1. Inleiding
1.2 Beleidsuitgangspunten parkeernormen
1.2.1 Waarom parkeernormen?
Het doel van de Parkeernormennota Westervoort is ervoor te zorgen dat de gemeente Westervoort beschikt over een actueel toetsingskader voor het beoordelen van parkeervraagstukken. Hierbij streven we naar flexibiliteit, waardoor de haalbaarheid van ontwikkelingen (inclusief kleine bouwplannen) wordt vergroot, zonder dat dit leidt tot extra parkeerproblemen. Het eisen van te veel parkeerplaatsen leidt immers tot een overschot aan parkeerplaatsen, inefficiënt ruimtegebruik en doet afbreuk aan de haalbaarheid van bouwplannen doordat de kosten (onnodig) toenemen. Daarnaast dient de nieuwe systematiek transparant en voor iedereen duidelijk te zijn.
Met de Parkeernormennota worden de volgende effecten beoogd:
•Het waarborgen van de bereikbaarheid;
•Het waarborgen van de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit;
•Het voorkomen van verkeersonveiligheid door ongewenste parkeersituaties die gevaarlijke situaties kunnen opleveren;
•Het op gelijke en voor iedereen duidelijke wijze beoordelen van het benodigde parkeeraanbod bij nieuwbouw, verbouw of functieverandering van voorzieningen.
Iedere ruimtelijke ontwikkeling heeft een parkeerbehoefte. Als er geen voorwaarden aan de te realiseren ruimtelijke ontwikkeling worden gesteld, dan zal de parkeerbehoefte worden afgewenteld op het openbaar gebied, terwijl dit gebied hierin vaak niet kan voorzien. Dit kan leiden tot overlast bij de bestaande gebruikers van de openbare ruimte. Door het stellen van parkeernormen willen we enerzijds voorkomen dat door een nieuwe ontwikkeling deze overlast ontstaat en anderzijds willen we de bereikbaarheid van de nieuwe functies waarborgen.
Daarnaast biedt de parkeernormennota ook mogelijkheden tot betere handhaafbaarheid op parkeerruimte bij vergunningsvrije bouw/gebruik. Vergunningsvrij betekent immers niet regelvrij. Indien een bedrijf een pand betrekt dat een grotere parkeerintensiteit kent dan het vertrokken bedrijf, dan dient de initiatiefnemer op basis van deze nota passende parkeermaatregelen te nemen. De taak en verantwoordelijkheid ligt primair bij de initiatiefnemer om zelf, op basis van de vastgestelde kengetallen uit hoofdstuk 2 en 3, parkeerruimte te faciliteren die in beginsel op eigen terrein gerealiseerd dienen te worden. Wordt deze verantwoordelijkheid niet genomen dan kan, als deze situatie zich voordoet, de gemeente vaststellen wat de oorzaak is en zo nodig de overtreder daarin passende maatregelen laten nemen.
1.2.2 Parkeerkencijfers, parkeernormen en parkeerbehoefte
Parkeernormen zijn een hulpmiddel bij het realiseren van een duurzaam aanbod van parkeerplaatsen. Een parkeernorm drukt de parkeerbehoefte van een functie uit in het aantal vereiste parkeerplaatsen per functie-eenheid. Ofwel: met een parkeernorm wordt een objectieve berekening gemaakt van het aantal parkeerplaatsen bij nieuwbouw van een bepaalde functie van een gebouwde voorziening (woning, winkel, bedrijf, kantoor) op basis van de omvang van deze voorziening en, indien van toepassing, op basis van het mogelijk dubbelgebruik van de plaatsen. In december 2018 zijn nieuwe kencijfers van het CROW uitgebracht in de publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. De kencijfers vormen een goede basis voor het opstellen van parkeernormen, maar daarbij moet wel rekening gehouden worden met de lokale omstandigheden in Westervoort.
1.2.3 Toepassing van parkeernormen
Voordat een plan voor nieuwbouw of verbouw kan worden uitgevoerd, is veelal een Omgevingsvergunning nodig. Bij het beoordelen van een planontwikkeling, toetst de gemeente of rekening is gehouden met het vereiste aantal parkeerplaatsen. Om interpretatieverschil en willekeur bij toepassing van parkeernormen te voorkomen, is het noodzakelijk dat de gemeente een eenduidige beleidslijn hanteert. Dit doet tevens recht aan rechtszekerheid en het rechtsgelijkheidsbeginsel; de juridische houdbaarheid verbetert.
Door helderheid te verschaffen over de parkeernorm wordt een barrière voor planuitvoering bij de initiatiefnemer van de aanvraag van een bouwactiviteit weggenomen. Bovendien is het voor inwoners of bedrijven die een Omgevingsvergunning aanvragen voor een te (ver)bouwen object van belang om te weten hoeveel parkeerplaatsen in beginsel moeten worden gerealiseerd. Zo kan de parkeerbehoefte (bestaande capaciteit en nieuwe capaciteit) verschillend zijn voor nieuwbouw, uitbreiding en functieverandering van een pand. Bij het afsluiten van contracten voor de realisering van een bouwproject tussen gemeente en ontwikkelaar moeten de in deze nota opgenomen parkeernormen worden gehanteerd.
Zonder precedenten te scheppen moeten de parkeernormen voldoende flexibel zijn en “problemen” in de openbare ruimte voorkomen. Er kunnen zich specifieke omstandigheden voordoen die aanleiding zijn om van de normen in deze nota af te wijken. Dit wordt in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt.
2. Parkeernormen in de gemeente Westervoort
2.3 Parkeernormen auto
2.3.1 Woningen
Westervoort kiest ervoor om de verscheidenheid aan woningen te vereenvoudigen en te relateren aan het gebruiksvloeroppervlak (m2 GBO). We kiezen voor grootte als differentiatiecriterium, zodat onze parkeernormen duurzamer, dat wil zeggen minder afhankelijk van schommelingen, worden. Om tot een eerlijke en objectieve norm te komen, wordt uitgegaan van de gebruiksvloeroppervlakte (GBO volgens NEN 2580). Dit omvat enkel de voor bewoning geschikte vloeroppervlakte waarbij bijvoorbeeld de vloer onder een schuine kap met een vrije hoogte van minder dan 1,5 meter niet wordt meegerekend.
Wonen
Eenheid
Centrum
Rest kom
Aandeel bezoekers
Aandeel laadpunten
Niet gestapelde woning
Woning groot >135m2 GBO
woning
1,8
2,2
0,3
1,4%
Woning midden >90 en <135m2 GBO
woning
1,7
2,1
0,3
1,4%
Woning klein <90 m2 GBO
woning
1,5
1,9
0,3
0,4%
Gestapelde woning
Woning groot >120m2 GBO
woning
1,6
2,0
0,3
1,4%
Woning midden >90 en <120m2 GBO
woning
1,4
1,8
0,3
0,4%
Woning klein <90 m2 GBO
woning
1,3
1,6
0,3
0,14%
Woning overig
Studio <50m2 GBO
woning
0,6
0,7
0,2
0,14%
Verpleeg- of verzorgingshuis
wooneenheid
0,6
0,6
60%
N.v.t.
Tabel 2.2 Parkeernormen functie wonen
Toelichting:
•De parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde benodigde parkeerruimte voor bezoekers. Uit onderzoek blijkt dat de maximale parkeerbehoefte voor bezoekers uit 0,3 parkeerplaats per woning bedraagt. Daarom moet altijd minimaal 0,3 parkeerplaats per woning openbaar toegankelijk zijn.
•Indien private parkeerplaatsen worden gerealiseerd buiten het betreffende perceel, dan dienen parkeervoorzieningen juridisch te zijn gekoppeld aan de woning. De parkeervoorziening maakt zodoende integraal deel uit van de woning. Dit kan middels een kettingbeding in de koopovereenkomst worden vastgelegd.
•Omdat ook het autobezit bij ouderen sterk toeneemt, is de functie ‘seniorenwoningen’ niet opgenomen. De grootte van de woning is dan maatgevend.
•Voor zorg wonen en voor beschermd wonen is de zorgtaak de voornaamste functie en kent over het algemeen geen eigen autovervoer van bewoners. Daarom vallen deze onder functie ‘verpleeg- en verzorgingstehuis’.
•Een studio is een zelfstandige woning (kleiner dan 50 m2) en wordt nader omschreven als een één kamerappartement met een eigen adres.
