Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing Westland 2026

Gemeente Westland · geldt sinds 17 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Westland;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025, met nummer 25-0172350;

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

gehoord het advies van de commissie Bestuur en Economie van 27 november 2025 en gehoord de beraadslagingen van onderhavige vergadering;

BESLUIT:

vast te stellen de:

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING WESTLAND 2026.

Artikel 1 Definitie

In deze verordening wordt verstaan onder 'gebruik maken': gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

1Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen gehe-ven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting

1Voorwerp van de belasting is een perceel.

2Als perceel wordt aangemerkt:

a.. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroe-rende zaken;

b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

c.. een gedeelte van een in onderdeel b. bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b. bedoelde roerende zaken of in onderdeel c. bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.

e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b. bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c. bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d. bedoeld samenstel.

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

1De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar: € 301,20;

2De belasting als bedoeld in onderdeel 1 bedraagt, indien het perceel op 1 januari of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,

a.. wordt gebruikt door één persoon € 301,20;

b.wordt gebruikt door twee personen € 340,08;

c.wordt gebruikt door drie personen of meer € 379,92.

3In afwijking van het tweede lid is het tarief, indien het heffingstijdvak afwijkt van het kalender-jaar, gelijk aan de som van de evenredige delen van de voor de desbetreffende kalenderjaren geldende tarieven.

4Het aantal personen, dat gebruik maakt van een perceel, wordt beoordeeld naar de situatie op het tijdstip van ontstaan van de belastingplicht. Voor de vaststelling van de gebruikssituatie is beslissend wat ter zake in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is geregi-streerd, tenzij blijkt dat de gebruikssituatie anders is.

5Indien in de loop van het belastingjaar enige wijziging optreedt in de samenstelling van het in lid 4 bedoelde aantal personen, wordt bij de berekening van de belasting hiermede geen rekening gehouden op de wijze als bedoeld in artikel 8.

6De belasting voor het op verzoek verwijderen van grove huishoudelijke afvalstoffen bedraagt per afvaldeelstroom per 3m3 of minder € 12,50.

7De belasting voor het op verzoek direct verwijderen van grove huishoudelijke afvalstoffen be-draagt per afvaldeelstroom per 3 m3 of minder € 100,00.

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

1De belasting, bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt bij wege van aanslag geheven.

2De belasting, bedoeld in artikel 5, zesde en zevende lid, wordt geheven door middel van voldoe-ning op aangifte of op andere wijze. Het gevorderde bedrag wordt mondeling of langs elektroni-sche weg, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belas-tingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belasting, bedoeld in artikel 5, eerste lid, is verschuldigd bij de aanvang van het belasting-jaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in artikel 5, eerste lid, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschul-digde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalender-maanden overblijven. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op onthef-fing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld in arti-kel 5, eerste lid, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaan-den overblijven. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.

4Bij de aanvang van de belastingplicht op de eerste van een kalendermaand is over die maand de volle belasting verschuldigd. Bij aanvang op een later tijdstip wordt over de lopende kalender-maand geen belasting geheven.

5Bij beëindiging van de belastingplicht na de eerste van een kalendermaand is over die maand de volle belasting verschuldigd.

6Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeen-te verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

7De belasting, bedoeld in artikel 5, zesde en zevende lid, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Artikel 9 Termijnen en wijze van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn één maand later.

2In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan,

€ 100,00 of meer bedraagt, maar minder of gelijk is aan € 10.000,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, met inachtneming van hetgeen is opgenomen in het vierde lid van dit artikel, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Elk van de volgende termijnen vervalt telkens één maand later op de laatste werkdag van die maand.

3Indien het totaalbedrag van het aanslagbiljet minder bedraagt dan € 100,00 gelden er twee maandelijkse incassotermijnen.

4De aanslag, bedoeld in artikel 5, zesde en zevende lid, moet worden betaald op het moment van uitreiking van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

5De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de belasting voor het op verzoek (direct) verwijderen van grove huishoudelijke afvalstoffen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht

De 'Verordening afvalstoffenheffing Westland 2025' wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeerartikel

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

3Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Afvalstoffenheffing Westland 2026’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.