Gemeentelijke regelgeving

Treasurystatuut 2011

Gemeente Weststellingwerf · geldt sinds 1 juli 2011

Aanhef

Bijlage 2f.

Nummer: 2011-4972/intern

Burgemeester en wethouders van de gemeente Weststellingwerf,

gelet op artikel 14 van de Financiële verordening gemeente Weststellingwerf, artikel 212 van de Gemeentewet en de Wet financiering decentrale overheden;

besluiten vast te stellen het navolgende

Treasurystatuut gemeente Weststellingwerf 2011

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Begrippenkader

In dit statuut wordt verstaan onder:

Begrotingstotaal

De totale lasten op de begroting;

Derivaten

Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico's te sturen en financieringskosten te minimaliseren;

Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;

Geldstromenbeheer

Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);

Kasgeldlimiet

Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar;

Koersrisico

Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

Kredietrisico

De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;

Liquiditeitenbeheer

Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;

Liquiditeitenplanning

Een planning waarin de inkomende en uitgaande kasstromen periodiek gemonitord en geprognosticeerd worden om inzicht te verkrijgen in het verloop ervan. Zo kan tijdig worden ingespeeld op een (verwacht) tekort of overschot van liquiditeiten;

Liquiditeitsrisico

De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

Rating

De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;

Renterisico

Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;

Renterisiconorm

Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van begrotingstotaal van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden;

Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van de door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

Rentevisie

Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;

Saldobeheer

Het beheren van de dagelijkse saldi op de rekeningen;

Solvabiliteitsratio van 0%

Status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend;

Treasuryfunctie

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat met name uit de volgende deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer;

Uitzetting

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of korter. Langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer;

Valutarisico

Het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment;

EMU-saldo

De referentiewaarde voor het vorderingensaldo van de overheid zoals vastgelegd in artikel 104C en Protocol nr. 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Artikel 2 Doelstellingen van de treasuryfunctie

De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:

1Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

2Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;

3Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

4Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

Hoofdstuk II Risicobeheer

Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer

1Het verstrekken van leningen en garanties wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak;

2Het verstrekken van leningen en garanties kan slechts geschieden nadat de gemeenteraad hierover is gehoord;

3Aan het verstrekken van leningen en garanties kunnen nadere voorwaarden worden verbonden;

4De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent (voorzichtig en verstandig) karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;

5Het gebruik van derivaten is alleen in de uiterste noodzaak toegestaan; derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van financiële risico’s;

6Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van obligaties is onder voorwaarden toegestaan. Uitgangspunt moet zijn een belegging in staatsobligaties of bij instellingen die voldoen aan de eisen die worden gesteld in de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) zoals ministerieel vastgelegd op grond van artikel 2, lid 2, van de Wet fido.

Artikel 4 Renterisicobeheer

1De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido;

2De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido;

3Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning;

4De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en rentevisie;

5Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente tevens naar een spreiding in de rentetypische looptijden van de uitzettingen.

Artikel 5 Koersrisicobeheer

1De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito’s, commercial paper (CP), certificates of deposit (CD), obligaties, kasgeld, medium term notes (MTN) en garantieproducten die tenminste 100% van de hoofdsom plus een aanvaardbaar rendement uitkeren;

2Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning.

Artikel 6 Kredietrisicobeheer

Bij het uitzetten van middelen gelden de volgende uitgangspunten:

1Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij:

a.instellingen, voor wiens waardepapier een solvabiliteitsratio van 0% geldt;

b.financiële instellingen die voldoen aan de eisen die worden gesteld in de Ruddo zoals ministerieel vastgesteld op grond van artikel 2, lid 2, van de Wet fido;

2Teneinde kredietrisico’s te spreiden wordt maximaal een bedrag ter grootte van 8,5% van het begrotingstotaal bij één individuele tegenpartij zowel voor een looptijd korter dan één jaar als een looptijd langer dan één jaar uitgezet;

4Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden, indien mogelijk, zekerheden of garanties geëist.

Artikel 7 Liquiditeitsrisicobeheer

De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal vier jaar.

Artikel 8 Valutarisicobeheer

Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen aan te gaan, te verstrekken of te garanderen in de Europese geldeenheid, de euro.

Hoofdstuk III Gemeentefinanciering

Artikel 9 Financiering

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

1Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;

2Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren;

3Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: onderhandse leningen, Commercial Paper(CP) en Medium Term Notes (MTN);

4De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen voordat een financiering wordt aangetrokken;

5Het aantrekken van financieringen met het oogmerk om deze winstgevend weg te zetten, is niet toegestaan;

Afwijkingen van bovenstaande punten dienen door het college te worden besloten.

Artikel 10 Langlopende uitzettingen

Het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 6, 7 en 8 genoemde voorwaarden;

Artikel 11 Relatiebeheer

De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:

1Bankrelaties en hun bancaire condities worden tenminste eens in de vier jaar beoordeeld;

2Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6;

3Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands toezicht te vallen, zoals de Nederlandse Bank en de Verzekeringskamer;

4Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

Hoofdstuk IV Kasbeheer

Artikel 12 Geldstromenbeheer

Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt:

1Het liquiditeitsgebruik beperkt door geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeiten-planning af te stemmen. Hierbij wordt er op toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat betalingsverplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen;

2Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.

