Aanhef
De burgemeester van Westerkwartier,
overwegende dat:
-exploitanten, leidinggevenden en beheerders van openbare inrichtingen, waaronder horecabedrijven, seksinrichtingen, escortbedrijven en speelautomatenhallen moeten voldoen aan de norm van het niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn, zoals bedoeld in de Alcoholwet, Wet op de kansspelen en Algemene plaatselijke verordening;
-exploitanten, leidinggevenden en beheerders van bovengenoemde inrichtingen of bedrijven een bijzondere verantwoordelijkheid dragen, omdat het niet verantwoord exploiteren van dergelijke inrichtingen of bedrijven kan leiden tot verstoring van de openbare orde, de openbare veiligheid en een nadelige beïnvloeding van het woon-, werk- en leefklimaat;
-de toets op het levensgedrag een noodzakelijke preventieve toets is om de risico’s op inbreuken op de openbare orde, de openbare veiligheid en het woon-, werk- en leefklimaat te beperken. Slecht levensgedrag is immers een grond om de vergunning te weigeren;
-het wenselijk is dat er invulling wordt gegeven aan het begrip 'slecht levensgedrag' om zo meer structuur, zekerheid en transparantie in de werkwijze te kunnen bieden.
gelet op:
-artikelen 2:25, 2:28, 2:81 en 3:7 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Westerkwartier (hierna: APV),
-artikel 8 en artikel 35 van de Alcoholwet,
-artikel 30d van de Wet op de Kansspelen juncto artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000;
-en artikel 4:81 tot en met artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht,
besluit:
vast te stellen de volgende Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Westerkwartier 2025:
Deze beleidsregel geeft een nadere invulling van het begrip ‘levensgedrag’ zoals opgenomen in de Alcoholwet, de Wet op de kansspelen en de APV. Met deze beleidsregel wil de gemeente Westerkwartier transparant zijn in de manier waarop levensgedrag wordt getoetst.
Randvoorwaarden uit de bestuursrechtspraak voor de beoordeling van levensgedrag
Er zijn diverse vergunningen die de burgemeester op grond van de APV, Wet op de kansspelen en de Alcoholwet kan verlenen. Voor die vergunningen geldt dat exploitanten, leidinggevenden, beheerders dan wel een organisator ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ mogen zijn. De burgemeester heeft voor de invulling van dit criterium beoordelingsruimte, mits voldaan wordt aan een aantal randvoorwaarden die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak van 25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1493, onder elkaar heeft gezet. Deze zijn:
-alleen feiten en omstandigheden mogen worden betrokken die relevant zijn voor de exploitatie van een openbare inrichting;
-de burgemeester moet motiveren hoe de betrokkene vooraf had kunnen weten dat hij, gezien de relevante feiten en omstandigheden die bij het levensgedrag worden betrokken, niet aan die voorwaarde voldoet;
-de toepassing van de voorwaarde dat een betrokkene niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, mag op grond van het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel niet verder gaan dan nodig is om te waarborgen dat bedrijven worden geëxploiteerd op een wijze die geen gevaar oplevert voor de veiligheid, de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Dit betekent dat geringe feiten en omstandigheden die te maken hebben met het levensgedrag op zichzelf bezien niet mogen meewegen en dat feiten en omstandigheden die wel kunnen leiden tot het oordeel ‘slecht levensgedrag’ niet gedurende een onredelijke lange periode in de weg mogen blijven staan. De burgemeester moet daarom motiveren waarom de feiten en omstandigheden waarop hij zijn weigering baseert niet gering zijn en waarom zij, ondanks een bepaald tijdsverloop, nog steeds iets zeggen over de betrouwbaarheid van betrokkene.
Per geval moet de burgemeester beoordelen of er feiten of omstandigheden zijn die ertoe leiden dat er sprake is van slecht levensgedrag. Hiervoor kan de burgemeester meerdere informatiebronnen raadplegen. In deze beleidsregel wordt een weergave gegeven van informatiebronnen.
Exploitanten, leidinggevenden, beheerders en organisatoren hebben een belangrijke verantwoordelijkheid.
Het niet verantwoord exploiteren van een onderneming kan namelijk leiden tot een verstoring van de openbare orde en het omliggende woon- en leefklimaat nadelig beïnvloeden.
Zij dienen verstoring van de openbare orde, zoals overlast, criminaliteit, geweld en alcoholmisbruik (en misbruik van andersoortige verdovende middelen) te voorkomen en te beperken.
Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor (de veiligheid van) hun personeel, bezoekers en de directe omgeving van de onderneming en voor het signaleren en melden van misstanden, waaronder mensenhandel en uitbuiting.
Exploitanten, leidinggevenden, beheerders en organisatoren verlenen medewerking aan toezichthouders, delen informatie proactief en zijn eerlijk over de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan en relevant zijn voor het beoordelen van het levensgedrag.
Slecht levensgedrag als weigerings- of intrekkingsgrond
Slecht levensgedrag is bij de Alcoholwet een (zelfstandige) grond om de vergunning te weigeren of in te trekken, te weigeren om leidinggevenden of beheerders bij te schrijven op de vergunning of om extra voorwaarden aan de vergunning te verbinden. Voorts is slecht levensgedrag een weigeringsgrond bij een aanvraag om een ontheffing in het kader van artikel 35 Alcoholwet.
