3 De drie beleidszuilen
3.2 Duurzaam wonen
3.2.1 Energetische kwaliteit en woningisolatie
Het terugbrengen van het energieverbruik is een belangrijke voorwaarde om woningen te kunnen verwarmen met aardgasvrije technieken. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030, 1,5 miljoen gebouwen aardgasvrij moeten zijn, dit is 20% van het totaal. Vertaald naar het Westerkwartier komt dit neer op ruim 5.000 woningen en 2.000 gebouwen.
Speerpunt 1: In 2030 zijn 20% van alle woningen en gebouwen in onze gemeente aardgasvrij.
In totaal staan er ca. 26.000 woningen en 2.000 overige gebouwen in het Westerkwartier, waarvan er ruim 5.000 huurwoningen in bezit zijn van de woningcorporaties. Het aantal huurwoningen is dus een behoorlijk gedeelte van de totale woningvoorraad. Naast particulieren, verduurzamen ook de corporaties hun woningen. Zij doen dit al stapsgewijs en planmatig, waarbij we jaarlijks in prestatieafspraken de voortgang evalueren en nieuwe afspraken maken. Dit zetten we zo voort.
Financiering blijft een belangrijk onderwerp bij het verduurzamen van woningen. Naast financiering zijn er ook recent veel nieuwe mogelijkheden gekomen voor subsidie in het kader van de isolatieaanpak van Nij Begun. Volgens deze aanpak moeten in 2035 moeten alle woningen in Groningen en Noord-Drenthe volgens de standaard geïsoleerd zijn en geventileerd worden. De achterliggende gedachte is dat alle woningen daarmee ook geschikt zijn om ze op termijn aardgasvrij te maken.
De ontwikkelingen in het kader van Nij Begun moeten in het Westerkwartier goed worden geïmplementeerd. Dit wordt de komende periode gedaan met een integrale aanpak, die rekening houdt met alle beschikbare budgetten van diverse overheden, waaronder het budget vanuit het Nationaal Isolatieprogramma. De Isolatieaanpak Westerkwartier (IAW) is een overkoepelende, integrale aanpak met daarin alle mogelijkheden verwerkt waarbij we het zo goed mogelijk helpen van de inwoner centraal stellen.
In het Westerkwartier hebben we in het kader van het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 een zelfvoorzienend fonds ingesteld: het Fonds Westerkwartier. Dit fonds heeft inmiddels een omvang van 11,85 mln. Daarmee worden aantrekkelijke leningen verstrekt aan starters op de woningmarkt, ouderen die langer thuis blijven wonen en het verduurzamen van bestaande woningen. Dit fonds wordt goed gebruikt en zetten we de komende jaren voort (zie hoofdstuk 4).
Programmapunten
We hebben in 2030 20% van alle woningen en gebouwen in onze gemeente aardgasvrij gemaakt en in 2035 alle woningen geïsoleerd tot de standaard.
▸ Een aantal belangrijke instrumenten zetten we voort waaronder onze jaarlijkse prestatieafspraken met de woningcorporatie en het instrument Fonds Wonen Westerkwartier.
▸ We helpen onze inwoners met het benutten van de mogelijkheden van Nij Begun Maatregel 29. Daarbij denken we na over een overkoepelende, integrale aanpak hoe we alle woningen tot de standaard kunnen isoleren en ventileren in 2035 (de doelstelling van Maatregel 29). Daarbij werken we nader uit hoe we onze inwoners zo goed mogelijk kunnen gaan ondersteunen. Dit noemen we de Isolatieaanpak Westerkwartier.
3.2.2 Energiebesparing
Voor een succesvolle energietransitie is voorlichting en ondersteuning een belangrijke randvoorwaarde en vaak een eerste stap. Wonen in een goed geïsoleerd huis heeft voor inwoners meerdere voordelen: het draagt bij aan het verlaagt de woonlasten. Anderzijds draagt energiebesparing in belangrijke mate bij aan het klimaatdoel waar we met zijn allen aan werken.
Wij zetten voor de komende periode in op effectieve voorlichting. Wij zien dit als één van de fundamenten van ons duurzaamheidsbeleid, zie ook hoofdstuk 4. In relatie tot voorlichting zijn er meerdere onderwerpen die aandacht vragen:
▸ Er moet in de eerste plaats bij bewoners en eigenaren urgentiebesef en bekendheid zijn met de mogelijkheden om te isoleren en te verduurzamen.
▸ Er moet blijken wat technisch haalbaar is.
▸ De maatregelen moeten financierbaar zijn.
Speerpunt 2: Wij voeren de isolatieaanpak Westerkwartier volledig uit en in 2035 alle woningen geïsoleerd tot de standaard.
Hieronder onderscheiden we de twee belangrijkste vormen van voorlichting:
1Individuele voorlichting. Digitale voorlichting en ondersteuning via het Regionaal Energieloket. Nieuwsbrieven. Energieadviezen aan huis.
2Voorlichting aan groepen (op maat). Bijeenkomsten op buurt- en wijkniveau, webinars, voorlichting en educatie op scholen.
Beide voorlichtingsvormen (individueel en aan groepen) vinden in de praktijk vaak naast elkaar plaats. Afgelopen vijf jaar hebben we ervaring op gedaan, met welke vormen goed werken. Voor voorlichting gaan we de komende jaren werken volgens de Isolatieaanpak Westerkwartier. Dit doen we door zoveel mogelijk samenhang te creëren tussen in het aanbod, dat ‘aan de achterkant’ wordt gefinancierd vanuit verschillende programma’s waaronder Nij Begun en het Nationaal Isolatieprogramma.
Het energieloket blijft de komende jaren als onafhankelijk loket een belangrijke rol vervullen om woningeigenaren verder te helpen bij het verduurzamen van de woning. Steeds meer inwoners weten hun weg te vinden naar het energieloket en de handige achtergrondinformatie over het verduurzamen van de woning. Dit digitale loket zetten we als gemeente de komende jaren voort en hiervoor reserveren we jaarlijks middelen.
