Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Westland;
Gelet op het bepaalde in artikel 2.1.6.6 van de Algemene Plaatselijke Verordening Westland 2004 dat luidt:
1Het is verboden te roken in bossen, op heide- of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende de door het college aangewezen periode.
2Het is verboden in bossen, op heide- of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
3Het in het eerste en in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor zover het bepaalde in artikel 429, aanhef en onder 3° van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
4Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als tuin ingerichte, erven.
Tekst
Besluiten:
1Het gehele jaar aan te wijzen als periode waarin de verboden zoals gesteld in het eerste en tweede lid van artikel 2.1.6.6 in het gehele Westlandse duingebied gelden.