Aanhef
Samenvatting
De gemeente Winterswijk ligt in een zogenoemd coulissenlandschap dat recreatief erg aantrekkelijk is. Een landschap dat zich kenmerkt door de aanwezigheid van grote aantallen boomrijen en laanstructuren. Twee derde van al deze bomen zijn oud en gaan in kwaliteit achteruit. Her en der is het verval al ingezet. Beschikbare financiële middelen voor grootschalige aanpak ontbreekt echter. Daarnaast ervaren burgers overlast van bomen en wil de gemeente weten hoe hier mee om te gaan.
Met dit beheerplan kunt u bepalen wat het nut en de noodzaak van de laanvervangingen is, hoe hierin geprioriteerd kan worden en wat de financiële consequenties hiervan zijn.
Visie
Het coulissenlandschap van Winterswijk blijft nu en in de toekomst behouden en wordt waar mogelijk versterkt, afgestemd op de toekomst en het gebruik. Ten aanzien van de thema’s als cultuurhistorie en klimaatverandering is per beheergroep beschreven hoe dit wordt ingevuld.
Maatregelen
•Cyclische maatregelen
Snoeien: gericht op het voorkomen van achterstallig en verwaarloosde snoei.
Boomcontrole: door systematische boomcontrole houdt u de staat van de het bomenbestand in de gaten. Dit vormt de basis voor het uit te voeren onderhoud en de noodzakelijke budgetten,
•Eenmalige maatregelen
Wanneer 60% van een laan is uitgevallen, wordt overgegaan tot volledig vervangen. Dit kan totaal of gefaseerd. Bij vervanging gelden verschillende basisprincipes ten aanzien van bijvoorbeeld aantallen, locatie en soorten. Per beheergroep wordt hier specifiek op ingegaan. 6.700 bomen in lanen zijn aangemerkt als te vervangen binnen de komende vijftien jaar.
Kostenraming
In onderstaande tabel is het huidige budget afgezet tegen het noodzakelijke budget.
Gewenst beleid
•Verhardingsopdruk
In nieuwe situaties wordt verhardingsopdruk voorkomen. Herstel van opdruk bij bestaande bomen gebeurt conform het Wegenbeheerplan .
•Overhangende takken
De gemeente handelt volgens een aantal uitgangspunten in geval van overhangende takken.
•Zonnepanelen
Omwille van zonnepanelen worden geen bomen verwijderd of gesnoeid. In geval van uitval wordt ook een boom terug geplant. Bij ontwikkeling van nieuwe wijken houdt de gemeente rekening met de mogelijke aanbreng van zonnepanelen.
•Poot- en plantrecht
De gemeente erkent het pootrecht wanneer dit door de pootgerechtigde wordt aangetoond. De gemeente gaat er zelf niet naar op zoek. Wanneer pootrecht is aangetoond, legt de gemeente het beheer en onderhoud en dus de aansprakelijkheid neer bij de pootgerechtigde.
Aanbevelingen uit de Wet natuurbescherming
•Soort -en gebiedsbescherming
Mogelijk geeft de velling van laanbomen of het verwijderen van begroeiing overtreding van de regels Wnb voor wat betreft soorten/ gebiedsbescherming. Bij de afhandeling van vellingen van laanopstanden kan de gemeente daarom volgens een 10-stappenplan werken.
•Houtopstanden e.a.
De gemeente moet ervan uitgaan dat voor velling van in artikel 1.1 en 4.1 genoemde bomen in de meeste gevallen een meld- en herplantplicht geldt. Gezien de onduidelijke regelgeving van Provincie Gelderland is het aan te bevelen ruimschoots voor in gang zetten van velling, overleg te plegen met de Provincie.
4 Waar gaan we naar toe?
4.1 Visie
4.1.1 Essentie
De bomen vormen een onlosmakelijk onderdeel van het buitengebied van Winterswijk. Ze bepalen voor een belangrijk deel de sfeer, uitstraling en beleving van het coulissenlandschap (zie foto 1). Vanuit het buitengebied lopen de bomenrijen door tot de bebouwde kom. Ze vormen de connectie tussen het buitengebied en de bebouwde kom.
Het landschap is aangewezen als Nationaal Landschap. Hiermee is vastgelegd dat het een uniek landschap betreft waarvan de eigenschappen bewaard moeten blijven. Behoud en versterking van het landschap, en dus van de bomenrijen, wordt ook beaamd in het Groenstructuurplan en Landschapsontwikkelingsplan. Een belangrijk uitgangspunt is daarom dat ook de generaties na ons van het landschap moeten kunnen genieten.
Het coulissenlandschap van Winterswijk blijft nu en in de toekomst behouden en wordt waar mogelijk versterkt, afgestemd op de toekomst en het gebruik.
4.1.2 Thematische visie
Tussen het ontstaan van het coulissenlandschap en het heden is er veel veranderd. Eeuwenlang zijn lanen geplant en bomen vervangen. Om het landschap met haar karakteristieke lanen te behouden, moeten deze bomen ook in de toekomst vervangen worden wil het landschap toekomstbestendig zijn. Aan de hand van thema’s is de visie hieronder uitgewerkt.
Cultuurhistorie
Het coulissenlandschap heeft zich ontwikkeld met een enorme variatie. Gesloten en open landschap wisselen elkaar af. Net als enkele bomenrijen, dubbele rijen en lanen. Er is variatie in plantafstanden en plantverbanden, soortenmenging en kroonvormen. Dit is de charme van het gebied die behouden moet blijven. Op die manier blijft ook de cultuurhistorie bewaard.
Recreatie
De genoemde verscheidenheid in het landschap heeft aantrekkingskracht op toeristen. Recreatie is dan ook een belangrijk item in Winterswijk. Behoud van de landschappelijke kenmerken is een voorwaarde om interessant te blijven voor toeristen.
Ecologie
De variatie in het landschap is belangrijk voor de ecologische waarde van het gebied. Overgangen van open naar gesloten landschap bevorderen de biodiversiteit enorm. Dit geldt ook voor het gebruik van verschillende boomsoorten. Het landschap leent zich uitstekend voor verschillende boomsoorten.
Gebruik
Het gebruik van de wegen tussen de lanen beperkte zich vroeger tot paard en wagen. Inmiddels zijn landbouwvoertuigen breder geworden. De huidige dimensies van de lanen zijn hier niet altijd op afgestemd. Het gevolg is dat schade aan bomen of voertuigen ontstaat. Uitgangspunt is daarom dat het laanbeeld zoveel mogelijk wordt afgestemd op de doelgroep. In agrarische gebieden zullen de vrije doorrijhoogte en -breedte groter moeten zijn dan op de recreatieve routes.
Toekomstbestendig
Klimaat
Dat het klimaat verandert, is een feit. Nu al merken we dat buien heftiger zijn dan vroeger en dat er langere droge periodes zijn. Volgens de laatste klimaatscenario’s van het KNMI (mei 2014) moeten we rekening houden met:
•sterkere straling van de zon;
•drogere lucht door meer oostenwind, waardoor grotere verdamping;
•langere periodes van droogte in de zomer;
•pieken in de hoeveelheid neerslag;
•wisselende grondwaterstand;
•nattere omstandigheden in de winter door meer regen.
