Gemeentelijke regelgeving

Besluit van de gemeenteraad van Wierden over vaststelling van de gewijzigde Verordening toeristenbelasting 2026.

Gemeente Wierden · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

De raad, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 april 2026.

Artikel 1.

Voorwerp van de belasting; belastbaar feit.

Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam toeristenbelasting een directe belasting geheven.

Artikel 2.

Begripsomschrijvingen.

Deze verordening verstaat onder:

a.vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronder-

komens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en

andere recreatieve doeleinden;

b.mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en

soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel

gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;

c.niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan,

niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak zijn

bestemd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde

perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur worden aangeboden;

d.vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een

seizoen of een jaar plaatsen van hetzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.

Artikel 3.

Belastingplicht.

1Belastingplichtig is degene die gelegenheid geeft tot verblijf als bedoeld in artikel 1 in hem ter

beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen.

2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van

wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

3Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is

belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 verblijf houdt.

Artikel 4.

Vrijstellingen.

De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf door degene, die;

a.als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van

gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; als bedoeld in artikel 4

van de Wet toetreding zorgaanbieders.

b.verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter

beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd.

Artikel 5.

Belastinggrondslag.

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.

Artikel 6.

Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing.

1Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:

a.vakantie-onderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op het aantal

slaapplaatsen;

b.mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op:

2,4 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt;

3,6 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt;

c.mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen bepaald op de som van het aantal

kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van maximaal drie personen, vermenigvuldigd

met 2,4 en het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van meer dan drie

personen, vermenigvuldigd met 3,6.

2Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt:

a.ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde

ruimten dan wel op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt

mogen worden gedurende een periode van: ten hoogste :

•drie maanden bepaald op 30;

•meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 45;

•meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 56;

•meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 70.

Artikel 7.

Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing.

In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van de heffing vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.

Artikel 8.

Belastingtarief.

Het tarief bedraagt per overnachting € 1,45.

Artikel 9.

Belastingjaar.

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10.

Wijze van heffing.

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 11.

Aanslaggrens.

Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan 50 bedraagt.

Artikel 12.

Termijnen van betaling.

1De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de

laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is

vermeld en de tweede twee maanden later.

2Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990

met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid

van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13.

Aanmeldingsplicht.

De belastingplichtige bedoelt in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

Artikel 14.

Inwerkingtreding en citeerartikel.

1De “Verordening toeristenbelasting 2026 gemeente Wierden”, vastgesteld bij raadsbesluit van 9 december 2025, Zaak 598856, documentnummer 598983 wordt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026 ingetrokken.

2Deze verordening treedt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 in werking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening kan worden aangehaald als “Gewijzigde verordening toeristenbelasting 2026 gemeente Wierden”.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wierden d.d. 19 mei 2026

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.