Gemeentelijke regelgeving

Evenementen- en geluidsnota gemeente Westerkwartier

Gemeente Westerkwartier · geldt sinds 4 januari 2024

4 Waarvoor een vergunning aanvragen?

4.2. Verschillende categorieën evenementen

4.2.1 Meldingsplichtige evenementen

In het kader van deregulering is besloten een aantal kleinschalige evenementen en evenementen die in de praktijk eigenlijk nooit problemen opleveren vrij te stellen van de vergunningplicht. In verband met een mogelijke samenloop met andere evenementen en in verband met eventueel noodzakelijke wegafsluitingen, is het wel wenselijk dat we van deze evenementen op de hoogte zijn. Daarom moet van deze evenementen wel een melding bij de gemeente worden gedaan.

Bij kleine evenement waarvoor een melding voldoende is, kan gedacht worden aan:

•een straatbarbecue of straatfeest;

•een kleinschalige activiteit georganiseerd door een school, buurtcentrum, kerk, verzorgings- of verpleeghuis of sportvereniging die plaatsvindt op of start/finisht op eigen terrein;

•open (bedrijven)dagen, winkelopening;

•recreatieve wandeltocht, fietstocht, wandelvierdaagse;

•straatspeeldag;

•ANWB streetwise (Verkeerseducatie les) of vergelijkbare educatieve projecten;

mits deze aan de volgende voorschriften voldoen (artikel 2:24, lid 3 Apv):

•het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;

•de activiteiten plaatsvinden tussen 07.00 en 23.00 uur;

•geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur en binnen het tijdsbestek van 07.00 uur tot 23.00 uur het equivalente geluidsniveau van 50 dB(A) op de gevel van gevoelige gebouwen niet wordt overschreden;

•de activiteiten geen belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en

•de organisator de burgemeester 15 werkdagen van tevoren in kennis heeft gesteld van het evenement.

4.2.2 Vergunningsplichtige evenementen

Alle evenementen die niet voldoen aan de daarvoor geldende criteria die hierboven zijn vermeld zijn vergunningsplichting en kennen een indieningstermijn van 14 weken voorafgaand aan het evenement. In overeenstemming met artikel 2.25 lid 8 van de Apv Westerkwartier kan de burgemeester evenementen aanwijzen waarvoor een afwijkende indieningstermijn geldt.

Bij vergunningsverplichtige evenementen wordt een onderscheid gemaakt in A-, B- en C evenementen. Dit onderscheid is gebaseerd op de Handreiking risicovolle evenementen van de Veiligheidsregio Groningen van belang. Door de Veiligheidsregio Groningen is een risicoscan opgesteld, waarbij het risico is gekoppeld aan een puntensysteem. Aan de hand van het totale aantal punten worden de evenementen ingedeeld als A-, B- of C-evenement. In Hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op het gebruik van de risicoscan.

A-evenement (evenementen met een niet- of nauwelijks belastend profiel)

Dit is een kleinschalig evenement dat geen of nauwelijks belasting vormt voor de leefomgeving. Het betreft een activiteit met een beperkt aantal bezoekers, een beperkte geluidsproductie en die veelal overdag of in de avonduren plaatsvindt. Een dergelijk evenement richt zich vaak op een bepaalde buurt of specifieke doelgroep.

B-evenement (evenement met een belastend profiel)

Dit is een evenement van beperkte omvang, hoofdzakelijk gericht op bezoekers van binnen de eigen gemeente en vormt voor de omgeving een geringe belasting. Deze evenementen zijn van groot belang voor het leefklimaat binnen de verschillende kernen van de gemeente en voor het in stand houden van verenigingen en organisaties. De activiteit wordt gedurende één of meerdere dagen georganiseerd, kent een grotere geluidsbelasting door versterkte muziek of omroepactiviteiten. Ook vinden de nodige verkeersbewegingen plaats. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een (meerdaags) buurtfeest.

C-evenement (evenement met een risicoprofiel)

Op grond van de kwaliteit en het bovenlokale bereik betreft het een evenement met een ruime naamsbekendheid en promotioneel effect. Op basis van de plannen van de organisator blijkt dat er door de omvang van het evenement nadrukkelijk belastende effecten optreden voor de leefomgeving. Voor deze evenementen geldt ook dat het evenement geen belemmering mag vormen voor hulpdiensten en afwikkeling van het doorgaand verkeer. Ook zal het evenemententerrein nauwkeurig moeten worden afgebakend waarbij exact wordt aangegeven hoe de locatie mag worden ingericht en zullen veiligheids- en medische voorschriften worden aangegeven. Tot slot zal ook een calamiteitenplan ingediend moeten worden.

De indeling van een evenement in een bepaalde categorie is dus gebaseerd op de omvang, de uitstralingseffecten op de omgeving en de risico's die de activiteiten met zich meebrengen. Het enkele criterium ten aanzien van het aantal bezoekers is dus niet bepalend voor de beoordeling onder welke categorie een evenement wordt geschaard. Het verkrijgen van een evenementenvergunning of het kunnen volstaan met een meldingsplicht voor een evenement laat uiteraard onverlet dat er nog wel andere vergunningen of ontheffingen noodzakelijk kunnen zijn voor het organiseren van een activiteit, zoals bijvoorbeeld een tijdelijke ontheffing op basis van de Alcoholwet.

8 Geluid

8.4. Beleidskeuzes gemeente Westerkwartier

8.4.1 Geluidsniveaus

In standaardsituaties:

•75 dB(A) op gevel geluidgevoelige gebouwen;

•90 dB(C) op gevel geluidgevoelige gebouwen;

•103 dB(A) muziekgeluid op het terrein, ter preventie gehoorschade bezoekers;

•140 dB(C) muziekgeluid als maximale geluidsniveau op het terrein, ter preventie gehoorschade bezoekers;

•vanaf 92,5 dB(A) muziekgeluid op het terrein wordt gehoorbescherming gestimuleerd.

Als er geen geluidgevoelig gebouw binnen 200 meter vanaf het evenemententerrein is:

•75 dB(A) op 200 meter vanaf feesttent of bezoekersveld;

•90 dB(C) op 200 meter vanaf feesttent of bezoekersveld.

Bij kermistoestellen geldt als aanvullende norm:

•90 dB(A)/103 dB(C) op 1 meter vanaf de kermisattractie of, in het geval een luidspreker wordt gebruikt, gemeten op 1 meter vanaf de luidspreker (Leq gemeten over minimaal 1 minuut).

Bijzondere situaties:

Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen onder bijzondere omstandigheden, kan een iets hogere norm aan een evenementenvergunning worden verbonden. Hier wordt zeer terughoudend mee omgegaan, om onacceptabele hinder te voorkomen. Een dergelijke uitzondering kan aan de orde zijn als het een evenement betreft met een plaatselijk maatschappelijk belang die wordt gedragen door de omwonenden, waarbij redelijkerwijs niet te voorkomen is dat de geluidnorm op enkele woningen voor een korte duur wordt overschreden, in een omgeving die niet reeds overbelast is door cumulatie van geluiddragende evenementen.

Motivatie en toelichting:

75dB(A) en 90 dB(C) op de gevel van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen zijn voor evenementen gangbare normen in den lande. Er zijn alleen normen op de gevel vastgelegd. Omdat gevels van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen) normaliter een geluidisolatie van circa 25 dB bieden, wordt daarmee indirect een binnenniveau van circa 50 dB(A) gerealiseerd. Bij een binnenniveau tot 50 dB(A) is het nog enigszins mogelijk om zonder noemenswaardige stemverheffing een goed gesprek te voeren. Bij een hoger niveau is het zonder stemverheffing niet meer mogelijk om elkaar goed te verstaan. Slaapverstoring kan al beginnen bij lagere binnenniveaus vanaf 25 dB(A) en meer hinderlijke vormen aannemen bij binnenniveaus van 40 á 45 dB(A). De toegestane geluidsniveaus bieden dus geen volledige garantie voor een goede nachtrust. De normen zijn dus niet geschikt om onbeperkt evenementen te houden. Er worden daarom (verderop) ook eindtijden voor evenementen vastgelegd en er beperkingen gesteld aan het aantal evenementen die bij deze normen kunnen worden toegestaan.

Omdat de normen op de gevel zijn vastgesteld, kunnen geluidmetingen buiten de woning uitgevoerd worden en is het dus niet nodig om woningen binnen te gaan.

Bovengenoemde normen betreft het A-gewogen, respectievelijk C- gewogen equivalente geluidsniveau (LAeq respectievelijk LCeq ) veroorzaakt door het evenement, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen en bepaald conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, met dien verstande dat de meetduur op 3 minuten wordt gesteld, de meethoogte op 1,5 meter en er geen bedrijfsduurcorrectie en geen straffactor van 10 dB voor muziekgeluid wordt toegepast.

