Aanhef
De raad van de gemeente Weststellingwerf;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;
b e s I u i t
a.De ‘Nota Grondbeleid 2025’ vast te stellen en met deze vaststelling de ‘Nota Grondbeleid 2017’ in te trekken.
SAMENVATTING
DOEL GRONDBELEID
Grondbeleid is een middel om de ruimtelijke opgaven die voortvloeien uit beleidsdoelstellingen en ambities te verwezenlijken. Het staat daarmee ten dienste van deze ruimtelijke opgaven en is dus niet leidend, maar volgend.
GRONDBELEID IN WESTSTELLINGWERF
Gemeente Weststellingwerf maakt per ruimtelijke ontwikkeling een afweging welke vorm van grondbeleid wenselijk en/of noodzakelijk is.
Indien blijkt dat de ruimtelijke ontwikkeling in belangrijke mate bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen en ambities, neemt de gemeente in beginsel een faciliterende rol aan en wordt de haalbaarheid van de ontwikkeling verder onderzocht. Op basis van het onderzoek naar de wijze waarop de ontwikkeling gerealiseerd kan worden, wordt een keuze gemaakt in de rol die de gemeente inneemt. Indien een gewenste ruimtelijke ontwikkeling vereist dat de gemeente actief grondbeleid moet voeren, zal de gemeente overgaan tot verwerving van de benodigde gronden.
Indien een ruimtelijke ontwikkeling in beperkte mate bijdraagt, wordt gekeken naar de mate van medewerking die van de gemeente wordt gevraagd. De gemeente maakt dan de afweging vanuit haar publiekrechtelijke taak en toetsende rol. Deze afweging leidt tot een faciliterende rol of het besluit tot niet meewerken aan de ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente werkt niet mee aan een ruimtelijke ontwikkeling indien deze niet bijdraagt aan de realisatie van de beleidsdoelstellingen en ambities.
VERWERVINGEN
Indien een gewenste ruimtelijke ontwikkeling vereist dat de gemeente actief grondbeleid moet voeren, zal de gemeente overgaan tot verwerving van de benodigde gronden door minnelijke verwerving. Het instrument van onteigening wordt enkel toegepast als uiterste middel. Indien nodig wordt het voorkeursrecht door de gemeente ingezet om een regierol in verwachte toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken, een positie aan de onderhandelingstafel af te dwingen én ter voorkoming van grondspeculatie.
GRONDUITGIFTE
Gronduitgifte geschiedt tegen marktconforme prijzen die jaarlijks worden vastgesteld door het college. De gronden voor sociale huurwoningen worden uitgegeven met een instandhoudingsverplichting van 25 jaar vanaf het moment van uitgifte c.q. verkoop.
ONTWIKKELINGEN FACILITEREN
In een intentieovereenkomst met de initiatiefnemer worden de afspraken vastgelegd onder welke voorwaarden de haalbaarheid van de ruimtelijke ontwikkeling wordt onderzocht. Op basis van de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek besluit het college of de ruimtelijke ontwikkeling wordt gerealiseerd en een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer wordt gesloten.
In de anterieure overeenkomst worden de randvoorwaarden van de ruimtelijke ontwikkeling vastgelegd. Uitgangspunt is dat het kostenverhaal in de anterieure overeenkomst, privaatrechtelijk, is geborgd. De kaders voor het kostenverhaal zijn vastgelegd in de Omgevingswet. De plankosten, als onderdeel van het kostenverhaal, worden bepaald met behulp van de hiervoor beschikbare plankostenscan.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt over privaatrechtelijk kostenverhaal, vindt kostenverhaal publiekrechtelijk plaats.
FINANCIEEL
Voor grondbeleid past de gemeente de geldende algemene financiële kaders toe die volgen uit het BBV en aanvullende notities van de commissie BBV, alsook aanvullende wet- en regelgeving op het gebied van belastingen, staatssteun en het kostenverhaal uit de Omgevingswet.
BIJLAGE 1: GRONDPRIJSMETHODEN
Comparatieve methode:
Comparatief betekent vergelijkenderwijs. De grondprijs wordt dus vastgesteld door te onderzoeken wat gerealiseerde grondprijzen op vergelijkbare locaties zijn. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de vergelijkbaarheid van de locatie (correcties mogelijk voor ligging en andere aspecten) en met de prijspeildatum van het vergelijkingsmateriaal. De methode is simpel te noemen en leidt tot het hanteren van marktconforme prijzen.
Residuele waarde methode:
Bij deze methode wordt een raming opgesteld van de te verwachten verkoopprijzen c.q. de marktwaarde van het te realiseren vastgoed. Tevens wordt een raming opgesteld van de kosten die gemoeid zijn met de realisatie van het betreffende vastgoed, de stichtingskosten. De residuele waarde wordt berekend door de verwachte marktwaarde van het te realiseren vastgoed te verminderen met de verwachte stichtingskosten.
Grondquote:
Met de grondquote methode wordt de grondprijs vastgesteld door een bepaald percentage van de verkoopprijs inclusief BTW van het te realiseren vastgoed als uitgangspunt voor de grondwaarde te nemen. Dit percentage wordt dan uitgedrukt als percentage van de verkoopprijs inclusief BTW.