We organiseren voorlichting samen met energiecoöperaties, met hulp van de Groninger Energie Koepel (GrEK), de Natuur- en Milieufederatie (NMF) en het energieloket. In onze gemeente zijn veel energiecoöperaties en lokale werkgroepen actief met het thema energiebesparing. Deze initiatieven ondersteunen wij actief, onder andere vanuit de dorpsisolatieaanpak. Ook zetten we de bestaande subsidieregeling energiecollectieven voort, zodat groepen inwoners zelf initiatieven kunnen ontplooien (zie hoofdstuk 5). De gemeente is dus lang niet automatisch in alle gevallen de partij die bijeenkomsten initieert. Waar nodig en mogelijk sluiten we als gemeente aan en leggen we de verbinding met het ondersteuningsaanbod van de Isolatieaanpak Westerkwartier.
Programmapunten
Wij hebben de isolatieaanpak Westerkwartier volledig uitgevoerd.
▸ We continueren de inzet van het energieloket voor de voorlichting naar onze inwoners over energiebesparing.
▸ Met de Isolatieaanpak Westerkwartier (IAW) denken we na over de slimme inzet van financiële middelen vanuit meerdere bronnen.
▸ We ondersteunen onze energiecoöperaties en lokale werkgroepen voor het opzetten van initiatieven gericht op energiebesparing
3.2.3 Energiearmoede
Speerpunt 3: We bestrijden energiearmoede in onze gemeente.
Huishoudens met energiearmoede hebben moeite om de energierekening te betalen. Deze groep heeft vaak een lager inkomen, waarvan een relatief groot aandeel wordt besteed aan energielasten. De oorzaak hiervoor kan divers zijn, de woning kan bijvoorbeeld van lage energetische kwaliteit zijn, maar er kunnen ook andere onderliggende oorzaken zijn zoals bijvoorbeeld schulden.
Het coalitieakkoord 2022-2026 benoemt deze problematiek: “Daarom zetten we in op een integrale aanpak waarbij de focus niet alleen ligt op het uit de armoede halen.” In het Westerkwartier is sinds 2018 het Armoedepact van kracht. Gezamenlijk met meer dan 10 sociale partners (zoals de Voedselbank, Stichting Humanitas en Stichting Leergeld) werkt de gemeente actief aan armoedebestrijding en de inzet van verschillende instrumenten op dit gebied.
Ten opzichte van de afgelopen vijf jaar hebben we steeds meer inzicht in energiearmoede gekregen, maar ook dat deze groep in onze gemeente groter is dan we aanvankelijk dachten. Uit onderzoek van TNO is gebleken dat in 2024 bij circa 1.700 huishoudens in het Westerkwartier sprake is van energiearmoede. Van de doelgroep woont 70% in een sociale huurwoning, 15% huurt particulier en 15% heeft een koopwoning. Bij de helft van deze groep is sprake van een lage(re) energetische kwaliteit van de woning.
Gelet op grote percentage huurders is het van belang om samen te werken met woningcorporatie Wold & Waard. Jaarlijks maken we met de woningcorporatie prestatieafspraken. In deze afspraken moet aandacht zijn voor het bestrijden van energiearmoede. Afgelopen jaar hebben we dit gedaan door kleine energiebesparende maatregelen bij huurders aan te bieden om zo de energierekening omlaag te krijgen, maar ook door samen met onze sociale partners onderliggende oorzaken van energiearmoede aan te pakken. Deze aanpak zetten we onverminderd voort.
Ook woningeigenaren ondersteunen we met aantal financiële beleidsinstrumenten in het kader van de Isolatieaanpak Westerkwartier (zie 3.2.4). Daarbij leggen we ook de relatie met Nij Begun en de mogelijkheid voor volledige financiering.
Vanuit Nij Begun zijn tot en met 2035 middelen beschikbaar voor onze inwoners om de woning te isoleren, voor de laagste inkomens worden de kosten volledig vergoed. Wij zijn van plan om binnen onze Isolatieaanpak Westerkwartier hier de juiste en passend ondersteuning te bieden door bijvoorbeeld het financieren van verduurzaming tegen een verlaagde rente met het Fonds Wonen Westerkwartier. Voor inkomens onder de € 60.000,- per jaar is het daarnaast ook mogelijk om via het Nationaal Warmtefonds renteloos te lenen.
We gaan de komende jaren voorlichting en hulp in het kader van integraal armoedebeleid uitbreiden met ondersteuning op energiebied (adviesgesprek of hulp). Wij sluiten aan bij de behoefte en leggen koppelingen met andere vraagstukken, zoals mobiliteit en langer thuis wonen. Voor inwoners in huurwoningen kan gedacht worden aan initiatieven om op korte termijn lastenverlichting te organiseren. Daarbij leggen we bijvoorbeeld de relatie met zonne-energieprojecten waarbij minima zonder investering kunnen participeren, zoals de zonnecarport in Zuidhorn.
Programmapunten
Wij werken het ondersteuningsaanbod energiearmoede voor huurders en woningeigenaren verder uit.
3.2.4 Warmteprogramma
Speerpunt 4: Wij stellen de toekomstige warmtevoorziening voor alle panden nader vast in het warmteprogramma en geven hieraan uitvoering met (pilot)projecten.
Warmtetransitie houdt zicht bezig met de ombouw van woningen en gebouwen naar aardgasvrij. Daarbij wordt gedacht aan individuele en collectieve oplossingen voor verwarming. Het is belangrijk om duidelijkheid te geven aan onze inwoners welke oplossingen lokaal voor handen zijn. De gemeente heeft met de in werking treding van de Wet Collectieve warmte (Wcw), als opvolger van de Warmtewet, nieuwe instrumenten en mogelijkheden, bijvoorbeeld ook om een gemeentelijk warmtebedrijf op te richten.
