Gemeentelijke regelgeving

Beleidskader Inburgering gemeente Westerwolde

Gemeente Westerwolde · geldt sinds 10 april 2024

Aanhef

De raad van de gemeente Westerwolde,

op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 2 november 2021, no. Z/20/101473/D-369431, afdeling Samenleving;

b e s l u i t :

Het Beleidskader Inburgering gemeente Westerwolde vast te stellen.

2. Belangrijkste elementen Wet inburgering 2021

2.1. Belangrijkste onderdelen van Wet inburgering 2021

2.1.1. Brede intake en persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP)

De brede intake vormt samen met de landelijk ontwikkelde leerbaarheidstoets de basis voor het PIP, dat met elke inburgeraar wordt opgesteld. Het doel van de leerbaarheidstoets is inzicht verkrijgen in het Nederlandse taalniveau dat een inburgeraar kan bereiken. In de brede intake worden de startpositie en de ontwikkelmogelijkheden van de inburgeraar in beeld gebracht. De gemeente kan grotendeels zelf bepalen hoe zij deze intake vormgeeft. Wel heeft het Rijk in lagere regelgeving vastgelegd welke onderdelen hierin aan bod dienen te komen.

In het PIP wordt vastgelegd wat de inburgeraar gaat doen en welke ondersteuning daarvoor nodig is. Daarbij wordt in ieder geval vastgelegd welke van de drie leerroutes de inburgeraar gaat volgen. Ook worden er rechten en verplichtingen in het kader van de Participatiewet opgenomen en afspraken over de financiële ontzorging vastgelegd. Zowel de inburgeraar als de gemeente zijn verplicht zich aan deze afspraken te houden. De gemeente zal dus de voortgang monitoren, de verplichtingen handhaven en -waar nodig- sancties opleggen.

2.1.2. Financieel ontzorgen

Inburgeraars moeten zo snel mogelijk deelnemen aan onze maatschappij. Het zich bezighouden met financiële en administratieve vraagstukken kan deze ontwikkeling vertragen. Om inburgeraars te ondersteunen, in het zo snel mogelijk zetten van stappen op weg naar maatschappelijke deelname, heeft de gemeente de opdracht gekregen om inburgeraars, die een beroep doen op de Participatiewet, gedurende minimaal zes maanden financieel te ontzorgen. Dit betekent dat de gemeente vaste lasten (huur, energie en verplichte verzekeringen) vanuit de bijstandsuitkering gaat doorbetalen. Gedurende die periode ondersteunt de gemeente de inburgeraar om zichzelf financieel te kunnen redden. Afspraken hierover worden eveneens opgenomen in het PIP.

2.1.3. Maatschappelijke begeleiding

Het kabinet hecht er waarde aan dat bij de verhuizing van het AZC naar de gemeente statushouders gedurende de eerste fase van hun verblijf worden begeleid en ondersteund bij het regelen van praktische zaken en bij de kennismaking met de Nederlandse samenleving en de lokale omgeving. Zodra de inburgeraar is ingeschreven in de gemeente, biedt de gemeente daarom maatschappelijke begeleiding. Die begeleiding moet in ieder geval bestaan uit:

a) praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen als zorg, werk, inkomen, verzekeringen, onderwijs en het kennismaken met de lokale woonomgeving;

b) voorlichting over leefgebieden in de Nederlandse samenleving, zoals gezondheid, opvoeding en de kennismaking met maatschappelijke organisaties.

2.1.4. Module MAP en KNM

Het inburgeringstraject bevat in ieder geval een module arbeidsmarkt en participatie (MAP) en een module Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). Vaak bestaan er grote verschillen tussen de arbeidsmarkt in het land van herkomst en in Nederland. De MAP is daarom gericht op de oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt en het in beeld brengen van competenties en arbeidsmarktkansen in de nieuwe situatie. De module KNM is gericht op feitelijke kennis over regels en instanties en normen en waarden in de Nederlandse samenleving.

2.1.5. Het Participatieverklaringstraject (PVT)

Om inburgeraars kennis te laten maken met de kernwaarden van de Nederlandse samenleving volgen zij een Participatieverklaringstraject (PVT). Dat bestaat uit twee onderdelen:

a) een inleiding in de kernwaarden van de Nederlandse samenleving (waaronder vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit), inclusief een activiteit of excursie waarin één van deze waarden een praktische vertaling krijgt;

b) de ondertekening van de Participatieverklaring, waarin inburgeraars hun betrokkenheid bij de Nederlandse samenleving én hun bereidheid hier een actieve bijdrage aan te leveren, tonen.