Voor incidentele en collectieve festiviteiten binnen inrichtingen gelden (naast de normen op de gevel) wel normen voor in- en aanpandige gevoelige gebouwen. Deze normen zijn in de Apv opgenomen. Hiermee wordt bijvoorbeeld een woning boven een café beschermd.

Omdat (muziek)geluid van evenementen in de open lucht of feesttenten ver draagt, zijn er voor gevallen waarin er geen geluidgevoelig gebouw binnen 200 meter vanaf het evenemententerrein aanwezig is, normen opgenomen die gelden op 200 meter afstand. Op deze wijze wordt de omvang van het effectgebied (en daarmee ook de omvang van het gebied waarbinnen geluidsoverlast kan worden ervaren) redelijkerwijs beperkt.

Naast de normen die bedoeld zijn om de belangen van omwonenden te behartigen, zijn er ook normen opgenomen ter preventie van gehoorschade bij bezoekers van een evenement, namelijk een terreinniveau van ten hoogste LAeq=103 dB(A), gemeten over 15 minuten en voor de piekbelasting dient de geluidsdruk te worden beperkt tot maximaal 200 Pascal, of: Lmax= 140 dB(C). Deze normen zijn overgenomen uit het (derde) Convenant Preventie Gehoorschade versterkte muziek (van december 2018) en is gericht op evenementen waar de doelgroep voor meer dan 50% bestaat uit meerderjarigen (18 jaar en ouder). Voor jongere doelgroepen worden lagere normen of extra gehoorbescherming gestimuleerd. Het opnemen van de norm biedt niet de garantie voor ieder individu dat er geen gehoorschade kan optreden. Hierover zegt het convenant dat het onmogelijk is om realistische maximale geluidniveaus per muziekactiviteit te adviseren die voor ieder individu absoluut veilig zijn. Voor het dragen van adequate gehoorbescherming is de bezoeker zelf eindverantwoordelijk. De norm draagt er echter aan bij dat de kans op gehoorschade, door te vaak en/of te lang te harde muziek, wordt verminderd.

Vanaf een equivalent geluidsniveau op het terrein van 92,5 dB(A), gemeten over 15 minuten, dienen bezoekers (overeenkomstig het convenant) gestimuleerd te worden om adequate gehoorbescherming te dragen. Onder het begrip terrein wordt verstaan ieder terrein (zowel buiten, in een feesttent of inpandig) bij een evenement of festiviteit waar bezoekers mogen komen en waar ze aan muziekgeluid worden blootgesteld.

8.4.2 (Geluid)eindtijden

•Voor een evenement die op een zondag, maandag, dinsdag, woensdag of een donderdag aanvangt, is de geluidseindtijd 00:00 uur van de eerstvolgende dag. De geluidseindtijd is tevens ook de sluitingstijd voor de bar. De definitieve eindtijd is 00:30 uur van de eerstvolgende dag. Dit betekent dat bezoekers uiterlijk om 00:30 uur de evenementenlocatie moeten hebben verlaten;

•Voor een evenement die op een vrijdag of zaterdag aanvangt, is de geluidseindtijd om 02.00 uur van de eerstvolgende dag. De geluidseindtijd is tevens ook de sluitingstijd van de bar. De definitieve eindtijd is 02:30 uur van de eerstvolgende dag. Dit betekent dat bezoekers uiterlijk om 02:30 uur de evenementenlocatie moeten hebben verlaten;

•Voor een collectieve festiviteit die inpandig plaatsvindt bij een inrichting voor horeca-, sport- en recreatieactiviteiten, die op een vrijdag of zaterdag aanvangt, geldt als uiterlijke geluidseindtijd 02.00 uur van de eerstvolgende dag;

•Op de dag voor Koningsdag, eerste Paasdag, de dag voor Hemelvaartsdag, Hemelvaartsdag en eerste Pinksterdag geldt een geluidseindtijd van 02:00 uur van de eerstvolgende dag. De geluidseindtijd is tevens ook de sluitingstijd van de bar. De definitieve eindtijd is 02:30 uur van de eerstvolgende dag. Dit betekent dat bezoekers uiterlijk om 02:30 uur het terrein moeten hebben verlaten;

•Voor drie meerdaagse evenementen, zijnde Garnwerd Grandioos, spelweek Niezijl, en feestweek Niekerk, is een uitzonderingsregel van toepassing met betrekking tot de eindtijden op doordeweekse dagen. Als deze evenementen kunnen aantonen dat zij in 2023 over een vergunning beschikten met ruimere eindtijden op zondag, maandag, dinsdag, woensdag of donderdag, dan geldt voor die dagen een geluidseindtijd van 01:00 uur van de eerstvolgende dag. De geluidseindtijd is tevens ook de sluitingstijd voor de bar. De definitieve eindtijd is om 01:30 uur. Dit betekent dat bezoekers uiterlijk om 01:30 uur de evenementenlocatie moeten hebben verlaten. Een uitfaseringsregel is van toepassing op deze uitzonderingsregel; indien door organisatoren geen gebruik wordt gemaakt van deze uitzonderingsregel vervalt het recht om bij een eerstvolgende editie beroep te doen op deze uitzonderingsregel. In het vervolg geldt dan voor deze evenementen de standaard (geluids)eindtijden op zondag, maandag, dinsdag, woensdag of donderdag.

•Voor oudejaarsnacht geldt geen eindtijd bij inpandige festiviteiten in horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen;

•Standaard geldt 19.00 uur als eindtijd voor auto- en motorcross, trekkertrek of vergelijkbare activiteiten met motorvoertuigen. Als uitzonderingsmogelijkheid kunnen deze activiteiten tot uiterlijk 22.00 uur worden toegestaan;

•Voor achtergrondmuziek bij ijsbanen geldt 21.30 uur als eindtijd gedurende de gehele vorstperiode;

Motivatie en toelichting:

Tussen de geluidseindtijd en de definitieve eindtijd van een evenement bevindt zich een tijdsinterval van een halfuur. Dit halfuur dient door de organisatie worden benut om de uitstroom van bezoekers te coördineren, zodat er op het moment van de definitieve eindtijd geen publiek meer aanwezig is op het evenemententerrein.

Voor incidentele festiviteiten staan de eindtijden in de Apv, zonder de mogelijkheid om in bijzondere omstandigheden ruimere eindtijden toe te staan. Bij collectieve festiviteiten worden de eindtijden in het aanwijzingsbesluit vastgelegd en bestaat wel de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen ruimere eindtijden toe te staan, net als bij het verlenen van evenementenvergunningen.

Activiteiten met motorvoertuigen vinden, gelet op de specifieke hinder van dergelijke activiteiten, bij voorkeur alleen in de dagperiode plaats. Een uitloop/doorloop in de avondperiode kan als uitzondering worden toegestaan tot uiterlijk 22.oo uur. Hierbij vindt een belangenafweging plaats tussen de specifieke belangen van het evenement en de belangen van de omwonenden. In de regel zal deze uitzonderingsmogelijkheid soepel worden toegekend, tenzij de activiteit leidt tot onaanvaardbare geluidhinder, of als een uitloop/doorloop in de avondperiode gemakkelijk vermijdbaar is. Na 22.00 uur in de avond en in de nachtperiode (van 23.00 uur tot 07.00 uur) worden deze activiteiten niet toegestaan. Er is gekozen voor 22.00 uur omdat in de afgelopen jaren dit de uiterste termijn was die vergund is. Een verruiming wordt niet voorgestaan.

8.4.3 Aantallen

•Per jaar worden er maximaal 6 collectieve festiviteiten aangewezen voor een aangewezen gebied, waarbij er rekening mee wordt gehouden dat de gebieden elkaar wat geluidhinder betreft niet overlappen. Uitgangspunt is verder dat er maximaal twee festiviteiten per maand worden gehouden. Oud- en nieuwjaar wordt als collectieve festiviteit aangewezen voor de gehele gemeente.

•Evenementen in feesttenten of in de open lucht worden maximaal 6 keer per jaar op een locatie toegestaan. Uitgangspunt voor nieuwe evenementen (dat wil zeggen evenementen die tot dusver niet plaatsvonden) of een uitbreiding van het aantal dagen of dagdelen van bestaande evenementen, worden alleen toegestaan als er binnen het effectgebied van de evenementen, rekening houdend met cumulatie, niet vaker dan 6 keer per jaar een evenement plaatsvindt. Als er een bijzonder maatschappelijk of cultureel belang aanwezig is bij een evenement, kan afgeweken worden van het maximum van 6 keer per jaar als het evenement redelijkerwijs niet op een andere (geschiktere) locatie kan plaatsvinden.