De regen die in de zomer valt, komt steeds vaker naar beneden in plensbuien. Water dat dan valt, stroomt snel af naar riool of sloot en bereikt daardoor de wortels van bomen maar gedeeltelijk. De potentiële verdamping in de zomer stijgt en de temperatuur neemt toe. Niet alle bomen zijn opgewassen tegen de sterke uitdroging. Om uitval van bomen door verdroging te voorkomen, moet de groeiplaats van een boom groter worden. Voor de keuze van boomsoorten betekent dit dat toekomstbestendige bomen beter tegen langdurige droogte moeten kunnen.
Gevarieerd sortiment
In bomen kunnen ziekten en aantastingen voorkomen. Daarnaast kunnen in bomen plaaginsecten voorkomen die een gevaar vormen voor de volksgezondheid; denk aan de eikenprocessierups. Evenals bij tuinbouwproducten is een eenduidig boomsortiment vatbaarder voor ziekten en plagen dan een gevarieerd sortiment. Het afwisselen van boomsoorten in een laan maakt de soort minder vatbaar voor ziekten en het voorkomt grote overlast door plaaginsecten. Niet alle boomsoorten voldoen aan de hierboven gestelde eisen aan toekomstbestendige bomen. Een lijst met soorten die dit wel doen, die geschikt is voor de lokale omstandigheden en past in het coulissenlandschap, is opgenomen als bijlage 1. Hierbij geldt wel dat de soorten nu ook al moeten voorkomen in het landschap.
Beheer
Een goed beheerbaar en betaalbaar bomenbestand heeft een gelijkmatige leeftijdsopbouw. Op deze manier wordt voorkomen dat na het bereiken van de eindleeftijd alle bomen gelijktijdig vervangen moeten worden. Ook is deze samenstelling beter bestand tegen veranderingen en geeft het een gevarieerder beeld. Een gevarieerder beeld is waardevol voor de vele toeristen die Winterswijk bezoeken. Daarnaast is een gevarieerd bestand ecologisch waardevoller.
4.2 Beheergroepen
4.2.1 Beschrijving
Oude landschappen
•Structuur
De structuren in de oude landschappen kenmerken zich door wisselende en soms korte plantafstanden, soms meerdere rijen per berm en beslotenheid. Afhankelijk van de breedte van de berm wordt het plantverband, plantafstand en soortvariatie bepaald, waarbij het oude historische beeld zoveel mogelijk wordt gevolgd. Dit zorgt voor een afwisselend landschap, waardevol voor recreatie en ecologie. Het doel is de bomen het beoogde eindbeeld te laten bereiken. Iedere boom moet dus voldoende ruimte hebben.
o Berm
Het behoud van structuren is het uitgangspunt, dit gaat boven het behoud van de individuele boom.
o Bosrand
Naast bosranden kunnen wel of geen laanbomen staan. Qua beeld is er weinig verschil of er naast de bosrand een rij bomen staat of niet. Wanneer bomen naast bosranden worden verwijderd, neemt de bosrand deze functie binnen enkele jaren over. Uit ecologisch oogpunt is het beter om de bosrand niet af te schermen met een rij bomen, maar deze open te laten. Daarom staan naast bosranden in principe geen laanbomen. In sommige gevallen kan dit echter wel gewenst zijn, bijvoorbeeld uit ecologisch of landschappelijk oogpunt. Wel kunnen als dit ecologisch verstandig is aan de andere zijde van de weg bomen in de berm geplant worden als een laaneffect gewenst is.
o Wal
Bomen in wal hebben vaak een cultuurhistorische waarde. Ze houden veel ondergroei om zo ecologisch waardevol te blijven. De ondergroei zorgt tevens voor een gesloten beeld in het landschap. Er is en blijft variatie in soorten en leeftijd van de bomen. Om te voorkomen dat de ondergroei en variatie verdwijnt worden soms bomen verwijderd. Het hoogteverschil van de wal ten opzichte van het omliggende land blijft zichtbaar.
•Boom
o Solitaire boom
Bij solitaire bomen staat behoud van de boom voorop, terwijl het bij lanen draait om behoud van de laan als geheel. Wanneer nieuwe solitaire bomen worden aangeplant, is het belangrijk dat er voldoende doorwortelbare ruimte is. Dit is namelijk de basis om te komen tot volwassen bomen die een ijkpunt in de omgeving vormen.
o Klimopboom
Ondanks dat het lastig in controle en onderhoud is, bieden klimopbomen veel kansen voor fauna. Bestaande klimopbomen moeten daarom behouden blijven. Wel zijn het dure en risicovollere bomen. De gemeente is daarom terughoudend in het laten ontstaan van nieuwe klimopbomen.
Jonge ontginningen
•Structuur
In de jonge ontginningen blijft het transparante en strakke beeld zoals nu te zien is intact. Bij vervangingen worden bomen in enkele rijen en in elkaars verlengde aangeplant. Afhankelijk van de beschikbare ruimte wordt de plantafstand bepaald, de intentie is dat ze in ieder geval tachtig jaar worden. Variatie in soorten gebeurt zeer beperkt en alleen als dit in de oude situatie ook het geval was.
o Berm
Ook hier is het behoud van structuren het uitgangspunt en gaat dit boven het behoud van de individuele boom. Het beeld van het transparante en strakke beeld staat hierbij voorop.
o Bosrand
Zie oude landschappen.
•Boom
o Solitaire boom
Zie oude landschappen.
o Klimopboom
Zie oude landschappen.
Geen bomen
De charme van het gebied is ook de afwisseling geen en wel beplanting. Er moeten daarom ook in de toekomst wegen blijven zonder boombeplanting. Uitgangspunt hierbij is dat wanneer er nu en vroeger geen bomen stonden, deze ook niet worden aangeplant.
4.2.2 Visiebeelden
In bijlage 2 staan per beheergroep de visiebeelden. Hieronder staan voor zowel het jonge als het oude landschap een voorbeeld.
Afbeelding 7. Visiebeeld jong landschap, tweezijdig
Afbeelding 8. Visiebeeld oud landschap, eenzijdig
5 Beheer
5.1 Cyclische maatregelen
5.1.1 Snoei begrippen
Snoeien is een belangrijke cyclische maatregel. Bij snoeien worden diverse vaktermen gebruikt die landelijk gebruikt worden. Voor een eenduidige interpretatie van deze paragraaf zijn deze begrippen hier opgenomen.
Begeleidingssnoei
Begeleidingssnoei richt zich vooral op het ontwikkelen van een goed ontwikkelde, blijvende kroon. Begeleidingssnoei is daarnaast gericht op het bereiken van een takvrij stamstuk en een doorgaande spil. De mate en de frequentie waarin een boom gesnoeid wordt, is afgestemd op de groeikracht en conditie van de boom. Een boom mag na gesnoeid te zijn, geen terugval in groei of conditie krijgen.
