Aanhef
Agendanummer: 11e.
Vergadering: 6 november 2018
De gemeenteraad van Winsum;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de:
hoofdstuk
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
1Deze verordening verstaat onder:
a) Begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Winsum:
b) Graf: een grafruimte, keldergraf daaronder begrepen, ten aanzien waarvan voor een periode van 30 achtereenvolgende jaren het uitsluitend recht tot het doen begraven van één lijk is verleend, welk recht na het verstrijken van deze termijn door het college van burgemeester en wethouders telkens voor een termijn van 10 achtereenvolgende jaren kan worden verlengd;
c) Urnengraf: een grafruimte, keldergraf en urnennis daaronder begrepen, ten aanzien waarvan voor een periode van 30 achtereenvolgende jaren het uitsluitend recht tot het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen met of zonder urn is verleend, welk recht na het verstrijken van deze termijn door het college van burgemeester en wethouders telkens voor een termijn van 10 achtereenvolgende jaren kan worden verlengd;
d) Asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
e) Urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;
f) Grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf.
2Het bijzetten van een asbus wordt voor de toepassing van deze verordening gelijk gesteld met het begraven van een lijk.
Artikel 2 Belastbaar feit
Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats en het onderhoud daarvan.
Artikel 3 Belastingplicht
De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel 4 Vrijstellingen
Deze verordening kent geen vrijstellingen.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Belastingjaar
Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld
Alle rechten zoals bedoeld in de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het gevestigde recht of de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.
Artikel 9 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten zoals bedoeld in de tarieventabel, worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving.
2In afwijking van het eerste lid kan het recht bedoeld in hoofdstuk 1, hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3In afwijking van het eerste lid kan het recht bedoeld in hoofdstuk 1, hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van de tarieventabel in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 1.500,00 doch minder is dan € 6.500,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen nagenoeg gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
4In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het recht bedoeld in hoofdstuk 1, hoofdstuk 2 en 3 van de tarieventabel via een betalingsregeling worden betaald, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
5In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het recht als bedoeld in de onderdelen 1.5, 1.6, 1.7 en 1.8 van de tarieventabel worden betaald in 10 gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een jaar later.
6De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Kwijtschelding
Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Restitutie
1De rechthebbende welke schriftelijk afstand doet ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf ontvangt daartoe geen restitutie.
2Wanneer een reservering als bedoeld in artikel 12 lid 1 van de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2015 wordt gewijzigd in grafrecht als bedoeld in artikel 14 lid 1 van de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2015, ontvangt de rechthebbende over de resterende gehele jaren van de reservering naar rato restitutie van de reserveringskosten. De basis is de som van het oorspronkelijk betaalde bedrag.
Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de lijkbezorgingsrechten.
Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel
1De “verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2017”, van 10 november 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt.
4De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.
5Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening lijkbezorgingsrechten 2019’.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Winsum in zijn openbare vergadering van 6 november 2018.
De raad voornoemd,
voorzitter,
griffier,