Dit traject moet minimaal 12 uren bedragen.

2.1.6. Leerroutes

Het belangrijkste onderdeel van de Wet inburgering zijn de drie leerroutes, die leiden tot het inburgeringsexamen:

1de Onderwijsroute;

2de B1-route;

3de Z-route.

Alle inburgeraars volgen (op basis van de uitkomsten van de brede intake) één van de drie leerroutes. Hieronder laten we per leerroute zien wat deze inhoudt, voor wie die is bedoeld en aan welke eisen de route moet voldoen.

Ad. 1: de Onderwijsroute

Inhoud

De Onderwijsroute is een taalschakeltraject dat jongeren, die dat willen en kunnen, voorbereidt op doorstroming naar het MBO, HBO of WO. De inhoud bestaat uit:

•Nederlands op het niveau B1 of B2

•Onderwijs in ontbrekende vakken (zoals Engels of rekenen)

•Leervaardigheden die belangrijk zijn bij de doorstroom naar een vervolgopleiding

•Vaardigheden voor de opleidings- en beroepskeuzes

•Loopbaanoriëntatie

•KNM

Uitvoering

De Onderwijsroute moet worden uitgevoerd door een erkende onderwijsinstelling.

Doelgroep

Jonge inburgeraars met een hoge mate van leerbaarheid en met motivatie voor het volgen van een vervolgopleiding.

Omvang

De Onderwijsroute is een intensief (voltijds) programma dat gemiddeld anderhalf jaar duurt.

Kwaliteitscontrole

De Onderwijsroute moet voldoen aan de eisen die in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) aan instellingen worden gesteld. Dat betekent dat alleen scholen die een diploma-erkenning hebben op grond van deze wet, deze leerroute kunnen aanbieden. De uitvoering valt onder het toezicht van de Inspectie voor het Onderwijs.

Inburgeringsplicht

De inburgeraar voldoet aan de eisen van de inburgeringsplicht zodra deze:

•Is geslaagd voor het centraal examen (lezen, luisteren, schrijven en spreken) op B1-niveau of hoger

•Is geslaagd voor het centraal examen KNM

•Aan overige onderdelen van het taalschakel- traject heeft voldaan

•Voldoet aan de PVT (dit valt buiten het taalschakeltraject), waarbij de beoordeling aan de gemeente is.

Het volgen van het programma biedt vrijstelling voor het onderdeel MAP.

Ad. 2: de B1 route

Inhoud

De B1-route is de “reguliere” inburgeringsroute, waarin het leren van de taal op B1-niveau samengaat met de voorbereiding op participatie en werk, gericht op zelfstandige deelname aan de Nederlandse samenleving. De inhoud bestaat uit:

•Nederlands op het niveau B1: lezen, luisteren, spreken en schrijven

•KNM

•Activiteiten gericht op participatie en werk

•MAP

•PVT

Uitvoering

De verschillende onderdelen kunnen door verschillende aanbieders (of de gemeente zelf) worden uitgevoerd. Ook is de inzet van (vrijwillige) taalcoaches of taalmaatjes mogelijk.

Doelgroep

Inburgeraars die al werk hebben gehad en/of een studie hebben afgerond en die in staat zijn het taalniveau B1 (of A2) te bereiken.

Omvang

De B1-route is maatwerk. Dat betekent dat er geen minimum of maximumaantal (les-) uren wordt vastgelegd, zodat een optimale balans tussen scholing en participatie geboden kan worden.

Kwaliteitscontrole

De aanbieders van de taalcomponent van de B1-route moeten beschikken over een kwaliteitskeurmerk. Het gaat daarbij om het “Blik Op Werk”- keurmerk inburgering.

Inburgeringsplicht

De inburgeraar voldoet aan de eisen van de inburgeringsplicht zodra deze:

•is geslaagd voor het centraal examen (lezen, luisteren, schrijven en spreken) op B1-niveau of (bij uitzondering één of meerdere onderdelen) op A2-niveau;

•is geslaagd voor het centraal examen KNM;

•voldoet aan het PVT en het MAP (ter beoordeling aan de gemeente).