•Standaard geldt bij een meerdaags evenement elke dag als één keer; een tweedaags evenement staat dus gelijk aan twee losse evenementen. Het college kan in het kader van dit geluidbeleid bij uitzondering bepalen dat meerdere kort op elkaar volgende evenementen, bijvoorbeeld in een feestweek, als één evenement gerekend worden.

•Een evenement kan worden geweigerd als er al 2 evenementen in die maand worden gehouden.

•Een nieuw evenement kan worden geweigerd als de locatie vanwege de te verwachten geluidhinder niet geschikt wordt geacht.

•Als inrichtingen onder normale bedrijfsomstandigheden, dus zonder een geluidontheffing, de geluidvoorschriften overtreden, dan kan als maatregel het aantal te verlenen ontheffingen aan de betreffende inrichting worden ingeperkt.

•Voor auto- en motorcross, trekkertrek of andere evenementen met motorvoertuigen-geluid, wordt een terughoudend beleid gevoerd: nieuwe locaties voor evenementen met dergelijke activiteiten of een uitbreiding van het aantal dagen of dagdelen worden niet voorgestaan, tenzij het locaties betreft waarbij het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (gemeten over 3 minuten en zonder toepassing van een bedrijfsduurcorrectie) op geluidgevoelige objecten onder de 60 dB(A) blijft.

•Voor (muziek)geluid bij besloten feesten in de privésfeer, zoals huwelijksfeesten, verjaardagsfeesten of buurtbarbecues, die bij mensen thuis in de tuin of een in kleine feesttent plaatsvinden, wordt geen geluidsontheffing verleend.

Motivatie en toelichting:

Het maximum aantal per kalenderjaar te houden incidentele festiviteiten is in de Apv zelf vastgesteld op twaalf. Dit is het maximale aantal dat de gemeente op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer voor incidentele festiviteiten mag aanwijzen. Ondernemers die hun inrichtingen/gebouwen goed geluidwerend hebben gemaakt, zodat ze ook met luide muziek aan de reguliere geluidvoorschriften kunnen voldoen, hebben de mogelijkheid om vaker feesten te organiseren, omdat ze geen geluidontheffing nodig hebben.

In de Apv is geregeld dat het college per kalenderjaar de collectieve festiviteiten kan vaststellen. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit waarin de dagen of dagdelen staan genoemd waarop de collectieve festiviteiten gehouden mogen worden, geldend voor de gehele gemeente of slechts binnen een bepaald gebied. Oud en nieuw, Bevrijdingsdag en Koningsdag wordt collectief voor hele gemeente aangewezen; verder worden de festiviteiten per gebied aangewezen, waarbij ook rekening wordt gehouden met overlappende geluidhinder van aangewezen gebieden, om (voor zover mogelijk) te voorkomen dat omwonenden die tussen twee gebieden inwonen, een dubbel aantal keren geluidhinder ervaren.

In dit beleid wordt onder effectgebied verstaan het gebied rondom een evenement waarbinnen de (door het evenement veroorzaakte) geluidsniveaus hoger zijn dan de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daar waar meerdere effectgebieden elkaar overlappen is sprake van cumulatie. Het begrip cumulatie wordt binnen dit geluidbeleid alleen toegepast voor geluid afkomstig van evenementen.

Om het draagvlak voor evenementen en festiviteiten te behouden is het van belang om het aantal keren dat omwonenden geluidhinder kunnen ervaren enigszins beperkt te houden. Er wordt daarom rekening gehouden met de cumulatie van geluid (losse evenementen plus incidentele en collectieve festiviteiten) waar omwonenden aan blootgesteld kunnen worden. Omdat veel evenementen normaliter in de zomerperiode plaatsvinden, zou het aantal keren dat omwonenden in een korte tijd worden blootgesteld aan geluid flink kunnen oplopen. Bovenstaand beleid over aantallen en cumulatie dragen bij aan spreiding in plaats/gebied en spreiding in de tijd.

Voor (muziek)geluid bij besloten feesten in de privésfeer, zoals huwelijksfeesten, verjaardagsfeesten of buurtbarbecues die bij mensen thuis in de tuin of een in kleine feesttent plaatsvinden, wordt geen geluidsontheffing verleend. Het valt redelijkerwijs niet te reguleren hoe vaak en door wie en met welke norm een dergelijk feest op een buurt gehouden zou mogen worden. Hiervoor wordt gesteld dat degene die het feest geeft, dit slechts kan doen in goed overleg en met goedvinden van de buren/omwonenden; in dergelijke situaties waarbij niet geklaagd wordt over geluidsoverlast, zal er ook niet tegen geluidsoverlast opgetreden worden.

8.4.4 Bijzondere regeling(en)

•Voor de inrichting van Party- en recreatiecentrum Strandheem blijft als bijzondere regeling gelden dat voor die locatie geen ontheffingen worden verleend tijdens basisschoolvakanties.

Motivatie en toelichting:

De locatie van Party- en recreatiecentrum Strandheem is zeer geschikt voor grootschalige (buiten)evenementen, maar ieder evenement daar leidt tot aanzienlijke geluidsoverlast voor de nabijgelegen camping Strandheem. Een evenwicht tussen beide belangen wordt gevonden door in de drukste periodes van de camping geen festiviteiten toe te staan.

Voor wat betreft de zomervakanties wordt de gehele periode aangehouden waarbinnen de basisscholen van Regio Noord en/of Midden en/of Zuid vakantie heeft.

8.4.5 Best Beschikbare Technieken (BBT) bij muziekevenement

•Tijdens een muziekevenement worden de best beschikbare technieken toegepast.

•In een aanvraag voor een muziekevenement c.q. een geluidontheffing voor dat doeleinde, geeft de aanvrager aan op welke wijze zij invulling geeft aan het voorschrift om de best beschikbare technieken toe te passen, waarbij aandacht is voor:

o – Richting van podium/podia

o – Omschrijving en aantallen luidsprekers

o – Positionering en hoogte van de luidsprekers

o – Maatregelen in techniek en afscherming

Indien bepaalde maatregelen niet doelmatig of niet mogelijk worden geacht, dan wordt dit onderbouwd.

Motivatie en toelichting:

Best beschikbare technieken is een begrip dat in de Wet milieubeheer wordt gehanteerd voor inrichtingen. Het begrip is ook toepasbaar op evenementen. De oorspronkelijke definitie staat in artikel 1.1 van genoemde wet. De definitie die in dit geluidbeleid wordt gehanteerd, luidt als volgt: Onder de beste beschikbare technieken wordt verstaan: de voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de geluidemissie en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die het evenement kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die - kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe het evenement behoort, kunnen worden toegepast, en die voor de organisator van het evenement, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van het evenement, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop het evenement buiten gebruik wordt gesteld.

Doel van het toepassen van de BBT is om het geluidniveau van een evenement bij omwonenden zo laag als redelijkerwijs mogelijk te laten zijn. Vroeger werd hiervoor het begrip As Low As Reasonably Achievable (ALARA) gehanteerd. Tegenwoordig staan de BBT beschreven in referentiedocumenten. Voor geluid bij evenementen bestaat echter nog geen specifiek referentiedocument. Om te bepalen welke technieken en voorzieningen als BBT mogen worden gezien is daarom geput uit hetgeen door de Expertgroep Geluid van gemeente Amsterdam als BBT wordt beschouwd. Deze zijn (gedeeltelijk) overgenomen, voor zover ze van toepassing kunnen zijn op evenementen binnen gemeente Westerkwartier.

De organisator van een muziekevenement dient in ieder geval aandacht te besteden aan en rekening te houden met:

•1. De richting van het podium en de luidsprekers.

o ☐ Het podium en de luidsprekers worden naar de zijde gericht waar het minste hinder voor omwonenden is te verwachten.

o ☐ De speakers worden naar beneden (richting het publieksterrein) gericht.

•Er kunnen zich situaties voordoen waarbij er niet voor de meest geluids-ideale opstelling gekozen kan worden, bijvoorbeeld als de benodigde vluchtroutes bij een bepaalde opstelling in het geding komen. Dergelijke zwaarwegende redenen behoren dan in de aanvraag gemotiveerd te worden.

•2. De keuze van het soort/type en de aantallen luidsprekers.

Er bestaan verschillende soorten luidsprekers en manieren waarop ze worden opgesteld of opgehangen, bijvoorbeeld line arrays, point sources, cardioïde subs en sub arays. Elk geluidsysteem heeft specifieke kenmerken en voor- en nadelen. Bij de keuze voor een bepaald systeem en opstelling dient de geluidhinder voor de omgeving medebepalend te zijn. In de bijlage over BBT (zie: bijlage 8) wordt nader ingegaan op deze luidspreker-systemen.

