Aanhef
Inleiding
Dit zijn de beleidsregels van 2024 van de gemeente Weststellingwerf. Ze komen voort uit de Wmo 2015 en de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Weststellingwerf 2024. De gemeente moet haar inwoners op de beste en goedkoopste manier helpen. De gemeente heeft de verplichting om maatschappelijke ondersteuning te bieden en de verantwoordelijkheid daarvoor. Maatschappelijke ondersteuning omvat, zoals in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 staat:
•Het bevorderen van sociale samenhang, mantelzorg en vrijwilligerswerk, toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, en het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld;
•Ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in hun eigen leefomgeving;
•Bieden van beschermd wonen en opvang.
De Wmo 2015 gaat ervan uit dat inwoners zelf verantwoordelijk zijn voor hoe ze hun leven organiseren en deelnemen aan de maatschappij. Ook wordt van inwoners verwacht dat ze elkaar helpen. Als inwoners niet zelfredzaam zijn of niet goed kunnen deelnemen, mogen ze een beroep doen op door de overheid georganiseerde ondersteuning. Ondersteuning moet er ook op gericht zijn dat mensen met problemen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.
Als iemand ondersteuning wil op basis van de Wmo, wordt eerst beoordeeld of die persoon tot de doelgroep van de Wmo behoort. De begrippen 'onvoldoende zelfredzaam' en 'onvoldoende in staat tot participatie' zijn uitgewerkt in de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en deze beleidsregels tot meer concrete resultaatgebieden en afwegingskaders. Deze documenten vormen de basis voor het beleid.
Resultaatvelden
Hier zijn de verschillende resultaatgebieden die worden onderscheiden:
•Het kunnen voeren van een gestructureerd huishouden;
•Het zich kunnen verplaatsen in en om de woning;
•Het kunnen wonen in een geschikt huis;
•Het zich lokaal kunnen verplaatsen;
•Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;
•Het hebben van contacten met medemensen en deelnemen aan maatschappelijke activiteiten;
•Het kunnen uitvoeren van algemeen dagelijkse levensverrichtingen (begeleiding);
•Kortdurend verblijf;
•Beschermd wonen en opvang.
De beleidsregels tonen een afwegingskader voor elke taak van de Wmo. Dit is om richtlijnen te geven voor de uitvoering en om duidelijk te maken hoe de gemeente een geschikte vorm van ondersteuning kiest. Om te bepalen wie in aanmerking komt voor ondersteuning en om te voorkomen dat ondersteuning onbeperkt toegankelijk is, zijn afwegingskaders belangrijk. Deze kaders dienen als ondersteuning tijdens het gesprek tussen de inwoner en de professional (en eventuele begeleider/cliëntondersteuner) om een oplossing op maat te vinden.
Hieronder vatten wij de algemene afwegingskader samen:
Eigen verantwoordelijkheid:
•De inwoner is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor zijn eigen leven, zelfredzaamheid en participatie, met betrokkenheid van familie en het sociale netwerk.
•De inwoner wordt aangemoedigd om zelf de regie te voeren en eigen mogelijkheden te benutten, ongeacht eventuele beperkingen, en gebruik te maken van mogelijkheden in de eigen omgeving.
Toegankelijkheid voor Iedereen:
•Elke inwoner kan zich melden met een hulpvraag, en niemand wordt uitgesloten.
•Er moet een balans zijn tussen eigen kracht, sociaal netwerk en Wmo-ondersteuning om zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te blijven.
•Eerst wordt een beroep gedaan op de eigen mogelijkheden, het sociale netwerk, gebruikelijke hulp en algemene/algemeen gebruikelijke voorzieningen, voordat de gemeente algemene en/of maatwerkvoorzieningen biedt.
Inspanning van de inwoner:
•De gemeente verwacht dat de inwoner zich maximaal inspant en bereid is stappen te zetten, ook als dit niet zijn of haar eerste keuze is.
•De inwoner wordt aangemoedigd om mee te werken aan voorgestelde oplossingen en deze te proberen. Afwijken is mogelijk, maar moet onderbouwd en gemotiveerd worden.
•Elke situatie vraagt om een individuele afweging voor de meest passende oplossing, gebaseerd op de persoonlijke situatie.
Regresrecht:
•Als een inwoner een Wmo-voorziening nodig heeft door toedoen van een derde (bijvoorbeeld een verkeersongeval of onrechtmatig handelen), kan de gemeente de kosten verhalen op de veroorzaker van de beperking. Volgens artikel 2.4.3 van de Wmo 2015.
Samenvattend:
Zelf als het kan, met ondersteuning van het netwerk indien mogelijk, algemene voorziening als dat nodig is en maatwerkvoorziening als het moet.
Begripsbepalingen
Aanbieder: Een persoon of organisatie die algemene of op maat gemaakte ondersteuning biedt.
Algemene voorzieningen: Diensten of activiteiten die zonder voorafgaand onderzoek naar behoeften, persoonlijke kenmerken en mogelijkheden van gebruikers toegankelijk zijn. Ze zijn gericht op het ondersteunen van de samenleving.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen: Voorzieningen die niet speciaal bedoeld zijn voor mensen met beperkingen. Ze zijn algemeen verkrijgbaar en niet veel duurder dan vergelijkbare producten, diensten of activiteiten.
Begeleiding: Activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving, zodat iemand zo lang mogelijk in zijn eigen omgeving kan blijven.
Beschermd wonen: Een veilige woonomgeving met begeleiding voor mensen die tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische of psychosociale problemen. Er moet een 24-uurs noodzaak zijn.
CIZ: Centrum Indicatiestelling Zorg.
Gebruikelijke hulp: Hulp die redelijkerwijs mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten, volgens algemeen aanvaarde opvattingen. Wat wij hieronder precies verstaand wordt uitgelegd in het CIZ protocol.
Huiselijke kring: Familieleden, huisgenoten, echtgenoten, voormalige echtgenoten of mantelzorgers.
Hulpmiddelen: Voorwerpen bedoeld om beperkingen in zelfredzaamheid of deelname aan de samenleving te verminderen of op te heffen.
Mantelzorg: Hulp voor zelfredzaamheid, deelname aan de samenleving, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, opvoeding van jeugdigen en zorg, voortkomend uit een bestaande sociale relatie en niet verleend als beroepsmatige hulp. Zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet.
Opvang: Onderdak en begeleiding voor personen die hun thuissituatie hebben verlaten, al dan niet vanwege veiligheidsrisico's door huiselijk geweld, en niet in staat zijn om op eigen kracht in de samenleving te blijven.
Participatie: Deelname aan het maatschappelijke leven.
PGB (persoonsgebonden budget): Een budget zoals gedefinieerd in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 artikel 1.1.1 en 2.3.5, waarmee mensen zelf hun ondersteuning kunnen regelen.
Programma van eisen: een lijst met specifieke eisen die gesteld worden aan de maatwerkvoorziening of ondersteuning.
Sociaal netwerk: Personen uit de huiselijke kring of andere mensen waarmee de inwoner een sociale relatie heeft, waaronder familieleden, huisgenoten, echtgenoten, voormalige echtgenoten of mantelzorgers.
Woningaanpassing: Bouwkundige of woon technische aanpassingen aan een woonruimte.
Zelfredzaamheid: Het vermogen om de dagelijkse levensactiviteiten uit te voeren en een georganiseerd huishouden te voeren.