Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.begraafplaatsen: de gemeentelijke algemene begraafplaatsen in de gemeente Winsum;
b.graf: een zandgraf of keldergraf;
c.grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een lijk wordt begraven of asbussen worden bijgezet,
d.asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
e.urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;
f.particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
1het doen begraven en begraven houden van lijken;
2het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
g.algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer;
h.particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
1het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
i.algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer;
j.particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
k.verstrooiingsplaats: een plaats waar as wordt verstrooid;
l.grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf;
m.beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;
n.rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;
o.gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden.
-
Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf
1Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis.
2Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede verstaan: algemeen urnengraf.
Hoofdstuk 2. Openstelling, orde en rust op de begraafplaats
Artikel 3. Openstelling begraafplaats(en)
1De begraafplaatsen zijn voor iedereen dagelijks toegankelijk gedurende de periode tussen zonsopgang en zonsondergang.
2Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats(en) kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.
3Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats(en) niet voor het publiek geopend is (zijn), zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.
Artikel 4. Ordemaatregelen
1Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
2De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.
3Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te rijden:
a.elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;
b.sneller dan 10 km per uur.
4Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het derde lid.
5Het is niet toegestaan honden onaangelijnd mee te voeren.
Artikel 5. Plechtigheden
1Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.
2De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
Artikel 6. Opgravingen en ruimen
Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.
Hoofdstuk 3. Voorschriften voor lijkbezorging
Artikel 7. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
1Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.
2Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats, op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht en op voorwaarde van goedkeuring van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.
3Het verstrooien van as is slechts toegestaan op de daartoe aangeduide
strooiplaatsen, daarvoor is vooraf geen toestemming nodig.
Artikel 8. Over te leggen stukken
1Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.
2Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
3Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging met een periode overéénkomstig artikel 14.2. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.
4De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.
5De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.
Artikel 9. Tijden van begraven en asbezorging
1De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van 9.00 tot 15.00 uur; op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur;
2Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.
Hoofdstuk 4. Indeling en uitgifte van de graven
Artikel 10. Indeling graven en asbezorging
1Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:
a.particuliere graven en particuliere urnengraven;
b.particuliere urnennissen;
2Het aantal toegestane bijzettingen in een particulier graf, urnengraf en urnennis:
a.In een particulier graf mag één lijk en 2 asbussen met of zonder urn worden bijgezet;
b.In een urnengraf en urnennis mogen 2 asbussen met of zonder urn worden bijgezet;
Artikel 11. Aantal overledenen in algemene graven
1In een algemeen graf mag één lijk worden begraven.
2In een algemeen urnengraf en urnennis mogen twee asbussen met of zonder urn worden begraven.
Artikel 12. Volgorde van uitgifte
1De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.
2Het college kan een particulier graf toewijzen aan de levenspartner of verwante tot en met de tweede graad van een overledene anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.
Artikel 13. Categorieën
Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.
Artikel 14. Termijnen particuliere graven
1Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.
2Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
3Het college geeft de mogelijkheid, in het geval van een verlenging zoals bedoeld als in het derde lid van artikel 8, de termijn voor een particulier graf van een aansluitend begraven partner overéénkomstig te verlengen.
Artikel 15. Grafkelder
Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden.
Artikel 16. Overschrijving van verleende rechten
1Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.
2Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.
3Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.
4Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.
Artikel 17. Afstand doen van graven
De rechthebbende kan schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf en ontvangt daartoe naar rato een vergoeding. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
De grondslag van de vergoeding is de som van het betaalde recht. De vergoeding wordt niet uitgekeerd als er al een bijzetting heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 5. Grafbedekkingen
Artikel 18. Vergunning grafbedekking
1Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college.
2De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.
3Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.
4Het college kan de vergunning weigeren indien:
a.niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;
b.de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
c.de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
d.de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
Artikel 19. Onderhoud door de gemeente
Het college voorziet in het één maal per jaar schoonmaken van de urnenmuren en in de zorg voor de door de gemeente aangebrachte grafbedekking. De gemeente is niet verantwoordelijk voor gebrek aan onderhoud als gevolg van door de rechthebbenden of gebruikers geplaatste voorwerpen. De beheerder kan deze voorwerpen indien nodig geacht verplaatsen.
Artikel 20. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker
1Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.
2De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de door of in opdracht van de rechthebbende of gebruiker aangebrachte grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.
3Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
4De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
5Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.
Artikel 21. Niet-blijvende grafbeplanting
Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.
Artikel 22. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn
1De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd.
2Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend.
3Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.
Hoofdstuk 6. Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen
Artikel 23. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
1Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.
2De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.
3De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).
4Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder vergunning vragen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder vergunning vragen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.
5De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder vergunning vragen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder vergunning vragen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.
Hoofdstuk 7. In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking
Artikel 24. Lijst
1Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
2Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.
3De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.
Hoofdstuk 8. Inrichting register
Artikel 25. Voorschriften
1Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken.
2Het register wordt bijgehouden door de beheerder.
Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Artikel 26. Intrekking oude regeling
Alle eerder vastgestelde beheerverordeningen en regelingen met betrekking tot begraafplaatsen worden ingetrokken.
