hoofdstuk
Artikel 1
Belastbaar feit
Onder de naam “marktgeld” wordt een recht geheven voor het innemen van een standplaats op voor de openbare dienst bestemde als markten door burgemeester en wethouders aan te wijzen plaatsen.
Artikel 2
Belastingplicht
1Het marktgeld wordt geheven van de standplaatshouder.
2Als standplaatshouder wordt aangemerkt een ieder aan wie door het bevoegd gezag is toegestaan om gedurende een markt een standplaats in te nemen.
Artikel 3
Maatstaf van heffing, belastingtarief
Het marktgeld bedraagt per dag of gedeelte daarvan voor:
1het innemen van een standplaats door een verkoopwagen of soortgelijk voertuig
groter dan 5 meter in werkopstelling: € 20,95
2het innemen van een standplaats door een verkoopwagen of soortgelijk voertuig kleiner
dan 5 meter in werkopstelling: € 16,40
3het innemen van een standplaats met een kraam of een tafel van 4,5 meter: € 14,20
4het hebben van koopwaren, uitgestald op de grond of uitgelegd: € 16,40
Artikel 4
Wijze van heffing
Het marktgeld wordt geheven door middel van een gedagtekende nota of andere schriftuur waarop het gevorderde bedrag is gemeld.