In het Westerkwartier werken we toe naar een aardgasvrije gemeente in 2050. In december 2021 stelde de raad hiertoe de Transitievisie Warmte vast. Deze visie en een evaluatie over de periode 2021-2025 zijn bijgevoegd bij dit beleid (zie bijlage 6 en bijlage 7). De afgelopen jaren is er veel nieuwe wet- en regelgeving geïntroduceerd op het gebied van de warmtetransitie. Voor de Transitievisie Warmte geldt dat we hieraan opvolging gaan geven vanaf 2026 met een Warmteprogramma. Dit is in lijn met de Wet gemeentelijke instrumenten Warmtetransitie (WgiW) die per 1 januari 2026 inwerking treedt.
Dit warmteprogramma beschrijft de planning voor de komende jaren en de voorkeursoplossing per buurt. Ook wordt er een actueel overzicht van alle financiële, organisatorische en juridische beleidsinstrumenten die in de gemeente Westerkwartier ter beschikking staan op het gebied van warmtetransitie. Aan dit warmteprogramma gaan we vanaf 2026 ook jaarlijkse, financiële middelen uit dit beleid verbinden (zie hoofdstuk 4.1).
Sinds 2022 is in de dorpen Midwolde, Oostwold en Lettelbert (MOL-dorpen) een proeftuin aardgasvrije wijken waar we inwoners helpen met het aardgasvrij maken van hun eigen woning. Dit project zetten we voort tot en met 2030. De komende vijf jaar hebben we hier nog rijkssubsidie voor beschikbaar (zie hoofdstuk 4). Ook werken we aan de uitbreiding van het warmtenet Marum, waarvan de huidige exploitatieafspraken in 2027 aflopen.
Daarnaast blijven we initiatieven van onderop ondersteunen om aan de slag te gaan met aardgasvrije technieken. Samen met bewoners van een of meerdere dorpen in het Middag-Humsterland gaan we de mogelijkheden benutten om groepen woningen voor te bereiden op een aardgasvrije toekomst. Ook leggen we hier de relatie met budgetten uit het Nationaal Programma Groningen en het Transitiefonds van de provincie Groningen.
We beseffen dat de warmtetransitie de nodige uitdagingen kent en dat dit vakgebied volop in ontwikkeling is. Kennis en expertise ontwikkelen we de komende jaren met in samenwerking met andere partijen in de regio. Ook blijven we samenwerken binnen het Warmtehuis en het regionale Flexteam Warmte om capaciteit, kennis en kundige uit te wisselen met onze buurgemeenten.
Programmapunten
Wij stellen de toekomstige warmtevoorziening voor alle panden nader vast in het warmteprogramma en geven hieraan uitvoering met (pilot)projecten.
▸ Een aantal grote warmteprojecten waaronder de Proeftuin MOL-dorpen en (de voorbereiding van) de uitbreiding van het warmtenet in Marum zetten we voort. Samen met onze inwoners zetten we in op de verdere stappen naar aardgasvrije technieken. We stellen hiervoor in 2026 een Warmteprogramma conform de Wet gemeentelijke instrumenten Warmtetransitie (WgiW).
▸ We hebben een concrete uitvoeringsstrategie tot en met het jaar 2035 voor het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen.
3.2.5 Gemeentelijk warmtebedrijf
Op termijn gebruiken we geen aardgas meer voor het verwarmen van alle gebouwen in onze gemeente. Inwoners en bedrijven hebben groot belang bij voldoende duidelijkheid over het alternatief voor aardgas in hun dorp of wijk. We hebben in het warmteprogramma uitgewerkt wat de meest geschikte manieren zijn om alle panden in de gemeente aardgasvrij te gaan verwarmen.
De instrumenten om daar als gemeente invulling aan te geven zijn veranderd in de Wgiw en voor collectieve oplossingen in de Wcw. Voor dergelijke collectieve oplossingen is een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang noodzakelijk.
Speerpunt 5: Wij nemen een besluit over de oprichting van een gemeentelijk warmtebedrijf.
Omdat onze gemeente als een van de weinige noordelijke gemeenten al een warmtenet heeft in Marum, werken we op korte termijn uit of en, zo ja, op welke manier een gemeentelijk warmtebedrijf opgericht moet worden.
3.2.6 Duurzame mobiliteit
Speerpunt 6: Duurzame mobiliteit stimuleren we actief en bijbehorende laadfaciliteiten faciliteren we.
De komende periode verwachten we een groeiende en veranderende laadbehoefte voor elektrisch verkeer en vervoer. In 2025 stonden er 194 openbare laadpalen in de gemeente Westerkwartier. Voor de periode 2025-2030 verwachten we opnieuw een toename in de laadbehoefte, ook bij bestelbussen en vrachtwagens in de zakelijke sector (zie bijlage 8).
Wij blijven ook de komende jaren werken aan het faciliteren van de beschikbaarheid van voor voldoende openbare laadfaciliteiten. De vastgestelde gemeentelijke Laadvisie vormt hiervoor het kader. Deze visie willen we tweejaarlijks herijken, zodat we blijvend inspelen op de groeiende laadbehoefte en nieuwe ontwikkelingen op het gebied van laadinfrastructuur, waaronder ‘snelladers’. Daarnaast willen we ook het aantal semipublieke laadpalen bevorderen door bedrijven en organisaties hierin te faciliteren.
Al onze openbare laadpalen gerealiseerd op basis van de Concessie Openbare Laadpalen Groningen-Drenthe. De huidige concessie loopt af in 2027 en de komende jaren onderzoeken we hoe we deze werkwijze willen voortzetten. Daarbij nemen we ook mee hoe we moeten omgaan met ‘oude laadpalen’ uit eerdere concessies waarvan de exploitatietermijn is verstreken. De techniek verbetert zich snel. Waar mogelijk zetten we de meest moderne technologie in.
Deelmobiliteit stimuleren
Elektrische deelauto’s zien we als een laagdrempelige manier voor inwoners om kennis te maken met elektrisch rijden. Daarnaast kan deelmobiliteit de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de regio verbeteren.
