Raadsbesluit
De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 november 2007, nr. 194
gelet op artikelen 18 van de verordening voor de Bestuurscommissie openbaar primair onderwijs te Wijk bij Duurstede
besluit:
1artikel 18 van de verordening zo te wijzigen, dat het mogelijk wordt dat de Bestuurscommissie de administratie door anderen dan ambtenaren van de gemeente laat uitvoeren;
2de gewijzigde verordening als volgt vast te stellen:
Verordening voor de bestuurscommissie openbaar primair onderwijs in Wijk bij Duurstede
Inhoudsopgave
Artikel 1 Begripsbepalingen
Artikel 2 Doel en middelen
Artikel 3 Duur en boekjaar
Artikel 4 De commissie
Artikel 5 Zittingsperiode
Artikel 6 Schorsing en ontslag
Artikel 7 Einde lidmaatschap van de commissie
Artikel 8 Taken en bevoegdheden van de commissie
Artikel 9 Taakverdeling
Artikel 10 Vergaderfrequentie
Artikel 11 Quorum
Artikel 12 Stemmen
Artikel 13 Openbaarheid van vergaderingen
Artikel 14 Geheimhouding van stukken
Artikel 15 Huishoudelijk reglement
Artikel 16 Subcommissies
Artikel 17 Financieel Statuut
Artikel 18 Ondersteuning
Artikel 19 Verantwoording
Artikel 20 Financiën en verslaglegging
Artikel 21 Schorsing en vernietiging
Artikel 22 Wijziging of intrekking van de verordening
Artikel 23 Bezwaar tegen besluit gemeente
Artikel 24 Overgangs- en slotbepalingen
Artikelen
Artikel 1 Begripsbepalingen
1In deze verordening wordt verstaan onder:
a.de raad: de gemeenteraad van de gemeente Wijk bij Duurstede;
b.de scholen: de scholen als bedoeld in de overwegingen van deze verordening.
c.de commissie: de bestuurscommissie
d.het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede.
Artikel 2 Doel en middelen
1De commissie heeft ten doel het laten geven van openbaar onderwijs aan de scholen die onder haar gezag vallen, met inachtneming van artikel 46 WPO, artikel 42 WVO, dan wel artikel 49 WEC.
2Om het doel te verwezenlijken kan de commissie gebruikmaken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn.
Artikel 3 Duur en boekjaar
1.De commissie is ingesteld voor onbepaalde tijd. 2. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar.
Artikel 4 De commissie
1De commissie bestaat uit vijf leden.
2De raad benoemt vijf leden op voordracht van de commissie.
3De commissie stelt bij reglement een procedure vast voor de voordracht als bedoeld in het voorgaande lid en zendt dit reglement ter kennisgeving aan de raad. In de procedure wordt vastgelegd dat een breed samengestelde sollicitatiecommissie de kandidaten selecteert en voordraagt. De commissie doet vervolgens de voordracht aan de raad.
4De leden van de commissie respecteren de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs.
5Personen die werkzaam zijn op één van de scholen, die door de commissie
bestuurd worden, kunnen geen lid van de commissie zijn.
6.Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van de
(Gemeenschappelijke) Medezeggenschapsraad (G)MR) van de commissie.
7Een lid van de commissie mag niet:
a.als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de commissie dan wel ten behoeve van de wederpartij van de commissie;
b.als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot
het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de commissie of
in die hoedanigheid deelnemen aan het Decentraal Georganiseerd Overleg;
c.als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot
het aangaan van overeenkomsten met de commissie als bedoeld in d;
d.rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:
· het aannemen van werk ten behoeve van de commissie;
· het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de commissie;
· het doen van leveranties aan de commissie;
· het verhuren van roerende zaken aan de commissie
· het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de commissie;
· het van de commissie onderhands verwerven van onroerende zaken of
beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;
· het onderhands huren van de commissie;
8De commissie kan zich in zijn vergaderingen door deskundigen met advies laten bijstaan.
9Indien in de commissie, om welke reden ook, één of meer commissieleden ontbreken, dan vormen de overblijvende commissieleden - met een minimum van twee - niettemin een commissie in de zin van deze verordening.
Artikel 5 Zittingsperiode
1De leden van de commissie worden voor vier jaar benoemd. De leden kunnen na afloop van hun zittingsperiode terstond, maar maximaal één maal worden herbenoemd.
2In afwijking van lid 1 worden in de eerst benoemde commissie twee leden voor twee jaar benoemd.
3In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
4Een lid van de commissie dat tussentijds is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
Artikel 6 Schorsing en ontslag
1De raad kan een lid van de commissie, dat naar zijn oordeel in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van de commissie, voor maximaal vier maanden schorsen of ontslaan.
