Titel 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 ‘begripsbepaling’
Dit artikel is uitgebreid met de begrippen ‘subsidieprogramma welzijn’ en ‘subsidieplafond’. In dit artikel worden ook de 2 subsidiesoorten genoemd die de gemeente Winsum hanteert, te weten incidentele en structurele subsidie. Het begrip ‘budgetsubsidie’ wordt niet als aparte soort benoemd, omdat dit een vorm van structurele subsidie is.
Hier volgt per subsidie een korte toelichting:
a.Incidentele subsidie is een subsidie voor de uitvoering van bepaalde activiteiten op het gebied van welzijn die het karakter hebben van een eenmalig evenement of van een nieuwe opzet of werkwijze.
In principe wordt voor eenzelfde activiteit, evenement of project maar één keer incidentele subsidie verstrekt. In een aantal specifieke gevallen (zie bijlage I specifieke subsidiecriterium 4.2 en 5.6) kan voor een activiteit maximaal twee keer een incidentele subsidie verstrekt worden.
Incidentele subsidie kan zowel aan rechtspersonen als aan natuurlijke personen verstrekt worden.
In de algemene subsidiecriteria was eerder nog sprake van de vorm ‘jubileumsubsidie’. Wij willen deze specifieke vorm van subsidie laten vervallen. Verenigingen en organisaties die een jubileum vieren en in dit kader specifieke openbaar toegankelijke activiteiten organiseren, kunnen een (algemene) incidentele subsidie aanvragen.
Incidentele subsidies kunnen het hele jaar door aangevraagd worden met behulp van het aanvraagformulier incidentele subsidie.
b.Structurele subsidie is een subsidie voor activiteiten op het gebied van welzijn die een structureel karakter dragen.
In de afgelopen jaren was de gemeente daar waar mogelijk overgegaan tot het verlenen van meerjarensubsidie. Dit met het doel om zowel bij de subsidieontvanger als de gemeente minder administratieve uren te maken. Daar de subsidieontvanger nog wel verplicht is jaarlijks gegevens te overleggen die van belang zijn voor de subsidievaststelling, zoals een jaarrekening, jaarverslag en begroting, blijkt de administratieve inzet bij zowel de subsidieontvangers als de gemeente niet lager te zijn geworden. Daarnaast is geconstateerd dat bij de subsidieontvangers tussentijds nog vaak een gewijzigde aanvraag wordt gedaan. Op basis van bovenstaande ervaringen willen wij voorstellen dat structurele subsidies niet meer voor meerdere jaren worden verstrekt, maar per jaar.
Structurele subsidie wordt in principe alleen aan rechtspersonen verleend. Dit wordt in een apart artikel geregeld, te weten artikel 2.
Structurele subsidies kunnen jaarlijks aangevraagd worden voor 1 juli voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. Dit moet met behulp van het aanvraagformulier structurele subsidie.
c.Budgetsubsidie is een structurele subsidie die op grondslag van activiteiten, producten of prestaties, waarbij het subsidiebedrag direct is gerelateerd aan een met de subsidieontvanger overeengekomen niveau van activiteiten, producten of prestaties en de daarbij behorende prioriteitsstelling. Ter uitvoering van een de subsidieverlening kan een uitvoeringsovereenkomst worden afgesloten tussen de gemeente en de instelling.
De uitvoeringsovereenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst waarin de instelling zich verplicht om de activiteiten te verrichten en de overeengekomen producten en prestaties te leveren waarvoor de subsidie is verleend.
Budgetsubsidies zullen verleend worden aan instellingen die een subsidie van meer dan € 10.000,-- per jaar ontvangen. In het huidige subsidieprogramma welzijn gaat het alleen om Museum Wierdenland en de Openbare Bibliotheek. Met Museum Wierdenland zal vanaf subsidiejaar 2008 overgegaan worden naar een budgetsubsidie. Met de Openbare Bibliotheek willen we te zijner tijd ook overgaan naar een budgetsubsidie. De vorm waarin dit precies wordt uitgewerkt zal samenhangen met de ontwikkelingen op het gebied van de bibliotheekvernieuwing, de clustervorming van bibliotheken en de wijze waarop het bibliotheekwerk haar financiële administratie in de toekomst gaat inrichten.
Met budgetsubsidies zetten we heel duidelijk in op subsidiëring van activiteiten en de resultaten hiervan. Budgetsubsidie is niet apart in de nieuwe subsidieverordening opgenomen omdat het een vorm van structurele subsidie is en derhalve aan dezelfde bepalingen moet voldoen. Wel zullen de subsidieaanvraag en de aanvraag tot subsidievaststelling aan nadere eisen moeten voldoen dan aan een reguliere structurele subsidie.
Budgetsubsidies kunnen jaarlijks aangevraagd worden voor 1 juli voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. Dit moet met behulp van het aanvraagformulier structurele subsidie.