Afgelopen jaren is onze gemeente ervaring opgedaan met deelmobiliteit. Op dit moment staan er deelauto’s in de dorpen Zuidhorn en Grijpskerk. Dit willen we de komende jaren verder uitbreiden. Samen met de Provincie Groningen werken aan het programma Deelmobiliteit. We verwachten dus in een groeiend aantal dorpen dat bewoners deelauto’s gebruiken als alternatief voor het bezit van een eigen (tweede of derde) auto. Voor bezoekers van onze gemeente, kunnen deelauto’s en deelfietsen een goede optie zijn voor de laatste kilometers naar de eindbestemming.
Tot slot werken we aan het bevorderen van het fietsverkeer. Een onderdeel daarvan zijn de doorfietsroutes. Dit zijn brede en comfortabele fietspaden tussen dorpen en steden, met weinig of geen verkeerslichten en waar de fietser zoveel mogelijk voorrang heeft op kruispunten. De doorfietsroute vanuit Zuidhorn naar Groningen is al een aantal jaren in gebruik en in 2026 verwachten we dat ook de doorfietsroute vanuit Leek naar Groningen gereed is. Ondertussen onderzoeken we nog steeds mogelijkheden voor een betere fietsverbinding van Leek naar Zuidhorn.
Duurzame bereikbaarheid van onze regio
In het openbaar vervoer worden stappen gezet met de elektrificatie van bussen verbindingen. We dringen bij het OV-bureau ook aan op plattelandsbussen rijdend op waterstof.
Programmapunten
▸ We werken uit hoe we een dekkend netwerk hebben vanaf 2026 voor laadinfrastructuur passend bij de grootte van de woonwijken en dorpen. Daarbij volgen we de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van nieuwe laadoplossingen voor onze inwoners en bedrijven.
▸ Daarnaast werken we in op het ontwikkelen van nieuwe beleidsinstrumenten om deelvervoer in meerdere kernen te stimuleren in samenwerking met de Provincie Groningen.
3.2.7 Eigen gebouwen, bedrijfsvoering en gemeentelijk wagenpark
Het Coalitieakkoord 2019-2022 benoemt de duurzame voorbeeldfunctie van de gemeente: “We geven als gemeente het goede voorbeeld. Dat betekent dat de gemeente voor zichzelf alleen duurzaam bouwt en dat we de bestaande gemeentelijke gebouwen, de openbare verlichting en het gemeentelijk wagenpark verder verduurzamen.”
Speerpunt 7: In 2030 is de CO2-uitstoot van het gemeentelijk vastgoed met 55% gereduceerd ten opzichte van 2020 en beschikken we over een fossielvrij wagenpark.
Afgelopen periode hebben we een grote groep gebouwen in ons gemeentelijk vastgoed verduurzaamd. Daarin maakten we onderscheid tussen fase 1 van ons plan (korte termijn, wettelijke maatregelen) en de middellange termijn richting 2035 (fase 2). Onze plannen in fase 1 zijn afgelopen vijf jaar uitgevoerd, waaronder veel vervangingen naar led-verlichting.
De komende vijf jaar gaan we verder met fase 2 aan de slag. Dit doen we door in 2025 en 2026 te werken aan het instrument portefeuilleroutekaart. Deze routekaart brengt voor circa 19 gebouwen per locatie het te verkiezen duurzame ambitieniveau in beeld, samen met bijbehorende investeringen in verschillende uitvoeringsscenario’s. De portefeuilleroutekaart beschouwen we als leidend voor onze uitvoering de komende jaren.
Behalve onze eigen gebouwen ondersteunden we dorpshuizen op basis van het Dorpshuizenbeleid. Dit beleid zetten we voort, net als de financiële instrumenten, waaronder een rentekorting voor dorpshuizen op een geldlening bij de Provincie Groningen. Voor dit onderdeel leggen we ook de relatie met de middelen vanuit Nij Begun.
In het gemeentelijk wagenpark kunnen we nog een verduurzamingsslag slaan. Wij werken aan vervangingsprogramma voor fossielvrij wagenpark. Daarbij wordt ook geregeld dat wij bij vervanging van machines en materieel deze elektrificeren.
Programmapunten
In 2025 is een keuze gemaakt welke gemeentelijke panden energieneutraal worden. In 2030 is de CO2-uitstoot van het gemeentelijk vastgoed en maatschappelijk vastgoed met 55% gereduceerd en in 2035 zijn energieneutrale gebouwen gereed. Op logische momenten vervangen we ons wagenpark.
▸ Gemeentelijk vervangingsprogramma wagenpark voor verduurzamen wagenpark, machines en materieel
▸ Nieuwe tweede, tranche verduurzaming gemeentelijke gebouwen en duurzame meerjaren onderhoudsplannen voor gebouwen
▸ Ondersteuning verduurzaming maatschappelijke instellingen (dorpshuizen, scholen en ander maatschappelijke vastgoed)
3.3 Duurzame leefomgeving
3.3.1 Netcongestie
Om allerlei opgaven in onze gemeenten mogelijk te maken, is het nodig om netcongestie te bestrijden. Daarom is het belangrijk om de netbeheerder te faciliteren om in het tijdsbestek van een paar jaar het bestaande net te gaan uitbreiden. Hieronder beschrijven we op wat we beschouwen als een gewenste ontwikkeling op dit vlak.
Op alle netwerkniveaus moet een uitbreidingen plaatsvinden. We hebben daarom bijgevoegd welke type stations er tussen nu 2030 moeten komen, de aantallen en de werkzaamheden voor de gemeente:
▸ Een nieuwe koppelstation (hoogspanning naar middenspanning) in het zuiden van onze gemeente is benodigd.
▸ MS-T (middenspanning). Van dit type station zijn in totaal negen nieuwe stations nodig en er moeten enkele huidige stations worden verzwaard.
