Hoofdstuk 2. VTH-beleid
2.2 Wie voeren de VTH-taken uit?
2.2.1 ODG
De gemeente Westerwolde heeft naast het verplichte basistakenpakket, ook de milieutaken ondergebracht bij de ODG. De ODG heeft dus het mandaat om namens ons milieutaken uit te voeren. Bij gecombineerde aanvragen (bijvoorbeeld bouw en milieu) blijft het casemanagement bij de gemeente, tenzij het zwaartepunt van de aanvraag op het onderdeel milieu ligt. Op dergelijke dossiers wordt nauw samengewerkt. Ook vindt er met de ODG regelmatig overleg plaats, zowel over algemene aangelegenheden als over specifieke dossiers.
2.2.2 VRG
De VRG voert, op basis van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Groningen, werkzaamheden uit op het gebied van brandweerzorg en crisisbeheersing in de provincie Groningen. De VRG werkt intensief samen met gemeenten in de provincie om veiligheid, brandveiligheid en crisisbeheersing te waarborgen. Via het Algemeen Bestuur worden veiligheidsvraagstukken besproken met externe partners zoals het Openbaar Ministerie en de politie. Onderwerpen als crisisbeheersing en huisvesting staan daarbij centraal. Daarnaast bespreken we de samenwerking met de VRG in ambtelijke overleggen met de ketenpartners en specifieke gevallen is er contact op dossierniveau.
2.2.3 RBW
De gemeente Westerwolde werkt nauw samen met de Regionale Brandweer, die onderdeel is van de Veiligheidsregio Groningen. Deze samenwerking richt zich op het waarborgen van brandveiligheid en effectieve incidentbestrijding binnen de gemeentegrenzen. De Regionale Brandweer ondersteunt de lokale brandweerposten in de gemeente Westerwolde met materieel, opleiding en expertise om een snelle en adequate respons bij calamiteiten te garanderen. Daarnaast wordt er gezamenlijk gewerkt aan preventieve maatregelen en risicobeoordelingen om de veiligheid van inwoners te verhogen.
2.2.4 GGD
De gemeente Westerwolde en de GGD Groningen werken nauw samen om de gezondheid en het welzijn van de inwoners te bevorderen. Een belangrijk initiatief is de inzet van een wijk-GGD'er, die fungeert als schakel tussen bewoners en diverse zorg- en welzijnsorganisaties. Deze professional werkt samen met coördinatoren Zorg en Veiligheid en de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (hierna: OGGz) van de gemeente om vroegtijdig signalen van onbegrepen gedrag op te vangen en passende ondersteuning te bieden.
Voor het fysieke domein zijn er afspraken gemaakt voor de samenwerking tussen de GGD en de gemeente. De afgesproken samenwerking is vastgelegd in een document van het Regionaal Platform Omgevingswet Groningen. Daarbij is afgesproken dat de GGD verantwoordelijk is voor advisering rondom gezondheidsaspecten. Bij visie, plannen en vergunningen kan de GGD meedenken.
Daarnaast is de afdeling Medische Milieukunde van de GGD bekend met onder andere gezondheidseffecten van diverse stoffen, en kan hierover adviseren. Dat kan bij de aanvraag van een vergunning, bij vragen tijdens het gebruik of in het geval er lozingen zijn geconstateerd en er sprake is van ongerustheid bij omwonenden.
2.2.5 GHOR
De VRG en de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (hierna: GHOR) werken nauw samen om de veiligheid en gezondheid tijdens evenementen in de provincie te waarborgen. De GHOR adviseert namens de Directeur Publieke Gezondheid gemeenten over gezondheidsrisico's bij evenementen. Het omvat een analyse van mogelijke gezondheidsrisico's, een capaciteitsanalyse en aanbevelingen voor maatregelen om problemen te voorkomen. GHOR adviseert naast evenementen ook in het kader van de Omgevingswet op de thema’s toegankelijkheid van zorg, zelfredzaamheid en fysieke veiligheid in relatie tot de witte keten. Daarnaast is de GHOR de geneeskundige tak van de multidisciplinaire samenwerking. Bij een ramp, crisis of groot incident moeten de slachtoffers snel en goed geholpen worden. Op dit gebied is de GHOR de spin in het web van de rampenbestrijding in de gezondheidszorg. De GHOR coördineert en regisseert de samenwerking tussen de verschillende zorginstellingen en organisaties.