2De commissie kan op dezelfde gronden en voor dezelfde termijn als vermeld in lid 1 een lid van de commissie schorsen, mits daartoe wordt besloten met een tweederde meerderheid van stemmen. De commissie onderwerpt het besluit onmiddellijk aan het oordeel van de raad, die zo spoedig mogelijk daarop beslist of hij de schorsing al dan niet bevestigt. De schorsing geldt dan als door de raad besloten.
3Wanneer de raad de schorsing als bedoeld in het voorgaande lid bevestigt, wordt de schorsingstermijn geacht ingegaan te zijn op het moment van het besluit van de commissie daartoe.
Artikel 7 Einde lidmaatschap van de commissie
1Het lidmaatschap van de commissie eindigt door:
a.het eindigen van de periode waarvoor een lid is benoemd;
b.verklaring in staat van faillissement;
c.verlening van surseance van betaling;
d.onder curatele stelling;
e.ontslag;
f.opzegging;
g.overlijden.
Artikel 8 Taken en bevoegdheden van de commissie
1De commissie heeft, met inachtneming van het bepaalde in artikel 156 van de Gemeentewet, alle bevoegdheden, die bij of krachtens de wet aan het bevoegd gezag van de scholen zijn toegekend, voorzover daarvan in deze verordening niet is afgeweken.
2De commissie is bevoegd tot het geven van betalingsopdrachten.
3De voorzitter en secretaris tekenen alle stukken die van de commissie uitgaan.
4Er is een managementstatuut dat de taken en bevoegdheden regelt van de
schooldirecties, de bovenschoolse directie en het bevoegd gezag.
Artikel 9 Taakverdeling
De commissie benoemt uit zijn midden een voorzitter, een secretaris/vicevoorzitter en een penningmeester.
Artikel 10 Vergaderfrequentie
1De commissie vergadert ten minste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als door de voorzitter, dan wel ten minste twee leden van de commissie nodig wordt geoordeeld.
2De voorzitter draagt er zorg voor dat de oproepingen, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste tien dagen voor de dag der vergadering aan de leden worden toegezonden. Tegelijkertijd met de oproeping draagt de voorzitter zorg voor openbare kennisgeving van de vergadering. Daarbij geeft hij aan op welke plaats de agenda en de bijbehorende stukken ter inzage liggen.
3Ieder lid van de commissie is bevoegd om ter vergadering voor te stellen een onderwerp aan de agenda toe te voegen. De commissie beslist of, en zo ja in hoeverre, aan dit voorstel gevolg wordt gegeven.
Artikel 11 Quorum
1De vergadering vindt geen doorgang indien niet ten minste drie leden aanwezig zijn.
2In geval een vergadering op grond van het eerste lid geen doorgang kan vinden, belegt de voorzitter binnen 14 dagen een nieuwe vergadering.
3Indien wegens onvoltalligheid op grond van het tweede lid een nieuwe vergadering is belegd, beraadslagen en besluiten de aanwezige leden over de onderwerpen die voor de eerste vergadering aan de orde waren gesteld, ongeacht het aantal leden dat aanwezig is.
Artikel 12 Stemmen
1De leden stemmen zonder last.
2Tenzij de verordening anders bepaalt, worden alle besluiten genomen bij meerderheid van stemmen. Een blanco uitgebrachte stem geldt als een niet uitgebrachte stem.
3Over personen wordt schriftelijk gestemd, over zaken mondeling.
4Indien de stemmen staken bij een stemming, niet een benoeming betreffende, wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien bij herstemming de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
5Wordt bij stemming over personen, een benoeming betreffende, de vereiste meerderheid niet verkregen, dan vindt herstemming plaats tussen de personen die de meeste stemmen op zich verenigd hebben. Indien bij deze stemming de stemmen opnieuw staken, dan beslist terstond het lot.
Artikel 13 Openbaarheid van vergaderingen
1De vergaderingen van de commissie zijn openbaar.
2De vergadering worden besloten gehouden, wanneer ten minste een vijfde van het
aantal aanwezige leden hierom vraagt of wanneer de voorzitter dit nodig acht.
3.De commissie beslist vervolgens op grond van de aard van de aan de orde zijnde
aangelegenheid of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
4.Vergaderen met gesloten deuren kan uitsluitend geschieden indien het belang van
de openbaarheid niet opweegt tegen:
· het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
· de economische of financiële belangen van de commissie;
· het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling
voor bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of
rechtspersonen dan wel voor derden.
5.Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de commissie anders beslist.
Artikel 14 Geheimhouding van stukken
1De commissie kan omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan haar zijn of worden voorgelegd, geheimhouding opleggen.
2De ingevolge het voorgaande lid opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling tegenwoordig waren, alsmede door degenen, die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat de commissie de geheimhouding opheft.
3De voorzitter kan omtrent de inhoud van stukken in het voorgaande lid voorlopige geheimhouding opleggen. De verplichting tot voorlopige geheimhouding vervalt, indien zij niet in de eerstvolgende vergadering, waarin meer dan de helft van de zittende leden tegenwoordig is, door de commissie wordt bekrachtigd.