•3. Positionering en hoogte van de luidsprekers

Luidsprekers worden niet onnodig hoog geplaatst. Bij luidsprekers die hoog geplaatst worden verspreid het geluid zich verder in de omgeving. De luidsprekers dienen gericht te zijn op het publieksterrein. Zie verder de bijlage over BBT.

•4. Maatregelen in techniek en afscherming

Bij evenementen met een muziekstijl met verhoudingsgewijs veel lage tonen, zoals house/dance, worden frequenties onder de 40 Hz af-gefilterd. Dit betekent dat het geluidsniveau onder deze frequentie verminderd wordt, waardoor overlast van deze lage tonen verminderd. De geluidsoverdracht vanaf de bron (de luidsprekers) naar de omliggende woningen kan worden beperkt door afscherming, met behulp van (zee)containers, schotten (baffles) zoals TexLnt, geluidschermen, houten beplating of verzwaarde zeilen. Niet op alle locaties is afscherming mogelijk of effectief. Zie ook voor dit aspect in de bijlage over BBT.

Indien bepaalde maatregelen niet doelmatig of niet mogelijk worden geacht, dan wordt dit onderbouwd. Dit zet de organisator van een evenement ertoe aan om bewust na te denken over de mogelijkheden om de geluidhinder zo goed als redelijkerwijs gevergd kan worden, te beperken.

8.4.6 Nadere geluidvoorschriften

•De organisator van een geluidrelevant evenement, informeert omwonenden vooraf over data en tijden en de aard van het evenement.

•Afbreken van podia of feesttenten vindt niet plaats in de nachtperiode na afloop van de eindtijd van het evenement.

•Op een kermis mogen sirenes, hoorns en dergelijke geluidsapparaten uitsluitend worden gebruikt gedurende drie seconden achtereen, om het begin of het einde van de kermisactiviteit aan te kondigen.

•Een omroep- of geluidssysteem inclusief luidsprekers bij een kermisattractie mag zich uitsluitend binnen de kermisattractie bevinden, waarbij de luidsprekers indien mogelijk zorgvuldig worden gericht naar het middelpunt van de kermis richting de grond. De luidprekers mogen niet op of richting de woonbebouwing zijn gericht.

•Een omroep- of geluidssysteem bij een cross of soortgelijk evenement, dient zorgvuldig te worden gericht naar het middelpunt van de baan richting de grond. De luidprekers mogen niet op of richting de woonbebouwing zijn gericht.

•Bij een motorcross dienen de motoren te zijn voorzien van een stille uitlaatdemper. Het maximale geluidsniveau van een motor mag, gemeten met de dynamische meetmethode zoals vastgesteld door de KNMV en de MON, niet meer bedragen dan 94 dB(A).

Motivatie en toelichting:

Aan een geluidontheffing (bij een evenement of festiviteit) kunnen nadere voorschriften worden verbonden, ter voorkoming of beperking van geluidhinder. Voor diverse soorten evenementen/festiviteiten, staan hierboven voorschriften die in standaardsituaties aan de ontheffing worden verbonden. Als het evenement daar aanleiding toe geeft, kunnen er andere/nadere voorschriften worden opgenomen.

Het afbreken van podia of feesttenten in de nachtperiode na een muziekfeest kan leiden tot geluidshinder, bijvoorbeeld door het geluid van metalen (steiger)buizen, eenvoudig omschreven als “kling-klang-klong“-geluid. Het afbreken van de podia dient daarom bij voorkeur overdag plaats te vinden. Het wordt in ieder geval niet toegestaan na afloop van de eindtijd die voor het (muziek)evenement is gesteld.

9 Toezicht en handhaving

2.3.5. Zondagswet

Wanneer een evenement op zondag wordt georganiseerd, dient rekening gehouden te worden met de Zondagswet, die in artikel 4 voorschrijft dat het verboden is op zondag voor 13.00 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen. Bepalend hierbij is met name de waarborging van de rust bij religieuze instellingen c.q. kerkdiensten. De burgemeester kan hiervoor een ontheffing verlenen.

Bijlage 1: APV artikelen

Artikel 2:24 Definities

•1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

o a. bioscoop- en theatervoorstellingen;

o b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet;

o c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

o d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;

o e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

o f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39;

o g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.

•2. Onder evenement wordt mede verstaan:

o a. een herdenkingsplechtigheid;

o b. een braderie;

o c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;

o d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;

o e. een straatfeest of buurtbarbecue;

o f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

•3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij:

o a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;

o b. de activiteiten plaatsvinden tussen 7.00 en 23.00 uur;

o c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur en binnen het tijdsbestek van 07.00 uur tot 23.00 uur het equivalente geluidsniveau van 50 dB(A) op de gevel van gevoelige gebouwen niet wordt overschreden;

o d. de activiteiten geen belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en

o e. het bepaalde onder c niet van toepassing is op een optocht op de weg.

Artikel 2:25 Evenementenvergunning

•1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

•2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

•3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

•4. De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

•5. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

•6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.

•7. Een aanvraag om vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt minimaal veertien weken voorafgaand aan de beoogde aanvangsdatum van het evenement ingediend.

•8. De burgemeester kan evenementen of categorieën evenementen aanwijzen waarvoor, in afwijking van de in het zevende lid bedoelde termijn, een afwijkende indieningstermijn geldt.

•9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:26 Ordeverstoring

•1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren

Bijlage 2: Beschrijving wet- en regelgeving evenementen

2.3.1. Alcoholwet

In het kader van de Alcoholwet moet als er verstrekking van alcoholische dranken buiten een horecabedrijf plaatsvindt, een tijdelijke ontheffing worden aangevraagd. Het betreft hier de bedrijfsmatige verstrekking van zwak-alcoholische dranken waarbij het schenken van de dranken moet plaatsvinden in het bijzijn en onder leiding van een tenminste 21-jarige persoon niet zijnde van slecht levensgedrag.

2.3.2. De Wegenverkeerswet

De Wegenverkeerswet 1994 schrijft de wegbeheerders in Nederland voor om bij het uitvoeren van bepaalde verkeersmaatregelen verkeersbesluiten te nemen. Officieel zijn dringende omstandigheden zoals opdooi, ongevallen of ander dreigend gevaar de enige reden om géén verkeersbesluit voor een verkeersmaatregel te hoeven nemen. In de praktijk zou dit echter betekenen dat wegbeheerders alleen al voor evenementen, buurtfeesten en dergelijke, honderden verkeersbesluiten per jaar zouden moeten opstellen, laten vaststellen en publiceren. Dit zou ten eerste veel tijd kosten en ten tweede zou het publiek worden overladen met talloze meldingen van verkeersbesluiten die voor het gros van de burgers totaal niet van belang zijn, waardoor de werkelijk belangrijke informatie zoals afsluitingen op doorgaande wegen kan ondersneeuwen. In de praktijk is er dan ook jurisprudentie dat gemeenten bij dit soort maatregelen géén verkeersbesluit hoeven te nemen zolang de verkeersmaatregelen van kortdurende aard zijn, en er geen grote belangen spelen die het nemen en publiceren van een verkeersbesluit noodzakelijk maken. Voor evenementen betekent dit dat een verkeersbesluit alleen nodig zal zijn als belangrijke doorgangswegen voor een langer termijn worden afgesloten en/of omleidingsroutes moeten worden geregeld.

2.3.3. Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen

Voor het gebruik van tijdelijke bouwsels of constructies (tenten, podia etc.) gelden de bepalingen en normstellingen van de Algemene Maatregel van Bestuur Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Dit besluit bevat de brandveiligheidsnormen die in alle gevallen van toepassing zijn bij evenementen. Het besluit bevat ook een aantal bepalingen over de inzet van basishulpverlening bij evenementen. Als bij een evenement een tijdelijke constructie in gebruik wordt genomen met een verblijfsruimte van meer dan 150 personen moet er een melding worden gedaan. Bij een evenement met een vergunningsplicht van artikel 2.25 Apv Westerkwartier en waarbij alle gegevens in het kader van de beoordeling van de brandveiligheid al worden aangeleverd, vervalt deze meldingsplicht.

2.3.4. Omgevingswet en bijbehorende besluiten en ministeriële regelingen

Omgevingsplan

Wanneer een evenement van significante (noemenswaardige) invloed is op de fysieke leefomgeving moet deze invloed in een ruimtelijk besluit beoordeeld en geborgd worden. Voor het bepalen of een evenement ruimtelijk relevant is kan onderscheid worden gemaakt in verschillende situaties:

•Incidenteel, kortdurend, maximaal een paar keer per jaar (verschillende) evenementen.