Ad. 3: de Z-route

Inhoud

De Zelfredzaamheidsroute is de route, die in de plaats komt van de huidige ontheffingsmogelijkheid en is bedoeld om mensen, die het niveau van de B1-route (dus B1 of A2) niet kunnen halen toch een passend aanbod op het gebied van taal en participatie te kunnen bieden. De inhoud bestaat uit:

•Nederlands op het niveau A1 (eventueel met alfabetisering)

•Activering, zelfredzaamheid en participatie

•KNM

•PVT

•MAP

Uitvoering

De verschillende onderdelen kunnen door verschillende aanbieders (of de gemeente zelf) worden uitgevoerd. Ook is de inzet van (vrijwillige) taalcoaches/taalmaatjes mogelijk.

Doelgroep

Inburgeraars, die weinig onderwijs hebben genoten en/of naar verwachting moeite hebben met de Nederlandse taal.

Omvang

De route bestaat uit 800 uren taal en KNM en uit 800 uren aan de overige onderdelen.

Kwaliteitscontrole

De aanbieders van de taalcomponent van de Z- route moeten beschikken over een kwaliteitskeurmerk. Het gaat daarbij het om “Blik Op Werk”- keurmerk inburgering.

Inburgeringsplicht

De inburgeraar die deze route volgt, hoeft geen examens af te leggen. Er is aan de inburgeringsverplichting voldaan wanneer de inburgeraar:

•De inspanningsverplichting voor de taalcomponent is nagekomen.

•Heeft voldaan aan de ureninzet voor participatie, activering, PVT en MAP.

4. De stappen

4.5. De leerroutes

4.5.1. De Onderwijsroute

Wij vinden het belangrijk dat jongeren goed opgeleid aan hun loopbaan beginnen. Wij blijven daarom deze groep inburgeraars stimuleren om de Onderwijsroute te volgen en daarna door te stromen naar het reguliere onderwijs.

Welke keuzes maken wij?

De inhoud van de Onderwijsroute is grotendeels vastgelegd in de wet. Onze inhoudelijke keuzes hebben daarom slechts betrekking op specifieke accenten en afstemming met het vervolgonderwijs. Wij vinden het belangrijk dat er binnen het curriculum plaats is voor het opdoen van praktijkervaring, bijvoorbeeld door middel van stages, meeloopdagen en keuzecarrousels en voor het kiezen van een vervolgstudie. Daarnaast is het van belang dat er sprake is van een warme overdracht naar een vervolgopleiding en van een naadloze aansluiting, zowel inhoudelijk als in tijd. De Onderwijsroute bereidt zowel voor op het MBO als op het HBO/WO. De doelgroepen en de benodigde aanpak verschillen van elkaar. Dat betekent dat we voor beide groepen een apart aanbod willen realiseren. Wanneer aanbieders voordelen zien in het combineren van deze groepen, is daarvoor wel de ruimte.

Hoe geven wij hier uitvoering aan?

De Onderwijsroute wordt in zijn geheel uitgevoerd door een instelling met een diploma-erkenning op grond van de WEB. Gezien de (beperkte) omvang van de groepen, de wens om te kunnen differentiëren en de kosten, is het belangrijk dat deze route met meerdere gemeenten wordt ingekocht. Onder begeleiding van de centrumgemeente Groningen zijn hierover afspraken gemaakt met gemeenten in de arbeidsmarktregio. De inkoop vindt plaats op basis van Open House. Dat doen we, omdat een groot deel van de inhoud vastligt (en men daar niet op kan concurreren) en we de administratieve lasten voor mogelijke aanbieders zo laag mogelijk willen houden. We vinden het bij de inkoop van belang dat de aanbieder de activiteiten lokaal kan uitvoeren en doorstroming naar reguliere vormen van onderwijs zoveel mogelijk kan garanderen. De aanbesteding verloopt ten tijde van het schrijven van het beleidskader via de centrumgemeente Groningen. In de Onderwijsroute wordt de participatiecomponent ingevuld doordat KNM en de MAP onderdeel worden van het taalschakeltraject. Daarnaast is deze route gericht op instroom in het (beroeps)onderwijs. Na afronding van beroepsonderwijs, of zo mogelijk eerder, worden de inburgeraars via de reguliere route door Afeer begeleid om uit te komen stromen.