Onderhoudssnoei
Bomen in de onderhoudssnoeifase worden zo min mogelijk gesnoeid. In principe worden alleen probleemtakken verwijderd. Het doel is door snoei te voorkomen dat takken uitbreken waardoor veiligheidsproblemen ontstaan.
Boombeelden
Met het oog op bovenstaande principes spreekt men van ‘boombeelden’. Deze geven een indicatie van de onderhoudstoestand van een boom. Hierbij is de norm dat alle bomen een aanvaard boombeeld moeten hebben. Bomen met een regulier boombeeld kunnen met één beperkte snoeibeurt op beeld worden gebracht. Een achterstallig boombeeld vergt één flinke snoeibeurt om de aanwezige problemen weg te werken. Is meer dan één snoeibeurt nodig om op beeld te komen, dan spreken wij van een ‘verwaarloosd boombeeld’ (zie tabel 3).
Tabel 3. Boombeelden
Boombeeld
Begeleidingssnoei
Onderhoudssnoei
Aanvaard*
Geen snoei nodig
Geen snoei nodig
Regulier
Alle te dikke takken verwijderen met max. reductie bladmassa 20-25% in één werkgang
Reductie bladmassa max. 25%
Achterstallig
Verwijderen probleemtakken en te dikke takken in de tijdelijke kroon met max. reductie bladmassa 30-40%. In één werkgang weer op aanvaardbaar beeld.
Verwijderen probleemtakken. Reductie bladmassa 25-40%.
Verwaarloosd
Alle te dikke takken verwijderen = reductie bladmassa > 40%. Minimaal twee werkgangen nodig om op aanvaard beeld te komen.
Reductie bladmassa 25-40%, meerdere werkgangen noodzakelijk.
* Vanuit de systematiek hoeft er bij een aanvaard boombeeld niet gesnoeid te worden. In de praktijk kan er wel aanleiding toe zijn (bijvoorbeeld uit oogpunt van overlast).
5.1.2 Snoeien
Nut en noodzaak
Randvoorwaarden
Vanaf het moment dat een boom wordt geplant, kan snoeien nodig zijn. Snoeien is in beginsel werken naar een eindbeeld om te voldoen aan de voorwaarden die de omgeving aan de boom stelt. Op latere leeftijd is snoeien vooral noodzakelijk vanuit het oogpunt van veiligheid. Dan kan snoeien bijvoorbeeld plaatsvinden vanwege verkeerstechnische redenen, veiligheidsoverwegingen of boomtechnische aspecten.
Noodzaak
Snoeien is voor de boom niet nodig . Snoeien kan zelfs een aantal negatieve effecten hebben op de boom. In de eerste plaats zorgt het wegnemen van bladmassa ervoor dat minder energie beschikbaar is voor bijvoorbeeld de vorming van nieuwe wortels, het bodemleven en diktegroei. Daarnaast geeft snoei door de ontstane snoeiwonden in sommige gevallen een verhoogde kans op infecties, zonnebrand en bloeden.
Groeien en snoeien
Bomen groeien volgens een natuurlijk patroon dat verdeeld kan worden in verschillende levensfasen. Snoeien van bomen moet enerzijds afgestemd zijn op dat groeiproces en anderzijds op de eisen die de omgeving aan de boom stelt. Tussen het moment van aanplant tot het moment van afsterven onderscheiden wij zes groeifasen. Elke fase stelt eisen aan de wijze hoe een boom gesnoeid moet worden en welke keuzes daaraan ten grondslag liggen. Vervolgens is de keuze voor het snoeien afhankelijk van het eindbeeld dat aan de boom is gesteld. Afbeelding 9 en tabel 4 geven deze afwegingen weer.
Afbeelding 9.
Tabel 4. Beheerkarakteristieken per groeifase
Aanslagfase
Jeugdfase
Halfwasfase
Volwasfase
Eindfase
Stagnatiefase
Omvang boom
Afhankelijk van plantmaat
Tot 1/3 eindhoogte
Tot 2/3 eindhoogte
> 2/3 eindhoogte
Eindhoogte
Stagnerend of afnemend
Accent ontwikkeling
Stabilisatie na plantschok
Hoogtegroei
Hoogtegroei
Breedtegroei en voortplanting
Vermindering groei en reactievermogen
Afsterven buitenkroon, binnenkroon
Accent snoeien
Alleen probleemtakken
Begeleidingssnoei
Begeleidingssnoei
Onderhoudssnoei
Onderhoudssnoei
Onderhoudssnoei
Planmatig werken
Het snoeien van bomen moet zorgvuldig gebeuren, op een deskundige wijze. Hier geldt ook dat het snoeien tijdig, dus vanaf jonge leeftijd, en frequent moet gebeuren. Dat is beter voor de boom, maar bespaart ook geld en helpt schade voorkomen. Dit betekent vooral planmatig werken:
•Op het moment van ontwerp en aanplant wordt het eindbeeld bepaald. Welke opkroonhoogte is gewenst? Waar mogelijk wordt gekozen voor vrij uitgroeiende bomen.
•Er zijn twee verschillende snoeifasen: begeleidingssnoei en onderhoudssnoei. In de jonge jaren krijgt een boom begeleidingssnoei totdat deze ver genoeg is opgekroond. Daarna volgt onderhoudssnoei vooral om bomen veilig te houden. Door periodiek te controleren, wordt de ontwikkeling van de bomen bijgehouden en vervolgens geregistreerd in een database. Door de benodigde maatregelen in elke snoeifase goed in te plannen en uit te voeren, wordt achterstallig onderhoud voorkomen.
•Pas in de onderhoudssnoei is sprake van een volledige functievervulling (de boom voldoet aan het beeld dat bedoeld is). In die fase vraagt een boom relatief weinig onderhoud. Feitelijk worden dan pas de vruchten van jarenlange investering in de begeleidingssnoeifase geplukt. De bomen hebben dan een enorm kapitaal opgebouwd. Boomtechnisch en financieel is het daarom zinvol om deze bomen zo lang mogelijk te laten staan. Daar wordt planvorming rond die bomen op afgestemd.
Voorkomen achterstallig en verwaarloosd onderhoud
Achterstallig en verwaarloosd onderhoud zijn om meerdere redenen erg ongunstig:
•Snoeiwonden zijn relatief groot, met een trage en slechte wondafgrendeling tot gevolg. Slecht afgegrendelde wonden vormen tot en met de eindfase zorgpunten vanwege de kans op inrotting en infectie.
•Het wegwerken van achterstallig onderhoud is duur (meer en dikker snoeihout, grotere inspanning, hogere stortkosten, vaak hoger in de boom en daardoor duurder materieel nodig).
Dit achterstallig en verwaarloosd onderhoud moet zo snel mogelijk worden weggewerkt. Frequent snoeien, eens in de drie jaar, werkt hiervoor het beste. Dit heeft de volgende voordelen:
•Door frequent onderhoud efficiënt te plannen, hoeft het geen extra kosten met zich mee te brengen. Er is zelfs sprake van kostenreductie doordat in dezelfde tijdseenheid meer bomen gesnoeid kunnen worden.