4Indien leden van de raad om inzage vragen in stukken omtrent welke de commissie geheimhouding heeft opgelegd, wordt dit slechts geweigerd voorzover deze inzage in strijd is met het openbaar belang.
Artikel 15 Huishoudelijk reglement
1Alle zaken betreffende de interne aangelegenheden van de commissie worden geregeld bij huishoudelijk reglement.
2Het huishoudelijk reglement mag geen bepalingen bevatten in strijd met deze verordening.
Artikel 16 Subcommissies
1De commissie kan al dan niet uit haar midden subcommissies benoemen, die onder verantwoordelijkheid van de commissie belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de commissie behoren. Een subcommissie is verantwoording verschuldigd aan de commissie.
2Het huishoudelijk reglement bevat regels voor de werkwijze en samenstelling van de subcommissies.
Artikel 17 Financieel Statuut
1De commissie en het college stellen in overleg een Financieel Statuut vast dat regels bevat over het door de commissie te voeren financieel beleid en beheer en over de relatie tussen de commissie en de gemeente betreffende dit financieel beleid en beheer.
2Het Financieel Statuut voorziet in ieder geval in een regeling omtrent:
a.De inhoud en opstelling van een beginbalans;
b.De organisatie en bekostiging van de ondersteuning op het terrein van de
administratie, het beheer en bestuur;
c.De procedure voor de vaststelling van de begroting en rekening;
d.De verantwoording van het gevoerde beleid door de commissie aan het gemeentebestuur;
e.Een geschillenregeling betreffende uitleg en toepassing van het financieel statuut.
3De commissie en het college kunnen voorstellen het vastgestelde Financieel Statuut te wijzigen. Elke wijziging van het Financieel Statuut behoeft de instemming van de commissie en het college.
Artikel 18 Ondersteuning
De volgende ondersteunende werkzaamheden worden door ambtenaren van de gemeente uitgevoerd: de ondersteuning van het bestuur en de algemeen directeur op het gebied van algemeen en personeelsbeleid, de personeelsadministratie en het onderhoud en beheer van de schoolgebouwen.*
Artikel 19 Verantwoording
1.De commissie brengt jaarlijks aan de raad verslag uit omtrent haar werkzaamheden. In dit verslag wordt in ieder geval aandacht geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. *
Artikel 20 Financiën en verslaglegging
1.De commissie biedt jaarlijks vóór 1 juli het college een ontwerpbegroting met toelichting aan en vóór 1 april een ontwerpjaarrekening met toelichting. Deze worden vervolgens ter vaststelling voorgelegd aan de raad. *
Artikel 21 Schorsing en vernietiging
1Het college schorst een besluit van de commissie, dat naar zijn oordeel in strijd is met de wet of het algemeen belang. Alvorens het schorsingsbesluit te nemen hoort het college de commissie.
2Het college draagt een besluit van de commissie, dat is geschorst, met redenen omkleed ter vernietiging voor aan de raad.
3De raad neemt een met redenen omkleed besluit en regelt zo nodig de gevolgen van zijn beslissing.
4Indien de raad besluit tot vernietiging van het geschorste besluit van de commissie, dan deelt het college dit onverwijld schriftelijk aan de commissie mede.
5In het geval van vernietiging neemt de commissie binnen een maand na ontvangst van de in het vierde lid van dit artikel bedoelde mededeling een nieuw besluit met inachtneming van het besluit van de raad.
6Indien de raad besluit het geschorste besluit van de commissie niet te vernietigen, dan vervalt de schorsing van rechtswege.
Artikel 22 Wijziging of intrekking van de verordening
1De commissie kan een verzoek tot wijziging of intrekking van deze verordening indienen bij de raad.
2De raad kan de verordening te allen tijde wijzigen of intrekken. De raad kan niet daartoe overgaan dan na overleg met de commissie.
Artikel 23 Bezwaar tegen besluit gemeente
1.De bepalingen inzake bezwaar van de Algemene Wet Bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing voorzover het besluiten van de raad of het college betreft, waardoor de commissie rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen.
Artikel 24 Overgangs- en slotbepalingen
1De voordracht door de commissie als bedoeld in artikel 4, tweede lid van deze verordening vindt voor de benoeming van de eerste commissie plaats door het college.
2De vaststelling van het Financieel Statuut als bedoeld in artikel 17, eerste en derde
lid van deze verordening, vindt de eerste keer plaats door het college.
2.De commissie neemt totdat zij anders besluit de lopende verplichtingen ten
aanzien van verslaglegging en beleidsplannen over.
3Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.
4Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Bestuurscommissie
Openbaar Onderwijs.
* Deze punten worden verder uitgewerkt in het Financieel Statuut.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 december 2007
De raad voornoemd,
griffier, voorzitter,