2.3.2 Detailhandel
In de publicatie 317 met de geactualiseerde landelijke parkeerkencijfers vanuit het CROW is de categorie ‘Showroom’ komen te vervallen. Hier is ook geen vergelijkbare categorie in de landelijke kencijfers voor in de plaats gekomen. Gelet op de wens om deze categorie wel in de Parkeernormennota van de gemeente Westervoort op te nemen, is gekozen om de parkeernormen uit de CROW-publicatie 182 over te nemen in de parkeernormennota.
Detailhandel
Eenheid
Centrum
Rest kom
Aandeel bezoekers
Aandeel laadpunten
Kleine supermarkt < 600 m²
per 100 m² BVO
1,9
3,5
89%
1,25%
Middelgrote supermarkt
(600 – 2500 m² BVO)
per 100 m² BVO
3,3
5,2
93%
1,25%
Grote supermarkt (> 2500 m²)
per 100 m² BVO
6,0
7,7
84%
1,25%
Groothandel in levensmiddelen
per 100 m² BVO
N.v.t.
6,4
80%
1,25%
Hoofdwinkelcentrum
per 100 m² BVO
3,5
N.v.t.
82%
2,75%
Wijkcentrum
per 100 m² BVO
N.v.t.
4,5
76%
1,25%
Weekmarkt
per m¹ kraam
0,2
0,2
85%
1,25%
Kringloopwinkel
per 100 m² BVO
N.v.t.
1,9
89
1,25%
Bruin- en witgoedzaken
per 100 m² BVO
4,0
7,9
92%
1,25%
Woonwarenhuis / woonwinkel
per 100 m² BVO
1,3
1,9
91%
1,25%
Woonwarenhuis (> 20.000 m²)
per 100 m² BVO
N.v.t.
5,1
95%
2,75%
Bouwmarkt
per 100 m² BVO
N.v.t.
2,4
87%
1,25%
Showroom (auto’s, boten etc.)
per 100 m² BVO
1,1
1,7
35%
1,25%
Tuincentrum / groencentrum
per 100 m² BVO
N.v.t.
2,6
89%
1,25%
Tabel 2.3 Parkeernormen functie detailhandel
Toelichting:
•Binnen deze categorie wordt een groot aantal functies onderscheiden. Waar nodig wordt een korte toelichting op de functie gegeven.
•Groothandel in levensmiddelen: een groothandel in levensmiddelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad. Bekende ketens zijn Makro, HANOS en Sligro.
•Hoofdwinkelcentrum: het hoofdwinkelcentrum kent door de aanwezigheid van meerdere winkels en andere voorzieningen een centrumfunctie (centrale winkelgebied).
•Bruin- en witgoedzaken: het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen die vaak gevestigd zijn in gebieden die aan de rand van de gemeente liggen of op bedrijventerreinen gevestigd zijn.
•Tuincentrum (inclusief buitenruimte): Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht, zoals dierartikelen, seizoenartikelen (zoals kerstversiering), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).
•Woonwarenhuis: Het betreft grootschalige detailhandelszaken die een breed assortiment voeren met betrekking tot het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Voorbeelden van dergelijke woonwinkels zijn Kwantum, Profijtmeubel, Trendhopper en Leen Bakker. In verband met het ontbreken van praktijkgegevens worden deze normen ook gebruikt voor meer gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.
2.3.3 Bedrijven
Het komt vaak voor dat een bedrijf over meerdere functies beschikt. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is de dominante functie bepalend. Alleen als de functies gelijkwaardig zijn, dan dient de parkeerbehoefte te worden berekend naar evenredigheid van de functionaliteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een autobedrijf. De functies ‘showroom’ en ‘garage’ zijn even sterk aanwezig.
Bedrijven
Eenheid
Westervoort centrum
Westervoort rest kom
Aandeel bezoekers
Aandeel laadpunten
Kantoor (zonder baliefunctie)
per 100 m² BVO
1,6
2,1
5%
3,0%
Commerciële dienstverlening (met baliefunctie)
per 100 m² BVO
2,1
2,9
20%
3,0%
Bedrijf arbeidsintensief / bezoekers extensief
per 100 m² BVO
1,6
2,4
5%
3,0%
Bedrijf arbeidsextensief / bezoekers extensief < 10.000 m²
per 100 m² BVO
1,1
1,1
5%
3,0%
Bedrijf arbeidsextensief / bezoekers extensief > 10.000 m²
per 100 m² BVO
0,7
1,1
5%
3,0%
Bedrijfsverzamelgebouw
per 100 m² BVO
1,3
1,9
5%
3,0%
Tabel 2.4 Parkeernormen functie bedrijven
Toelichting:
Binnen de categorie ‘bedrijven’ worden de volgende functies onderscheiden:
•Kantoor (zonder baliefunctie): administratief en zakelijk werk, bijvoorbeeld callcenters, verzekeringskantoren.
•Commerciële dienstverlening (kantoren met een baliefunctie): dienstverlening met veel zakelijk of privé bezoek, consultants, advocatenkantoren, makelaars, (zakelijke) banken, overheidsgebouwen, uitzendbureaus.
•Bedrijf arbeidsintensief/bezoekers extensief: industrie, laboratorium of een werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers).
•Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekers extensief: loodsen, opslag of transportbedrijven (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers).
•Bedrijfsverzamelgebouw: mix van kantoren (zonder baliefunctie) en bedrijven.
•Het aandeel bezoekers staat voor het percentage of aantal bezoekers waarmee in de parkeernorm rekening is gehouden. De weergegeven parkeernorm is dus inclusief bezoekers parkeren.
2.3.4 Cultuur
Cultuur
Eenheid
Westervoort centrum
Westervoort rest kom
Aandeel bezoekers
Aandeel laadpunten
Bibliotheek
per 100 m² BVO
0,5
1,2
97%
1,25%
Museum
per 100 m² BVO
0,6
1,1
95%
2,75%
Bioscoop
per 100 m² BVO
3,2
11,2
94%
2,75%
Filmtheater/ filmhuis
per 100 m² BVO
2,6
7,9
97%
2,75%
Theater/ schouwburg
per 100 m² BVO
7,4
9,8
87%
2,75%
Musicaltheater
per 100 m² BVO
2,9
4,0
86%
2,75%
Casino
per 100 m² BVO
5,7
6,5
85%
2,75%
Tabel 2.5 Parkeernormen functie cultuur
Toelichting:
•Filmtheater/filmhuis: een filmtheater of filmhuis is een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop.
•Musicaltheater: een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende) live theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers. 100 zitplaatsen is 840 m² BVO.
2.3.5 Sport
Sport
Eenheid
Westervoort centrum
Westervoort rest kom
Aandeel bezoekers
Aandeel laadpunten
Bowlingcentrum
per bowlingbaan
1,6
2,8
89%
2,75%
Biljart / snookercentrum
per tafel
0,9
1,4
87%
2,75%
Dansstudio
per 100 m² BVO
1,6
5,5
93%
2,75%
Fitnessstudio / sportschool
per 100 m² BVO
1,4
4,8
87%
1,25%
Fitnesscentrum
per 100 m² BVO
1,7
6,3
90%
1,25%
Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, etc)
per 100 m² BVO
N.v.t.
9,3
99%
2,75%
Sauna
per 100 m² BVO
2,5
6,7
99%
2,75%
Sporthal
per 100 m² BVO
1,6
2,9
96%
2,75%
Sportzaal
per 100 m² BVO
1,2
2,8
94%
1,25%
Tennishal
per 100 m² BVO
0,3
0,5
87%
1,25%
Squashhal
per 100 m² BVO
1,6
2,7
84%
1,25%
Zwembad overdekt
per 100 m² bassin
10,7
11,5
97%
1,25%
Zwembad openlucht
per 100 m² bassin
N.v.t.
12,9
99%
2,75%
Sportveld
per ha netto terrein
20,0
20,0
95%
2,75%
Kunstijsbaan (< 400 meter)
per 100 m² BVO
1,3
1,9
98%
1,25%
Kunstijsbaan (> 400 meter)
per 100 m² BVO
N.v.t.
2,6
98%
1,25%
Tabel 2.6 Parkeernormen functie sport
Toelichting:
•Bowlingcentrum: een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke.
•Fitnessstudio/sportschool: met fitnessstudio/sportschool wordt gedoeld op kleinschaligere voorzieningen (indicatie: circa 750 m2 BVO) waar voor het overgrote deel alleen gebruikgemaakt wordt van fitnessapparaten.