•Door jonge bomen elke drie jaar te controleren en te snoeien, kan de ontwikkeling van de boom goed worden gevolgd. Eventuele gebreken komen snel in beeld.
•Door iedere drie jaar te snoeien, is het mogelijk om het wegnemen van probleemtakken te doseren en te verdelen over enkele snoeibeurten. Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk om een takkrans in fasen weg te nemen.
Voor bomen in de onderhoudssnoeifase geldt een andere regel. Doordat hier alleen probleemtakken verwijderd hoeven te worden, volstaat een lagere frequentie van gemiddeld eens per vijf jaar.
5.1.3 Boomcontrole
Zorgplicht
Boomveiligheid
Elke eigenaar van een boom is zorgplichtig. Eigenlijk betekent de zorgplicht dat de boomeigenaar verplicht is om alle redelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat zijn bomen schade toebrengen aan anderen. Als de boomeigenaar hier niet aan voldoet, kan hij aansprakelijk gesteld worden voor de schade die de boom heeft veroorzaakt.
Wet natuurbescherming soorten/gebiedsbescherming
Daarnaast vraagt de zorgplicht nog een andere vorm van zorgvuldigheid. De Wet natuurbescherming (Wnb) stelt verschillende verboden op dat menselijk handelen. Zo mag er geen verslechtering/afbreuk op de staat van instandhouding van soorten beschermde flora en fauna optreden. Ook is het verboden soorten te doden of te vangen of hun rustplaatsen te beschadigen of te vernielen. Ook is er een meer algemene plicht tot zorgvuldig omgaan met (beschermde) soorten. Dat betekent dat in alle redelijkheid rekening moet worden gehouden met (beschermde) soorten die gebruikmaken van het groen. Overtreding van deze wet is een economisch delict.
Wat moet?
Systematische boomcontrole
Het voeren van goed bomenbeleid en het systematisch uitvoeren van de boomcontroles vormen de basis van zorgvuldig handelen. Dit gebeurt door het uitvoeren van boomveiligheidscontroles (veelal BVC of VTA genoemd). Uit de veiligheidsinspecties komen adviezen voor het uitvoeren van nader onderzoek. Om aansprakelijkheidsstelling af te kunnen wentelen, moet aangetoond worden dat zorgvuldig met het bomenbestand is omgegaan. In de praktijk betekent dit dat de volgende gegevens van elke boom overlegd moeten kunnen worden:
•met welke regelmaat de boom worden gecontroleerd en waarom;
•op welke datum de boom in kwestie voor het laatst is bekeken;
•wat die controle precies inhield;
•wat daarbij is geconstateerd;
•of maatregelen getroffen moesten worden naar aanleiding van het geconstateerde en wat de urgentie daarvan was;
•welke maatregelen zijn getroffen en wanneer.
Quickscans flora en fauna
De regels van de Wnb voor beschermde flora en fauna mogen tijdens uitvoerende werkzaamheden niet overtreden worden. Daarom is het noodzakelijk te weten of op de locatie waar gewerkt wordt beschermde flora en/of fauna (en bijvoorbeeld vaste rust- en verblijfplaatsen) voorkomen. Dit kan in beeld worden gebracht door een flora- en faunaquickscan en indien nodig een nader onderzoek. Als er beschermde soorten aanwezig zijn, dan zijn er de volgende mogelijkheden:
•Er kan gewerkt worden op grond van een vrijstelling Wnb et cetera. In de meeste gevallen zal het dan gaan om werkzaamheden uitgevoerd volgens een Gedragscode. Voor daadwerkelijk vellen van bomen zal een vrijstelling niet afdoende zijn. Wordt dan toch Wnb overtreden dan zal ontheffing/vergunning of omgevingsvergunning met een Verklaring van geen bedenkingen nodig zijn.
•Er moet ontheffing/vergunning of omgevingsvergunning met Verklaring van geen bedenkingen worden aangevraagd voor het overtreden van Wnb soorten/gebiedsbescherming.
Laat de quickscan ruim van tevoren uitvoeren. Hiermee voorkomt u onnodige vertraging in de werkzaamheden. Stem het tijdpad van werkzaamheden af op benodigde toestemmingen. De quickscan moet echter wel actueel genoeg zijn.
Wat mag?
Een boomeigenaar heeft zelf de meeste kennis van zijn bomen en van de (openbare) ruimte waarin ze staan. Daarom – in beginsel- mag hij zelf beslissen met welke frequentie hij zijn bomen controleert en welke eigenschappen van bomen worden opgenomen. Voor de gemeente is het echter wel van belang dat deze keuzes zijn vastgelegd en consequent worden doorgevoerd.
5.2 Eenmalige maatregelen
5.2.1 Ingrijpmoment
Elke boom of structuur bereikt een keer het kantelpunt waarop het niet meer efficiënt is om de boom of structuur te behouden. Maar wanneer is dat moment nu gekomen om bomen te verwijderen? Deze paragraaf gaat daarop in.
Individuele boom
In beginsel blijft een boom zo lang mogelijk behouden. Wanneer een boom een direct gevaar vormt voor de omgeving, wordt dit in eerste instantie met beheermaatregelen opgelost. De afweging tussen het uitvoeren van een beheermaatregel of het verwijderen van een boom wordt gemaakt op basis van risico, dus kans x gevolg. Bij een gevaarlijke boom langs een rustige weg wordt daarom later ingegrepen dan wanneer diezelfde boom aan een doorgaande weg staat.
Gehele structuur
Wanneer enkele exemplaren in een structuur uitvallen, kunnen de overblijvende bomen het laanbeeld nog goed opvangen. Dat komt vooral omdat volwassen bomen ieder afzonderlijk een fraai beeld hebben dat door veel mensen hoog wordt gewaardeerd. Is meer dan 60% van het oorspronkelijke aantal uitgevallen? Dan is het niet meer wat de gemeente Winterswijk voor ogen heeft bij een structuur. Daarom wordt bij 60% uitval de vervanging van de hele structuur uitgevoerd, dus wanneer nog maar 40% resterend is. Bij uitgestrekte structuren kan dit ook in delen worden gezien.
Foto 12. Laan waarvan circa 50% is uitgevallen, Meddoseweg
Gefaseerd
Wanneer vervanging daadwerkelijk aan de orde is, zijn er twee opties. De laan kan in zijn geheel worden vervangen of juist gefaseerd. Bijvoorbeeld wanneer de laan een migratieroute voor vleermuizen vormt. Het kan dan nodig zijn eerst een deel of zijde van de laan te vervangen. Enkele jaren later volgt het andere deel. Dit alles in overleg met de ecoloog.
Reconstructie gepland – integrale aanpak
Staat binnen ongeveer vijf jaar een reconstructie van de straat gepland? Dan is het zinvol om het moment van herplant af te stemmen op het moment van de reconstructie. Door een combinatie van geldstromen is het dan makkelijker om goede groeiplaatsen voor de bomen te maken.
