Aanhef
De gevallen waarvoor op grond van artikel 16.15a van de Omgevingswet de raad om advies moet worden gevraagd zijn:
Tekst
1Activiteiten ten behoeve van de vestiging van bedrijven die vallen binnen de geluids- en/of geurruimtezone 3 of hoger als bedoeld in het ‘VNG-rapport: Milieuzonering nieuwe stijl’, tenzij sprake is van activiteiten die qua aard en milieuhinder vergelijkbaar zijn met een lagere geluids- en/of geurruimtezone.
2Activiteiten ten behoeve van bedrijfsmatige, educatieve, sociale en/of medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport en recreatieve, welzijns- en maatschappelijke voorzieningen met bijbehorende voorzieningen buiten de (planologische) bebouwde kom, met een nieuw ruimtebeslag van meer dan 5000 m2, wijziging van bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen een in het bestemmingsplan aangegeven bouw- en/of bestemmingsvlak daaronder niet begrepen.
3Activiteiten voor de uitbreiding van agrarische bedrijven waarbij een overschrijding van meer dan 20% van de oppervlakte van een bouwvlak aan de orde is.
4Activiteiten die betrekking hebben op windmolens met een ashoogte (mastlengte) van meer dan 15 meter en zonneparken als bedoeld in het beleidskader zonne- en windenergie 2023-2027.
5Activiteiten die betrekking hebben op de bouw van meer dan zes woningen.
6Activiteiten die aanzienlijke gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.