2. Beleidsuitgangspunten
1)Natuurgebieden
Vestiging in gebieden waar herstel en ontwikkeling van aanwezige natuurwaarden als uitgangspunt geldt, en bosgebieden met een multifunctionele doelstelling is niet mogelijk. Een landgoed doet te veel afbreuk aan aanwezige natuurwaarden.
Nieuwe landgoederen zijn niet gewenst in natuurgebieden
2)Kenmerkende open landschappen (de essen en beekdalen) en kwetsbare gebieden met weidevogels, zwanen en ganzen
Het open landschap moet in stand worden gehouden (SGR). In de open gebieden met essen en beekdalen en in gebieden waar weidevogels, kwetsbare ganzensoorten en wilde en kleine zwanen voorkomen, is de aanleg van bos alleen mogelijk indien de bestaande waarden niet worden aangetast.
Een nieuw landgoed zal afbreuk kunnen doen aan aanwezige natuur- en landschapswaarden, respectievelijk voor de (weide)vogels en de openheid.
Nieuwe landgoederen zijn niet gewenst in kenmerkende open landschappen (de essen en beekdalen) en kwetsbare gebieden die van belang zijn voor weidevogels, zwanen en ganzen.
3)Landbouwkundige kerngebieden
De situering van nieuwe landgoederen moet in landbouwkundige kerngebieden worden voorkomen. De landgoederen zullen door hun beroep op de beschikbare landbouw gronden en de hierdoor mogelijke versnippering binnen de landbouwkundige kerngebieden, te zeer een aanslag betekenen op de ontwikkelingsmogelijkheden van een duurzame landbouw.
Nieuwe landgoederen zijn niet gewenst in landbouwkundige kerngebieden.
Gebieden die de voorkeur hebben en/of toelaatbaar zijn als locatie van nieuwe landgoederen
4)Bosclusteringsgebieden
Nieuwe landgoederen dienen te passen in het bosclusteringsbeleid. Dat is in essentie het concentreren van bebossing op locaties die grenzen aan bos, aan natuur-, milieubeschermings- en recreatiegebieden en aan dorpen.
Voor bosuitbreiding - op nieuwe landgoederen - gelden een van de volgende clusteringscriteria (POP):
-de bosuitbreiding is gelegen aan bestaand bos dat groter is dan 50 hectare of grenst aan een waardevolle bosgemeenschap;
-de bosuitbreiding is gelegen tegen een bestaand natuurgebied dat groter is dan 50 hectare, voor zover zij de ontwikkeling van natuurwaarden versterkt;
-de bosuitbreiding is gelegen tegen een bestaand of toekomstig recreatieterrein dat groter is dan 10 hectare;
-de bosuitbreiding is gelegen in milieubeschermingsgebieden, voor zover zij tevens de ontwikkeling van landschaps-, cultuurhistorisch en natuurwaarden versterken;
-de bosuitbreiding is gelegen tegen of nabij woonkernen (vastgestelde bebouwde kommen), daar waar het bos een recreatieve functie kan krijgen en de bestaande cultuurhistorische landschappelijke waarden en natuurwaarden niet aangetast worden.
Nieuwe landgoederen zijn gewenst in bosclusteringsgebieden.
5)Ecologische verbindingszones
Nieuwe landgoederen kunnen helpen bestaande natuurwaarden te beschermen, dan wel nieuwe natuur te ontwikkelen. Ze kunnen een buffer vormen rond kwetsbare natuurgebieden, ecologische verbindingszones of "stap-stenen" vormen. Ook de waterhuishouding kan worden aangepast voor natuurgebieden.
Nieuwe landgoederen kunnen als inrichtingselement een bijdrage leveren aan ecologische verbindingszones.