5.2.2 Principes
Basisprincipes
Los van de beheergroepen kennen we enkele basisprincipes bij het vervangen van laanbomen in Winterswijk. Hieronder zijn deze vermeld, verduidelijkt met principeschetsen.
•Enkele boom is gevaarlijk, de buurbomen hebben een levensverwachting > 15 jaar: indien mogelijk (boomsoort en grootte groeiplaats) enkele boom inboeten, anders open laten.
•Enkele boom is gevaarlijk, de buurbomen hebben een levensverwachting ⏴ 15 jaar: bloksgewijs vervangen.
•Als meer dan 60% van de structuur of deel van de structuur is uitgevallen of wordt vervangen, dan wordt in principe de gehele structuur of deel daarvan vervangen.
•Bij een tweezijdige beplanting vindt vervanging altijd bloksgewijs plaats aan beide zijden van de weg.
•Bij vervanging wordt herplant op basis van de soorten uit de sortimentslijst (zie bijlage 1) en uit historisch oogpunt.
•In principe wordt geen groeiplaatsverbetering uitgevoerd.
•In zeer smalle bermen vindt geen herplant plaats.
5.2.3 Aanpak per beheergroep
Per beheergroep geven we voor de verschillende situaties aan wat de aanpak is bij vervanging. Deze hebben we visueel gemaakt in bijlage 2. Hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten per beheergroep.
Oude landschappen en jonge ontginningen
•Structuur
o Berm
◼︎ Bomen krijgen voldoende groeiruimte om volwassen te kunnen worden: 30 m3 (grondwaterprofiel) tot 60 m3 (hangwaterprofiel) per boom.
◼︎ Het huidige beeld en plantverband etc. vormen het uitgangspunt voor het toekomstig beeld, maar wordt aangepast om te komen tot voldoende groeiruimte.
◼︎ Gaat het om een zeer smalle berm: dan geen herplant
o Bosrand
◼︎ In geval van verwijdering van een bomenrij voor een bosrand, vindt op die plaats in principe geen herplant plaats. Soms is herplant vanuit ecologisch of landschappelijk oogpunt gewenst.
◼︎ Bij een bosrand aan één zijde van de weg, komt ook aan de overzijde van de weg geen bomenrij. In geval van verwijdering komt ook deze in principe niet terug.
o Wal
◼︎ Ondergroei blijft bestaan, het beheer en onderhoud is hier ook op gericht.
◼︎ Bij vervanging van bomen, wordt herplant in dezelfde soort(en) als de verwijderde bo(o)m(en).
◼︎ Bij het verwijderen van meerdere aaneengesloten bomen wordt herplant in verschillende maten.
•Boom
o Solitaire boom
◼︎ Uitgangspunt is dat solitaire bomen meer dan tachtig jaar kunnen worden
◼︎ Om dit te bereiken is minimaal 40 m3 (grondwaterprofiel) tot 80 m3 (hangwaterprofiel) voor wortelgroei geschikte grond noodzakelijk.
◼︎ De investeringsbereidheid hangt af van de status van de boom.
o Klimopboom
◼︎ Bestaande klimopbomen blijven als zodanig gehandhaafd. Als nieuwe klimopbomen dreigen te ontstaan wordt de klimop verwijderd/doorgezaagd.
◼︎ Binnen de periodieke controle vormen de klimopbomen een eigen categorie.
Geen bomen
•In de huidige situatie en in de historische situatie geen bomen -> geen aanplant.
•In de huidige situatie geen bomen, maar in de historische situatie wel -> mogelijk herplant, zie ook het landschapsontwikkelingsplan, voor de uitvoering zie ‘structuur’.
5.2.4 Prioritering
Sturen op risico
Voordat wordt overgegaan tot ingrijpen in het laanbomenbestand, is het van belang te weten waar te beginnen. Het is qua beeld en financiering onwenselijk alle aftakelende lanen gelijktijdig te vervangen. De meest objectieve en werkbare manier om te prioriteren is het sturen op risico.
Risico = kans x gevolg
Wanneer de kans op bezwijken van een boom klein is, maar de gevolgen zijn groot, dan is het risico hoog. Bijvoorbeeld een boom langs een drukke doorgaande weg. Mocht de boom omvallen, is de kans op schade of letsel groot. Andersom zorgt een gevaarlijke boom langs een zandpad waar niemand komt voor een laag risico. Voor het vervangen van de aftakelende lanen geldt dan de volgorde van gebruiksintensiteit, bijvoorbeeld:
•drukke doorgaande wegen;
•druk doorgaand fietspad;
•rustige doorgaande wegen;
•lokale wegen;
•rustig zandpad.
Prioriteiten
Op dit moment is het niet mogelijk te sturen op individuele boomgegevens. Wel is op laanniveau bekend welke lanen gezond zijn en welke gaan aftakelen. In paragraaf 3.2 is gesteld dat bomen die zich in de aftakelingsfase bevinden, binnen vijftien jaar uitvallen en verwijderd worden. Dit zijn 6.700 bomen die op afbeelding 10 met rood zijn aangegeven. Dit zijn niet de acuut gevaarlijke bomen, deze worden individueel verwijderd. Welke lanen in welk jaar worden vervangen wordt in een uitvoeringsplan uitgewerkt.
Afbeelding 10. Thematische kaart prioriteit
7 Gewenst beleid
7.1 Overlast
7.1.1 Verhardingsopdruk
Omschrijving
Boomwortels hebben als functie de boom goed in de grond te verankeren en om voeding en vocht op te nemen voor een goede groei. Waar ruimte, vocht en voeding is, stuurt de boom zijn wortels heen. Dit is vaak direct onder de verharding, met wortelgroei vlak onder de verharding tot gevolg. Door diktegroei van wortels ontstaat de opdruk van verharding. Vocht en voeding zijn eerste levensbehoeften van een boom, het is daarom doorgaans onmogelijk dit mechanisme te remmen. Boomwortels oefenen tot 1,6 MPa aan druk uit. Het is dan ook niet verwonderlijk dat opsluitbanden en verharding worden weggedrukt.
Verwijderen van wortels
Het verwijderen van boomwortels is vrijwel nooit een structurele oplossing. Omdat een boom niet zonder wortels kan, worden snel nieuwe wortels gevormd. Vaak lopen de afgezaagde wortels opnieuw uit en begint het probleem van voor af aan.
Dit resulteert in tegenstrijdige belangen:
•Vanuit wegbeheer en veiligheid is het verwijderen van boomwortels vaak nodig.
•Voor de conditie en veiligheid van de boom is wortels weghalen vaak onwenselijk.
Opdruk wegen en dergelijke door wortels
De gemeente is niet alleen verantwoordelijk voor haar bomen, maar is op grond van de Wegenwet ook verantwoordelijk voor de veiligheid van openbare wegen en trottoirs. De gemeente is daarom ook verantwoordelijk voor het zo mogelijk voorkomen van gevaarlijke verhardingsopdruk door wortelgroei. Bij het niet volgen van deze verplichting, kan zij op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk worden gehouden voor schade of letsel.