▸ LS-T (laagspanning). Er zijn naar verwachting tussen de tweehonderd en driehonderd nieuwe compactstations nodig. Een verdubbeling van het aantal transformatorhuisjes in woonwijken is nodig, waarbij één-op-de-drie straten open gelegd moet worden voor het verzwaren van kabels.
Alle bovengenoemde ontwikkelingen hebben ruimtelijke consequenties. Deze zijn per type station in bijlage 9 beschreven. Daarnaast wordt er in de komende periode ook een nieuwe hoogspanningsverbinding (380 kV) van Vierverlaten naar Ens door ons gebied aangelegd.
Speerpunt 8: Wij nemen alle ruimtelijke maatregelen die nodig zijn om netcongestie te verminderen.
Om deze grote opgave uit te voeren is het nodig om op een dusdanig efficiënte manier te werken dat we de noodzakelijke versnelling mogelijk maken. De gemeente en de netbeheerder moeten samen een snelle uitvoering van netuitbreidingen doorlopen, slimmer gebruik van het bestaande net en het gezamenlijk programmeren van uitbreidingen. Uiterlijk in 2030 willen we hiertoe de ruimtelijke procedures hebben doorlopen.
Programmapunten
Wij nemen alle ruimtelijke maatregelen die nodig zijn om netcongestie te verminderen. Dit streven geven we op manier vorm, waarbij we rekening houden met de eigen rollen en belangen van zowel de gemeente Westerkwartier als de netbeheerder in dit proces.
3.3.2 Hernieuwbare energie
De komende jaren maken we de omschakeling naar een duurzame energiehuishouding. In het Westerkwartier groeit het elektriciteitsverbruik. Dit komt doordat we steeds meer elektrisch rijden, onze woningen elektrisch verwarmen en elektrisch koken in plaats van met aardgas. Deze stroom wordt in toenemende mate lokaal geproduceerd.
Netverzwaring nodig
De Visie Hernieuwbare Elektriciteit (2020) beschrijft de veranderruimte voor zon- en windenergie in onze gemeente. Medio 2025 is de Visie Hernieuwbare Elektriciteit geëvalueerd (zie bijlage 3). De visie is nog steeds actueel, maar is in sterke mate ingehaald door netcongestie. We integreren de kaders van de Visie Hernieuwbare Elektriciteit nu in dit beleidsdocument onder de conditie dat nieuw beleid wordt toegevoegd over de verzwaring van het elektriciteitsnet (zie 3.3.1).
Figuur 3.1 De vier verschillende ruimtelijke schaalniveaus met veranderruimte voor zon- en windenergie vormen het ruimtelijk kader afkomstig uit de Visie Hernieuwbare Elekriciteit
Ook de komende jaren geeft de gemeente Westerkwartier uitvoering aan haar lokale beleid en inzetten op kleinschalige initiatieven. Hiermee wordt een bijdrage aan Regionale Energiestrategie 1.0 (RES 1.0). Het Westerkwartier levert een belangrijke bijdrage door over acht tot tien jaar bijna de helft van onze elektriciteitsvraag duurzaam op te wekken op ons eigen grondgebied. De ambitie in de RES Groningen is om als regio in 2030 5,7 TWh per jaar te produceren (RES Groningen, 2020). Dit betekent dat de energieregio zelfvoorzienend wordt qua elektriciteitsbehoefte
Speerpunt 9: In 2030 wekken we 0,35 TWh per jaar aan duurzame elektriciteit op, zoveel mogelijk in lokaal eigendom.
We stimuleren op het gebied van hernieuwbare elektriciteit actief de projecten uit de RES 1.0-lijst. Deze lijst omvat het overzicht van alle initiatieven die ruimtelijk worden begeleid door de gemeente Westerkwartier en bekend zijn in het kader van de RES Groningen. De gemeente vervult een faciliterende, toetsende en stimulerende rol om initiatieven verder te helpen.
Een zonnepark wordt altijd tijdelijk vergund en voor de periode van maximaal 30 jaar. Op het moment dat de vergunning van een zonnepark afloopt, worden de locatie in oorspronkelijke staat teruggebracht en kan worden nagedacht over een eventuele andere invulling van de locatie.
Over de rol die wij als gemeente zelf spelen geldt allereerst dat wij vanuit de verantwoordelijkheid voor een goede leefomgeving randvoorwaarden stellen. Bij elk initiatief geldt dat dit passend moet worden gemaakt binnen de kaders van de Visie Hernieuwbare Elektriciteit. Dit betekent dat we betrokken zijn bij initiatieven en vooraf heldere afspraken maken over de procesparticipatie en financiële participatie. De hierin ontwikkelde maatwerkmethode zetten we voort.
Daarnaast streven we ernaar om initiatieven zoveel mogelijk in lokaal eigendom te ontwikkelen. Als er bij een project geen lokale gegadigden zijn, geldt er dat er een gebiedsfonds voor de omgeving moet worden ingesteld. De bedragen zijn opgenomen in de Visie Hernieuwbare Elektriciteit (bijlage 4). Tegelijkertijd merken we dat de ontwikkelingen snel gaan, huidige subsidies worden afgebouwd, de businesscases veranderen en passen daar waar nodig financieel maatwerk toe. Deze afspraken leggen we bij vergunningverlening vast in de vorm van een anterieure overeenkomst.
Voor een aantal onderwerpen benoemd in de evaluatie van Visie Hernieuwbare Elektriciteit (zie bijlage 3) geldt dat we aanvullende eisen gaan stellen aan nieuwe initiatieven:
1Participatieplan & verslagleggingseisen bijeenkomsten
Bij initiatieven vragen we standaard om een participatieplan. Daarbij vragen we om een enkele standaard onderdelen die moeten worden vastgesteld in het participatieplan. Ook stellen we eisen aan de kwaliteit van de verslaglegging. Zie daarvoor bijlage 5.