Bij artikel 2:28 APV (exploitatie openbare inrichting) is slecht levensgedrag een grond om de vergunning te weigeren of in te trekken.
Bij artikel 2:25 lid 6 APV (vechtsportevenement) betreft slecht levensgedrag een weigeringsgrond.
Bij artikel 2:81 APV (Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat) is slecht levensgedrag een grond om de vergunning te weigeren, te wijzigen of in te trekken.
Bij artikel 3:7 is slecht levensgedrag een weigeringsgrond.
Elke beoordeling van levensgedrag is maatwerk en afhankelijk van verschillende factoren
Wanneer precies sprake is van slecht levensgedrag is niet specifiek te benoemen. In sommige gevallen is één (niet geringe) gedraging voldoende om slecht levensgedrag aan te nemen. In andere gevallen zijn het meerdere gedragingen die op zichzelf staand onvoldoende zijn, maar in hun onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot het oordeel dat sprake is van slecht levensgedrag. Of er sprake is van slecht levensgedrag dat moet leiden tot het weigeren of intrekken van de vergunning wordt daarom per individueel geval bepaald. Elke beoordeling is maatwerk; alle feiten en omstandigheden worden in onderlinge samenhang en in relatie met de vergunning gewogen. De beoordeling is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het aantal relevante feiten, een patroon van deze feiten, wanneer de feiten zijn gepleegd, het type feiten, een combinatie van feiten, de omstandigheden rondom het feit, de hoogte van de strafmaat, of goed wordt meegewerkt aan toezicht en de houding daarbij van exploitanten en leidinggevenden.
Volledigheidshalve zij opgemerkt dat het kunnen beschikken over een recente Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) in het kader van de beoordeling van het levensgedrag niet relevant is. Hiervoor geldt namelijk een ander, beperkter, toetsingskader op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
Bijlage bij de Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Westerkwartier 2025
Overzicht van relevante feiten en gedragingen
De onderstaande lijst betreft een niet-limitatieve opsomming van feiten en gedragingen die in ieder geval meewegen in de beoordeling van het levensgedrag.
Geweldsdelicten en vernieling
-Mishandeling
-Moord of doodslag
-Overige misdrijven tegen het leven
-Openlijke geweldpleging tegen goederen of personen
-Vernieling, vandalisme, baldadigheid
-Brandstichting
Alcoholgerelateerde feiten
-Rijden onder invloed van alcohol
-Aanstalten maken rijden onder invloed van alcohol
-Weigeren ademanalyse
-Openbaar dronkenschap, openlijk of hinderlijk gebruik van alcohol
-Overtreding ge- en verbodsbepalingen Alcoholwet
Drugsgerelateerde feiten
-Bezit, handel en vervaardigen van hard- en softdrugs, inclusief voorbereidingshandelingen
-Openlijk of hinderlijk gebruik van drugs
-Rijden onder invloed van drugs of medicijnen
-Drugsafval
Wapens en munitie
-Bezit en handel in wapens of munitie als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie
-Schiet- en/of steekpartijen
-Messenverbod
Vermogensdelicten
-Diefstal/ Overval
-Zakkenrollerij/ Straatroof
-Oplichting
-Verduistering
-Heling
-Chantage of afpersing
-Witwassen
-Fraude
-Verdachte transacties
-Vals/vervalst geld aanmaken of vals/vervalst geld uitgeven
-Oplichting en flessentrekkerij
Zedendelicten en mensenhandel
-Zedendelicten
-Vervaardigen/bezit/verspreiden van kinderporno
-Gijzeling of ontvoering
-Mensenhandel, arbeidsuitbuiting en/of mensensmokkel
Niet meewerken met de politie en toezichthouders en het niet opvolgen van rechtelijke uitspraken
-Wederspannigheid
-Niet voldoen aan bevel of vordering
-Valse aangifte
-Vals/vervalste ID opgeven
-Valsheid in geschrifte
-Weigeren ademanalyse/ Weigeren bloedproef/ Weigeren vervangend (urine) onderzoek
-Rijden tijdens rijverbod/ Rijden terwijl rijbewijs is ingevorderd/ Rijden tijdens rijontzegging
-Omkopen ambtenaar in functie
Verplichtingen inzake Rijksbelastingen
-Niet nakomen van fiscale verplichtingen op grond van Invorderingswet 1990
-Niet nakomen van fiscale verplichtingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
Openbare orde en APV
-Hinderlijk gedrag
-Samenscholing, ongeregeldheden en ordeverstoringen
-Afsteken vuurwerken op verboden plaatsen
-Geluidshinder
-Openbare orde sluiting op last van de burgemeester
-Zonder vergunning exploiteren van een openbare inrichting
-Inkoop- en verkoopregister handelaren in tweedehands goederen
Wegenverkeerswet
-Joyriding
-Snelheidsovertreding
-Agressief rijgedrag
-Onveilig rijgedrag
-Verkeersongeval met letsel
-Verlaten plaats na verkeersongeval
-Rijden met vals/vervalst kenteken
-Onverzekerd rijden
Overig
-Discriminatie
-Belediging
-Bedreiging/ Intimidatie
-Openbare schennis der eerbaarheid
-Stalking
-Cybercrime
-Misdrijven Wet op de kansspelen (WOK)
-Overtreding huisverbod
-Huisvredebreuk
-Chantage/ Machtsmisbruik
-Criminele contacten
-Deelname aan een criminele organisatie
-Lidmaatschap verboden rechtspersoon