Aansprakelijkheid
Weggebruikers kunnen schade oplopen door opgedrukte wegverharding. De aansprakelijkheid die de gemeente heeft voor het beheer van de wegen heet risicoaansprakelijkheid in plaats van de bij bomen geldende schuldaansprakelijkheid. Dit is een verzwaring van de aansprakelijkheid. Een weg (geldt ook voor het trottoir) mag daarom in beginsel niet gebrekkig zijn. Ondanks dat de gebruiker ook een verantwoordelijkheid heeft. Dit alles geldt ook voor wegen die niet veel worden gebruikt. Juist rustig en afgelegen wegen zijn namelijk vaak in gebruik door motorrijders, fietsers maar ook door voetgangers. De gemeente heeft een beheertaak voor haar wegen en moet bij een gevaarlijke situatie handelen. Dit kan inhouden dat de gevaarlijke situatie direct wordt verholpen of dat tijdelijke maatregelen worden genomen. Zoals het instellen van snelheidsvermindering, plaatsen van waarschuwingsborden of het afzetten van weggedeelten.
Standpunt gemeente
De gemeente voorkomt verhardingsopdruk in nieuwe situaties, door zo veel mogelijk gebruik te maken van goede groeiplaatsen en de keuze voor de juiste boomsoort. Wanneer en hoe bij bestaande bomen opgedrukte verharding wordt hersteld staat in het Wegenbeheerplan.
De gevolgen van wortelkap voor de conditie en stabiliteit van een boom kunnen negatief zijn en moet worden voorkomen. Winterswijk heeft de voorkeur voor structurele oplossingen. Voorbeelden hiervan zijn het verruimen van boomspiegels of het vervangen van verharding door open grond. Dat voorkomt niet alleen verhardingsopdruk maar verhoogt ook de kwaliteit van de groeiplaats. Wanneer eenvoudige oplossingen niet kunnen, kan besloten worden de boom te vellen, eventueel in samenspraak met bewoners. Dure maatregelen zoals wortelbruggen of sandwichconstructies worden in principe niet toegepast.
Foto 13. Verhardingsopdruk
7.1.2 Overhangende takken
Omschrijving
Bomen die in openbaar gebied staan, kunnen met hun takken over perceelsgrenzen groeien. Inwoners kunnen hinder ervaren doordat die takken schaduw geven, hun eigendommen raken of hun eigendommen beschadigen/vervuilen. Denk aan schurende takken tegen dakgoten en vallend blad of druip door luizen.
Snoeirecht
Een eigenaar van een perceel heeft in beginsel op grond van artikel 5:44 lid 1 BW het recht om takken van gemeentelijke bomen die over zijn perceel hangen weg te nemen. De perceeleigenaar moet dan de gemeente wel eerst sommeren - het liefst schriftelijk – om eerst zelf de overhangende takken te snoeien. De gemeente hoort daar een redelijke termijn de tijd voor. Na verstrijken van de termijn mag de perceeleigenaar – in beginsel- zelf de overhangende takken snoeien. Hieraan zijn volgens de gemeente wel de volgende voorwaarden verbonden:
•De snoei mag geen ernstige gevolgen hebben voor de conditie of stabiliteit, de boom mag geen ernstige schade oplopen.
•Welke snoei wel of niet mogelijk is, hangt af van de boomsoort. Het verwijderen van takken van bijvoorbeeld beuken kan zonnebrand (het afsterven van de bast door zonlicht) tot gevolg hebben.
•Snoeirecht gaat niet zover dat de snoeilijn loodrecht de erfgrens moet volgen. Als een kroon enigszins is ingenomen, kan al aan het snoeiverzoek zijn voldaan. Het spreekt voor zich dat een boom niet gehalveerd mag worden. Er mag dus geen misbruik van het snoeirecht worden gemaakt. Gebeurt dit wel, dan is er sprake van vernieling van andermans eigendom.
•Als een boom van groot algemeen belang is, de takken geen daadwerkelijke onrechtmatige hinder geven of de snoei de hinder niet afdoende verhelpt, dan is toepassing van het snoeirecht niet nodig. Een aanwonende die de overhangende takken dan toch snoeit, maakt dan mogelijk misbruik van bevoegdheid. In dat geval zal de gemeente de schade verhalen.
Standpunt gemeente
Gemeentelijke bomen dienen een algemeen belang, ze zijn daarom waardevol voor een grote groep mensen. Als een inwoner zich beroept op zijn snoeirecht, als hij de gemeente sommeert tot snoei van overhangende takken, gelden de volgende uitgangspunten:
•Als een burger snoeirecht claimt zonder dat er een goede reden zoals onrechtmatige hinder voor is ziet de gemeente dat als misbruik van recht. De gemeente staat dan geen snoei van overhangende takken toe.
•Er wordt alleen gesnoeid als dit boomtechnisch verantwoord is. Dit wordt bepaald door een groendeskundige van de gemeente of een extern onafhankelijk ter zake kundig adviseur.
•Als de gemeente instemt met de snoei van overhangende takken, voert de gemeente de snoei zelf uit.
•De gemeente is zeer terughoudend in het toestaan van snoei bij monumentale bomen. Deze bomen mogen alleen door de gemeente worden gesnoeid.
•Als het snoeien van overhangende takken van dezelfde boom regelmatig terugkeert, kan de gemeente besluiten de snoei niet toe te staan of de boom te verwijderen.
7.1.3 Zonnepanelen
Omschrijving
Het aanbrengen van zonnepanelen is populair en wordt ook door de overheid aangemoedigd. Bij de gemeente komen hierdoor steeds vaker verzoeken binnen om gemeentelijke bomen weg te halen of te snoeien. Wanneer bomen schaduw op de zonnepanelen veroorzaken, neemt immers het rendement van de panelen af.
Aantonen
Een eigenaar van zonnepanelen moet zelf het oorzakelijk verband tussen de bomen en de verminderde opbrengst van de panelen aantonen. Hij moet ook bewijzen dat er sprake is van een substantiële afname ten opzichte van de verwachte opbrengst. Ook moet hij aantonen dat de gemeente onrechtmatig handelt. Bij oude bomen of bomen die van groot algemeen belang zijn, is dit niet altijd aan te tonen. Als dit niet aangetoond kan worden, is zowel de bestaande boom als een eventuele herplant gerechtvaardigd. Als er nieuwe bomen in een nieuw ontwerp worden aangeplant nabij bestaande zonnepanelen ligt dit anders. Bomen mogen dan geplant worden, maar het recht op vergoeding zou dan onderzocht kunnen worden.
Standpunt gemeente
Gemeente Winterswijk verwijdert of snoeit geen bomen om zonnepanelen. Na uitval zal de gemeente ook een boom terug planten. Een inwoner kan weten dat een dergelijke plek voor een boom bestemd is en dat deze schaduw op kan leveren. Bij de ontwikkeling van nieuwe wijken, houdt de gemeente rekening met de mogelijke aanbreng van zonnepanelen.