2.2.6 Politie
De samenwerking tussen politie en gemeenten richt zich op het handhaven van openbare orde, veiligheid en het bestrijden van criminaliteit. De politie adviseert de gemeente onder andere over woonoverlast en het waarborgen van de veiligheid bij evenementen.
De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en werkt daarvoor nauw samen met de politie en het Openbaar Ministerie in de lokale driehoek. In de driehoek vindt afstemming plaats over de aanpak van bijvoorbeeld jeugdproblematiek. Ook werken buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s) met de politie bij handhaving van lokale regels. Preventieve acties en informatie-uitwisseling versterken de gezamenlijke inzet voor een veilige en leefbare gemeente.
2.3 Welke ontwikkelingen zijn er in het vakgebied?
2.3.1 Omgevingswet
De Omgevingswet vereenvoudigt het stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving, door tientallen wetten en honderden regels te bundelen in één nieuwe wet. De wet gaat over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en bevat regels over de ruimtelijke ordening, infrastructuur, bouwen, monumenten, milieu, natuur en brandveiligheid. Met het vernieuwen van het omgevingsrecht wil de wetgever vier verbeteringen bereiken: het vergroten van de inzichtelijkheid, het centraal stellen van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en snellere besluitvorming.
De Omgevingswet brengt ingrijpende veranderingen met zich mee, wat aanpassingen vereist in organisatiestructuren en werkprocessen. De wet legt vooral nadruk op de houding en werkwijze, en minder op de invoering van juridisch-planologische instrumenten. Het beleid richt zich op deregulering en het hanteren van doelvoorschriften. Deze grotere vrijheid vraagt echter ook om meer maatwerk en overleg, wat meer tijd kan kosten.
2.3.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Gelijktijdig met de Omgevingswet is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ingevoerd. Hoewel het college verantwoordelijk blijft voor het toezicht op de bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid, worden een hoeveelheid toezichts- en toetsingstaken overdragen aan de private kwaliteitsborger. Vooralsnog betreft dit alleen de nieuwbouw van gevolgklasse 1 bouwwerken. De kwaliteitsborger toetst of een bouwplan aan de technische regels voldoet. Het bevoegd gezag treedt - in beginsel - alleen nog op, op aangeven van de kwaliteitsborger.
2.3.3 Arbeidsmarkt
De gemeente Westerwolde heeft, net als op regionaal en landelijk niveau, te maken met een krappe arbeidsmarkt, zowel op het gebied van vergunningverlening als toezicht en handhaving. De gemeente probeert hiermee proactief om te gaan. Er worden daarom nieuwe medewerkers opgeleid op het gebied van vergunningverlening. Daarnaast wordt door tijdelijke inhuur extra kennis en capaciteit ingebracht, wat helpt om acute personeelsproblemen op te vangen. Onder andere de invoering van de Omgevingswet en het op orde brengen van de systemen, heeft ervoor gezorgd dat er extra capaciteit nodig was. Het doel is om een team met vaste medewerkers te hebben.
2.3.4 Klimaat, energie en stikstof
De gemeente staat voor grote uitdagingen door klimaatverandering, de energietransitie en de stikstofproblematiek. Warmere en drogere zomers, hevige regenval en bodemuitdroging hebben impact op natuur, landbouw, gebouwen en openbare ruimte. Tegelijk vraagt de overstap naar hernieuwbare energie, zoals vastgelegd in de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (hierna: REKS), om zorgvuldige ruimtelijke inpassing en strengere energie-eisen voor gebouwen. Daarnaast zorgt de stikstofproblematiek, versterkt door recente rechterlijke uitspraken, voor onzekerheid bij bouw- en agrarische activiteiten, met directe gevolgen voor gemeentelijk beleid en vergunningverlening.