•Op jaarbasis incidenteel, maar wel terugkerend, meerdere evenementen.

•Regulier terugkerende grote evenementen.

Kortdurende incidentele evenementen kunnen overal in de gemeente Westerkwartier plaatsvinden en zijn vanwege het ontbreken van ruimtelijke relevantie niet in strijd met het bestaande ruimtelijke beleid. Op de locaties waar grotere, meerdere of meerdaagse evenementen kunnen worden georganiseerd is er wel sprake van ruimtelijke relevantie. Bij niet incidenteel gebruik van locaties, veel en/of langdurende evenementen moet er een en ander ruimtelijk geregeld worden. In ieder geval moeten evenementen expliciet mogelijk worden gemaakt in het (tijdelijke) omgevingsplan Waar dit niet het geval is, moet een omgevingsvergunning verleend worden.

In planologische zin wordt van een evenement gesproken indien het voldoet aan de volgende begripsomschrijving:

-elke voor publiek toegankelijke verrichting, georganiseerde gebeurtenis, openluchtmanifestatie, (thema-)dag of week en/of herdenking die al dan niet met een zekere regelmaat (bijvoorbeeld maandelijks, jaarlijks of jaar overstijgend) plaatsvindt;

•a. waardoor het normaal maatschappelijk gebruik van de gronden niet mogelijk is gedurende:

o 1. tenminste één aaneengesloten periode van 24 uur (incl. het opbouwen en afbreken): of

o 2. tenminste twee niet opeenvolgende dagen of vier niet opeenvolgende dagdelen: en

•b. met een omvang van meer dan 250 bezoekers/gasten/deelnemers/toeschouwers gelijktijdig aanwezig, en:

•c. met een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr, LT) van meer dan 40 dB(A) op de gevel van de dichtst bij gelegen woningen om en nabij het (evenementen)terrein.

Natuur

Met de Aanvullingswet natuur worden specifieke dier- en plantensoorten beschermd die in de openbare ruimte en natuur voorkomen. De wetgeving zegt dat alles wat schadelijk is voor beschermde soorten, verboden is. Bepaalde planten mogen niet worden geplukt of vernield en beschermde dieren mogen niet verstoord, verjaagd of gedood worden en ook hun eieren, nesten en holen mogen niet verstoord of vernield worden.

Er kan voor locaties die gebruikt worden voor evenementen gevraagd worden dat de organisator de risico’s met betrekking tot de flora en fauna in beeld brengt. Heeft een ecologisch deskundige bepaald dat er beschermde planten- en/of diersoorten aanwezig op de locatie dan moet de organisator preventieve maatregelen nemen om schade te voorkomen.

Lukt het niet met preventieve maatregelen schadelijke effecten te voorkomen dan kan een ontheffing aangevraagd worden, maar de kans dat die wordt verleend is in de praktijk klein.

2.3.5. Zondagswet

Wanneer een evenement op zondag wordt georganiseerd, dient rekening gehouden te worden met de Zondagswet, die in artikel 4 voorschrijft dat het verboden is op zondag voor 13.00 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen. Bepalend hierbij is met name de waarborging van de rust bij religieuze instellingen c.q. kerkdiensten. De burgemeester kan hiervoor een ontheffing verlenen.

Bijlage 3: Beleidsregels concurrerende evenementen

Voorstel concurrerende evenementen toevoegen (vastgesteld 2021)

Intitulé

Beleidsregels procedure concurrerende vergunningaanvragen voor evenementen in de gemeente Westerkwartier

De burgemeester van de gemeente Westerkwartier;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Westerkwartier 2021;

B E S L U I T :

vast te stellen de navolgende beleidsregels: Beleidsregels procedure concurrerende vergunningaanvragen voor evenementen in de gemeente Westerkwartier

Artikel 1 Begripsomschrijving

Onder concurrerende aanvragen wordt verstaan:

1aanvragen voor evenementenvergunningen die betrekking hebben op eenzelfde dag, tijd en plaats of;

2aanvragen voor evenementenvergunningen die betrekking hebben op eenzelfde dag, die redelijkerwijs niet tegelijkertijd kunnen worden gehouden.

Artikel 2 Uitzondering

Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op aanvragen voor een evenementenvergunning voor een circus.

Artikel 3

1Op aanvragen, die 6 maanden of eerder voor de datum waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, zijn ingediend, geldt de regeling zoals opgenomen in artikel 5.

2Voor aanvragen, die minder dan 6 maanden voor de datum waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, zijn ingediend, geldt dat deze op volgorde van binnenkomst worden behandeld (principe wie het eerst komt, wie het eerst maalt). Later ingediende aanvragen worden "in de wacht gezet". Mocht niet tot vergunningverlening worden overgegaan, dan wordt de eerstvolgende ontvangen aanvraag in behandeling genomen.

Artikel 4 Concreetheid aanvraag

Een aanvraag om een evenementenvergunning dient voldoende concreet te zijn en goed inzicht te bieden aan hetgeen de aanvrager beoogt te organiseren. De aanvraag moet derhalve al direct bij de indiening meer informatie bevatten dan alleen een korte omschrijving van het evenement, een tijd, plaats en datum.

Artikel 5

1Als concurrerende aanvragen om een evenementenvergunning zijn ingediend, worden de organisatoren met elkaar in contact gebracht om te kijken of er gezamenlijk een oplossing gevonden kan worden.

2Indien dit niet tot een oplossing leidt, bepaalt de burgemeester aan welke organisator vergunning wordt verleend. Hiertoe wordt getoetst aan de hieronder genoemde criteria. Als een criterium geen uitkomst biedt, wordt er getoetst aan het volgende criterium:

a.Ervaringen uit het verleden met de organisator. Negatieve ervaringen bij voorgaande evenementen, zoals overtreding van de voorschriften kunnen ertoe leiden dat een organisator geen voorrang krijgt. Voorwaarde hierbij is dat de betreffende organisator destijds op deze negatieve ervaringen schriftelijk is aangesproken.

b.Historie: een organisator die traditioneel een evenement organiseert, krijgt voorrang. Een evenement is traditioneel als het evenement al meerdere jaren (minimaal vijf jaar) plaatsvindt in de gemeente Westerkwartier.

c.Loting: als bovenstaande afwegingen er in resulteren dat er nog steeds concurrerende aanvragen zijn, wordt er geloot. De organisatoren worden uitgenodigd om bij de loting aanwezig te zijn.

Artikel 6 Citeertitel en inwerkingtreding

1Deze beleidsregels kunnen aangehaald worden als Beleidsregels concurrerende vergunningaanvragen evenementen gemeente Westerkwartier.

2Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die waarop zij bekendgemaakt zijn.

Aldus besloten op ……. 2020

A. van der Tuuk,

burgemeester

Bijlage 4: Voorbeeldbrief omwonenden

Beste bewoner,

Op ‘datum’ van ‘begin tijd’ uur tot ‘eindtijd’ uur organiseert ‘naam van de organisatie’ het evenement ‘naam’ op ‘locatie’. Graag informeren wij u met deze brief over dit evenement en wat dat mogelijk voor u betekent.

Omschrijving evenement

Beschrijf hier:

•het programma van het evenement

•eventuele soundcheck

•op- en afbouw

•overige activiteiten op andere locaties. Bijvoorbeeld een camping of gebruik openbare ruimte (indien van toepassing).

Verleende vergunning

Om het evenement te mogen houden is een vergunning verleend door de gemeente. In deze vergunning zijn een aantal voorwaarden opgenomen, waaraan wij ons moeten houden. Deze voorwaarden hebben betrekking op het maximale geluidsniveau en het waarborgen van de openbare orde en veiligheid. Wij hebben een aantal maatregelen getroffen om deze voorschriften na te leven en wij doen er alles aan om het evenement netjes te laten verlopen.

Parkeren, verkeer en bereikbaarheid tijdens het evenement

Het evenement betekent voor u misschien dat u te maken krijgt met een aantal zaken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan geluid, maar ook aan <beschrijf hier de voor bewoners relevante zaken>

•verkeersmaatregelen

•parkeerbeperkingen

•regeling doorlaatbewijzen en regeling bewoners met parkeervergunningen

•consequenties voor het openbaar vervoer

•bereikbaarheid van het evenement met het openbaar vervoer en parkeer- en reisterreinen (P+R) die voor het evenement van belang zijn.