•Fitnesscentrum: bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (groter dan 1.500 m2 BVO) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellness voorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie.
•Wellnesscentrum: hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar saunabaden genomen kunnen worden. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellness voorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk.
•Grootschalige sportvoorzieningen: hierbij zijn meestal voorzieningen als bar/restaurant bij aanwezig (sporthal). Als deze faciliteiten alleen functiegericht zijn wordt ervan uitgegaan dat deze voorzieningen geen extra parkeervraag opleveren. Deze voorzieningen worden daarom niet meegeteld in de parkeerbehoefte, ook niet als restaurant. Als het wel zelfstandig functionerende functies zijn, wordt wel een parkeernorm berekend.
2.3.6 Ontspanning
Ontspanning
Eenheid
Westervoort centrum
Westervoort rest kom
Aandeel bezoekers
Aandeel laadpunten
Jachthaven
per ligplaats
n.v.t.
0,6
-
2,75%
Golf-oefencentrum per centrum
per centrum
n.v.t.
52
93%
2,75%
Golfbaan (18 holes)
per 18 holes
n.v.t.
96
98%
2,75%
Indoorspeeltuin
(< 1.500 m²)
per 100 m² BVO
3,1
4,7
97%
2,75%
Indoorspeeltuin
(> 1.500 m²)
per 100 m² BVO
3,7
5,6
98%
2,75%
Bordeel
per kamer
1,0
1,0
90%
N.v.t.
Manege
per box
n.v.t.
0,4
90%
1,25%
Volkstuin
per 10 tuinen
n.v.t.
1,4
100%
2,75%
Tabel 2.7 Parkeernormen functie ontspanning
Toelichting:
•Indoorspeeltuin/kinderspeelhal: dit zijn zelfstandig functionerende speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m² BVO tot 3.500 m² BVO. Er zijn echter ook voorzieningen die beduidend groter zijn, zoals Speelstad Oranje en Kidzcity in Utrecht, met respectievelijk een grootte van 11.500 m² BVO en 5.000 m² BVO.
2.3.7 Horeca
In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in één van de vijf sterrencategorieën. Een hotel met één ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren is een luxehotel. In de gemeente Westervoort zijn de categorieën samengevoegd en is de parkeernorm opgenomen van de hoogste ster in de categorie.
Horeca
Eenheid
Westervoort centrum
Westervoort rest kom
Aandeel bezoekers
Aandeel laadpunten
Camping
per standplaats
n.v.t.
1,2
90%
2,75%
Bungalowpark
per bungalow
n.v.t.
1,7
91%
2,75%
Hotel
per 10 kamer
10,6
10,6
73%
2,75%
Café / bar
per 100 m² BVO
5,0
6,0
97%
1,25%
Cafetaria
per 100 m² BVO
6,0
6,0
97%
1,25%
Restaurant
per 100 m² BVO
9,0
11,0
80%
1,25%
Discotheek
per 100 m² BVO
6,9
20,8
99%
1,25%
Evenementenhal / congresgebouw
per 100 m² BVO
5,5
8,5
99%
2,75%
Tabel 2.8 Parkeernormen functie horeca
Toelichting:
•Terrassen maken onderdeel uit van de aanpalende horeca. Veelal zullen het terras en de inpandige horeca als communicerende vaten op elkaar werken. Uit dat oogpunt wordt een terras niet meegerekend voor zo ver het aantal m² van dat terras kleiner is dan het BVO van het verblijfsgedeelte van de inpandige horecavoorziening. De normering voor het meerdere is gelijk aan die van de aanpalende horeca. Dus bijvoorbeeld een horeca van 50 m² BVO met een terras van 200 m² moet dus voor 150 m² extra parkeerplaatsen maken. Belangrijk is dat de terrasvergunning gelijktijdig wordt getoetst met de Omgevingsvergunning.
•Café / bar: zoals café, bar, bierhuis, biljartcentrum, proeflokaal
•Cafetaria: zoals automatiek, broodjeszaak, croissanterie, koffiebar, lunchroom, ijssalon, snackbar, tearoom, traiteur en bezorg- of afhaalservice.
•Restaurant: zoals een bistro, brasserie, restaurant en eetcafé. Dit is exclusief hotelfuncties (Indien sprake is van een gecombineerde functie met hotel geldt 50% van deze norm).
2.3.8 Gezondheid en voorzieningen
Gezondheid en voorzieningen
Eenheid
Westervoort centrum
Westervoort rest kom
Aandeel bezoekers
Aandeel laadpunten
Huisartsenpraktijk
per behandelkamer
2,1
3,0
57%
1,25%
Apotheek
per 100 m² BVO
2,3
3,2
45%
1,25%
Fysiotherapie
per behandelkamer
1,3
1,8
57%
1,25%
Consultatiebureau
per behandelkamer
1,4
1,9
50%
1,25%
Tandarts
per behandelkamer
1,6
2,4
47%
1,25%
Gezondheidscentrum
per behandelkamer
1,6
2,2
55%
1,25%
Crematorium
per plechtigheid
N.v.t.
31
99%
2,75%
Begraafplaats
per plechtigheid
32
32
97%
2,75%
Penitentiaire inrichting
per 10 cellen
1,7
3,3
37%
2,75%
Religiegebouw
per zitplaats
0,2
0,2
-
1,25%
Tabel 2.9 Parkeernormen functie gezondheid en voorzieningen
Toelichting:
•Gezondheidscentrum: een gezondheidscentrum is een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en/of een consultatiebureau.
2.3.9 Onderwijs
Onderwijs
Eenheid
Westervoort centrum
Westervoort rest kom
Aandeel bezoekers
Aandeel laadpunten
Kinderdagverblijf
per 100 m² BVO
1,0
1,4
0%
2,75%
Basisonderwijs
per leslokaal
0,8
0,8
0%
2,75%
Middelbare school
per 100 leerlingen
3,7
4,9
11%
2,75%
ROC
per 100 leerlingen
4,7
5,8
7%
2,75%
Avondonderwijs
per 10 leerlingen
4,5
6,8
95%
2,75%
Tabel 2.10 Parkeernormen functie onderwijs
Toelichting:
De parkeernormen voor basisonderwijs en kinderdagverblijf zijn alleen voor personeel dus exclusief de parkeerbehoefte voor het halen en brengen van kinderen, wat de grootste parkeerdruk met zich meebrengt. Voor de berekening van deze parkeerbehoefte voor deze functies is een specifieke uitwerking nodig, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal leerlingen per groep, het percentage leerlingen dat met de auto komt, de parkeerduur en het aantal kinderen per auto.
Het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het halen en brengen van kinderen bepalen is als volgt te bepalen:
•Voor de groepen 1 t/m 3: aantal leerlingen x % leerlingen met de auto x 0,5 x 0,75
•Voor de groepen 4 t/m 8: aantal leerlingen x % leerlingen met de auto x 0,25 x 0,85
•Kinderdagverblijf: aantal leerlingen x % leerlingen met de auto x 0,25 x 0,75
De laatste 2 factoren staan voor een reductiefactor voor de parkeerduur en het aantal mensen in de auto. Het percentage leerlingen dat wordt gebracht en gehaald is afhankelijk van de stedelijkheid en de gemiddelde afstand naar school. Het gemiddelde percentage ligt tussen:
•Groepen 1 t/m 3: 30 - 60 %
•Groepen 4 t/m 8: 50 - 80%
•Kinderdagverblijf: 50 - 80%
Het toepassen van gemiddelde percentages en reductiefactoren levert slechts een indicatie van de parkeerbehoefte voor het halen en brengen op. Omdat in de praktijk van de gemeente Westervoort diverse schoolsituaties voorkomen, moet er altijd maatwerk per school worden toegepast.
4. Het gebruik van de parkeernormen
4.2 Parkeeropgave
4.2.1 Bepalen van de normatieve parkeerbehoefte
Voor verschillende categorieën van bebouwing (woningen, kantoren, sportvoorzieningen, winkels, bedrijven) bestaan verschillende parkeernormen. In hoofdstuk 2 zijn deze normen voor de verschillende categorieën opgenomen. Indien het een (bijzondere) functie betreft die niet in deze nota is opgenomen, dan wordt een parkeernorm voor die specifieke functie door de gemeente bepaald.