8 Aanbevelingen uit Wnb
8.2 Houtopstanden e.a.
8.2.1 Inhoud
Wnb houtopstanden, Omgevingsverordening, Beleidsregels procedure Wnb, Handreiking ‘De boswet in Gelderland’, Bomenverordening 2017 Winterswijk, Bestemmingsplan Buitengebied
Het betreft hier het juridisch kader met betrekking tot Wet natuurbescherming par. 4.1.
Houtopstanden, Omgevingsverordening Gelderland 2017 (OG 2017), Beleidsregels procedure besluitvorming Wet natuurbescherming Gelderland, Handreiking ‘De boswet in Gelderland’, Bomenverordening 2017 Winterswijk en ruimtelijke plannen bij velling van houtopstanden. Onderstaand de kern van het juridisch kader en advies.
WNB BESCHERMING HOUTOPSTANDEN (OUD BOSWET)
artikel 1.1 Wnb: houtopstanden die onder Wnb vallen
Houtopstanden in het kader van deze paragraaf Wnb, zijn buiten de bebouwde kom zoals bedoeld in artikel 4.1 onder a Wet natuurbescherming (Wnb), staande zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Die staan in een oppervlakte grond van tien are of meer, of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Al het tenietgaan van deze houtopstanden valt in beginsel onder paragraaf 4.1 Wnb behoudens vrijstelling. Ook kleinere houtopstanden vallen dus onder de Wnb mits in de grotere eenheden staand. Voor velling of verloren gaan van deze bomen kan een meld- en herplantplicht bestaan.
artikel 4.1 Wnb: Algemene vrijstelling meld- en herplantplicht
Houtopstanden binnen de bebouwde kom, of staand in erven en tuinen, fruitbomen, windschermen, kerstbomenteelt tot 20 jaar, vaarweg/wegbeplanting en eenrijige beplanting langs landbouwgronden van wilg/populier, kweekgoed, en velling biomassateelt zijn vrij te vellen. Dunning is vrij. Griend en hakhout is vrij periodiek te vellen in het kader van onderhoud. Dunning lijkt (in niet vastgestelde beleidsregel Handreiking Boswet in Gelderland) in rijbeplanting tot 1,5 maal de boomhoogte vrije grondruimte zonder herplantplicht te geven. Overige vellingen moeten worden gemeld bij Gedeputeerde Staten (GS) één maand voorafgaand aan velling.
artikel 4.2 Wnb: Velverbod
Mocht sprake zijn van beplantingen die vallen onder de Handreiking ‘De boswet in Gelderland’, zoals oude bomen/groeiplaatsen, cultuurhistorisch, landschappelijk waardevol, natuurbos, bijzondere broedplaatsen, grootschalige vellingen of hoog tempo velling, dan kan door GS een velverbod worden opgelegd. De Handreiking is mogelijk geen beleidsregel die van toepassing is. GS zal dan op een haar vaste gedragslijn moeten terugvallen.
artikel 4.3 Wnb: Herplantplicht
Mocht de gemeente niet kunnen voldoen aan term ‘dunning’ dan moet zij laanbomen herplanten. Bovendien moet dan bosbouwkundige herplant voldoen aan eisen van de OG 2017. Herplant in lanen mag dan volgens OG 2017 slechts maximaal 10 meter vrije ruimte geven. De Handreiking kan daar mogelijk niet van afwijken.
artikel 4.4 Wnb: Vrijstellingen overig
Er lijken geen vrijstellingen van meld- en herplantlichten op houtopstanden van het Vervangingsplan mogelijk. Deze vrijstellingen zijn genoemd in artikel 4.4 lid 1 of lid 2 Wnb,
artikel 4.5 Wnb: Compensatie en ontheffing
De gemeente zal in dat geval bij het niet terugplanten van bomen, voor een groot deel daarvan ontheffing moeten aanvragen. Voor compensatie van een herplantplicht moet wel worden voldaan aan regels van OG 2017. Het Vervangingsplan zal een gedegen belangenafweging mogelijk moeten maken. De aanvraag ontheffing of compensatie wordt waarschijnlijk afgehandeld volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure afdeling 3.4 Awb.
8.2.2 Conclusie en advies Wnb par. 4.1 Houtopstanden
De gemeente zal ervan uit moeten gaan dat voor velling van in artikel 1.1 en 4.1 genoemde bomen een meld- en herplantplicht geldt. Weliswaar zijn er een aantal vrijstellingen maar naar verwachting zal de gemeente hooguit de titel ‘dunning’ af en toe kunnen gebruiken. Gezien de onduidelijke regelgeving van Provinciale staten en Gedeputeerde staten Provincie Gelderland is het aan te bevelen ruimschoots voorafgaand aan het in gang zetten van velling, overleg te plegen met de Provincie. Zodat duidelijk wordt in hoeverre de gemeente bomen moet herplanten. Herplant in lanen mag volgens de OG 2017 namelijk slechts maximaal 10 meter vrije ruimte geven. Het is onduidelijk of de gemeente hieraan kan voldoen en zoniet, of Gedeputeerde staten hierop ontheffing zal verlenen. Het kan zijn dat aan een ontheffing een compensatieplicht wordt verbonden. Ontheffing wordt verleend door middel van de uniforme uitgebreide voorbereidingsprocedure, hetgeen een langere procedure is.
Bestemmingsplan en Omgevingsverordening Gelderland 2017
Velling ten behoeve van een functie in de Groene Ontwikkelingszone zal extra compensatie van herplantplicht kunnen geven. In het bestemmingsplan Buitengebied staan veel verboden tot velling van houtopstanden. Velling van houtopstanden in houtwallen en houtsingels is vaak verboden, echter normaal onderhoud kan vrij zijn. Soms kunnen houtopstanden dus ook vallen onder een omgevingsvergunningsstelsel voor aanleg ex artikel 2.1 lid 1 onder b Wabo op grond van een bestemmingsplan. In dat geval zal velling geen omgevingsvergunningplicht voor velling ex artikel 2.2 lid 1 onder g Wabo geven. Wordt omgevingsvergunning aanleg door bevoegd gezag verleend, dan lijkt aannemelijk dat deze moet voldoen aan de regels van artikel 2.7.2.3 OG. Als voorschrift aan de omgevingsvergunning moet dan de extra compensatieplicht van de OG 2017 worden verbonden. Het zal hier ook vaak gaan om houtopstanden die onder de meld- en herplantplicht Wnb vallen. De voorschriften aan de omgevingsvergunning voor velling of aanleg lijken niet in strijd te mogen zijn met artikel 2.7.2.3 OG en voorschriften voor herplant OG 2017 in kader van Wnb of voorschriften aan ontheffingen van herplantplicht van GS. Tevens kan er samenhang zijn met noodzaak tot ontheffing/vergunning soorten/gebiedsbescherming Wnb.