Artikel 27. Overgangsbepaling
1Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de eerder vastgestelde verordeningen of regelingen gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
2Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de eerder vastgestelde verordeningen of regelingen is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
Artikel 28. Strafbepaling
1Hij die handelt in strijd met het bepaalde in deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
2Overtreding van het bepaalde in deze verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Artikel 31. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van publicatie.
Artikel 32. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Winsum 2011.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 21 juni 2011
De griffier,
De voorzitter,
7Legesverordening
Legesverordening
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
1Deze verordening verstaat onder:
a.Begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Winsum:
b.Graf: een grafruimte, keldergraf daaronder begrepen, ten aanzien waarvan voor een periode van 20 achtereenvolgende jaren het uitsluitend recht tot het doen begraven van één lijk is verleend, welk recht na het verstrijken van deze termijn door het college van burgemeester en wethouders telkens voor een termijn van10 achtereenvolgende jaren kan worden verlengd;
c.Urnengraf: een grafruimte, keldergraf en urnennis daaronder begrepen, ten aanzien waarvan voor een periode van 20 achtereenvolgende jaren het uitsluitend recht tot het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen met of zonder urn is verleend, welk recht na het verstrijken van deze termijn door het college van burgemeester en wethouders telkens voor een termijn van10 achtereenvolgende jaren kan worden verlengd;
d.Asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
e.Urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;
2Het bijzetten van een asbus wordt voor de toepassing van deze verordening gelijk gesteld met het begraven van een lijk.
Artikel 2
Belastbaar feit
Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats en het onderhoud daarvan.
Artikel 3
Belastingplicht
De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel 4
Vrijstellingen
Deze verordening kent geen vrijstellingen.
Artikel 5
Maatstaf van heffing en belastingtarief
1De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6
Belastingjaar
1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7
Wijze van heffing
1.Rechten bedoeld als in de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld
Alle rechten zoals bedoeld in de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het gevestigde recht of de dienstverlening.
Artikel 9
Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten zoals bedoeld in de tarieventabel, worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving.
2De Gemeentelijke Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10
Kwijtschelding
Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11
Restitutie
1De rechthebbende welke schriftelijk afstand doet ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf ontvangt daartoe restitutie. De grondslag van de vergoeding is de som van het oorspronkelijk betaalde recht. Er vindt alleen restitutie plaats over de nog resterende gehele jaren. Dit is alleen mogelijk wanneer er nog geen bijzetting heeft plaats gevonden.
2Wanneer er op grond van artikel 8 lid 3 of artikel 14 lid 3, van de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Winsum 2011, voor het eindigen van het recht op een particulier graf een verlenging van het recht plaats vindt, ontvangt de rechthebbende over de resterende gehele jaren van de oorspronkelijke termijn restitutie. De grondslag van de vergoeding is de som van het oorspronkelijk betaalde recht.
Artikel 12
Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de lijkbezorgingsrechten.
Artikel 13
Inwerkingtreding en citeertitel
1Een eerder vastgestelde Verordening lijkbezorgingsrechten, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.
3In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt.
4De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.
5Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening lijkbezorgingsrechten 2012’.
Winsum, 21 juni 2011.
De raad voornoemd,
Voorzitter,
Griffier,
8Uitvoeringsbesluit grafbedekkingen
Uitvoeringsbesluit voor de grafbedekkingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
Deze nadere regels verstaan onder:
1grafbedekking: gedenktekens en grafbeplanting op een graf;
2gedenkteken: steen, zerk of ander monument, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;
3grafbeplanting: winterharde beplanting.
Artikel 2. Aanvraag vergunning
1Bij de schriftelijke aanvraag voor vergunning tot het hebben van een gedenkteken behoort een werktekening te worden ingediend;
2Op deze werktekening dienen ten minste voor te komen:
a.een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;
b.de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;
c.de vermelding of de letters etc. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn;
d.de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s);
e.het materiaal van de fundering met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop.
Artikel 3. Beslissing
De beslissing op de aanvraag wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk medegedeeld.
Artikel 4. Gedenkteken
1Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort;
2De lengte en de breedte van het gedenkteken mogen die van het voor grafbedekking beschikbare oppervlak (2.00 meter x 0.90 meter) niet overschrijden;
3De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden;
4Bij de plaatsing dienen de aanwijzingen van de beheerder te worden gevolgd.
Artikel 5. Losse bloemen en planten
Op een graf kunnen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst. Het is toegestaan op een graf losse bloemen te leggen. Op een graf mogen eenjarige gewassen worden geplant.
Artikel 6. Winterharde gewassen
1Bomen zijn niet toegestaan als grafbeplanting. De toegestane winterharde gewassen mogen bij volle wasdom de voor grafbedekking beschikbare oppervlakte (2.00 meter x 0.90 meter) niet overschrijden of moeten door snoeien binnen de oppervlakte worden gehouden;
2Bij het planten dienen de aanwijzingen van de beheerder te worden gevolgd.
Artikel 7. Slotbepalingen
1Deze nadere regels treden in werking op 1 juli 2011
2Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: Regels grafbedekkingen 2011.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van burgemeester en wethouders van 10 mei 2011,
De secretaris,
De voorzitter,
Bijlage 1 toekenning lasten en baten
Bijlage 2 specificatie lasten
Bijlage 3 opbrengsten