De parkeernormen worden toegepast op datgene wat ruimtelijk mogelijk is of mogelijk gemaakt gaat worden (in geval van bestemmingsplanwijziging) op de betreffende locatie. Daarmee worden parkeerproblemen voorkomen als gevolg van een wijziging in het praktische gebruik van de locatie. Het is namelijk een gegeven dat bijvoorbeeld bepaalde winkels in één keer veel meer klanten trekken als er een nieuwe eigenaar komt, of als er een totaal nieuw winkeltype in het pand komt. Vandaar dat de ruimtelijke mogelijkheid leidend is en niet het praktische gebruik op dat moment.
Bestaande situatie
In bestaande situaties (bijvoorbeeld uitbreiding van een bestaande winkel of woning) kan het reeds aanwezige aantal parkeerplaatsen op eigen terrein in mindering worden gebracht op de nieuwe, totaal (bestaande bebouwing en uitbreiding) vast te stellen parkeerbehoefte. Dit geldt uitsluitend als er sprake is van overcapaciteit. In overige situaties wordt de extra parkeerbehoefte vastgesteld op basis van het aantal m² uitbreiding.
Bij herbouw van een bestaand pand na brand, sloop of anderszins wordt het niet redelijk geacht om een voorziening die is afgebrand en moet worden herbouwd op te zadelen met een nieuwe parkeereis als de oude functie in dezelfde omvang weer terugkeert. Wel zal samen met de initiatiefnemer voor de herbouw gezocht worden naar een zo passend mogelijke oplossing. Indien men echter besluit om op de betreffende locatie een nieuwe functie te realiseren geldt wel de eis dat men aan de vigerende parkeernorm moet voldoen.
Verbouw c.q. functiewijziging en sloop
Bij een wijziging van gebruik en bij een verbouwing wordt op basis van de parkeernormen een parkeerbehoefte berekend. Hierbij geldt dat de berekende parkeerbehoefte op basis van de nieuwe functie, wordt verminderd met de parkeerbehoefte (berekend volgens parkeernormen in hoofdstuk 2) van de laatste actieve functie.
Nieuwbouw
Bij een nieuwe planontwikkeling moet worden voldaan aan de parkeernorm die voor de functies in het plangebied geldt. Parkeren op eigen terrein is hierbij een randvoorwaarde. Een parkeerberekening kan laten zien hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. De ontwikkelaar moet deze parkeerberekening aanleveren.
Bij het vernieuwen van een woonwijk door woningcorporaties (sloop-nieuwbouw) is het vaak lastig om het parkeren volgens de nieuwe normen op te lossen. De openbare ruimte kan niet geheel worden verhard voor parkeerplaatsen. Per project wordt maatwerk geleverd. Berekend wordt wat de hoeveelheid parkeerplaatsen zou moeten zijn in de bestaande situatie. Die wordt vergeleken met de hoeveelheid parkeerplaatsen die nodig is in de nieuwe situatie. Het verschil van het aantal parkeerplaatsen moet worden opgelost bij een toename. De bestaande situatie is het uitgangspunt. Als er parkeerplaatsen vervallen door de planontwikkeling, dan moeten die wel elders worden gecompenseerd.
Vervallen van parkeercapaciteit ten gevolge van de ontwikkeling
Bij bouwinitiatieven die gerealiseerd moeten gaan worden op een bestaande gemeentelijke parkeervoorziening of waarbij beschikbare parkeercapaciteit vervalt, moet rekening gehouden worden met de effecten van het verlies van deze bestaande parkeercapaciteit. Het verlies aan capaciteit moet binnen het project worden gecompenseerd zodat de parkeerdruk in de omgeving (gebied binnen de acceptabele loopafstanden, zie 4.3.2) op het maatgevende moment in de week onder de 85% blijft. Dit vereist maatwerk en aanvullende afspraken tussen de initiatiefnemer en de gemeente.
4.2.2 Reductiefactoren
Als een initiatiefnemer kan aantonen dat sprake is van bijzondere omstandigheden (zeer grote uitbreidingen) of dat realistische mobiliteitsmaatregelen worden getroffen waardoor het autobezit of autogebruik lager is dan normaal, kan een reductie van de parkeereis worden toegepast. Deze situaties zijn in onderstaande tekst nader toegelicht.
Mobiliteitsmanagement bedrijven
Mobiliteitsmanagement is een verzamelnaam voor inspanningen om de mobiliteitskeuzes van individuen te beïnvloeden. In Nederland wordt hier meer in het bijzonder bedoeld het stimuleren van het gebruik van alternatieven voor de auto door werknemers. Het gaat hierbij om het organiseren van slim reizen. Hieronder worden allerlei alternatieven van solistisch autogebruik (tijdens de spits) verstaan, zoals carpoolen, deels of volledig gebruik van openbaar vervoer, thuiswerken, telewerken, fietsen, etc.
Bij het toepassen van een reductiefactor als gevolg van mobiliteitsmanagement is er sprake van duidelijke, bewezen en realistische maatregelen. Vrijstelling van (een gedeelte van) de parkeereis voor werknemers als het autogebruik structureel een lagere parkeervraag genereert dan de parkeereis. De aanvrager moet dit zelf aantonen op basis van onder andere:
•Arbeidsvoorwaarden/reiskostenregeling die voorziet in het financieel aantrekkelijk maken van het gebruik van de fiets of het openbaar vervoer.
•Het beschikbaar stellen van een abonnement voor het openbaar vervoer voor het woon-werkverkeer.
•Actieve deelname aan een lokaal of regionaal programma Mobiliteitsmanagement.
De reductie bedraagt maximaal 50% van de parkeereis voor werknemers (met een maximum van 20 parkeerplaatsen) als er sprake is van aantoonbaar structureel lager autogebruik.
Grote getallen reductie
Een uitbreiding van een ontwikkeling van grote omvang zal niet leiden tot een recht evenredige verhoging van de parkeervraag. Bij grotere ontwikkelingen (alleen bij uitbreidingen) met een groot aandeel bezoekers (> 80%), mag indien uit de parkeerbehoefteberekening volgt dat meer dan 100 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden, een reductie van 15% op de parkeereis worden toegepast.
Vrijstelling voor beroep of bedrijf aan huis
De gemeente Westervoort wil het beginnen van een kleinschalig bedrijf aan huis stimuleren. Als onder de definities van het vigerende bestemmingsplan sprake is van een beroep of bedrijf aan huis en het redelijkerwijs niet mogelijk is om de benodigde parkeerplaatsen (geheel of gedeeltelijk) op eigen terrein te realiseren, wordt in principe vrijstelling verleend van de parkeereis (zonder dat hier financiële consequenties aan verbonden worden). Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
•Er is sprake van een kleinschalige ontwikkeling (bijvoorbeeld kapper, pedicure, schoonheidsspecialist), waarbij de parkeerbehoefte op basis van de parkeereis maximaal 2,0 parkeerplaatsen bedraagt;
•Er is geen sprake van detailhandel, groepsonderwijs, -opvang of -therapie of daarmee naar hun aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen intensieve bezoekersfuncties.
•De gemeente kan in geval van een hoge lokale parkeerdruk de initiatiefnemer verzoeken om een parkeerdrukmeting uit te voeren om aan te tonen dat de parkeervraag ook daadwerkelijk in de openbare ruimte opgevangen kan worden. In bijlage 3 staan de basiseisen voor een dergelijk parkeerdrukonderzoek.
Afwijken parkeereis door inzet deelauto’s
Er dienen zich steeds meer middelen aan waarmee de parkeereis op een alternatieve manier kan worden ingevuld. Een van deze middelen is de inzet van een deelauto. Een deelauto kan door meer inwoners gebruikt worden waardoor er een andere parkeernorm gehanteerd wordt. Uit onderzoek is gebleken dat één deelauto met parkeerplaats volstaat aan een parkeernorm van vijf normale parkeerplaatsen (CROW-KpVV, 2016). Dit betekent dat bij het gebruik van een deelauto de gehele parkeernorm voor de nieuwe activiteit/ontwikkeling verlaagd wordt met vier. De openstaande parkeernorm kan op een andere afwijkmogelijkheid worden ingevuld of met meerdere (particuliere) deelauto’s. De gemeente stelt voor deze afwijkingsmogelijkheid de volgende voorwaarde:
•Deze afwijkingsmogelijkheid kan alleen worden toegepast voor de verlaging van de parkeereis van de 2e auto. Tevens is de reductie alleen toepasbaar op de bewonersvraag met een maximum van 15% van de totale parkeereis;
•Een deelauto + parkeerplaats vervangt hierbij maximaal 5 normale parkeerplaatsen;
•De initiatiefnemer moet zelf voorzien in een deelauto en een goed werkend reserveringssysteem hiervoor, eventueel in samenwerking met een derde partij;
•De initiatiefnemer moet op eigen terrein de hiervoor benodigde parkeerplaatsen expliciet reserveren voor de deelauto’s;
•Als de deelauto’s gebruik maken van een plek in de openbare ruimte, dient middels een onafhankelijk parkeeronderzoek te worden aangetoond dat dit mogelijk is zonder dat dit leidt tot een onacceptabele parkeersituatie.
