Aanhef
De gevallen waarvoor op grond van artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend.
Tekst
1Activiteiten ten behoeve van de vestiging van bedrijven die vallen binnen de geluids- en/of geurruimtezone 2 of hoger als bedoeld in het ‘VNG-rapport: Milieuzonering nieuwe stijl’, tenzij sprake is van Activiteiten die qua aard en milieuhinder vergelijkbaar zijn met een lagere geluids- en/of geurruimtezone.
2Activiteiten ten behoeve van bedrijfsmatige, educatieve, sociale en/of medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport en recreatieve, welzijns- en maatschappelijke voorzieningen met bijbehorende voorzieningen, wijziging van bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen een in het bestemmingsplan aangegeven bouw- en/of bestemmingsvlak daaronder niet begrepen.
3Activiteiten voor de uitbreiding van agrarische bedrijven waarbij een overschrijding van meer dan 20% van de oppervlakte van een bouwvlak aan de orde is.
4Activiteiten met betrekking tot windmolens en zonneparken als bedoeld in het beleidskader zonne- en windenergie 2023-2027.
5Activiteiten met betrekking tot antenne-installaties en/of reclamemasten hoger dan 5 meter.
6Activiteiten met betrekking tot de bouw van één of meerdere woning(en).