Inhoud
Tekst
Inleiding
Een bewoonbare, duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving
In regio Nijmegen willen we een bewoonbare, duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Deze wordt gevormd door alles wat je ziet, voelt en ruikt. Ter bescherming, maar ook ter benutting ervan, bestaan regels: het omgevingsrecht. Dit zijn regels op het gebied van ruimte, bouwen, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Als college van burgemeester en wethouders hebben wij de taak zorg te dragen voor de uitvoering en handhaving van een groot aantal van deze regels.
Om deze taak uit te voeren, beschikken wij over instrumenten: een stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De wet verplicht om de doelen die wij onszelf daarbij stellen en de activiteiten die wij daartoe zullen uitvoeren, vast te leggen in VTH-beleid. Met dit VTH-beleid geven wij dan ook aan wat we met onze taken beogen, wat we daarbij belangrijk vinden, hoe we onze taken uitvoeren en welke keuzes we daarin maken. Want het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van regels is voor ons geen doel op zich. We voeren deze taken uit voor een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving in regio Nijmegen.
De regio bestaat uit de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen. Hoewel de individuele gemeenten bevoegd en verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van VTH-taken, is een groot deel van de taken belegd bij Omgevingsdienst Groene Metropool. Gezamenlijk leveren we een bijdrage aan de leefomgeving in de gehele regio. Want veel zaken die je ziet, voelt en ruikt, hebben ook hun invloed buiten de gemeentegrens. We kiezen daarom voor een uniform beleid. Zo worden onze inwoners en bedrijven gelijk behandeld via gelijke procedures. We formuleren dit gezamenlijke beleid op hoofdlijnen, zodat we ook ruimte houden voor lokaal maatwerk. Zo kunnen we plaatselijk de dingen doen die nodig zijn. Onze regio is immers heel divers en dat biedt lokaal soms andere uitdagingen.
Leeswijzer
In hoofdstuk 1van dit beleid geven we weer wat onze regio kenmerkt, welke ontwikkelingen wij zien en wat de aandachtspunten zijn bij onze taakuitvoering. In hoofdstuk 2 en 3 staan voor de komende beleidsperiode onze prioriteiten, de doelen die wij nastreven en de uitgangspunten die we daarbij belangrijk vinden. In hoofdstuk 4 geven we aan hoe we onze doelen willen behalen en hoe we uitvoering geven aan de gekozen uitgangspunten en prioriteiten: onze uitvoeringsstrategieën. Ten slotte volgen in hoofdstuk 5 de kaders voor onze VTH-organisatie en de partners waarmee we samenwerken.
Bijlage 1
Gebiedskenmerken
Bijlage 2
Risicoanalyse
Bijlage 3
Sanctierichtlijn
Inleiding
De bevoegdheid tot het opleggen van een sanctie volgt uit de wet. Bij de invulling van die bevoegdheid maken wij gebruik van deze richtlijn. Dit doen wij om zoveel mogelijk uniform optreden voor onze inwoners en bedrijven te garanderen. Ook biedt dit rechtszekerheid: betrokkenen weten waar ze aan toe zijn als ze met handhaving worden geconfronteerd. Deze richtlijn is gebaseerd op de bestendige bestuurspraktijk in onze regio: de ervaring die is opgedaan met de inzet van sancties. Het is nadrukkelijk een richtlijn. De aard en/of omstandigheden van de situatie, de zwaarte van de overtreding of het gedrag van de overtreder blijft altijd leidend in de afweging een sanctie op te leggen. De inzet van een sanctie volgt pas als betrokkene na attenderen niet zelf tot beëindiging overgaat. Het is daarmee het sluitstuk van onze handhaving. Hierom is het uitgangspunt van ons beleid dan ook dat alle verschuldigde dwangsommen of de kosten van bestuursdwang daadwerkelijk worden geïnd. Het college behoudt de bevoegdheid om bij zwaarwegende belangen of bijzondere omstandigheden geheel of gedeeltelijk af te wijken.