•Bij beëindiging van de inzet van een deelauto, dient de initiatiefnemer alsnog over de ontbrekende parkeerplaatsen te voorzien in de parkeereis en/of gebruik te maken van afwijkingsmogelijkheden.
Rekenvoorbeeld inzet deelauto
In het centrum van Westervoort worden 20 middelgrote appartementen gerealiseerd. De bijbehorende parkeernorm bedraagt 1,7 waarvan 0,3 voor bezoekers. De maximale parkeervraag vanuit het bewonersdeel bedraagt 20 x 1,4 = 28 parkeerplaatsen. De ontwikkelende partij wil graag een deelauto inzetten en gebruik maken van de maximaal toegestane reductie van 15%.
De maximale reductie bedraagt 28 – (28 x 0,85) = 5 parkeerplaatsen (afgerond). Een deelauto vervangt netto 4 privéauto’s, want een deelauto dient zelf ook gestald te worden. De maximale parkeerbehoefte vanuit het bewonersdeel bedraagt daarmee 28 - 5 + de stalling van 1 deelauto = 24 parkeerplaatsen.
4.3 Parkeereis
Om de parkeeropgave te kunnen faciliteren is aanbod aan parkeerplaatsen nodig (de parkeereis). De zorgvuldige afweging bestaat uit de beantwoording van een aantal deelvragen.
De vragen die beantwoord moeten worden zijn:
1Welk deel van de parkeeropgave kan gefaciliteerd worden binnen de contouren van de ontwikkellocatie?
2Welk deel van de parkeeropgave kan gefaciliteerd worden in of op private parkeervoorzieningen?
3Hoe om te gaan met dubbelgebruik?
4Welk deel van de parkeeropgave kan gefaciliteerd worden in of op openbare parkeervoorzieningen?
4.3.1 Bepalen parkeercapaciteit op ontwikkellocatie
Voor de beoordeling van de parkeersituatie wordt uitgegaan van een aantal eisen ten aanzien van de maatvoering van parkeerplaatsen en de manoeuvreerruimte rond deze vakken. De genoemde manoeuvreerruimte betreft de benodigde rijbaanbreedte achter een haaks parkeervak of naast een langsparkeervak. Te kleine parkeervakken of te krappe manoeuvreerruimte maken parkeerplaatsen onbruikbaar of onbereikbaar. Daarom speelt de vormgeving van de vakken een belangrijke rol in de bruikbaarheid ervan. De minimale maatvoering is weergegeven in tabel 4.1. Parkeerplaatsen tellen pas mee in de parkeerbalans als deze voldoen aan de maatvoering uit de onderstaande tabel.
Soort
Breedte (m)
Lengte (m)
Rijbaanbreedte minimaal(m)
Langsparkeervak
2,00
6,00
3,85
Haaks parkeervak 90°
2,50
5,13
5,80
Gehandicaptenparkeerplaats langs parkeervak
3,50
6,00
3,85
Gehandicaptenparkeerplaats haaks parkeervak
3,50*
5,13
5,80
Overige vakken
conform NEN 2443 en ASVV 2021 (paragraaf 11.2)
Tabel 4.1: Minimale maten parkeerplaats - *3,00m bij vrije uitstapstrook naast parkeervak
Bij grondgebonden woningen is vaak parkeerruimte op eigen terrein aanwezig, in de vorm van een garage, oprit of carport. Omdat deze voorzieningen niet altijd voor parkeren gebruikt worden, telt niet het volledig aantal parkeerplaatsen mee voor het bepalen van de parkeercapaciteit. In tabel 4.2 staan de berekeningsaantallen weergegeven van de parkeervoorzieningen op eigen terrein. Aan de hand hiervan kan de gecorrigeerde parkeercapaciteit van parkeren op eigen terrein worden bepaald.
Parkeervoorziening
minimale afmetingen (m)
Theoretisch aantal
Berekenings aantal
Enkele oprit zonder garage
6,0 bij 3,5
1
1,0
Lange oprit zonder garage
11,0 bij 3,0
2
1,0
Dubbele oprit zonder garage
6,0 bij 5,5
2
1,7
Garage zonder oprit (bij woning)
6,0 bij 3,0
1
0,4
Garagebox (niet bij woning)
6,0 bij 3,0
1
0,5
Garage met enkele oprit
6,0 bij 3,0 (oprit)
2
1,0
Garage met lange oprit
11,0 bij 3,0 (oprit)
3
1,3
Garage met dubbele oprit
6,0 bij 5,5 (oprit)
3
2,0
Tabel 4.2: Parkeercapaciteit bij woningen
4.3.2 Gebruik van private parkeervoorzieningen
Parkeren op eigen terrein is een belangrijk uitgangspunt in het parkeerbeleid. Het begrip ‘Eigen terrein’ moet daarom worden gelezen als ‘het zelfstandig oplossen van de parkeerbehoefte, met inachtneming van de vastgestelde parkeernormen en de wijze waarop deze dienen te worden toegepast’. Dit betekent dat het parkeren niet per definitie op de kavel zelf hoeft te worden opgelost, maar dat kan worden gekeken naar alternatieve locaties, waarbij samenwerking met andere terreinbezitters mogelijk is.
Indien particuliere parkeervoorzieningen die zich binnen de toegestane loopafstand bevinden capaciteit hebben om (een deel van) de parkeerbehoefte op te vangen, kan deze parkeercapaciteit worden gebruikt om (een deel van) de parkeerbehoefte te faciliteren. In tabel 4.3 zijn de loopafstanden weergegeven die als acceptabel worden beschouwd bij de diverse functies. Parkeeraanbod bij nieuwe functies dient dan ook binnen deze loopafstand (niet hemelsbreed) te worden gerealiseerd om in de parkeerbalans als parkeeraanbod mee te tellen. Parkeerplaatsen op grotere afstand dan in de tabel weergegeven, worden niet meegerekend.
Hoofdfunctie
Maximale loopafstand
centrum (m)
Maximale loopafstand
overig (m)
Wonen
250
100(100-250 m voor bezoekers)
Winkelen
400
200
Werken
400
400
Ontspanning, sport, cultuur
400
100
Horeca, verblijfsrecreatie
400
100
Gezondheidszorg
100
100
Onderwijs
100
100
Tabel 4.3: Acceptabele loopafstanden
Het gaat hier dus om het gebruik van reeds bestaande private parkeerterreinen of -garages. Het is aan de initiatiefnemer om een afspraak met een eigenaar van een private parkeervoorziening te maken, zodat het door hem benodigde gebruik voor minimaal 10 jaar is verzekerd. Bijvoorbeeld een parkeergarage waar nog parkeerplaatsen beschikbaar zijn of een parkeerterrein behorende bij een kantoorgebouw waarop na kantoortijden parkeerplaatsen te benutten zijn. Wanneer de mogelijkheid van benutting van private parkeerplaatsen er is, moet dit door de initiatiefnemer worden aangetoond. De initiatiefnemer dient daarbij een bewijsstuk aan te leveren in de vorm van een koop- of huurovereenkomst met daarop het overeengekomen gebruik van het aantal plaatsen en de daarbij behorende gebruikstijden.
4.3.3 Toets dubbelgebruik
De parkeernorm geeft aan wat de maximale parkeerbehoefte van een functie is. Wanneer binnen een ontwikkeling meerdere functies worden gebouwd, vallen de pieken in parkeerbehoefte van die functies niet altijd op hetzelfde moment. Bij woningen is de behoefte aan parkeercapaciteit bijvoorbeeld ’s avonds en ’s nachts maximaal, bij een bedrijf of kantoor zal die behoefte vooral overdag optreden. Door het combineren van die functies kan een deel van de parkeercapaciteit mogelijk dubbel gebruikt worden. In dergelijke gevallen zijn daarom minder parkeerplaatsen nodig dan de complete optelsom van de parkeerbehoeftes.