2Ecologische kwaliteit als onderdeel van de ruimtelijke inpassing
We sluiten aan bij de landelijke criteria voor natuurinclusiviteit bij zonneparken. Dit houdt in dat we medewerking verlenen aan ruimtelijke maatregelen om het betreffende zonnepark natuurinclusief te maken. Daarvoor verwijzen we naar de vernieuwde Handreiking Locatiekeuze en Ontwerp Zonneparken van de provincie Groningen.
3Mogelijkheden elektriciteitsnet en energieopslag
Indien ruimte voor opslag in de vorm van een batterij wordt toegevoegd bij een nieuw of bestaand zonnepark, moet dit worden meegenomen in de landschappelijke inpassing, gerealiseerd volgens de spelregels van de Provinciale Omgevingsverordening (POV) en geplaatst binnen de hekwerken.
Daarnaast benoemen we twee belangrijke, vernieuwende aanpakken die beschreven zijn in de Omgevingsvisie Westerkwartier 2040 en de Visie Hernieuwbare Elektriciteit. Het gaat om een proef met een energielandgoed en de gebiedstransformatie Zuidelijk Westerkwartier. Bij beide projecten geldt dat we de opgave van duurzame energieproductie willen combineren met een andere opgave in het buitengebied. Voor de gebiedstransformatie Zuidelijk Westerkwartier gaan we daarvoor een relatief nieuw juridisch beleidsinstrument inzetten: een maatschappelijke tenderregeling.
In het vorige Duurzaamheidsbeleid beschreven we situaties waarin we niet uitsluiten dat we zelf initiatieven blijven respectievelijk gaan ontplooien voor de realisatie van hernieuwbare energiebronnen. Dit geldt met name in situaties waarin wij zelf gronden (of daken) in eigendom of anderszins hierover beschikking hebben. Dit kunnen soms ook gronden zijn van onze medeoverheden (waterschap, provincie). Er zijn dan drie manieren:
a.de gronden of daken in de markt zetten ten behoeve van een partij die de energiebron gaat realiseren en exploiteren.
b.de gronden of de daken onderbrengen in een coöperatie.
c.op de gronden of de daken zélf als gemeente een energiebron gaan realiseren en exploiteren.
Voor een meer uitgebreide toelichting verwijzen we naar de oorspronkelijke tekst van het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025. Voorbeelden van projecten die in dit verband zijn of worden gerealiseerd zijn de Zonnecarport Zuidhorn (2022) en de Topsporthal Leek, die in 2027 gerealiseerd gaat worden. Samen met onze energiecoöperaties ontwikkelen we projecten waarvan de opbrengsten naar minimahuishoudens gaan. Het doel is om uiteindelijk een zo groot mogelijk aantal minimahuishoudens op een laagdrempelige manier te laten meedelen in de opbrengsten van lokale energiebronnen.
Begin 2025 telde het Westerkwartier 10 energiecoöperaties, waarvan twee coöperaties in met lokale ondernemers in oprichting. De gemeente Westerkwartier en de coöperaties organiseren samen een continue dialoog in de vorm van een Regiotafel. Wij stellen jaarlijks subsidie beschikbaar om initiatieven van (nieuwe) energiecoöperaties te ondersteunen. Wij hebben de subsidieregeling energiecollectieven Westerkwartier ingesteld. Deze subsidieregeling is in 2024 geëvalueerd en zetten we de komende jaren voort.
Programmapunten
▸ In 2030 wekken we 0,35 TWh per jaar aan duurzame elektriciteit op, zoveel mogelijk in lokaal eigendom. Dit doen we door uitvoering te geven aan de RES1.0-lijst en daarbij voor een aantal onderwerpen aanvullende eisen te stellen.
▸ In twee projecten (Energielandgoederen en gebiedstransformatie Zuidelijk Westerkwartier) zijn de energietransitie en andere, ruimtelijke opgaven in het buitengebied succesvol gecombineerd.
3.3.3 Klimaatadaptatie
Klimaatadaptatie is het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan klimaatverandering en de effecten ervan. Een van de belangrijkste gevolgen van klimaatverandering voor onze gemeente is de toegenomen kans op hevige regenbuien. De kans op overlast door water op straat maar ook door water tegen de gevel, of zelfs inpandig naar binnenstromend water kan hierdoor toenemen. Aan de hand van de klimaatstresstesten wordt inzichtelijk gemaakt op welke locaties er overlast op kan treden.
De komende jaren gaan we op systematische wijze aan de slag met klimaatadaptatie in relatie tot onze huidige gemeentelijke watertaken. “We gaan verder met het uitvoeren van het beleid welke in de afgelopen periode is vastgesteld.” Deze werkzaamheden zijn vastgelegd in het Watertakenplan voor de periode 2020 tot en met 2027. Deze zijn afgestemd met de overige partijen in de waterketen Groningen zoals het Waterschap Noorderzijlvest en het Wetterskip Fryslân.
Speerpunt 10: Wij voeren het samen met waterketenpartners het Watertakenplan 2020-2025 uit.
Binnen de gemeenten in Groningen en de kop van Drenthe wordt samen met de waterschappen, de Provincies en de waterbedrijven intensief samengewerkt. Deze samenwerking vindt plaats binnen de waterketen Groningen-Noord-Drenthe. Hiernaast participeren we als gemeente ook in de stuurgroep klimaatadaptatie.
Het doel van deze samenwerkingen is het verlagen van maatschappelijke kosten, het verbeteren van de kwaliteit en efficiëntie van de beheertaken, het verminderen van personele kwetsbaarheid, en het versterken van duurzaamheid en innovatie. Dit wordt bereikt door investeringen op elkaar af te stemmen, kennis te delen, gezamenlijke taken uit te voeren, en de implementatie van de Omgevingswet en klimaatadaptatie beter te borgen.