Artikel 13 Saldo- en liquiditeitenbeheer

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

1De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit (gecombineerde renteberekeningen van meerdere bankrekeningen om de rentekosten te minimaliseren en de rentebaten te maximaliseren) bij de bank met de gunstigste condities;

2Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt - conform artikel 4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden;

3Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant;

4Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening courant, daggeld, kasgeld, spaarrekeningen, deposito’s, commercial papers en certificates of deposit;

5Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan met inachtneming van de geformuleerde maximumbedragen;

Hoofdstuk V Administratieve organisatie en interne beheersing

Artikel 14 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne beheersing

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne beheersing:

1De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd in artikel 15 en 16 van dit statuut;

2Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd;

3Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden;

4iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (vier ogen principe);

5de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;

6de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen;

7Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;

Artikel 15 Verantwoordelijkheden

De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.

Functie

Verantwoordelijkheden

Gemeenteraad

Stelt, samen met de begroting, de paragraaf Financiering vast;Stelt, samen met de jaarrekening, de paragraaf Financiering vast.

College van B&W

Stelt het treasurystatuut vast;Is verantwoordelijk voor het treasurybeleid;Is verantwoordelijk voor het betalingsverkeer.

Hoofd afdeling Middelen

Is integraal verantwoordelijk voor de feitelijke uitvoering van het treasurybeleid en het betalingsverkeer;Is op basis van mandaat verantwoordelijk voor de treasuryfunctie;Is verantwoordelijk voor de inrichting van de treasuryfunctie.

Beleidsmedewerker P&C

Voert de control op de treasuryfunctie.

Coördinator Financiën

Is budgetverantwoordelijk voor de kostenplaats rente en financiering;Is verantwoordelijk voor de feitelijke uitvoering van het treasuryfunctie;Is verantwoordelijk voor het opstellen van het treasurystatuut en de paragraaf Financiering.

Medewerker Treasury

Geeft invulling aan de feitelijke uitvoering van de treasuryfunctie;Stelt het treasurystatuut en de paragraaf Financiering op.

Administrateur

Is verantwoordelijk voor de feitelijke inrichting en uitvoering van het betalingsverkeer.

De externe accountant

Adviseert en controleert in het kader van haar reguliere controletaak omtrent de feitelijke naleving van het treasurystatuut.

Artikel 16 Bevoegdheden

In onderstaande tabel staan de bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering.

Treasuryactiviteiten

Bevoegd functionaris

(1e handtekening)

Autorisatie door

(2e handtekening)

Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer

Het uitzetten van middelen via kasgeld, deposito en spaarrekening

Medewerker treasury

Coördinator Financiën

Het aantrekken van middelen via kasgeld

Medewerker treasury

Coördinator Financiën

Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen

Kassier

Gemachtigde

Bankrelatiebeheer

Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen

Medewerker treasury

Coördinator Financiën

Bankcondities en tarieven bespreken en afsluiten van contracten

Medewerker treasury

Coördinator Financiën

Risicobeheer

Het afsluiten van derivatentransacties

Coördinator Financiën

College van B&W

Financiering en uitzetting

Het vaststellen van kredietfaciliteiten

Medewerker treasury

Coördinator Financiën

Het aantrekken van middelen via onderhandse leningen en MTN's

Medewerker treasury

Coördinator Financiën

Het uitzetten van middelen via (staats)obligaties, MTN's, CP's, CD's, onderhandse geldleningen

Medewerker treasury

Coördinator Financiën

Het beleggen van middelen in garantieproducten

Medewerker treasury in overleg met Coördinator Financiën

College van B&W

Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak

Medewerker treasury in overleg met Coördinator Financiën

College van B&W

Het garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak

Medewerker treasury in overleg met Coördinator Financiën

College van B&W

Artikel 17 Informatievoorziening

Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:

Informatie

Frequentie

Informatie-verstrekker

Informatie-ontvanger

1Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitenplanning

Maandelijks/

incidenteel

Afdelingshoofden

Medewerker treasury

2Liquiditeitenplanning

Halfjaarlijks

Medewerker treasury

Coördinator Financiën

3Beleidsplannen treasury in paragraaf Financiering van de begroting

Jaarlijks

Medewerker treasury

Gemeenteraad

4Evaluatie treasuryactiviteiten in paragraaf Financiering van de jaarrekening

Jaarlijks

Medewerker treasury

Gemeenteraad

5Voortgang onderdelen paragraaf Financiering via voor- en najaarsrapportage

Halfjaarlijks

Medewerker treasury

Gemeenteraad

6Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art. 8 Wet fido

Kwartaal

Financiële administratie

Derden

Hoofdstuk VI Slotbepalingen

Artikel 18 Hardheidsclausule

In gevallen waarin dit statuut niet voorziet besluiten burgemeester en wethouders, gehoord de zienswijze van de raad.

Artikel 19 Inwerkingtreding en citeertitel

1Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van 1 juli 2011.

2Dit statuut wordt aangehaald als: “Treasurystatuut gemeente Weststellingwerf 2011”.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van Weststellingwerf op 11 mei 2011.

de secretaris, de burgemeester,

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.