In dit onderdeel wordt een beknopt overzicht gegeven van de huidige situatie in de gemeenten gerelateerd aan de wet OKE
4. VVE- VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE
4.1 Visie
Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) is een belangrijk middel in het bestrijden van ontwikkelingsachterstanden/onderwijsachterstanden. Voorschoolse educatie wordt aangeboden door voorschoolse voorzieningen en vroegschoolse educatie vindt plaats in groep 1 en 2 van de basisscholen. VVE is een belangrijke invalshoek om te werken aan achterstandsbestrijding bij kinderen, maar vooral ook een goede stimulering van de ontwikkeling bij alle kinderen. Deelname aan een VVE programma vergroot de ontwikkelingskansen van een kind. Kinderen worden spelenderwijs gestimuleerd in hun taalontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en motorische ontwikkeling. Waarbij het tevens van belang is dat het programma door loopt tot in de basisschool. Voor kinderen uit achterstandssituaties is het stimuleren van hun ontwikkeling op jonge leeftijd eigenlijk een voorwaarde om hen een faire kans te geven op een passende plek in de samenleving, waar hun talenten tot hun recht komen.
De gemeente streeft naar een 100% dekkend VVE aanbod, zodat alle kinderen met een taal-/ontwikkelingsachterstand kunnen deelnemen aan een VVE programma, ofwel in een peuterspeelzaal ofwel in de kinderopvang. Hierdoor kunnen (taal)achterstanden zoveel mogelijk positief beïnvloed worden en kan een kind een goede start maken op de basisschool.
Doelgroep definitie, toeleiding en monitoring
Om te kunnen bepalen welke kinderen VVE nodig hebben is een doelgroepdefinitie noodzakelijk. De gemeente is verantwoordelijk voor de doelgroepbepaling en wil daarbij de organisaties voor peuterspeelzalen en kinderopvang, de Jeugdgezondheidszorg en onderwijs betrekken. De gemeente wil gezamenlijk criteria opstellen op grond waarvan een doelgroepkind in aanmerking komt voor deelname aan het VVE aanbod. De gewichtenregeling * van het basisonderwijs, ontwikkelingsachterstanden, naast andere factoren die de ontwikkeling van een kind negatief beïnvloeden, kunnen hier bepalend zijn. Vroegtijdig signaleren en registreren door de Jeugdgezondheidszorg en de voorschoolse voorzieningen is een middel om aantal, bereik en deelname van doelgroepkinderen te monitoren in de gemeente. Om het bereik te verhogen nar 100% is het van belang ouders van de doelgroepkinderen actief te benaderen. Het is van belang ouders door middel van goede voorlichting te motiveren/te overtuigen van het belang van deelname.
In het kader van een zo groot mogelijk bereik van de gewichtenkinderen en overige doelgroepkinderen en hen toeleiden naar het VVE aanbod wil de gemeente zicht verkrijgen op:
-het aantal gewichtkinderen;
-het aantal overige doelgroepkinderen in de gemeente;
-kernen waar de gewichtenkinderen en overige doelgroepkinderen voorkomen en het aantal per dorpskern;
-het bereik van de gewichtenkinderen en de overige doelgroepkinderen door de voorschoolse voorzieningen;
-het aantal gewichtenkinderen en overige doelgroepkinderen dat deelneemt aan een VVE programma.
Landelijke monitoring en registratie
De resultaten van VVE worden landelijk tot en met 2011 bijgehouden. De monitor wordt uigevoerd door Sardes. De gemeente zal gegevens aanleveren over het gebruik van VVE voorzieningen: aantal deelnemende kinderen, intensiteit van gebruik, de capaciteit: hoeveel voorzieningen, aantal plekken en de professionalisering van de beroepskrachten.
Het Rijk ontwikkelt op dit moment een Landelijk Register Peuterspeelzaalwerk. De gemeente is verplicht de gegevens over de peuterspeelzalen te registreren en openbaar te maken. Voor de kinderopvang bestaat al een landelijk register waarvoor de gemeente gegevens aanlevert. Kinderdagopvangvoorzieningen dienen voordat ze daadwerkelijk starten een aanvraag voor registratie te doen bij de gemeente.
VVE programma
Het programma dat uitgevoerd wordt door de voorschoolse voorzieningen dient een effectief VVE programma te zijn, in lijn met de kwaliteitseisen die zijn neergelegd in de Wet OKE en de landelijke richtlijnen betreffende effectieve VVE programma's. Wil een programma effect hebben dan dienen deze van goede kwaliteit te zijn en ook goed uitgevoerd te worden op de peuterspeelzalen, kinderopvang en in de basisscholen in groep 1 en 2 in een doorlopende ontwikkelingsstimulering. De programma's hebben vooral positieve effecten op de ontwikkeling van jonge kinderen op taal- en cognitief gebied. Niet alleen op de doelgroep, maar bij alle kinderen.
Onderzoek heeft ook uitgewezen dat de kwaliteit van opvang en educatie in de peuterspeelzalen en de kinderopvang bepalend is voor het effect van een VVE programma. Kwaliteit van de instellingen wordt mede bepaald door de competenties van de beroepskrachten. Blijvende scholing en coaching is van belang om het (VVE) kwaliteitsniveau te verbeteren dan wel op peil te houden. Minimaal 10 uren of 4 dagdelen volgen van een VVE programma zijn eveneens factoren die een rol spelen in het terugdringen van (taal)ontwikkelingsachterstanden.
Daarnaast is het van belang dat geïnvesteerd wordt in de kwaliteit van de opvoeding thuis. Het VVE programma moet ook nadrukkelijk een oudercomponent bevatten. Maar ook de Centra voor Jeugd en Gezin kunnen een bijdrage leveren aan de opvoedingsondersteuning. Evenals de bibliotheken met programma's voor kinderen en ouders.