Gemeentelijke regelgeving

Regeling Klokkenluiders gemeente Weststellingwerf 2004

Gemeente Weststellingwerf · geldt sinds 1 januari 2004

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weststellingwerf;gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Weststellingwerf,gelet op het instemmende besluit van de Ondernemingsraad dd. 6 juni 2005;BESLUITvast te stellen de navolgende verordeningRegeling Klokkenluiders gemeente Weststellingwerf 2004

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:- ambtenaar: de ambtenaar bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a en artikel 1:2, onderdeel a; d; e en f van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente ..- vertrouwenspersoon: de functionaris die als zodanig door het college is aangewezen.- meldpunt: een externe commissie of persoon die als zodanig door het college is aangewezen;- vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot de gemeentelijke organisatie waar de ambtenaar werkzaam is omtrent:

a.een strafbaar feit;

b.een schending van regelgeving of beleidsregels;

c.het misleiden van justitie;

d.een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu, of

e.het bewust achterhouden van informatie over deze feiten.

Interne procedure

Artikel 2 Interne melding

1De ambtenaar die een vermoeden van een misstand wil melden, doet dit bij zijn direct leidinggevende, diens leidinggevende of de vertrouwenspersoon.

2De ambtenaar kan de vertrouwenspersoon verzoeken zijn identiteit bij het college niet bekend te maken. De ambtenaar kan dit verzoek te allen tijde herroepen.

3De leidinggevende dan wel de vertrouwenspersoon draagt er zorg voor dat het college onverwijld op de hoogte wordt gesteld van een gemeld vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding ontvangen is.

4Naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand stelt het college onverwijld een onderzoek in.

5Het college zendt aan de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon die een vermoeden van een misstand heeft gemeld, een ontvangstbevestiging. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en het moment waarop de ambtenaar het vermoeden aan de leidinggevende of de vertrouwenspersoon heeft gemeld.

Artikel 3 Standpunt

1Het college stelt de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon, binnen zes weken schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand.

2Indien het standpunt niet binnen zes weken kan worden gegeven, kan het college de afhandeling voor ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon hiervan schriftelijk in kennis.Externe procedure

Artikel 4 Het meldpunt

1Het college wijst een of meer personen aan die het meldpunt vormt of vormen.

2Het meldpunt heeft tot taak een door de ambtenaar gemeld vermoeden van een misstand te onderzoeken en het college daaromtrent te adviseren.

3Indien het meldpunt uit meerdere personen bestaat, is dit altijd een oneven aantal, inclusief de voorzitter. Tevens kunnen in dat geval een secretaris, een plaatsvervangend voorzitter en andere plaatsvervangende leden worden benoemd. Zij beslissen bij gewone meerderheid van stemmen.

Artikel 5 Melding bij het meldpunt

1De ambtenaar kan het vermoeden van een misstand binnen redelijke termijn melden bij het meldpunt, indien:

a.hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel 3;

b.hij geen standpunt ontvangen heeft binnen de termijnen bedoeld in artikel 3.

2De ambtenaar kan het meldpunt verzoeken zijn identiteit niet bekend te maken. Hij kan dit verzoek te allen tijde herroepen.

Artikel 5a Rechtstreekse melding bij het meldpunt

In het geval zwaarwegende belangen de toepassing van de interne procedure in weg staan, kan de ambtenaar, in afwijking van de artikelen 2, 3 en 5, eerste lid, het vermoeden van een misstand rechtstreeks melden bij het meldpunt

Artikel 6 Ontvangstbevestiging en onderzoek

1Het meldpunt bevestigt de ontvangst van een melding van een vermoeden van een misstand aan de ambtenaar die het vermoeden heeft gemeld.

2Indien het meldpunt dit voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijk acht, stelt het een onderzoek in.

3Ten behoeve van het onderzoek omtrent een melding van een vermoeden van een misstand is het meldpunt bevoegd bij het college alle inlichtingen in te winnen die het voor de vorming van zijn advies nodig acht. Het college verschaft het meldpunt de gevraagde inlichtingen.

4Het meldpunt kan het onderzoek of gedeelten daarvan opdragen aan één van de leden of een deskundige.

5Wanneer de inhoud van bepaalde door het college verstrekte informatie vanwege het vertrouwelijke karakter uitsluitend ter kennisneming van het meldpunt dient te blijven, wordt dit aan het meldpunt meegedeeld. Het meldpunt beveiligt informatie met eenvertrouwelijk karakter tegen kennisneming door onbevoegden.

Artikel 7 Niet ontvankelijkheid

1Het meldpunt verklaart de melding niet ontvankelijk indien:

a.de misstand niet van voldoende gewicht is;

b.de ambtenaar de procedure bedoeld in artikel 2 niet heeft gevolgd en artikel 5a niet van toepassing is, of

c.de ambtenaar de procedure bedoeld in artikel 2 heeft gevolgd, maar de termijnen bedoeld in artikel 3 nog niet zijn verstreken.

d.de melding niet binnen redelijke termijn is geschied.

Artikel 8 Inhoudelijk advies van het meldpunt

1Indien het gemelde vermoeden van een misstand ontvankelijk is, legt het meldpunt binnen zes weken zijn bevindingen omtrent de melding van een vermoeden van een misstand neer in een advies aan het college. Het meldpunt zendt een afschrift van het advies aan de ambtenaar met inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter van de aan het meldpunt verstrekte informatie.

2Indien het advies niet binnen zes weken kan worden gegeven, wordt de termijn door het meldpunt met ten hoogste vier weken verlengd. Het meldpunt stelt het college alsmede de ambtenaar daarvan schriftelijk in kennis.

3Het advies wordt in geanonimiseerde vorm en met inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter van aan het meldpunt verstrekte informatie en de terzake geldende wettelijke bepalingen openbaar gemaakt op een wijze die het meldpunt geëigend acht, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten.

Artikel 9 Nader standpunt

1Het college stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies bedoeld in artikel 8, de ambtenaar alsmede het meldpunt, schriftelijk op de hoogte van zijn nader standpunt.

2Aan de ambtenaar die het meldpunt heeft verzocht zijn identiteit niet bekend te maken geschiedt de berichtgeving van het nader standpunt via het meldpunt.

3Een van het advies afwijkend nader standpunt wordt gemotiveerd.

Artikel 10 Jaarverslag

1Jaarlijks wordt door het meldpunt een verslag opgemaakt.

2In dat verslag wordt in geanonimiseerde zin en met inachtneming van de terzake geldende wettelijke bepalingen gemeld:

a.het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een misstand;

b.het aantal meldingen dat niet tot een onderzoek geleid heeft;

c.het aantal onderzoeken die het meldpunt heeft verricht, en

d.het aantal adviezen en de aard van de adviezen die het meldpunt heeft uitgebracht.

3Dit jaarverslag wordt aan het college en de Ondernemingsraad gestuurd en openbaar gemaakt.

Artikel 11 Intrekking en inwerkingtreding

1De regeling Klokkenluiders gemeente Weststellingwerf wordt ingetrokken.

2Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2004.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.