Borging afspraken cruciaal
Wanneer er private afspraken worden gemaakt voor parkeeroplossingen op een andere plaats dan dienen deze goed juridisch te worden vastgelegd. Een ‘kwalitatieve verplichting’ is daarbij een harde voorwaarde:
wanneer bijvoorbeeld de oorspronkelijke functie die de parkeerplaatsen aanbiedt komt te vervallen dan dient de nieuwe functie nog steeds de afgesproken hoeveelheid parkeerplaatsen te garanderen. De afspraken hiertoe kunnen onder meer worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, zo nodig in combinatie met het van toepassing verklaren van een ‘kettingbeding’.
In eerste instantie moet gekeken worden welke parkeerplaatsen in aanmerking komen voor dubbelgebruik. Parkeerplaatsen die daar niet voor in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld plaatsen voor bewoners op eigen terrein of parkeerplaatsen die worden verkocht of verhuurd aan specifieke gebruikers. Met de aanwezigheidspercentages per functiegroep per moment van de week wordt berekend wat de maatgevende parkeerbehoefte is. Dit is de parkeerbehoefte op het maatgevende (drukste) moment. De netto parkeerbehoefte wordt bepaald door de parkeerbehoefte op dit maatgevende moment te vermeerderen met het aantal parkeerplaatsen dat niet in aanmerking komt voor dubbelgebruik. In tabel 4.4 zijn de aanwezigheidspercentages opgenomen.
Werkdag Ochtend
Werkdag Middag
Werkdag Avond
Koop Avond
Werkdag Nacht
Zaterdag Middag
Zaterdag Avond
Zondag Middag
Woningen bewoners
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
Woningen bezoekers
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
Kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
Commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
75%
0%
0%
0%
0%
Detailhandel
30%
60%
10%
75%
0%
100%
0%
0%
Grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
80%
0%
100%
0%
50%
Supermarkt
30%
60%
40%
80%
0%
100%
40%
40%
Sportfuncties binnen
50%
50%
100%
100%
0%
100%
100%
75%
Sportfuncties buiten
25%
25%
50%
50%
0%
100%
25%
100%
Bioscoop / theater / podium
5%
25%
90%
90%
0%
40%
100%
40%
Restaurant / café / bar / cafetaria
15%
30%
90%
100%
0%
50%
100%
50%
Sociaal medisch: arts / therapeut / consultatie
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
Verpleeg- / verzorgingshuis / aanleunwoning
100%
100%
50%
50%
25%
100%
100%
100%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
100%
0%
0%
0%
0%
Tabel 4.4: Aanwezigheidspercentage per dagdeel per moment van de week
Indien er zich koopzondagen voordoen, dient voor de functies detailhandel, grootschalige detailhandel en supermarkt op zondagmiddag gerekend te worden met een aanwezigheidspercentage van 100%.
4.3.4 Gebruik openbare parkeervoorzieningen
De initiatiefnemer kan beschouwen of in de directe omgeving van zijn ontwikkeling nog parkeercapaciteit beschikbaar is in de openbare ruimte (straatparkeerplaatsen, parkeerplaatsen op openbare parkeerterreinen of in niet afgesloten garages). Het is essentieel dat deze parkeerplaatsen ook daadwerkelijk beschikbaar en toegankelijk zijn voor alle doelgroepen waarvoor ze zijn bedoeld én dat deze zich binnen de acceptabele loopafstand bevinden. Dit mede om het beoogde dubbelgebruik te kunnen realiseren. Daarnaast mag de bezetting van de betreffende parkeerplaatsen, inclusief het beoogde gebruik van de door de initiatiefnemer te realiseren functies, nooit hoger uitkomen dan 85%. Dit percentage houdt rekening met de gewenste leegstand van parkeerplaatsen zodat onnodig zoekgedrag wordt voorkomen en geen stagnatie van wachtende auto’s om te parkeren optreedt. Anders gezegd: zonder rekening te houden met deze zogenaamde ‘frictieleegstand’ neemt de zoektijd naar een parkeerplaats sterk toe, neemt de bereikbaarheid van een locatie af en wordt verkeersoverlast voor de omgeving veroorzaakt, hetgeen ongewenst is.
Bij het beoordelen of gebruik gemaakt kan worden van parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden de resultaten van het door de initiatiefnemer uit te voeren parkeeronderzoek
1De voorwaarden en uitgangspunten voor het te houden parkeeronderzoek (onderzoeksperiode, onderzoeksmoment, onderzoeksfrequenties, eventuele aanwezigheid van belanghebbenden e.d.) worden altijd met de gemeente Westervoort besproken. In bijlage 2 zijn de eerste eisen voor het parkeeronderzoek benoemd.
vergeleken met de berekende parkeerbehoefte per moment van de dag. Het uitvoeren van een parkeeronderzoek (ten minste een nulmeting en optioneel een herhaalonderzoek / monitoringsonderzoek
2De gemeente Westervoort kan in voorkomende gevallen aan de initiatiefnemer vragen niet alleen een nulmeting uit te voeren maar ook een herhaalonderzoek waaruit dan moet blijken dat de benoemde oplossing – bijvoorbeeld het medegebruik van reeds bestaande openbare parkeerplaatsen – zich ook in de praktijk aandient. Indien het herhaalonderzoek uitwijst dat de oplossing onvoldoende duurzaam is (de maximale parkeerbezetting overstijgt de wenselijk geachte grens) dan zal de initiatiefnemer alsnog het betreffende aantal parkeerplaatsen op eigen terrein dienen op te lossen.
) komt voor rekening van de initiatiefnemer. Het is vervolgens aan de gemeente Westervoort om aan te geven of de door de initiatiefnemer benoemde parkeerplaatsen geschikt en beschikbaar zijn om (een deel van) de normatieve parkeerbehoefte te faciliteren. De gemeente heeft daarbij altijd het recht om het toekennen van bestaande overcapaciteit op openbare parkeerplaatsen als oplossing voor de parkeereis van de initiatiefnemer te weigeren, bijvoorbeeld in relatie tot andere voorziene ontwikkelingen (overige projectontwikkelingen, wijziging toegestane maximale snelheid op (delen van) wegen, toename van autobezit en gebruik van reeds bestaande functies e.d.).
4.4 Fiets parkeren
4.4.1 Beoordeling parkeersituatie fiets
Aan de fietsparkeerplaatsen worden de volgende eisen gesteld:
•De fietsparkeerplaatsen dienen goed toegankelijk te zijn, nabij de entree (max. 30 meter) en op de begane grond. Indien fietsparkeerplaatsen op een verdieping gerealiseerd worden, dan dient er een hellingbaan aanwezig te zijn, bij voorkeur een fietslift. De fietsenstalling dient te voldoen aan de eisen volgens de Stichting Fietsparkeur (zie www.fietsparkeur.nl) en er dient rekening gehouden te worden met verschillende fietstypes, zoals bakfietsen en elektrische fietsen. Ook voor scootmobielen dient er ruimte beschikbaar te zijn indien dit nodig geacht wordt.
•Per fietsparkeerplaats minimaal 1,75 m².
•Bij zelfstandige woningen een berging in de vorm van een bergruimte beschermd tegen weer en wind met een vloeroppervlakte van ten minste 5 m² bij een breedte van ten minste 1,8 m en een hoogte daarboven van ten minste 2,3 m.
•Bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 40 m² mag de bergruimte gemeenschappelijk zijn als de vloeroppervlakte van deze bergruimte ten minste 1,75 m² per woonfunctie bedraagt. De bergruimte dient rechtstreeks bereikbaar te zijn.
4.4.2 Parkeren fiets op eigen terrein
In tegenstelling tot het beschreven proces inzake de bepaling van de parkeereis voor autoparkeerplaatsen, hanteert de gemeente Westervoort voor fietsparkeerplaatsen het uitgangspunt dat de fietsparkeereis geheel op eigen terrein dient te worden gerealiseerd, tenzij er volgens de gemeente - op uitdrukkelijk aangeven van de gemeente – voldoende fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn en/of kunnen worden gerealiseerd.
Voor functies in het centrumgebied van Westervoort is deze uitzondering van toepasing. De fietsparkeervoorzieningen voor de bezoekers van het centrum van Westervoort worden in de openbare ruimte gerealiseerd, zodat meervoudig gebruik mogelijk is.