4.5.2. De B1-route

De B1-route is de reguliere route, waarin taal gecombineerd wordt met (de voorbereiding op) participatie en werk. We vinden het belangrijk dat taal en participatie/werk elkaar zoveel mogelijk versterken én we vinden het belangrijk dat we zoveel als mogelijk gebruik maken van de kracht van (lokale) instrumenten en netwerken op het gebied van werk en participatie. Er is hierbij sprake van meerdere uitvoeringsorganisaties, die goed met elkaar moeten samenwerken. Bij deze route komen voorzieningen uit de Wet inburgering 2021 en de Participatiewet bij elkaar en versterken elkaar. Dat houdt in dat de inburgeringsconsulent, die begeleiding biedt bij de inburgering, óók begeleiding biedt bij de participatie en werk. De re-integratietaak voeren we hier dus in eerste instantie zelf uit.

Welke keuzes maken wij?

De taalcomponent van de B1-route bereidt de deelnemers voor op het centraal examen (NT2 en KNM). Bij de inhoud vinden we het van belang dat de taal niet alleen in de klas, maar ook in de praktijk wordt verworven. Dat betekent dat we bij het aanbod vooral aandacht besteden aan de mate waarin de inhoud en de vorm van de scholing hier een bijdrage aan levert. Dat kan bijvoorbeeld door taalcoaching op praktijkplekken te bieden of hiervoor inhoudelijke instrumenten en ondersteuning aan te bieden. Daarnaast is het van belang dat de aanbieder van de taalcomponent voortdurend in beeld houdt wat de mogelijkheden van de deelnemer zijn en waar nodig (op onderdelen) het taalniveau aanpast. Ook aandacht voor studievaardigheden en het (kunnen) leren op de werkplek is van belang. Tenslotte is de voortdurende afstemming met het participatiedeel van de route essentieel.

De participatiecomponent van de B1-route bestaat uit re-integratie- en participatievoorzieningen. Een belangrijk deel van deze voorzieningen is al in de gemeente aanwezig. Zo kunnen inburgeraars gebruik maken van de voorzieningen (leerwerkplekken, stages, vrijwilligersactiviteiten), die beschikbaar zijn voor de hele doelgroep van de Participatiewet. Ook nieuwe vormen van scholing (praktijkleren) kunnen voor deze groep een belangrijk instrument zijn, waarmee zij werken en leren kunnen combineren. De bestaande voorzieningen worden waar nodig aangepast, zodat ze voldoende mogelijkheden bieden om naast werkervaring ook ervaring met de taal op te doen.

Naar verwachting is er ook een aantal aanvullende instrumenten nodig, die specifiek zijn gericht op de combinatie van werkervaring en taalverwerving en afspraken met werkgevers over arrangementen waar werk, werkervaring, coaching en begeleiding (van inburgeraars én werkgevers) onderdeel van uitmaken.

Hoe geven wij hier uitvoering aan?

In aanloop naar de nieuwe wet is er voor de taalcomponent in september 2021 een pilot gestart met het aanbieden van de B-1 route aan inburgeraars, in samenwerking met de RSG/ISK in Ter Apel, locatie Westermarke, en SWW. Met het lokaal inrichten van de B1-route krijgen we veel meer grip en sturing op de inburgeringstrajecten, waarbij we -gelet op de dualiteit daarvan- ook heel snel kunnen schakelen met onze directe ketenpartners (met name SWW, COA, Afeer en Wedeka). Beide leerroutes zijn dan tevens dichtbij de doelgroep ingericht (reisafstand). Door de lokale inrichting kan er tussen partijen, bijvoorbeeld bij verzuim of problemen, snel en direct geschakeld worden. Er kan dan direct actie ondernomen worden, wat ten goede komt aan de inburgering van de statushouder en uiteindelijk de Nederlandse samenleving.

De RSG/ISK voldoet aan de gestelde (wettelijke) kwaliteitseisen van de leerroute overeenkomstig de nieuwe Wet inburgering 2021 en daarbij heeft de RSG/ISK vooral ook een brede ervaring met én expertise in het onderwijs geven aan de doelgroep. Daarbij ligt er een solide vertrouwensbasis met de RSG/ISK en biedt de RSG/ISK, als onderwijsinstelling, continuïteit en zekerheid.