2.3.5 Nieuwe kwaliteitscriteria 3.0
Om de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken te optimaliseren en borgen, zijn landelijk de kwaliteitscriteria in het leven geroepen. De nieuwe kwaliteitscriteria 3.0 zijn meegenomen in het uitvoeringsprogramma. Hierin, en ook in de U&HS, wordt beschreven hoe we omgaan met de kwaliteitscriteria. We verantwoorden in welke mate we voldoen aan de kwaliteitscriteria en waar we niet voldoen, leggen we dat uit.
2.3.6 Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
De inwerkingtreding van de Omgevingswet is de aanleiding voor het vaststellen van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO). De LHSO heeft een breder werkingsbereik dan zijn voorganger, de Landelijke handhavingsstrategie (hierna: LHS) uit 2014. Een deel van de taken, het basistakenpakket, moet worden uitgevoerd door de regionale omgevingsdiensten. Voor die basistaken stellen de bestuursorganen die in een omgevingsdienst deelnemen gezamenlijk handhavingsstrategie vast. De gemeente heeft in de huidige U&HS zich ook aangesloten bij de LHSO.
De kwaliteitscriteria hebben zowel betrekking op de kwaliteit van de organisatie (robuustheid van de taakuitvoering) als de kwaliteit van de medewerkers (kennis en ervaring). Voor de organisatie betekent dit dat er een sluitende beleidscyclus is, een inhoudelijke ondergrens en dat de taken belegd worden bij organisaties die continuïteit in de uitvoering kunnen garanderen. Op medewerkersniveau betekent dit o.a. dat voldoende deskundigheid en ‘vlieguren’ (frequente uitvoering) gevraagd worden om de taken adequaat uit te kunnen voeren.
2.3.7 De Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (de Wet Bibob)
De Wet Bibob helpt overheidsinstanties bij het voorkomen dat vergunningen, subsidies of aanbestedingen worden misbruikt voor criminele activiteiten. Door integriteitsonderzoek kunnen bestuursorganen beslissen om aanvragen te weigeren of bestaande besluiten in te trekken als er een risico is op criminele beïnvloeding.
2.3.8 Wetsvoorstel ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’
In de Tweede Kamer ligt het wetsvoorstel 'Wet versterking regie volkshuisvesting'. Het wetsvoorstel is ontworpen om het rijk, provincies en gemeenten meer wettelijke instrumenten te bieden voor gezamenlijke en regionale sturing op het gebied van volkshuisvesting. Als deze wet wordt vastgesteld, worden gemeenten verplicht om een urgentieregeling op te stellen in de vorm van een huisvestingsverordening, met daarin aan aantal verplichte urgentie categorieën. Urgent woningzoekenden zullen dan met voorrang op regulier woningzoekenden gehuisvest worden.
Hoofdstuk 4. Wat hebben we gedaan in 2024?