3.3.4 Innovatie
Als het gaat om energie- en klimaatinnovaties maken we onderscheid tussen technische innovaties en maatschappelijke (proces) innovatie. Op het gebied van bijvoorbeeld klimaatadaptatie willen we nieuwe technieken beproeven de komende periode. Vaak is de gemeente niet per se de bedenker, maar kan wel faciliteren door bijvoorbeeld een innovatie een fysieke plek te bieden.
Speerpunt 11: De gemeente Westerkwartier is een proeftuin in het Noorden als het gaat om energie- en klimaatinnovaties.
Voor het onderwerp innovatie komt het accent tegelijk steeds meer te liggen op maatschappelijke processen en nieuwe samenwerkingen. Inwoners en organisaties willen we uitdagen om met vernieuwende ideeën te komen. Binnen de Isolatieaanpak Westerkwartier en Nij Begun zien we bijvoorbeeld mogelijkheden om verschillende (regionale) partijen te verbinden om zo het effect van onze werkzaamheden te vergroten.
Verder werken we aan de bevorderen van de samenwerking tussen ondernemers op onze bedrijventerreinen. Dit zien we als een kans om nieuwe ontwikkelingen te beproeven, waaronder het uitwisselen van energie tussen ondernemers in energiehubs. Daarmee wordt de opwek en het gebruik op elkaar afgestemd. Alle energie hoeft dan niet tegelijk het overbelaste elektriciteitsnet over. En het zorgt ervoor dat de energievoorziening meer lokaal geregeld wordt.
Programmapunten
De gemeente Westerkwartier is een proeftuin in het Noorden als het gaat om energie- en klimaatinnovaties
3.3.5 Ruimtelijke plannen
De gemeente initieert, begeleidt en participeert in veel ruimtelijke plannen. Tijdens het proces van totstandkoming van dit beleid is gebleken dat (nog) niet systematisch klimaatmaatregelen onderdeel uitmaken van deze ontwikkelprocessen. We zetten daarom instrumenten in om duurzaamheidsmaatregelen in alle planprocessen te integreren en we vergroten de kennis hierover binnen de gemeentelijke organisatie. Bijvoorbeeld de MPG: Milieuprestatie van gebouwen, BREEAM: Building Research Establishment Environmental Assessment Method en Duurzaam GWW: duurzame grond- weg- en waterbouw.
Speerpunt 12: Bij de (her)inrichting van gebieden en transformatie van gebieden passen we standaard klimaatvriendelijke ontwerpprincipes toe.
Dit speerpunt heeft een brede reikwijdte. De uitwerking ervan is maatwerk. Waar het om gaat is in elk geval dat duurzaamheid een primaire plaats gaat innemen in ons denken over ruimtelijke ontwikkelingen. Zonder daarbij uitputtend te zijn, noemen we een aantal van die ontwikkelingen, waarbij we de volgende uitgangspunten gaan hanteren:
▸ Bij uitleglocaties voor nieuwbouw dient standaard aandacht te zijn voor duurzaamheidsaspecten en biobased bouwen: oriëntatie van woningen in relatie tot bezonning, openbare ruimte, klimaatadaptatie, mobiliteit en bouwmaterialen met een lage CO2-impact. Voor biobased bouwen houden we rekening met de mogelijkheden om dit ook vergunbaar te maken.
▸ De inpassing van duurzame energiebronnen biedt mogelijkheden voor meervoudige ruimtegebruik. Daarbij kijken we lokaal naar ontwikkelmogelijkheden, zoals bijvoorbeeld het project Zonnewal in Oostwold.
▸ Bij inpassing van energiebronnen zijn ook mogelijkheden om opgaven te verbinden. Denk aan combinaties tussen waterberging, waterpijlverhoging en verminderde veenoxidatie, stikstofuitstoot, energieopwekking en bosaanplant in het Zuidelijke Westerkwartier. De provincie Groningen kent een opgave om 700 ha bos aan te planten en we hebben als gemeente een ‘65.000 bomenplan’. Bij de groei van jonge bomen wordt extra CO2-vastgelegd.
▸ Duurzame kansen bij herbestemming van voormalige bedrijventerreinen / industrieterreinen en op gronden die hiervoor of als woningbouwlocatie zijn verworven, maar niet (meer) worden benut.
▸ Herinrichting van de openbare ruimte. Keuzes voor duurzaam materiaalgebruik, aanpassingen voor de toekomstige riool- en energie-infrastructuur. Het vervangen van openbare verlichting voor led-armaturen.
▸ Op bedrijventerreinen gaan we opgaven combineren, bijvoorbeeld door zonnedaken bij bedrijven te versnellen.
Tot slot merken we op dat ook twee grote infrastructurele projecten ruimtelijke impact hebben op onze gemeente. Het gaat om 380 kV hoogspanningsverbinding Vierverlaten-Ens en - in mindere mate - PAWOZ Eemshaven/VAWOZ. Dit zijn grote energie-infrastructuurprojecten van nationaal en internationaal belang. Wij continueren de dialoog met het Rijk, Tennet en Gasunie over deze projecten en zetten daarbij in op een hoogwaardige inpassing van deze projecten en – waar dat mogelijk is – lokale ontwikkelkansen voor de gemeente Westerkwartier.
3.4 Duurzaam ondernemen en circulariteit
3.4.1 Van afval naar grondstof
De gemeente is vanuit de Wet milieubeheer verantwoordelijk voor de inzameling van huishoudelijke rest afval. Dit wordt gefaciliteerd middels een inzamelsysteem van voornamelijk minicontainers. Om inwoners aan te moedigen zo weinig mogelijk afval aan te bieden en dit te scheiden is DIFTAR geïntroduceerd. Vanuit het principe ‘de vervuiler betaalt’ vormt dit principe een stimulans om af te beperken en beter te scheiden.
