijk;
b.Oost Gelre volledige vergoeding van de eigen bijdragen tot 2 dagdelen per week, op basis van noodzaak is verdere vergoeding mogelijk;
c.Winterswijk vergoeding op basis van noodzaak.
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Artikel 40 Nieuwe producten en garantiebepalingen
De in deze beleidsregels genoemde vergoedingen voor de aanschaf van witgoed en elektronica gelden uitsluitend voor ongebruikte, nieuwe producten. Dat met het oog op de garantiebepalingen.
Artikel 41 Geldigheidsduur.
Dit beleid bijzondere bijstand 2015 blijft van toepassing tot het door een nieuw besluit is vervangen.
Artikel 42 Uitvoering.
a.Deze beleidsregels worden uitgevoerd door het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Oost
Achterhoek. Over uitvoeringsaspecten waarin deze regeling niet voorziet, kan het dagelijks
bestuur besluiten nemen.
b.Deze beleidsregels treden in werking per 1 januari 2015. Besluiten die voor 1 januari 2015 zijn
genomen blijven ongewijzigd gehandhaafd.
c.De Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid 2014 en volgende jaren wordeningetrokken met ingang van 1 januari 2015.