Sancties
Conform de landelijke handhavingsstrategie kiezen we voor een passende sanctie bij iedere overtreding. In de uitvoering van onze handhavingstaak binnen het omgevingsrecht, kennen wij de volgende sancties:
› Last onder dwangsom: verplichting tot betaling van een geldsom als niet tijdig tot herstel van een met de wet strijdige situatie wordt overgegaan.
› Last onder bestuursdwang: verplichting om het uitvoeren van maatregelen te accepteren als niet tijdig tot herstel van een met de wet strijdige situatie wordt overgegaan. De uitvoering gebeurd op kosten van de overtreder. In spoedeisende gevallen kan tot uitvoering worden overgegaan zonder dat betrokkene eerst zelf een hersteltermijn is gegeven.
› Intrekken vergunning: het weghalen van de toestemming tot het (nog langer) uitvoeren van een activiteit, omdat betrokkene zich niet aan de wet of een voorschrift uit de vergunning heeft gehouden.
› Bestuurlijke boete: verplichting tot het betalen van een bestraffende geldsom vanwege een begane overtreding. Hiertegen kan worden opgekomen bij het bestuursorgaan dat de boete oplegt.
› Bestuurlijke strafbeschikking: verplichting tot het betalen van een bestraffende geldsom vanwege een begane overtreding. Hiertegen kan worden opgekomen bij het Openbaar Ministerie.
Omdat voor ons de eigen verantwoordelijkheid van betrokkene voorop staat in het voorkomen van overtredingen of herstellen van de situatie, kiezen wij in beginsel voor het opleggen van een last onder dwangsom. Zoals gezegd kan de aard en/of de omstandigheden van de situatie, de zwaarte van de overtreding of het gedrag van de overtreder om inzet van een andere sanctie vragen. Het niet tijdig beëindigen van een overtreding, recidive en spoedeisende situaties zijn in ieder geval situaties die om een andere of verzwaarde sanctie vragen. Veelal zullen wij dan overgaan tot een verdubbelde dwangsom of bestuursdwang.
Hoogte dwangsom
De hoogte van de dwangsom stemmen wij af op de ernst van de overtreding (evenredigheid) en het doel dat ermee is gediend (effectiviteit). De dwangsom moet betrokkenen prikkelen om de overtreding te beëindigen maar mag niet zodanig hoog zijn dat het als straf kan worden gezien. We kiezen daarom veelal voor een dwangsomhoogte dat iets hoger ligt dan het economisch voordeel dat met de overtreding wordt behaald. Daarmee wordt het aantrekkelijker de overtreding tijdig te beëindigen. Omdat de inzet van een sanctie het sluitstuk vormt van handhaving wanneer overtreder niet zelf tot beëindiging van de overtreding is overgegaan en de overtreding negatieve effecten heeft voor de (leef)omgeving en andere betrokken belangen, kiezen we veelal voor een dwangsom ineens. Een dwangsom per keer kan aan de orde zijn wanneer sprake is van een repeterende handeling die steeds opnieuw een overtreding vormt. Er wordt dan voor een maximaal te verbeuren bedrag gekozen die in lijn is met het dwangsombedrag ineens. De dwangsombedragen waar wij doorgaans voor kiezen, worden nader uitgewerkt in een sanctieprotocol. Zo borgen we uniform werken en behouden we de flexibiliteit voor onze uitvoering.
Hersteltermijn
Bij het opleggen van een last onder dwangsom wordt een termijn geboden waarbinnen betrokkene tot herstel kan overgaan. Doet hij dit tijdig, dan is hij geen geldbedrag verschuldigd. De termijn die wordt geboden is zo kort mogelijk gelet op de overige belangen die met het beëindigen van de overtreding zijn gemoeid. Wel moet het altijd haalbaar zijn om de overtreding binnen de termijn te kunnen beëindigen. In spoedeisende situaties, in situaties waar klaarblijkelijk gevaar dreigt van een overtreding of bij lastgevingen die strekken tot voorkoming van herhaling van een overtreding, moet altijd direct gehoor worden gegeven aan de last. In het sanctieprotocol voor onze uitvoering, worden de hersteltermijnen opgenomen waar wij doorgaans voor kiezen.