Vragen of klachten

Wij hopen u op deze manier voldoende informatie over ons evenement te hebben gegeven. Als u voor of tijdens het evenement vragen heeft of mogelijk overlast ervaart, kunt u contact opnemen met, ‘naam aanspreekpunt en telefoonnummer’.

Met vriendelijke groet,

‘naam organisatie of vergunninghouder

Bijlage 5: Format draaiboek/veiligheidsplan

Evenement:

Datum:

Versie:

Voor een evenementenvergunning hebben wij een draaiboek van het evenement nodig. Zo kunnen wij je aanvraag snel beoordelen en is de kans klein dat er straks informatie mist. Het doel van het draaiboek is om een gedetailleerd overzicht te krijgen van de geplande activiteiten, logistiek en communicatie tijdens het evenement. Als je vragen hebt of hulp nodig hebt bij het invullen van het draaiboek, kun je contact opnemen via evenementen@westerkwartier.nl.

Algemeen

In dit hoofdstuk beschrijf je de hoofdkenmerken van het evenement waarbij je antwoord geeft op onderstaande punten:

•Naam evenement

•Locatie evenement

•Datum/data evenement

•Naam organisatie

•Soort evenement (muziekevenement / festival / dorpsfeest / wijkfeest / kermis / sportevenement /buurt- of straatbarbecue of anders)

•Activiteitenprofiel (muziek, het schenken van zwak-alcoholhoudende drank, gebruik van vuurwerk, optocht/route, bereiden van voedsel, etc.)

Geef een omschrijving van de samenstelling van het publiek:

•Doelgroep

•Minimum leeftijd van de bezoekers

•Het totaal verwachte aantal bezoekers en het aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is

Organisatie

In dit hoofdstuk beschrijf je hoe jouw organisatie er uit ziet. Daarbij vermeld je het volgende:

Contactgegevens organisatie

•Naam organisatie

•Contactgegevens organisator (een 06-nummer is hierbij verplicht)

•Indien ingeschreven: KvK-nummer

•Kopie polisblad van toereikende aansprakelijkheidsverzekering voor het evenement / de organisatie (indien er een verzekering is afgesloten)

Taken en verantwoordelijkheden

Lijst met mobiele telefoonnummers van de contactpersonen en bijbehorende functie tijdens het evenement. Graag ook vermelden wie het aanspreekpunt is voor de gemeente en de hulpdiensten.

Programma

Maak gebruik van de onderstaande tabel om het programma, met inbegrip van data, tijden en locaties van het evenement, vast te leggen. Geef duidelijk aan of en op welke tijdstippen een geluidsinstallatie wordt gebruikt. Als er bands of artiesten optreden, willen we graag weten welke band(s) en artiest(en) zullen optreden. In het geval van onversterkte muziek, vermeld dit onder het kopje 'geluid' met de aanduiding 'onversterkt'. Vergeet niet de tijden van zowel het opbouwen als het afbreken in dit overzicht op te nemen.

VOORBEELD:

Datum

Tijd

Actie/omschrijving

Locatie

Geluid

01-01-20

08:00

Start opbouw

indien van toepassing

10:00

20:00

Einde opbouw eerste dag

02-01-20

08:00

Start opbouw tweede dag

Etc.

03-01-20

15:00

Soundcheck

Versterkt

16:00

Start evenement

Geluidswagen

16:00

Start activiteit 1

20:00

Start optreden artiest X

04-01-20

01:00

Einde evenement

05-01-20

08:00

Start afbouw

20:00

Einde afbouw

Locatie(s)

Maak een situatietekening van het evenemententerrein op schaal. Op de plattegrond moeten alle obstakels en de bijbehorende locaties aangegeven worden (indien aanwezig). De plattegrond kan als bijlage worden toegevoegd bij dit draaiboek. Beschrijf minimaal onderstaande punten op de situatietekening:

–Calamiteitenroutes (via welke wegen kan bijvoorbeeld een ambulance het terrein bereiken? Deze routes moeten vrij zijn van obstakels)

–Podia

–Tenten

–Tribunes

–Toiletten

–EHBO-posten

–Entree

Tent, tijdelijk bouwwerk of gebouw

Vermeld hier hoeveel personen maximaal gelijktijdig aanwezig zullen zijn in de tent, (tijdelijk) bouwwerk of afgesloten gebied aanwezig zijn.

Let erop, dat – indien het een tent/bouwwerk betreft waar meer dan 150 personen in kunnen – de volgende stukken worden ingediend, als onderdeel van het draaiboek:

•Plattegrond van de tent, met daarop aangegeven waar de bar, nooduitgangen, blusmiddelen, noodverlichting, eventuele verwarming, vluchtrouteaanduiding, EHBO en eventueel te gebruiken aggregaten zijn gesitueerd.

•Situatietekening waar de tent geplaatst wordt ten opzichte van de direct nabijgelegen bebouwing/beplanting.

•Brandveiligheidscertificaat van de tent.

Let op! Indien een aggregaat gebruikt wordt, dan dient deze minimaal op 5 meter van objecten te worden gesitueerd. Houdt er rekening mee, dat de tent minimaal 5 meter van de bebouwing staat. Indien verwarming in de tent aanwezig is, dan dient dit te worden weergegeven op de tekening, alsmede waarmee gestookt wordt en hoe de brandstofvoorziening is opgeslagen);

Wanneer er een podium en/of tribune wordt geplaatst, dient een duidelijke tekening van delocatie van het podium en/of tribune met afmetingen te worden ingediend. Vanaf 1 meter hoog dient er een hekwerk omheen te worden geplaatst. In sommige gevallen kan door de gemeente een constructieberekening voor het podium en/of de tribune worden gevraagd.

Hulpverlening

Geef in dit hoofdstuk aan welke vorm van hulpverlening gedurende het evenement is geregeld, zoals bijvoorbeeld het inzetten van EHBO’ers, het Rode Kruis en/of Bhv’ers. Geef in dit hoofdstuk minimaal antwoord op onderstaande punten:

•Hoeveel hulpverleners zijn aanwezig?

•Zijn deze hulpverleners ingehuurd of maken ze deel uit van de eigen organisatie?

•Waar zijn de hulpverleners gelokaliseerd (vaste of mobiele post)?

•Op welke manier wordt de communicatie verzorgd (via mobiele telefonie, mobilofoons)?

•Worden er ambulances of medisch personeel ingezet?

Beveiliging

Naam erkend beveiligingsbedrijf

Bedrijf

Contactpersoon en telnummer

Naam contactpersoon

Aantal beveiligers

Aantallen per onderdeel/tijdsvak

Locatie

Inzetlocatie(s) beveiliging

Bij evenementen met een verhoogd risicoprofiel kan de politie aangeven dat gecertificeerde beveiligers vereist zijn en aangeven hoeveel beveiligers moeten worden ingezet. In bepaalde gevallen, na overleg tussen de gemeente en de politie, kan de beveiliging worden uitgevoerd door eigen medewerkers of vrijwilligers. Het uitgangspunt is 1 beveiliger per 250 bezoekers.

Verkeersplan

Als er voor jouw evenement wegen moeten worden afgezet en verkeersregelaars nodig zijn dan dien je dat in dit hoofdstuk te beschrijven. Ook de parkeergelegenheid voor de bezoekers van het evenement moet je hier beschrijven. Voor een helder overzicht ontvangen wij graag een kaart met daarop de exacte locaties en tijdstippen van de afsluitingen en genomen verkeersmaatregelen. Dit verkeersplan kun je als bijlage toevoegen bij het draaiboek. Zorg er in dit hoofdstuk in ieder geval voor dat de volgende punten worden beantwoord:

Afsluitingen en omleidingen

•Geef aan welke weg(en) en/of parkeerruimte moeten worden afgesloten voor verkeer en op welke data en tijdstippen (houd ook rekening met op- en afbouwen)

•Geef aan hoe de omleidingsroute voor het (doorgaand) verkeer loopt (als wegen worden afgesloten)

•Bebordingsplan

Parkeren

•Geef aan welke parkeergelegenheden voor auto’s beschikbaar zijn en hoeveel

•Geef aan hoe de parkeerlocaties aangeduid worden voor de bezoekers

•Geef aan hoe, en wanneer, parkeerplaatsen worden afgezet indien deze onderdeel zijn van het evenemententerrein

Overige verkeerssituaties

•Wat zijn de risicovolle verkeerssituaties tijdens het evenement? Denk aan oversteekplaatsen voor bezoekers, gevaarlijke verkeerssituaties nabij het evenement of evenemententerrein, andere situaties waarbij het wenselijk is het verkeer in goede banen te leiden ter voorkoming van onveilige situaties en/of ter bevordering van de doorstroming

•Geef aan of- en op welke wegen verkeersregelaars worden ingezet (inclusief data en tijden)

Horeca

Alcohol- en Drugsgebruik

•Beschrijf welke maatregelen worden genomen om het gebruik van alcohol en drugs door jongeren onder de 18 jaar te voorkomen.