Het aanbod en het nieuwe inburgeringsstelsel vraagt om flexibiliteit en maatwerk, waaraan de RSG/ISK kan voldoen. Daarbij gaat het onder andere om wisseling tussen de leerroutes, afschalen binnen een leerroute waar nodig, flexibele instroommomenten, afstemming tussen de participatiecomponent en taalonderwijs. De RSG/ISK kan ook voldoen aan een digitaal aanbod, om verdere flexibilisering mogelijk te maken. Taallessen zullen gevolgd worden in de middaguren. Daarbij heeft de RSG/ISK kennis van het lokale netwerk en de lokale infrastructuur, hetgeen eveneens een belangrijke voorwaarde vormt. Ook kiezen we er hier voor de modules KNM en MAP integraal onderdeel te laten zijn van de B1-leerroute, in samenwerking met de inburgeringsconsulent.

De participatiecomponent voeren we zelf uit. Hierbij werken we samen met Afeer en Wedeka of SWW. We maken daarbij ook gebruik van de eventuele inzet van taalcoaches/taalmaatjes. Waar aanvullende activiteiten nodig zijn, worden deze in principe uitgevoerd (en gefinancierd) binnen de Participatiewet. Ook voor deze groep geldt dat vormen van Praktijkleren een belangrijk instrument kunnen zijn.

4.5.3. De Zelfredzaamheidsroute

De Z-route is de leerroute, waarin taal op een lager niveau gecombineerd wordt met (de voorbereiding op) participatie/arbeid. Ook in deze route vinden we het belangrijk dat taal en participatie/arbeid elkaar zoveel mogelijk versterken en dat we zoveel mogelijk gebruik maken van de kracht van (lokale) instrumenten en netwerken. Bij deze route komen voorzieningen uit de Wet inburgering, de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bij elkaar en versterken elkaar.

Welke keuzes maken wij?

De taalcomponent van de Z-route bereidt de deelnemers niet voor op een centraal examen. Bij de inhoud vinden we het van belang dat de taal niet alleen in de klas, maar ook in de praktijk wordt verworven en toegepast. Dat betekent dat we bij het aanbod vooral aandacht besteden aan de mate waarin de inhoud en de vorm van de scholing hier een bijdrage aan levert. Dat kan bijvoorbeeld door taalcoaching op praktijkplekken te bieden of hiervoor inhoudelijke instrumenten en ondersteuning aan te bieden. Daarnaast is het van belang dat de inhoud van de lessen aansluit bij de taal die een inburgeraar in de praktijk nodig heeft (bijvoorbeeld vanwege schoolgaande kinderen, medische problemen, wensen voor specifieke vormen van vrijwilligerswerk of vrijetijdsbesteding). Tenslotte is de voortdurende afstemming met het participatiedeel van de route essentieel.

De participatiecomponent van de Z-route bestaat uit re-integratie- en participatievoorzieningen. Een belangrijk deel van deze voorzieningen is al in de gemeente aanwezig. Zo kunnen inburgeraars gebruik maken van de voorzieningen (leerwerkplekken, stages, vrijwilligersactiviteiten) die beschikbaar zijn voor de hele doelgroep van de Participatiewet en van voorzieningen die beschikbaar zijn voor alle inwoners op grond van de Wmo.

De re-integratie- en participatievoorzieningen/-activiteiten worden beoordeeld op de vraag of zij voldoende mogelijkheid bieden om naast werkervaring ook ervaring met de taal op te doen. Waar nodig worden zij hierop aangepast. Er dient er ook sprake te zijn van coaching en begeleiding. Hierover worden afspraken gemaakt met de aanbieders van de vrijwilligersplekken.

Hoe geven wij hier uitvoering aan?

In aanloop naar de nieuwe wet zijn we ook voor deze taalcomponent in september 2021 met een pilot gestart met het aanbieden van de Z-route aan inburgeraars, in samenwerking met de RSG/ISK in Ter Apel, locatie Westermarke en SWW. Hetgeen onder “Hoe geven we hier uitvoering aan” betreffende de B1-route is opgemerkt dient hier als herhaald en ingelezen te worden beschouwd voor de Z-route. Ook kiezen we er hier voor de modules MAP en KNM integraal onderdeel te laten zijn van de Z-route, in samenwerking met de inburgeringsconsulent.

De participatiecomponent voeren we als gemeente zelf uit. Hierbij werken we samen met SWW, aanbieders van vrijwilligersplekken en ook Wedeka. Waar aanvullende of aangepaste activiteiten nodig zijn, worden deze in principe uitgevoerd (en gefinancierd) binnen de Participatiewet en de Wmo.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.