Artikel 1 Algemeen
Deze verordening is opgesteld op grond van artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij. Hierbij is rekening gehouden met de voorwaarden uit de artikel 8 en artikel 9 van de Wet geurhinder en veehouderij.
Artikel 2 Begrippen
De begrippen die in deze verordening worden gehanteerd zijn gelijk aan de overeenkomende begrippen in de Wet geurhinder en veehouderij.
Aanwijzing gebieden
Artikel 3 Aanwijzing gebieden
Als gebieden als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij worden aangewezen:
Gebied
Omschrijving
A
Dorpskernen
B
Dorpsranden is het overgangsgebied binnen – buiten de bebouwde kom en gouden ham gebied.
C
Oeverwallen, exclusief de dorpskernen, dorpsranden, gouden ham, de Woerdsestraat en omgeving en bedrijven- en industrieterreinen.
D
Bedrijven- en industrieterreinen.
E
Woerdesestraat en omgeving.
F
Komgebied
Deze gebieden zijn aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart.
Andere normen
Artikel 4 Andere waarde geurbelasting
Binnen daartoe aangewezen gebieden die zijn aangeduid op de bij deze verordening behorende kaart is een andere waarde van toepassing dan de desbetreffende waarde, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Wet geurhinder en veehouderij.
Gebied
Norm [OU/m3 (P98)]
A
2,0
B
4,5
C
8,0
D
8,0
E
8,0
F
14,0
Artikel 5 Andere afstand voor pelsdieren
1.Voor geurgevoelige objecten in de aangewezen gebieden zoals die zijn aangeduid op de
1bij deze verordening behorende kaart is een andere afstand van toepassing dan de
1desbetreffende afstand, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet geurhinder en
1veehouderij.
De afstanden, uitgedrukt in meters, voor nertsen worden als volgt bepaald:
Aantal fokteven van Nertsen (Rav-nr. H1)
Gebied
1–1000
1001–1500
1501–3000
3001–6000
6001–9000
A
175
200
225
250
275
B
175
200
225
250
275
C
175
200
225
250
275
D
175
200
225
250
275
E
175
200
225
250
275
F
100
125
150
175
200
2In de berekening worden jongen en reuen buiten beschouwing gelaten.
3Indien meer dan 9000 fokteven worden gehouden, wordt de afstand voor elke extra 3000
fokteven met 25 meter vergroot.
4Indien de nertsen in emissiearme huisvesting worden gehouden, waarbij de ammoniakemissie kleiner dan of gelijk is aan 0,25 kg per dierplaats per jaar, worden de afstanden tot geurgevoelige objecten in de gebied E met 25 meter verkleind.
5Indien het geurgevoelig object onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij, bedraagt de afstand tot dat geurgevoelig object:
a.ten minste 100 meter indien het geurgevoelig object binnen de bebouwde kom is gelegen in de gebieden A, B, C, D of E;
b.ten minste 50 meter indien het geurgevoelig object is gelegen in gebied F.
Slotbepalingen
Artikel 6 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na haar bekendmaking.
Artikel 7 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening geurhinder en veehouderij gemeente West Maas en Waal.”