4.4.3 Dubbelgebruik van fietsparkeerplaatsen
Als binnen één ontwikkeling verschillende functies worden ondergebracht, kan het zijn dat niet elke functie op hetzelfde moment van de dag of in de week bezoekers trekt (bijvoorbeeld 1 gebouw waarin een fysiopraktijk met een fitnesscentrum zijn ondergebracht). Bij het bepalen van de parkeereis voor de fiets wordt dus net als bij de auto gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages. Deze percentages voor de verschillende momenten van de week zijn opgenomen in tabel 4.4. De parkeerbalans kan alleen worden toegepast wanneer verschillende functies binnen de ontwikkeling gebruik maken van dezelfde parkeergelegenheid.
4.4.4 Vrijstellingen parkeereis fiets
Voor de fiets zijn de volgende vrijstellingen mogelijk:
•Voor alle gebieden geldt dat een (gedeeltelijke) vrijstelling wordt gegeven voor de parkeereis voor zover deze geheel of gedeeltelijk kan worden opgevangen binnen het eigen plangebied op al bestaande of te verwerven ‘eigen fietsparkeerplaatsen’ (benutting). De aanvrager moet zelf aantonen in welke mate hij beschikt over structurele restcapaciteit.
•Het realiseren van meer fietsparkeerplaatsen dan volgens de parkeereis is altijd toegestaan.
•In het geval een woning beschikt over een voortuin (voor het bezoekersaandeel).
•Voor kleine bouwplannen en vooral verbouwplannen is het vaak onmogelijk om fietsparkeerplaatsen voor bezoekers op eigen terrein te realiseren. Hierbij geldt dat er vrijstelling wordt gegeven voor het bezoekersdeel indien de parkeerbehoefte maximaal 5 fietsparkeerplaatsen is.
Bijlage 1 Begrippenlijst
Begrip
Toelichting
Aanwezigheidspercentage
De voor een functie op de verschillende periodes van de dag/week
geldende benutting van de normatieve parkeerbehoefte.
(Bouw)ontwikkeling
Een bouw- of gebruiksontwikkeling waarvoor een aanvraag voor een
Omgevingsvergunning wordt ingediend. Het kan gaan over een
nieuwbouwontwikkeling, uitbreiding van een bestaande functie of
functieverandering.
BVO
Bruto vloeroppervlak (volgens NEN 2580), het totale vloeroppervlak
binnen de buitenmuren inclusief alle verdiepingen, met uitzondering
van de parkeerkelder of stallingsruimte.
CROW
CROW is een onafhankelijke kennisorganisatie op het gebied van
infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer.
Exclusieve parkeerplaatsen
Parkeerplaatsen die bestemd zijn voor 1 gebruiker per parkeerplaats
Frictieleegstand
De gewenste leegstand van parkeerplaatsen op een parkeerlocatie
waarmee onnodig zoekgedrag wordt voorkomen en geen stagnatie van wachtende auto’s om te parkeren optreedt.
GBO
Gebruiksoppervlak van een woning volgens NEN 2580. Dit omvat de bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor het beoogde gebruik. Dit is in feite het totale vloeroppervlak tussen de omsluitende wanden van de gebruiksfunctie minus de vaste obstakels van enige omvang.
Initiatiefnemer
De ontwikkelaar en/of eigenaar van de grond of opstallen waarvoor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of strijdig gebruik is ingediend.
Koop- of huurovereenkomst
Een overeenkomst tussen de aanvrager en een private partij of de gemeente, waarin beschreven is hoeveel parkeerplaatsen beschikbaar zijn en op welke voorwaarden (waaronder in ieder geval op welke momenten de parkeerplaatsen toegankelijk zijn, hoe de parkeerplaatsen beschikbaar blijven gedurende de aanwezigheid van functies en hoe de overeenkomst overgaat op een nieuwe huurder/eigenaar van het betreffende pand).
Maatgevende parkeerbehoefte
De maximale parkeerbehoefte van één of meerdere functies tezamen zoals deze gedurende een dagdeel in de week optreedt.
Niet-openbare parkeercapaciteit
Parkeercapaciteit die niet openbaar toegankelijk is
Normatieve parkeerbehoefte
De van één of meerdere functies, op basis van de van toepassing verklaarde parkeernormen berekende parkeerbehoefte, waarbij nog geen rekening is gehouden met reductiefactoren en dubbelgebruik van parkeerplaatsen.
Openbare parkeercapaciteit
De voor alle parkeerders toegankelijke parkeercapaciteit
Parkeeraanbod
Het aanbod aan parkeerplaatsen. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen openbare of niet-openbare parkeerplaatsen, tussen plaatsen op eigen terrein of elders.
Parkeerbalans
De verschillen tussen de parkeerbehoefte en het parkeeraanbod per tijdsperiode van de dag/week.
Parkeerbehoefte
Het benodigd aantal parkeerplaatsen om de parkeervraag van een bepaalde functie te kunnen faciliteren.
Parkeerdruk
De parkeerdruk betreft de bezetting van de parkeerplaatsen afgezet tegen het totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen.
Parkeereis
Het totaal aan parkeerplaatsen dat gerealiseerd moet worden om aan de parkeeropgave te kunnen voldoen.
Parkeerkencijfers
De in de CROW publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (nummer 317) beschreven getallen op basis waarvan het benodigde
aantal parkeerplaatsen bepaald kan worden.
Parkeernorm
Een door het bevoegd gezag vastgestelde hoeveelheid parkeerplaatsen per eenheid waaraan een nieuwbouwplan moet voldoen om in aanmerking te kunnen komen voor een bouwvergunning.
Parkeeropgave
Het totaal aan parkeerplaatsen waarvoor de initiatiefnemer van verbouw- of nieuwbouwprojecten verantwoordelijk is om te realiseren.
Parkeerplaats
Ruimte waar één voertuig kan worden geparkeerd.
Parkeren
Doen of laten staan van voertuigen anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen of voor onmiddellijk laden en lossen van goederen.
Restcapaciteit
Het aantal parkeerplaatsen dat op het maatgevende moment onbezet is.
Sloop/nieuwbouw en nieuwbouw
Wanneer op hetzelfde perceel, na de sloop van eerdere bebouwing, een nieuwe ontwikkeling wordt gerealiseerd is er sprake van sloop/nieuwbouw. Wanneer er een nieuwe ontwikkeling op een perceel wordt neergezet wat hiervoor nog geen bebouwing kende is er sprake van nieuwbouw.
Bijlage 3 Eisen parkeeronderzoeken
Zoals in sub paragraaf 4.3.4 staat vermeld kan, indien blijkt dat redelijkerwijs op eigen terrein niet aan de parkeereis kan worden voldaan, een beroep gedaan worden op eventuele restcapaciteit in de openbare ruimte. De aanwezigheid van deze restcapaciteit wordt aangetoond middels een parkeeronderzoek. De kosten voor het uitvoeren van het onderzoek komen voor rekening van de aanvrager van de omgevingsvergunning/ontwikkelaar.
In deze bijlage staan enkele minimale eisen beschreven waaraan een dergelijk parkeeronderzoek moet voldoen:
•Het parkeeronderzoek wordt door een onafhankelijk verkeerskundig adviesbureau uitgevoerd;
•Uit het onderzoek moet overduidelijk blijken dat, na realisatie van de functie(s), de parkeerdruk in het onderzoeksgebied op het maatgevende moment in de week onder de 85% zal blijven.
Onderzoeksgebied
Het onderzoeksgebied dient te worden bepaald aan de hand van de voorgenomen functie en de daaraan gekoppelde maximale loopafstand (zie tabel 4.3).
Parkeercapaciteit
Voor de beschikbare parkeercapaciteit worden uitsluitend officieel aangeduide openbare parkeerplaatsen meegeteld. Belanghebbenden, gereserveerde of particuliere parkeerplaatsen tellen niet mee in de beschikbare capaciteit. Indien parkeervakken niet afzonderlijk zijn gemarkeerd, maar overduidelijk is dat de ruimte wel als parkeergelegenheid kan worden aangeduid, dan wordt voor het bepalen van de capaciteit gerekend met een afstand van 6,0 meter per parkeerplaats bij langsparkeren of een breedte van 2,50 meter bij haaks parkeren. Fout of illegaal geparkeerde voertuigen dienen te worden meegenomen in het parkeeronderzoek en worden in de bezettingsberekening meegenomen.