4.1 Evaluatie programma vergunningverlening APV en bijzondere wetten 2024
4.1.1 Wat hebben we gemeten in 2024
Vergunningen en meldingen APV en Bijzondere wetten
Aantal
informatieverzoeken
30
melding klein evenement
60
categorie A: een regulier evenement
70
categorie B: een evenement met verhoogde aandacht
30
categorie C: een risico-evenement
2
exploitatievergunning
15
alcoholvergunning
15
ontheffing art. 35 Alcoholwet
65
ontheffing winkeltijden
2
ontheffing kamperen buiten kampeerterrein
10
standplaatsvergunning
15
collectevergunning
10
doorlopende collectevergunning
10
verklaring van geen bezwaar
25
kennisgeving incidententele activiteit
10
vreugdevuren (paasvuur)
6
vuurstoken (snoeihout)
10
wet op de kansspelen
5
klein kansspel
20
overbrengingsvergunning (wet wapens en munitie)
1
voorwerp op of aan de weg plaatsen (2:11 APV)
5
Toezicht op APV en Bijzondere wetten
Aantal
parkeren (vergunningen, blauwe zone, gehandicapten parkeerplaatsen, wrakken)
65
overlast jeugd
150
caravans/aanhangers
30
overlast honden
15
overlast afval
50
administratieve afhandelingen
50
overig APV
50
toezicht Alcoholwet
50
vuurwerk incidenteel
20
4.2 Evaluatie programma vergunningverlening BOUW/RO 2024
4.2.1 Wat hebben we gemeten in 2024
Informatievoorziening, vergunningen en meldingen Omgevingswet
Aantal
terugbelverzoeken
1000
informatieverzoeken
150
conceptverzoeken
eerste vooroverleg
150
principeverzoek
20
bouwactiviteit (bouwtechnisch deel)
bouwkosten minder dan 200.000
70
bouwkosten 200.000 - 500.000
30
bouwkosten 500.000 - 2.000.000
10
bouwkosten 2.000.000 - of meer
2
omgevingsplanactiviteit (ruimtelijk bouwactiviteit)
bouwkosten minder dan 200.000
130
bouwkosten 200.000 - 500.000
70
bouwkosten 500.000 - 2.000.000
10
bouwkosten 2.000.000 - of meer
2
overige omgevingsvergunningen
omgevingsplanactiviteit kappen
130
omgevingsplanactiviteit uitweg/uitrit
30
omgevingsplanactiviteit aanlegactiviteiten
10
slopen van een bouwwerk
2
omgevingsplanactiviteit wijzigingen rijksmonumenten
5
omgevingsplanactiviteit wijzigingen monumenten
0
meldingen
gebruiksmelding (brandveilig gebruik)
14
bouwmelding Wkb
20
melding mba's
100
informatieplichten
20
melding verwijdering asbest (particulieren 35m2)
190
sloopmelding (meer dan 10 kub en/of asbest)
100
Toezicht op verleende omgevingsvergunningen Omgevingswet
Aantal
controles I in het kader van handhavings(verzoeken)
50
(Ambtshalve) controles (o.a. klachten, eigen constatering en projecten)
70
controles in het kader van omgevingsvergunningen (ruimtelijk)
212
controles in het kader van intrekkingen
50
controles in het kader van omgevingsvergunningen (bouwtechnisch)
112
controles bij bouwmeldingen en gereedmelding - WKB
12
controles in het kader van brandveiligheid
15
toezicht op Wet goed verhuurderschap
3
toezicht op erfgoed
10
toezicht op Rotte Kiezen
controles voor BAG en WOZ
30
toezicht BBL exploitatievergunning
15
toezicht inrichtingseisen alcoholwet
15
toezicht op kapvergunningen met herplantplicht
75
toezicht inritvergunningen en aanlegvergunningen
40
sloop werkzaamheden (geen asbest)
5
4.3 Evaluatie juridisch advies 2024
4.3.1 Wat hebben we gemeten in 2024
Juridische aspecten VTH
Aantal
handhavingsverzoek Bouwen & RO
70
handhavingsverzoek APV & Bijzondere wetten
29
bezwaar, beroep, hoger beroep Bouwen & RO
45
bezwaar, beroep, hoger beroep APV & Bijzondere wetten
9
bibob-toetsing
6
intrekken vergunning Bouwen & RO
10
intrekken vergunning APV & Bijzondere wetten
1
juridisch advies
25
4.4 Evaluatie projecten 2024
4.4.1 Wat hebben we gemeten in 2024
Projecten VTH
Aantal
Rotte kiezen
5
Rommelerven
3
Ondermijning
3
toezicht achterstallig onderhoud bouwen
280
Intrekken van vergunningen bij project achterstallig onderhoud
50
Permanente bewoning recreatieverblijven
3parken