Artikel 2 ‘rechtspersoonlijkheid’
Dit artikel is nieuw en regelt dat structurele subsidie alleen aan rechtspersonen verstrekt kan worden. Dit omwille van de zekerheid. Het tweede lid van dit artikel geeft het college echter de mogelijkheid in bepaalde gevallen hiervan af te wijken. Wij denken hierbij aan de subsidiëring van adviesraden, zoals de Ouderenraad en de Cliëntenraad Sociale Zaken.
Artikel 3 ‘reikwijdte’ (art. 2 oud)
Dit artikel is ingekort. Het tweede lid is weggelaten omdat dit al bij bepaling in de Awb is geregeld.
Artikel 4 ‘bevoegdheid’
De oude subsidieverordening bevatte geen bepaling over hoe de bevoegdheden tussen raad en college zijn geregeld. In de nieuwe subsidieverordening is daarom een artikel toegevoegd waarin de bevoegdheid wordt geregeld. Tevens is hierin vastgelegd hoe het college verantwoording aflegt aan de raad.
De bevoegdheid tot het verstrekken van subsidie ligt in beginsel bij de raad. De raad stelt de subsidieverordening en het subsidiebeleid vast en stelt bij de begroting de gelden ter beschikking die per cluster voor subsidiëring beschikbaar zijn. De besluitvorming over subsidieverstrekking gebeurt door het college binnen de door de raad vastgestelde inhoudelijke en financiële kaders. Deze verdeling van bevoegdheden past geheel in de geest van het dualisme. De raad stuurt op hoofdlijnen en het college zorgt voor de uitvoering ervan.
Het college heeft ter uitvoering van het subsidiebeleid voor de taakvelden op het gebied van welzijn (de zogenaamde clusters) specifieke subsidiecriteria vastgesteld. In deze criteria worden de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt nader bepaald en eventuele voorwaarden gesteld waaraan de subsidieverstrekking moet voldoen.
Het college stelt jaarlijks het Subsidieprogramma Welzijn vast. Hierin wordt de verdeling van subsidiegelden per cluster uiteengezet. Het omvat een overzicht van alle subsidieaanvragen in een bepaald jaar. Het Subsidieprogramma Welzijn wordt ter kennisname aan de raad aangeboden tijdens de begrotingsvergadering.
Artikel 5 ‘subsidieplafond’
In dit artikel is de mogelijkheid tot het instellen van een subsidieplafond voor incidentele subsidies opgenomen.
Het subsidieplafond is een oplossing voor die gevallen waarin een openeinderegeling niet gewenst is. De raad bepaalt per (begrotings)jaar een maximumbedrag waarbij na het bereiken daarvan geen subsidie meer wordt toegekend. Het subsidieplafond kan dus een reden zijn voor subsidieweigering.
Het subsidieplafond moet vastgesteld en bekend gemaakt worden voordat aanvragen voor dat betreffende jaar ingediend worden. Dit kan pas na vaststelling van de begroting. Op grond van onze subsidieverordening moeten echter aanvragen voor structurele subsidie ingediend worden op een tijdstip waarop de begroting nog niet is vastgesteld. Uitgaande van onze subsidieregeling is het vaststellen van subsidieplafonds voor structurele subsidies dus weinig zinvol. Het biedt alleen soelaas voor aanvragen die ingediend worden na vaststelling en bekendmaking van het subsidieplafond. Dit doet zich alleen voor bij incidentele subsidieaanvragen die tijdens het begrotingsjaar ingediend worden.
Bij het instellen van het subsidieplafond moet ook worden bepaald hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Voorgesteld wordt bij incidentele subsidies de verdeelsystematiek ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ te hanteren.
Ten aanzien van structurele subsidie blijven we het begrotingsvoorbehoud hanteren (zie artikel 14).
Artikel 6 ‘evaluatie’
Aan artikel 4:24 van de Awb werd tot nu toe geen uitvoering gegeven. In dit artikel staat “Indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, wordt ten minste eenmaal in de vijf jaren een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijke voorschrift anders is bepaald.” Dit betreft een zogenaamde gangbare regel. Dat wil zeggen, dat de gemeente de vrijheid heeft om deze anders in te vullen. Dit kan in de subsidieverordening. Aan de verplichting tot evaluatie werd tot nu toe geen gevolg gegeven. De regel was echter niet buitenwerking gesteld in de verordening.
In artikel 6 van de nieuwe subsidieverordening wordt om praktische redenen afgeweken van de Awb-bepaling. Bepaald wordt dat burgemeester en wethouders alleen zullen moeten evalueren indien de verslaglegging van de subsidieontvangers op het punt van de effecten van en de doeltreffendheid van de subsidie niet toereikend is. In de praktijk zal dit artikel van toepassing zijn op de grotere subsidieontvangers. Er wordt geen termijn voorgeschreven, omdat deze afhankelijk is van de effecten die in beeld moeten komen (soms op korte termijn, soms op langere termijn, soms periodiek).