Eetgelegenheden

•Geef op de situatietekening aan waar alle kramen en verkoopwagens zijn gesitueerd, inclusief snackwagens en de benodigde blusmiddelen.

Sanitaire voorzieningen

Het is belangrijk dat er voldoende sanitaire voorzieningen beschikbaar zijn tijdens een evenement. Het uitgangspunt is 1 voorziening op 150 personen. Geef de sanitaire voorzieningen aan op de situatietekening.

In dit hoofdstuk vermeld je het aantal toiletten en geef je aan om wat voor soort toiletten het gaat (bijvoorbeeld dixies of toiletunits). Geef ook aan hoe de afvoer is geregeld.

Voorbeeld:

Locatie

Aantal toiletten

Soort

Locatie 1

12waarvan:

8dames

4heren

1Toiletwagen

1Plaskruis

2Chemische toiletten

Locatie 2

8waarvan:

4dames

4heren

Idem

Afval

Tijdens het evenement moeten bezoekers hun afval kunnen weggooien. Daarom is het belangrijk om voldoende afvalbakken plaatsen. Daarnaast moet na afloop van het evenement het terrein opgeruimd worden. Het is de verantwoordelijkheid van de organisator om ervoor te zorgen dat het terrein schoon en netjes wordt achtergelaten.

Omschrijf in dit hoofdstuk de volgende punten:

•Beschrijving van vuilverwerking

•Reiniging van het terrein tijdens en na afloop van het evenement

Communicatie

Communicatieschema

Het is handig om als organisatie tijdens een evenement alle contactgegevens bij de hand te hebben. Het opstellen van een communicatieschema kan hierbij van pas komen. Voeg daarom als bijlage bij dit draaiboek een communicatieschema toe. In dit schema dienen in ieder geval de telefoonnummers vermeld te worden van de organisatie, EHBO, beveiligers, politie, brandweer, en andere relevante personen en instellingen.

Communicatie met omwonenden

Communicatie met de omgeving van het evenemententerrein vinden wij erg belangrijk. Daarmee creëer je draagvlak. In dit hoofdstuk geef je daarom de volgende informatie:

•Wie worden geïnformeerd?

•Op welke manier worden zij op de hoogte gebracht?

Incidenten/calamiteiten

Bij evenementen kunnen zich incidenten of ernstige calamiteiten voordoen waardoor ontruiming van de locatie noodzakelijk is. Bij ernstige calamiteiten en/of op bevel van brandweer of politie zal met behulp van de organisatie en beveiliging worden overgegaan tot ontruiming.

Enkele voorbeelden van incidenten of calamiteiten:

•paniek bij bezoekers

•brand

•slecht weer

•geweldsdelicten

•een ongeval

De beoordeling van een situatie als “calamiteit” vindt plaats door de organisatie in samenspraak met de aanwezige beveiligingsmedewerkers en Bhv’ers. Als een situatie door bovengenoemde personen als calamiteit wordt aangemerkt, draagt de organisatie zorg voor het alarmeren via 112.

Voor een veilige evacuatie is het noodzakelijk dat de organisatie van tevoren onderstaande scenario's uitwerkt. Zorg ervoor dat bij het uitwerken van deze scenario's de namen van betrokkenen, inclusief hun functies (bijvoorbeeld hoofd beveiliging, voorzitter, EHBO’er, enz.), worden vermeld.

Paniek bij bezoekers

Bij het uitwerken van dit scenario, geef je antwoord op onderstaande vragen:

–Wie spreekt het publiek toe?

–Welke manier(en) kunnen worden gebruikt om met het publiek te communiceren (megafoon, muziekinstallatie)?

–Wie start de ontruiming?

–Wie alarmeert 112?

–Wie stuurt de beveiliging en hulpverlening (bijvoorbeeld EHBO) aan?

–Waar zijn de vluchtroutes?

–Is de vluchtroute aangegeven en verlicht?

Brand

Bij het uitwerken van dit scenario, geef je antwoord op onderstaande vragen:

–Wie spreekt het publiek toe?

–Welke manier(en) kunnen worden gebruikt om met het publiek te communiceren (megafoon, muziekinstallatie)?

–Wie start de ontruiming?

–Wie alarmeert 112?

–Wie stuurt de beveiliging en hulpverlening aan?

–Waar zijn de vluchtroutes?

–Is de vluchtroute aangegeven en verlicht?

–Waar staan de brandblusmiddelen?

Slecht weer

Plotseling opkomend slecht weer (storm, windhoos, zware regenval, onweer, sneeuw, ijzel) kan leiden tot stroomuitval, brand, instorting van voorzieningen of omvallen van bomen. Extreme weersomstandigheden kunnen bijvoorbeeld onderkoelde slachtoffers opleveren. Bij een storm/windhoos kan de bereikbaarheid en de communicatie verslechteren, daarnaast maakt harde wind hulp en brandbestrijding gecompliceerd. De maatregelen zijn erop gericht om paniek te voorkomen, te beperken of zo snel mogelijk te doen stoppen en de menigte in goede banen te leiden.

Door contact op te nemen met bijvoorbeeld het KNMI of MeteoConsult kan er een goed beeld van het te verwachten weerbeeld zijn. Toch is het weer niet altijd te voorspellen en dient de organisatie goed het weerbeeld te monitoren, dit kan middels diverse informatiebronnen.

Bij het uitwerken van dit scenario, geef je antwoord op onderstaande vragen:

–Wie controleert voorafgaand aan en tijdens het evenement regelmatig de weervoorspelling?

–Op welk moment moet definitief worden besloten of het evenement doorgaat of niet?

–Hoe wordt aan de bezoekers gecommuniceerd als het evenement niet doorgaat, vooral als het evenement nog niet is begonnen? Welke communicatiekanalen worden gebruikt om te voorkomen dat er toch bezoekers komen?

–Wie spreekt het publiek toe?

–Welke manier(en) kunnen worden gebruikt om met het publiek te communiceren (megafoon, muziekinstallatie)?

–Wie start de ontruiming?

–Wie alarmeert 112?

Geweldsdelicten

Bij het uitwerken van dit scenario, geef je antwoord op onderstaande vragen:

–Wie stuurt de beveiliging en de EHBO aan?

–Wie alarmeert 112?

–Wie start de ontruiming?

–Welke manier(en) kan/kunnen worden gebruikt om met het publiek te communiceren (megafoon, muziekinstallatie)?

–Wie spreekt het publiek toe?

–Waar zijn de vluchtroutes?

–Is de vluchtroute aangegeven en verlicht?

Bijlage 6: Voorbeeldvoorschriften ontheffing geluid in evenementenvergunning

Hieronder staan voorbeeldvoorschriften die op basis van het geluidbeleid verbonden kunnen worden aan een geluidontheffing bij een evenementenvergunning. Onderstaande voorschriften kunnen daarbij aangevuld worden met de specifieke voorschriften voor kermis, omroepinstallaties of cross uit paragraaf 4.6 van het geluidbeleid.

•1. Deze ontheffing geldt uitsluitend op … (datum) van … tot … uur.

•2. Het A-gewogen equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door (muziek)geluid van het evenement, gemeten over 3 minuten, bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.

•3. Het C-gewogen equivalente geluidsniveau LCeq veroorzaakt door de door (muziek)geluid van het evenement, gemeten over 3 minuten, bedraagt niet meer dan 90 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.

•4. Het equivalente geluidsniveau, bedoeld in het voorschrift twee en drie, is inclusief onversterkte muziek en wordt bepaald conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, met dien verstande dat de meetduur op 3 minuten wordt gesteld en er geen bedrijfsduurcorrectie en geen straffactor van 10 dB voor muziekgeluid wordt toegepast.

Bijlage 7: Meldingsformulier geluidontheffing festiviteit

Hieronder staat het formulier voor het doen van een melding voor een incidentele festiviteit bij een horeca-, sport- en recreatie-inrichting. Hiermee is invulling gegeven aan artikel 4:3 (lid 3) van de Apv, waarin staat dat het college een formulier vast stelt voor het doen van een melding.