BVO Winterswijk 2017
Bomen vallen vanaf 20 cm stamdiameter onder het velverbod BVO. Voor houtwallen, hakhout en bosplantsoen wordt echter geen maat in de BVO genoemd. De combinatie van velverboden en vrijstelling is in de BVO daardoor niet duidelijk. Het kan zijn dat houtwallen, hakhout en bosplantsoen in beginsel, ondanks de ondermaat van stamdiameter 20 cm in de definitie ‘boom’ en de vrijstellingen, onder een velverbod kunnen vallen. Voor het beoogde vellen van dode, wrakke en zieke houtopstanden (mits voldaan aan term ‘boom’) en de ziekte mits vastgesteld door een boomveiligheidsdeskundige en de levensverwachting minder dan 5 jaar is, kan mogelijk een beroep worden gedaan op de vrijstelling van artikel 2 lid 3 BVO. Wrakke bomen kunnen soms vallen onder dunning als hun verwijdering de overblijvende houtopstand ten goede komt en dit ook als daadwerkelijke reden voor velling ex artikel 2 lid 2 onder h BVO wordt aangevoerd. In dat geval is er een vrijstelling van het velverbod BVO. Wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot, en vruchtbomen zijn vrij te vellen. Velling in het kader van de Plantenziektenwet is vrij. De omgevingsvergunning voor aanleg geeft ook vrijstelling. In dat geval is er echter wel deze omgevingsvergunning voor aanleg nodig. Voor buiten de bebouwde kom Wnb, is er dan nog de vrijstelling van velling in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen (boom = >20 cm stamdiameter 1,3 m hoogte). Bij rijbeplanting lijkt er dus geen vrijstelling in dat opzicht te gelden voor velling van houtwallen, hakhout en bosplantsoen. Staan houtopstanden in percelen groter dan 10 are dan geldt blijkbaar wel de algemene vrijstelling. Aandacht voor het volgende: de gemeente zou er voor kunnen kiezen voor alle houtopstanden een omgevingsvergunning voor velling aan te vragen. In dat geval kan zij naar de GS echter niet meer bewijzen dat de velling er een is op grond van dunning. Want dunning is namelijk in de BVO en in de Wnb vrij uit te voeren.
Bijlage 1 Sortimentslijst
Bomen voorhet buitengebied in Winterswijk
Botanische naam
NL naam
boomgrootte in klasse
boombreedte
inheems (ogend)
Plantafstand in de rij*
bijenboom
droogte bestendig
herfstkleur
opmerkingen
Acer campestre
veldesdoorn
2
8-12
ja
8
ja
ja
geel
Acer campestre 'Elsrijk'
veldesdoorn
2
8-10
ja
8
ja
ja
geel
Acer campestre 'QueenElizabeth'
veldesdoorn
2
6-8
ja
8
ja
ja
geel
Alnus glutinosa var.barbata
zwarte els
2
8-12
ja
8
nee
nee
groen
niet algemeen verkrijgbaar, gebruik bij hooggrondwater
Alnus subcordata
witte els
2
8-12
ja
6
nee
ja
groen
Betula pendula
ruwe berk
2
5-10
ja
10
nee
ja
geel
Betula pendula 'Zwitsers Glorie'
ruwe berk
3
5-10
ja
8
nee
ja
geel?
Carpinus betulus
haagbeuk
1
10-15
ja
10
nee
redelijk
geel-bruin
Carpinus betulus 'Purpurea'
haagbeuk
2
10-15
ja
12
nee
redelijk
geel-bruin
Castaneasativa
tamme kastanje
1
15-20
ja
14
ja
ja
groen
Fagus sylvatica
beuk
1
>20
ja
15
nee
redelijk
geel-bruin
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
1
>20
ja
15
nee
redelijk
bruin-rood
Ostrya carpinifolia
hopbeuk
2
10-15
ja
10
nee
ja
geel
Populus canadensis 'Ellart'
Canadesepopulier
1
15-20
ja
15
nee
nee
geel
Populus berolinensis 'Berlin'
Siberische balsempopuli
1
15-20
ja
15
nee
redelijk
geel
Populus canadensis 'Serotina'
Canadesepopulier
1
20-25
ja
15
nee
nee
geel
Populus canescens 'De Moffart'
grijze abeel
1
15-20
ja
15
nee
ja
geel
Prunus avium
zoete kers
2
8-12
ja
10
nee
ja
geel
Prunus avium 'Landscape Bloom'
zoete kers
2
8-12
ja
8
ja
ja
geel-oranje-rood
Quercus cerris
moseik
1
15-20
ja
13
nee
ja
groen
Quercus petraea
winter eik
1
15-20
ja
13
nee
ja
groen
Quercus robur
zomer eik
1
15-20
ja
13
nee
ja
groen
Quercus rubra
Amerikaanseeik
1
>20
ja
14
nee
ja
oranje-rood- paars
Robinia pseudoacacia 'Appalachia'
valse acacia
1
8-10
nee
10
ja
ja
groen
minder windgevoelig
Robinia'pseudoacacia 'Nyirségí'
valse acacia
1
10-15
nee
10
ja
ja
groen
minder windgevoelig
Robinia pseudoacacia 'Sandraudiga'
valse acacia
1
10-15
nee
8
ja
ja
geel
minst windgevoelig
Salix alba 'Belders'
schietwilg
1
15-20
ja
10
nee
nee
groen
goede resistentie tegenwatermerkziekte
Sorbus aria
meelbes
2
5-8
nee
8
ja
ja
groen
Sorbus aria 'Lutescens'
meelbes
2
5-8
nee
8
ja
ja
geel
laat zeer vroegblad vallen
Sorbus aria 'Majestica'
meelbes
2
5-8
nee
8
ja
ja
groen
groot blad
Tilia cordata
kleinbladige linde
1
10-15
ja
10
ja
ja
geel
Tilia x europaea 'Pallida'
Hollandse linde
1
15-20
ja
12
ja
redelijk
geel
Tilia x europaea 'Zwarte Linde'
Hollandse linde
1
15-20
ja
13
ja
redelijk
geel
Tilia platyphyllos cv
grootbladige linde
1
15-20
ja
12
ja
redelijk
groen
Tilia americana 'Nova'
Amerikaanselinde
1
15-20
ja
10
ja
ja
groen
Ulmus laevis
fladder iep
1
12-14
ja
10
nee
redelijk
geel
ongewild bij iepenspintkever
Ulmus 'Nanguen' LUTECE
resistenteiep
1
10-12
ja
12
nee
ja
geel
hoog resistent
Ulmus 'New Horizon' RESISTA
Resista iep
1
8-10
ja
12
nee
ja
geel
hoog resistent
Ulmus 'Rebona' RESISTA
Resista iep
1
8-10
ja
12
nee
ja
geel
hoog resistent
* bomen raken elkaar niet of nauwelijks als ze volwassen zijn
Bijlage 2 Visiebeelden
Visiebeelden
Oude landschappen
WAL
BERM
BOSRAND
BERM: Smal
BERM: Breed
BERM: Plantafstand wisselend
BERM: Dubbele rij
BERM: Leeftijdsopbouw
BERM: Gemeng
Visiebeelden
Jonge ontginningen
BOSRAND
BERM
BERM SMAL: Eenzijdig, enkele rij
BERM BREED: Tweezijdig, enkele rij
BERM BREED: Eenzijdig, enkele rij
BERM BREED: Tweezijdig, enkele rij