Deze vorm van inzameling levert een belangrijke bijdrage aan de landelijke VANG-doelstellingen 2025-2030. Van Afval naar Grondstof (VANG-programma) is ontwikkeld om gemeenten te ondersteunen in hun transitie naar een circulaire economie . Om te komen tot kwalitatief nóg betere recycling richt het uitvoeringsprogramma VANG-HHA (huishoudelijk afval) zich in de periode 2025 – 2030 op drie belangrijke aspecten:
1Het nóg beter scheiden van restafval;
2Het verbeteren van de kwaliteit van ‘uitgesorteerde deelstromen’;
3In 2030 is 60% van het afval gerecycled;
De gemeente wil een belangrijke bijdrage leveren om deze doelstellingen te behalen en heeft voor de periode tot en met 2030 de doelstellingen hiervoor vastgelegd in het Afvalbeleidsplan 2025-2030.
Speerpunt 13: We hebben een toekomstbestendige afvalinzameling en -verwerking.
De rol van de afvalinzameling en -verwerking is aan verandering onderhevig. Naast landelijke en Europese doelstellingen waarop gestuurd wordt spelen trends mee waaronder de veranderende arbeidsmarkt, de vergrijzing, vergaande automatisering, individualisatie en de wegwerpmaatschappij.
In het Afvalbeleidsplan 2025-2030 spelen we hierop in door twee belangrijke speerpunten te formuleren. Ten eerste zetten we in op het verbeteren van de werkwijze voor huidige huis- aan huisinzameling, waarbij het doel is om hergebruikresultaten te verbeteren. Daarnaast zetten we in op de realisatie van een nieuwe grondstoffencentrum. Beide speerpunten dragen bij aan excellente afvalinzameling -en verwerking. Het uiteindelijke doel is om - aansluitend bij de landelijke doelstellingen - in 2050 volledig circulair te zijn.
Figuur 3.2 Van een lineaire economie naar een circulaire economie
In de eerste plaats wordt gestreefd om afvalproducten te voorkomen. Indien er toch afval of restproducten ontstaan, moet dit afval weer als grondstof in de circulaire economie terechtkomen. Dit kunnen wij als gemeente niet alleen. Hiertoe gaan wij de samenwerking aan met verwerkers en inzamelaars om kringlopen van grondstoffen zo veel mogelijk te sluiten.
Programmapunten
We hebben een excellente afvalinzameling en -verwerking in onze gemeente.
▸ De doorontwikkeling van de huidige huis-aan-huis inzameling
▸ Invulling geven aan nieuw grondstoffencentrum
3.4.2 Duurzaam ondernemen
Duurzaam ondernemen wordt in onze gemeente steeds meer gemeengoed. Dit willen we komende jaren verder stimuleren. De Bedrijventerreinenvisie 2024 vormt hiervoor op dit moment de basis. Daarnaast gaan we in 2025 een Economische Visie ontwikkelen.
Kortweg maken we onderscheid tussen individuele en collectieve ondersteuning van ondernemers. Het individuele hulpaanbod voor alle ondernemers organiseren we samen met Groningen Werkt Slim. Daarnaast zijn er via de provincie Groningen diverse subsidieregelingen beschikbaar en het programma verduurzamen bedrijventerreinen (PVB Nederland).
Speerpunt 14: We voeren onze economische visie uit met aandacht voor duurzame en circulaire verdienmodellen voor ondernemers.
Nog niet alle MKB’ers hebben zonnepanelen op hun eigen dak. Wij willen ook hen stimuleren om hierin te investeren binnen de randvoorwaarden die de netbeheerder stelt. Dit helpt om te voldoen aan energiebesparingsplicht. Afgelopen jaren heeft de ODG voor ons het toezicht uitgevoerd in het kader van de Energiebesparingsplicht. Dit toezicht zetten we voort, waarbij we aandacht besteden aan het effect van dit toezicht. We maken samen met de provincie, gemeenten en ODG ook uitwerkingen voor de lange(re) termijn en treden hierover in gesprek met het Rijk.
Op basis van Bedrijventerreinenvisie zijn er ook mogelijkheden om gezamenlijk te investeren in duurzame oplossingen met mobiliteit, energie en opslag. Het streven naar een circulaire economie betekent bijvoorbeeld ook dat er meer ruimte moet komen voor verwerkers van reststromen.
Programmapunten
We voeren onze economische visie uit met aandacht voor duurzame en circulaire verdienmodellen voor ondernemers.
▸ Ondersteuning ondernemers verduurzaming
▸ Circulair bedrijvencluster
3.4.3 Inkoopbeleid
Voor onze gemeente is het inzetten van duurzaam en circulair inkopen de eerste stap op weg naar een circulaire gemeente. Het nieuwe inkoopbeleid is een instrument om duurzame en circulaire producten en diensten te stimuleren en bij te dragen aan andere maatschappelijke doelstellingen.
Speerpunt 15: We geven invulling aan een nieuw duurzaam en circulair inkoop- en aanbestedingsbeleid.
Om duurzaam inkopen blijvend onder de aandacht te houden is bewustwording en betrokkenheid van alle medewerkers en leidinggevenden van belang. Het is onze ambitie om vanaf 2026 ervoor te zorgen dat:
▸ Het nieuwe inkoop- en aanbestedingsbeleid leeft binnen de hele organisatie en door iedereen wordt gezien als een logische randvoorwaarde voor alle inkopen;
▸ Alle bij de inkoop betrokken medewerkers hetzelfde gezamenlijk beeld hebben van duurzame inkoop en dit kunnen vertalen naar de meest relevante productcategorieën en besluiten;
▸ Marktpartijen betrokken worden bij het zoeken naar goede duurzame oplossingen, waar mogelijk en zinvol geacht door het aanbestedingsteam.
▸ We inzichtelijk maken hoe er op duurzame criteria goed gescoord wordt;
De gemeentelijke organisatie vraagt standaard bij aanbestedingseisen bij werken en infrastructurele opgaven om te conformeren aan het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB). Dit is een overeenkomst tussen Nederlandse overheden, brancheorganisaties en andere partijen om de uitstoot van emissies (zoals stikstof, fijnstof en CO2) in de bouwsector te verminderen.