Titel 2 Het aanvragen van subsidie
Artikel 7 t/m 11
(oud artikel 3 en 4)
In de nieuwe verordening wordt onder titel 2 per subsidievorm aangegeven welke eisen gesteld worden aan de subsidieaanvraag. Dit heeft als voordeel dat per subsidievorm een overzichtelijk beeld ontstaat over de aanvraagprocedure en de stukken die overlegd moeten worden.
Titel 3 Het verlenen van subsidie
Artikel 12 t/m 15
(oud artikel 5 t/m 8)
De bepaling uit artikel 5.1 (oud) ‘het verlenen van subsidie op het gebied van welzijn geschiedt door Burgemeester en wethouders’ is vervallen. Dit is nu geregeld in het nieuwe artikel 4.
Artikel 6 (oud) is deels vervallen. Dit is nu geregeld in artikel 11, voor wat betreft het verstrekken van gegevens bij de aanvraag en artikel 18 (nieuw), voor wat betreft het verstrekken van gegevens voor de vaststelling.
Artikel 14 (oud artikel 7) beschrijft het begrotingsvoorbehoud.
Het begrotingsvoorbehoud wordt gebruikt bij een nog niet vastgestelde of niet goedgekeurde begroting. Een begrotingsvoorbehoud geeft de bevoegdheid om op de eerdere subsidieverlening terug te komen door bijvoorbeeld de subsidies in te trekken of te wijzigen.
Titel 4 Het weigeren van subsidie
Artikel 16
(oud artikel 9 en 10)
In de oude subsidieverordening vielen artikel 9 en 10 onder deze titel. Beide artikelen bevatten bepalingen die letterlijk overgenomen zijn uit de Awb. Artikel 9 (artikel 15 (nieuw)) is blijven staan omwille van de overzichtelijkheid van het subsidieproces. Artikel 10 (oud) is uit de verordening gehaald, maar blijft wel gelden omdat het een dwingende Awb-bepaling betreft.
Titel 5 Het vaststellen van subsidie
Artikel 17 en 18
(oud artikel 11 en 12)
In deze artikelen wordt bepaald hoe de subsidie wordt vastgesteld. In de oude verordening stond dat zowel incidentele subsidie als structurele subsidie ambtshalve wordt vastgesteld. In de praktijk is dit niet het geval. Van de aanvrager wordt verwacht dat deze stukken overlegd die nodig zijn voor de vaststelling. Dat wil zeggen dat de aanvrager een aanvraag tot subsidievaststelling indient. In artikel 17 en 18 wordt bepaald hoe en wanneer dit moet gebeuren.
Daarnaast was in artikel 12 (oud) paragraaf 4.2.8.2. van de Awb onverkort van toepassing verklaard op de te overleggen gegevens voor de vaststelling van structurele subsidies. Hierdoor moesten bijvoorbeeld alle overlegde jaarrekeningen, ongeacht de hoogte van de subsidie, voorzien zijn van een accountantsverklaring. Hierdoor bleken veel subsidies onrechtmatig te zijn toegekend. In de nieuwe verordening is hier dan ook niet voor gekozen. Dit kan aangezien genoemde paragraaf van de Awb facultatief is.
Titel 6 Het intrekken en wijzigen van subsidie
Artikel 19 t/m 20
(oud artikel 13 t/m 15)
In deze artikelen zijn alleen terminologische aanpassingen aangebracht. Zo is ‘begunstigde’ en ‘rechthebbende’ gewijzigd in ‘subsidieontvanger’. Artikel 15 (oud) is verdwenen. Dit artikel had betrekking op meerjarensubsidies, welke met het nieuwe subsidiebeleid komen te vervallen.
Titel 7 Betaling en terugvordering
Artikel 22 t/m 25
(oud artikel 16 t/m 19)
In deze artikelen zijn alleen terminologische aanpassingen aangebracht. Zo is ‘begunstigde’ gewijzigd in ‘subsidieontvanger’.
Titel 8 Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 26
(oud artikel 20)
Het eerste lid van dit artikel bevat de hardheidsclausule. Aan deze bepaling is toegevoegd dat toepassing van de hardheidsclausule alleen mag plaatsvinden in bijzondere gevallen ten gunste van een subsidievrager.
Toepassing van de hardheidsclausule is bedoeld om zogenaamde ‘onbillijkheden van overwegende aard’, die zich ten aanzien van subsidievragers bij een strikte toepassing van de bepalingen van de verordening zouden voordoen, weg te nemen. De toepassing er van is niet aan enige beperking gebonden. Wel moet er op worden toegezien dat er geen precedentwerking ontstaat. Daarom moet de toepassing van de hardheidsclausule altijd goed worden onderbouwd met argumenten.