Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Westerkwartier houdende regels omtrent drugsbeleid 2026 (Damoclesbeleid gemeente Westerkwartier)

Gemeente Westerkwartier · geldt sinds 13 oktober 2026

Aanhef

Samenvatting

De gemeente Westerkwartier ziet zich geconfronteerd met drugcriminaliteit die (mede) plaatsvindt in of wordt georganiseerd vanuit woningen, panden of lokalen. Behalve strafbaarheid, betekent het voor omwonenden een aantasting in hun directe woon- en leefomgeving. Drugscriminaliteit heeft een sterk ondermijnend karakter en brengt vaak overlast en gevaren voor de omgeving met zich mee.

Bij overlast kan gedacht worden aan geluid, aanloop van (onbekende) personen en/of afval. Als gevaarsaspecten kan gedacht worden aan wateroverlast, explosies en het ontstaan van brand door de aanwezigheid van elektriciteit, gassen en brandbare materialen die gebruikt worden in kweek -en/of productieruimte(n). Ook vindt veelal sabotage van energievoorzieningen plaats wat illegaal en risicovol is.

De burgemeester heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet, voor de handhaving van de aanwezigheid en handel in drugs in woningen/lokalen de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen; de zogeheten Wet Damocles. In de praktijk betekent de toepassing van de wet Damocles dat een woning/ lokaal (tijdelijk) gesloten wordt. Het gaat in dit geval om het aantreffen van of handel van verdovende middelen uit lijst 1, lijst 1A en 2 van de Opiumwet, alsmede strafbare voorbereidingshandelingen voor de productie of handel in drugs.

In dit op de Opiumwet gebaseerde Damoclesbeleid is opgenomen welke maatregelen de burgemeester toepast bij overtredingen van artikel 13b Opiumwet. Daarbij wordt aangegeven wanneer wordt volstaan met een waarschuwing en wanneer een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom wordt opgelegd, inclusief de daarbij behorende sluitingstermijnen.

Procedure

5. Handhavingsbeleid

5.7 Evenredigheidstoets

5.7.1 Geschiktheid

Om te toetsen of het besluit geschikt is om het gestelde doel te bereiken, is het wettelijk doel van artikel 13b van de Opiumwet van belang, namelijk het beëindigen van de overtreding en het voorkomen van herhaling. Deze beleidsregels bevatten daarnaast aanvullende, specifiekere doelen, zoals het beschermen van het woon- en leefklimaat en het herstellen van de openbare orde en veiligheid.

Ook wordt beoordeeld of de maatregel daadwerkelijk kan bijdragen aan het bereiken van deze doelen. Daarbij wordt betrokken of sprake is van tijdsverloop sinds de constatering van de overtreding. Indien de overtreding en de gevolgen daarvan inmiddels zijn beëindigd, kan dit van invloed zijn op de vraag of een sluiting nog geschikt is om het beoogde doel te bereiken. Mocht dit doel met een minder vergaande maatregel ook bereikt kunnen worden, dan wordt daarvoor gekozen.

5.7.2. Noodzakelijkheid

Wat betreft de noodzakelijkheid moet worden nagegaan of de opgelegde maatregel noodzakelijk is om het woon- en leefklimaat te beschermen en de openbare orde te herstellen. De sanctie zal, gelet op de overtreding en de impact daarvan op de woon- en leefomgeving, proportioneel moeten zijn. Hierbij wordt gekeken naar de soort maatregel en naar de zwaarte of duur daarvan.

De noodzakelijkheid van de maatregel mag met name worden afgeleid uit de ernst en de omvang van de overtreding. Voor de ernst en omvang van de overtreding is het bijvoorbeeld van belang of de aangetroffen drugs feitelijk in of vanuit het pand werden verhandeld. Mocht dit niet aannemelijk zijn, dan kan dit gevolgen hebben voor de zwaarte van de op te leggen maatregel. Verder dient onder andere te worden gekeken naar de feiten en omstandigheden die zijn genoemd in paragraaf 5.6.

Daarbij wordt tevens beoordeeld of met een minder vergaande maatregel kan worden volstaan om de overtreding te beëindigen, herhaling te voorkomen en het woon- en leefklimaat te beschermen.

5.7.3. Evenwichtigheid

Na het beoordelen van de noodzakelijkheid beoordeelt de burgemeester of de sluiting in de gegeven omstandigheden evenwichtig is. Hierbij worden de voor betrokkenen nadelige gevolgen van de sluiting afgewogen tegen de zwaarwegende belangen van de burgemeester bij het handhaven van de openbare orde, het beëindigen van de overtreding en het voorkomen van herhaling. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met het pand en de mogelijkheid om weer van het pand gebruik te mogen maken. De gevolgen van de sluiting kunnen leiden tot het oordeel dat de sluiting onevenredig is.

Voorop staat dat inherent aan het sluiten van een woning is dat een bewoner de woning moet verlaten. Dit is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid. Dat kan anders zijn als de betrokkene een bijzondere binding heeft met de woning, bijvoorbeeld om medische redenen. Het gaat hierbij niet om een binding met de omgeving van de woning, maar specifiek om een binding met de woning zelf.

De verantwoordelijkheid om vervangende woonruimte te vinden rust daarbij primair bij de betrokkene zelf.

4ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2879, ABRvS 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3220 en ABRvS 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2024:472.

Indien blijkt dat de betrokkene, ondanks aantoonbare en onderbouwde inspanningen, niet in staat is tijdelijke vervangende huisvesting te vinden, kan de burgemeester bezien of hierin een rol voor hem is weggelegd. Daarbij geldt een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting.

Daarnaast moet worden onderzocht wat de gevolgen zijn voor de eventuele medische situatie van de belanghebbende(n), of er huurrechtelijke gevolgen zijn en of er minderjarige kinderen in de woning wonen. De aanwezigheid van minderjarige kinderen is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan van sluiting moet worden afgezien. Wel dient aan hun belangen bijzondere aandacht te worden besteed. De aanwezigheid van minderjarige kinderen in combinatie met andere omstandigheden kan ertoe leiden dat een maatregel in redelijkheid niet wordt toegepast.

Ook speelt het herstelkarakter van de maatregel een belangrijke rol. De last onder bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet is een herstelsanctie. Dit brengt met zich mee dat het toepassen van bestuursdwang gericht moet zijn op het beëindigen van de overtreding, het wegnemen van de gevolgen daarvan en het voorkomen van herhaling. De maatregel is niet bedoeld om leed toe te voegen of een bestraffend karakter te hebben. Wanneer de maatregel feitelijk een punitief karakter krijgt, kan dit in strijd komen met artikel 6 van het EVRM.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Damoclesbeleid gemeente Westerkwartier 2026’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.