Meldingsformulier geluidontheffing festiviteit

Naam (horeca-, sport- of recreatie-) inrichting:

Naam drijver van de inrichting:

Datum festiviteit:

Aanvangstijd festiviteit:

………………………. uur

Eindtijd festiviteit:

………………………. uur

Live-muziek:

Ja / Nee*

Mechanisch verstrekt:

Ja / Nee*

Anders, namelijk:

Verzorgd door (naam band, DJ,…):

Dagtekening (datum van de melding):

*= doorhalen wat niet van toepassing is

-Een melding dient tenminste twee weken voor de aanvang van de festiviteit gedaan te zijn -

Het formulier/format mag op verschillende manieren worden gebruikt. Een melding met dit formulier mag worden ingediend per brief, of per e-mail bij info@westerkwartier.nl of evenementen@westerkwartier.nl. Verder zal er op de internetpagina van de gemeente de mogelijkheid worden geboden om het formulier digitaal in te vullen en te verzenden.

Bijlage 8: Nadere uitwerking Best Beschikbare Technieken (BBT)

Zoals in het geluidbeleid vermeld is onderstaande uitwerking van de BBT gedeeltelijk overgenomen van gemeente Amsterdam, uit de BBT-lijst 2017.

Keuze geluidssysteem/luidsprekers-systeem

Een goede inrichting van een festival- of evenemententerrein in de open lucht (of bij feesttenten) begint bij een goed ontwerp van het geluidsysteem (PA-systeem) in combinatie met de posities en oriëntatie van de podia. De term PA (Public Address) doelt op het deel van het geluidsysteem dat op het publiek gericht is. Met een goed ontworpen PA-systeem kan het geluid zeer gericht op het publiek worden geprojecteerd, waarbij in andere richtingen zo min mogelijk geluid wordt geprojecteerd. De richtwerking is sterk afhankelijk van de eigenschappen en opstelling van het geluidsysteem en de instellingen daarvan.

Line arrays: De uitstralingskarakteristiek van individuele luidsprekers en geclusterde luidsprekers zoals line-arrays kan worden voorspeld op basis van meetgegevens die worden aangeleverd door de leverancier. In de basis kan worden gesteld dat opstellingen met kortere of langere line-arrays respectievelijk in mindere of meerdere mate gericht worden in verticale richting. Daarnaast kan door de toepassing van cardioïde luidsprekers de uitstraling naar achteren en/of de zijkanten sterk worden verminderd.

Het toepassen van line arrays is niet in alle situaties de beste techniek. De bundeling van geluid aan de voorzijde van het systeem, bedoeld om het publiek zo gelijkmatig te bedienen, vindt eveneens aan de achterzijde plaats in tegenovergestelde richting. Daarbij hangen speakers per definitie hoog. Hierdoor kan het geluid in potentie ook verder de omgeving in en op, zeker in meer locaties eventueel in combinatie met hogere windsnelheden.

Point sources: Speakers die gezamenlijk geen specifieke sturing meekrijgen (puntbronnen), stralen desalniettemin aan de achter- en zijkanten minder geluid uit dan aan de voorzijde. In tegenstelling tot line arrays worden deze speakers gestapeld (stacks). Het nadeel van deze systemen is dat ze minder goed een gelijkmatig geluidniveau kunnen genereren waardoor grote verschillen ontstaan in het niveau vlak bij de speakers en achterin het publieksveld.

Het voordeel van deze meer conventionele speakers is dat ze doorgaans lager bij de grond opgesteld worden en minder ver naar de omgeving uitstralen.

Zowel bij gestapelde point source speakers als bij line arrays wordt gebruik gemaakt van delays speakers als het publieksveld te groot wordt om met het hoofdspeakersysteem te bedienen.

Cardioïde subs en sub arrays: Voor het produceren van de laagste frequenties in de muziek wordt gebruik gemaakt van subwoofers. Doorsnee subwoofers hebben een vrijwel omnidirectionaal uitstralingskarakter waardoor de bassen, waar juist de meeste hinder van wordt ervaren, alle kanten op gestuurd worden. De ontwikkelingen in de techniek om ook de lage frequenties enigszins te sturen worden steeds beter, maar de effecten zijn beperkt.

Onder het toverwoord ‘cardioïde’ subwoofers vallen verschillende technieken met elk hun eigen technische specificaties, resultaten en beperkingen. De overeenkomst tussen de technieken is dat gestreefd wordt naar minder geluid aan de achterkant (en zijkanten) van de speaker zelf, en/of aan de zijkanten van het publieksveld. Uitdoving van het geluid aan de achterzijde wordt verkregen door in tegenfase energie te sturen naar juist die achterzijde.

Onderstaand is een overzicht gegeven van diverse sub-opstellingen met een impressie van de richtwerking in de 50Hz-frequentie. De weergaven stellen een veld voor van 50 x 50 meter met links van het midden het podium en rechts het publieksveld

Een probleem dat zich in de praktijk voordoet is dat bepaalde technieken wel effect behalen op korte afstand van de speakers, maar dat dit effect op grotere afstanden (deels) verloren gaat. Dit geldt bij zogenaamde ‘end fire’ opstellingen en configuraties waarbij te weinig speakers in tegenfase worden geplaatst.

Daar komt bij dat de technische uitvoering van deze technieken moeilijk is. Een gerichte uitstraling in de lage frequenties met niet-cardioïde subwoofers vereist een specifieke opstelling en juiste configuratie van de instellingen. In de praktijk blijkt dat de intentie er wel is, maar de feitelijke werking uitblijft.

Ook wordt opgemerkt dat het frequentiebereik van uitdoving bij bepaalde technieken beperkt is. Wij zijn van mening dat alleen gewerkt moet worden met ‘echte’ cardioïde opstellingen in een verhouding van maximaal 1:2. Dit betekent dat er voor elke twee subwoofers ten minste een subwoofer gebruikt wordt in tegengestelde richting. Opstellingen als ‘end fire’ en andere alternatieven moeten geweerd worden, tenzij een gelijkwaardige werking is bewezen.

Analoog aan de ontwikkeling van bepaalde muziekstromingen en de wens nog meer bassen te ervaren, wordt op festivals geregeld gebruik gemaakt van zeer zware subwoofers, waarmee frequenties van 20 tot 80 Hz op hoge volumes geproduceerd kunnen worden. Dit type subwoofers zou nabij een bebouwde omgeving niet toegepast moeten worden. Subwoofers met een grotere diameter dan 21” zijn niet nodig.

Cardioïde opstellingen worden nodig geacht als er zich woningen bevinden binnen 25 meter aan de achterzijde van de speakers en als de toepassing een reductie heeft van minimaal 5 dB op enige woningen in de omgeving. En vanzelfsprekend als dit nodig is om aan de maximale grenswaarde te kunnen voldoen.

Cross over / kantelpunt: De overgang in frequenties tussen de subwoofers en de topkasten (line array) wordt de cross over of het kantelpunt genoemd. Dit is geen harde scheidslijn, maar er zijn overlappende frequenties die overvloeien. Het kantelpunt ligt doorgaans tussen de 62 en 125 Hz. Om overlast van lage tonen zo veel mogelijk te beperken, is het van belang zo min mogelijk lage tonen uit de topkasten / line array te sturen.

Inpakken en afscherming

De geluidoverdracht vanaf de bron (de speakers) naar de omliggende woningen kan worden beperkt door afscherming. Hiervoor dient ten minste de zichtlijn tussen de bron en de ontvanger te worden doorbroken. Daarnaast dient de afschermende constructie een zekere isolerende en absorberende eigenschap te bevatten. En als laatste dient de afschermende constructie dermate groot te zijn dat het geluid dat om de afscherming heen gaat (wat altijd het geval is) het effect van de afscherming niet teniet doet.

In de regel geldt: hoe dichter de afschermende constructie bij de bron staat, hoe hoger de afschermende werking, en: hoe verder weg de woningen, hoe lager de afschermende werking. Tevens is een massa nodig van ten minste circa 10 Kg/m2 om enige afscherming te creëren in de lage frequenties. De combinatie van massa en absorptie verhoogt het effect van de afscherming. Afscherming kan onder andere worden bereikt met behulp van: (zee)containers, baffles zoals TexLnt, geluidschermen, houten beplating, verzwaarde zeilen. Maar ook bijvoorbeeld een grote vrachtwagen kan soms effectief worden ingezet als tijdelijk geluidscherm.

Niet op alle locaties is afscherming mogelijk en/of effectief. Op een zachte bodem, zoals in parken, is het plaatsen van grote zware constructies niet mogelijk. Bij zeer grote stages met grote gevlogen geluidsystemen zouden de schermen dermate groot gedimensioneerd moeten worden met zeer hoge kosten tot gevolg, dat dit financieel niet haalbaar geacht kan worden.

Het is zodoende niet mogelijk eenduidige maatregelen te formuleren voor alle evenementen. In de aanvraag dient gemotiveerd te worden welke maatregelen effectief en mogelijk zijn.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.