6)Recreatieve verbindingszone
Het grootste deel van een landgoed is in principe openbaar terrein en kan worden bezocht door bezoekers. Nieuwe landgoederen spelen een belangrijke rol in de uitbreiding van het netwerk van recreatieve wandel- en fietspaden. Net als bij het ontwikkelen van de ecologische verbindingszone kan het landgoed van belang zijn om waardevolle recreatieve zones met elkaar te verbinden. Ook kunnen nieuwe landgoederen een functie vervullen als stedelijk uitloopgebied van nabijgelegen bebouwingsconcentraties.
Nieuwe landgoederen kunnen als inrichtingselement een bijdrage leveren aan recreatieve verbindingszones.
7)Milieu
Nieuwe landgoederen kunnen een middel zijn om milieuproblemen op te lossen. Op sommige locaties kan sprake zijn van milieuproblemen die het gevolg zijn van bijvoorbeeld de landbouwfunctie. Indien behoefte is aan het saneren van ongewenste situaties (bijvoorbeeld in bodem- en grondwaterbeschermingsgebieden) biedt het landgoed de kans het probleem op te lossen en bovendien een extra kwaliteitsimpuls te doen. Deze kwaliteitsimpuls (win-winsituatie) ontstaat bijvoorbeeld door verminderde vermesting.
Nieuwe landgoederen zijn toelaatbaar in bodem- en grondwaterbeschermingsgebieden.
Algemene criteria ten aanzien van nieuwe landgoederen
8)Minimale oppervlakte
Een nieuw landgoed moet wat betreft grootte, schaal en ontwerp worden in- en aangepast aan de omgeving. Het ontwerp van het landgoed is dus afhankelijk van de locatie. Naast bebossing en de woning moeten ook open ruimten, zichtassen, landschapselementen en natuurontwikkeling worden geïntegreerd in het ontwerp. Het Rijk en de provincie Drenthe geven aan dat het landgoed minimaal uit 5 hectare bos moet bestaan. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat een nieuw landgoed bestaat uit 5 hectare bos met daarbinnen een woning zonder enig ander inrichtingskenmerken die zo kenmerkend zijn voor landgoederen. Om het aandeel bos in verhouding te laten zijn met overige kenmerken van het landgoed, moet de locatie minimaal een oppervlakte hebben van 10 hectare. Daarvan dient minimaal 5 hectare te worden ingericht als bos en mag maximaal 10% van het terrein voor privé doeleinden worden aangewend. De overblijvende oppervlakte dient ingericht te worden voor bos en/of natuurgebied. Bij grotere oppervlaktes kan binnen de oppervlakte van het landgoed ook milieuvriendelijke landbouw, tuinbouw en sierteelt worden toegestaan. In het huis zelf kan naast de woonfunctie ruimte gelaten worden voor kleinschalige vormen van recreatie en toerisme, een atelier een cursusruimte etc.
Nieuwe landgoederen hebben als zelfstandig element een minimale oppervlakte van 10 hectare nodig.
9)Maatschappelijke meerwaarde
De (maatschappelijke) meerwaarden van een nieuw landgoed kunnen uit de volgende mogelijkheden bestaan:
-verbetering van de (ruimtelijke) kwaliteit van de omgeving;
-meer bos, natuur en landschapselementen;
-recreatieve gebruiksmogelijkheden;
-verbetering van de milieukwaliteit.
Nieuwe landgoederen moeten een (maatschappelijke) meerwaarde kunnen bieden aan de inwoners van de gemeente Westerveld.
Nadat op basis van voorstaande criteria het landelijk gebied is verkend ten aanzien van mogelijke vestigingslocaties, zal een verdere verfijning van de in aanmerking komende gebieden moeten plaats vinden ten aanzien van aspecten als archeologie, cultuurhistorische waarden en de karakteristiek van het landschap ter plaatse maar ook op de directe belangen van aangrenzende eigenaren of grondgebruikers. Met betrekking tot het landschap is met name extra aandacht gewenst voor de kenmerkende ruimtelijke opbouw van het coulissenlandschap.