Meetperiode
Op enkele maatgevende momenten in de week (niet zijnde een vakantieperiode of een feestdag) zal de parkeerbezetting worden geregistreerd. Op een gemiddelde werkdag (dinsdag of donderdag) worden voor de periodes ‘werkdag ochtend’, ‘werkdag middag’ en ‘werkdag avond’ ten minste op een dinsdag en een donderdag een onderzoek naar de feitelijke parkeerbezetting uitgevoerd. Tevens dient, in het geval het primair een woonomgeving betreft, minimaal twee nachtelijke metingen (tussen 23.00 en 05.00 uur) worden uitgevoerd.
Indien de parkeerdruk in de omgeving (mede) wordt bepaald door een functie met op bepaalde momenten een specifieke parkeervraag (bv. horeca; zaterdagavond / winkels: koopavond, zaterdagmiddag /camping: seizoensgebonden) dan dient in aanvulling op wat hierboven staat op die momenten ook minimaal tweemaal een onderzoek naar de feitelijk parkeerbezetting te worden uitgevoerd.
In overleg met de gemeente worden de onderzoeksmomenten nader bepaald. Op basis van de in deze nota genoemde parkeernormen in combinatie met de aanwezigheidspercentages dient vervolgens te worden bepaald in welke mate en op welke momenten in de week de ontwikkeling een parkeervraag heeft. Deze verwachte (toekomstige) parkeervraag dient te worden opgeteld bij de waargenomen bezetting uit het parkeeronderzoek. Indien vervolgens blijkt dat de parkeerdruk op het maatgevend moment in de week onder de 85% blijft, kan mogelijk van de norm vrijstelling worden verkregen.
Bijlage 4 Rekenvoorbeelden
Rekenvoorbeeld: Ontwikkeling appartementen en kantoorruimte
Aan de rand van Westervoort worden 25 appartementen gerealiseerd (ieder 135 m² gbo). In de plint van het appartementencomplex komt een apotheek (190 m² BVO), een huisarts (met 1 behandelkamer, 80 m²BVO) en kantoorruimte (80 m² BVO) ten behoeve van een makelaarskantoor.
Volgens de Parkeernormennota van de gemeente Westervoort blijkt dat de te hanteren norm voor woningen met een dergelijke oppervlakte 2,1 parkeerplaats is (waarvan 0,3 voor bezoekers). Een apotheek heeft een parkeernorm van 3,2 pp. per 100 m² BVO en voor een huisarts met één behandelkamer geldt 3,0 pp. per behandelkamer. Het makelaarskantoor (zijnde met baliefunctie) kent een parkeernorm van 2,9 pp. per 100 m² BVO.
Voor het fietsen geldt een norm van 3,0 stallingsplek per appartement. Voor de bezoekers aan de woningen geldt een norm van 0,8 stallingplek per appartement. Voor de apotheek is de norm 7,0 stallingsplekken voor bezoekers en 4,0 stallingsplekken voor medewerkers. Voor de huisarts is de norm 1,3 stallingsplek per 100 m² BVO en voor het makelaarskantoor 1,2 stallingsplek per 100 m² BVO (personeel) en 0,6 stallingsplek per 100 m² BVO (bezoekers).
De ontwikkelaar heeft een vergunningaanvraag ingediend waarbij voorzien is in de realisatie van 25 parkeerplaatsen in een gebouwde parkeervoorziening onder het complex. Deze parkeerplaatsen worden één op één mee verkocht met de appartementen (kadastrale koppeling met kettingbeding). Daarnaast wordt op eigen terrein een parkeerterrein aangelegd met 28 parkeerplaatsen en er worden 12 fietsnietjes (= 24 stallingsplaatsen) geplaatst.
Uit de gemeentelijke toets volgt de onderstaande tabel (parkeerbalans).
Aantal
Eenheid
Norm
Per eenheid
Normatieve parkeervraag
Appartement
25
woning
1,8
per woning
45
Appartement bezoekers
25
woning
0,3
per woning
8
Apotheek
190
m² BVO
3,2
per 100 m² BVO
7
Huisarts
1
behandelkamer
3,0
per behandelkamer
3
Kantoor
80
m² BVO
2,9
per 100 m² BVO
3
Totaal
66
Parkeervraag gereserveerde parkeerplaatsen appartementen
maximaal
werkdag
ochtend
werkdag
middag
werkdag
avond
koopavond
werkdag
nacht
zaterdag
middag
zaterdag
avond
zondag
middag
Appartement
45
23
23
41
36
45
27
36
32
Parkeeraanbod
25
25
25
25
25
25
25
25
25
Vraag openbare parkeerplaats
20
-2
-2
16
11
20
2
11
7
Aanwezigheids percentage
maximaal
werkdag
ochtend
werkdag
middag
werkdag
avond
koopavond
werkdag
nacht
zaterdag
middag
zaterdag
avond
zondag
middag
Appartement
100%
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
Appartement bezoekers
100%
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
Apotheek
100%
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
Huisarts
100%
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
Kantoor
100%
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
Parkeervraag openbare parkeerplaatsen na dubbelgebruik
maximaal
werkdag
ochtend
werkdag
middag
werkdag
avond
koopavond
werkdag
nacht
zaterdag
middag
zaterdag
avond
zondag
middag
Appartement
20
0
0
16
11
20
2
11
7
Appartement bezoekers
8
1
2
7
6
0
5
8
6
Apotheek
7
7
6
1
1
0
1
1
1
Huisarts
3
3
3
1
1
0
1
1
1
Kantoor
3
3
3
1
1
0
0
0
0
Totaal
41
14
14
26
20
20
9
21
15
Voor de functies zijn, zonder toepassing van dubbelgebruik, 66 parkeerplaatsen nodig. De verdeling aandeel gereserveerde parkeerplaatsen en aandeel openbare parkeerplaatsen is respectievelijk 25 en 41. Op basis van de rekenregels voor dubbelgebruik wordt vastgesteld dat er op het maatgevend moment ‘werkdag avond’ minimaal 51 parkeerplaatsen nodig zijn. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat de parkeerplaatsen in de parkeerkelder niet dubbel gebruikt kunnen worden.
Vraag naar fietsstallingsplekken na dubbelgebruik
maximaal
werkdag
ochtend
werkdag
middag
werkdag
avond
koopavond
werkdag
nacht
zaterdag
middag
zaterdag
avond
zondag
middag
Appartement
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Appartement bezoekers
20
2
4
16
14
0
12
20
14
Apotheek
11
11
9
2
2
0
2
2
2
Huisarts
2
2
2
1
1
0
1
1
1
Kantoor
2
2
2
1
1
0
0
0
0
Totaal
35
17
17
20
18
0
15
23
17
Voor de functies zijn, zonder toepassing van dubbelgebruik, 35 fietsstallingsplekken nodig. Door het toepassen van de rekenregels voor dubbelgebruik zijn er op het maatgevende moment ‘zaterdagavond’ 23 stallingsplekken nodig.
De ontwikkelaar heeft een vergunningaanvraag ingediend waarbij voorzien is in de realisatie van 25 gereserveerde (niet-openbare) parkeerplaatsen voor de appartementen en 26 parkeerplaatsen op maaiveld. Verder zijn er in het plan 12 nietjes (=24 fietsstallingsplaatsen) voorzien. De ingediende vergunningaanvraag is voor wat betreft het parkeren (voor zowel auto als fiets)akkoord.
Rekenvoorbeeld: Halen en brengen bij een kinderdagverblijf
Er wordt een kinderdagverblijf (500 m² BVO) aan de rand van Westervoort gerealiseerd (op grote afstand van woningen, geen openbaar vervoer in de nabijheid) met 7 personeelsleden en een opvangcapaciteit voor 60 kinderen. Gezien de ligging van het kinderdagverblijf zal het aantal kinderen dat met de auto wordt gebracht hoog zijn.
Voor het personeel zijn 5 x 1,4 parkeerplaats per 100 m² BVO (parkeernorm kinderdagverblijf) 7 parkeerplaatsen nodig.
Voor het halen en brengen zijn: 60 (aantal leerlingen) x 80% (% leerlingen met de auto) x 0,25 x 0,75 = 12,75 → 13 parkeerplaatsen nodig.
Totaal zijn er dus 7 + 13 = 20 plaatsen nodig.