Gemeentelijke regelgeving

Beleidsnota ‘Aanpassing VVE beleid 2021’ onderdeel van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

Gemeente West Maas en Waal · geldt sinds 11 maart 2021

4. Recente ontwikkelingen over VVE

1. Nieuwe verdeelsleutel

Tot en met 2018 kregen gemeenten (en basisscholen) onderwijsachterstandsmiddelen gebaseerd op een berekening uit 2009. In 2018 is door de rijksoverheid besloten deze gewichtenregeling te vervangen door een nieuwe CBS indicator. Sinds de lopende beleidsperiode (2019 – 2022) is deze nieuwe verdeelsleutel van kracht. Deze verdeelsleutel houdt rekening met meer kenmerken uit de omgeving van het kind. Vier kenmerken vormen samen de nieuwe indicator. Deze kenmerken zijn:

1Opleidingsniveau van de ouders – Er wordt rekening gehouden met de opleidingsniveaus (ingedeeld in acht categorieën) van zowel de vader als de moeder. Het CBS maakt hiervoor gebruik van de gegevens over de juridische ouders volgens de Basisregistratie Personen; dit kan dus ook betrekking hebben op de verzorger(s) van een kind. Daarnaast wordt ook het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op een school meegenomen.

2Land van herkomst van de ouders – De herkomst van de ouders speelt ook een rol in het risico op een onderwijsachterstand van een kind. De herkomstlanden zijn ingedeeld in acht categorieën, op basis van «culturele afstand tot Nederland».

3Verblijfsduur in Nederland van de moeder – De verblijfsduur in Nederland van de moeder heeft invloed op het risico op een onderwijsachterstand van een kind. De verblijfsduur is in drie categorieën ingedeeld: 0–5 jaar, 5–15 jaar of langer dan 15 jaar.

4Schuldsanering – Of het gezin in de schuldsanering zit wordt gemeten met een «ja»/«nee»-variabele.

Het CBS doet hiervoor de berekening. Scholen hoeven dan niet langer het opleidingsniveau van de ouders van hun leerlingen bij te houden. Tevens is de verdeling van het geld voor de bestrijding van onderwijsachterstanden gebaseerd op meer actuele gegevens. Deze nieuwe verdeelsleutel leidt voor de gemeente West Maas en Waal tot een hoger budget. Middels een overgangsregeling van vier jaar wordt de nieuwe budgetverdeling doorgevoerd.

2. Onderzoek onderwijsinspectie

Jaarlijks vult de gemeente op verzoek van de inspectie van het onderwijs een vragenlijst in over VVE. Volgens de analyse van de digitale vragenlijst bestonden er volgens de inspectie mogelijk risico’s ten aanzien van de uitvoering van de wettelijke VVE verplichtingen in de gemeente West Maas en Waal. De inspectie heeft daarom besloten onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek bestond uit het verifiëren van de vragenlijst aan de hand van aangeleverde documenten, een gesprek met betrokkenen van de gemeente in september 2020. Vervolgens heeft de inspectie de eisen met betrekking tot het VVE beleid beoordeeld en de eigen aspecten van kwaliteit gewaardeerd. De gemeente heeft dit najaar kennis genomen van het concept rapport van de inspectie. Het college heeft besloten de uitkomsten van het inspectierapport te gebruiken om het VVE beleid in haar gemeente te verbeteren. Bij deze verbeterslag wil het college zich niet beperken tot het voldoen aan de wettelijke eisen, maar ook invulling geven aan de genoemde verbeterpunten.

3. Noodopvang Corona

Het Rijk heeft richtlijnen opgesteld voor de noodopvang in de kinderopvang en op school tijdens de lockdown in het voorjaar 2020 en vanaf medio december 2020 in verband met de Corona pandemie. Naast de kinderen van ouders met een cruciaal beroep zijn er nog drie groepen gedefinieerd, die in aanmerking kunnen komen voor noodopvang. Het gaat om de volgende drie groepen kwetsbare kinderen.

1Kinderen met een Sociaal Medische Indicatie (SMI) Deze indicatie werd altijd al ingezet ter ontlasting van thuissituaties. Een toets is wel nodig, omdat de noodzaak tot opvang veranderd kan zijn vanwege Corona-maatregelen. Bv.: vader is nu thuis. Moeder kan niet alleen voor kinderen zorgen vanwege psychiatrische problemen. Doordat vader nu thuis is, kan kind toch thuis blijven.

2Kinderen uit kwetsbare gezinnen (bv. multiprobleem huishoudens, (v)echtscheidingen, verslaving en/of psychiatrie bij ouder(s)). Bij deze gezinnen is er door de sluiting van scholen en opvang extra druk op de thuissituatie gelegd. Vaak gaat het om gezinnen waar al een vorm van respijtzorg (logeeropvang, dagopvang/behandeling) werd ingezet, maar die nu ook geannuleerd zijn vanwege het nieuwe rijksbeleid. De druk op deze gezinnen neemt toe, en daarmee de kans op escalaties in de thuissituatie. Bij deze gezinnen zien we in de vakantieperiodes altijd een stijging van het aantal (crisis)uithuisplaatsingen.

3Kinderen woonachtig binnen zorginstellingen, pleegzorg en gezinshuiszorg.

Aanvragen voor noodopvang in onze gemeente kunnen door de kinderopvang en de scholen in samenspraak met ouders worden ingediend bij VraagWijzer. VraagWijzer beoordeelt of kinderen tot één van deze drie kwetsbare groepen kinderen behoren en derhalve voor noodopvang in aanmerking komen.

4. Wetenschappelijke studies en onderzoek

Een aantal factoren heeft volgens meerdere nationale en internationale wetenschappelijke studies effect op de kwaliteit en effectiviteit van VVE. De factoren met sterke aanwijzingen zijn:

-Gezinssituatie: Kinderen uit gezinnen met grotere achterstand (lage sociaal economische status, lage opleiding, niet-Westerse achtergrond) boeken meer vooruitgang (op taal, rekenen, aandacht, sociaal-emotioneel) met VVE dan andere kinderen.

-Ouderbetrokkenheid: Het betrekken van ouders bij de ontwikkeling van hun kinderen is goed voor de ontwikkeling. Voorbeelden hiervan zijn het meegeven van thuisopdrachten, (coachings)gesprekken en voorleesactiviteiten e.d.

-Educatieve kwaliteit: Een hogere educatieve kwaliteit hangt samen met betere kind uitkomsten (Nederlandse taalvaardigheid, rekenvaardigheid, selectieve aandacht).

-Professionalisering: Het bijscholen en het professionaliseren van de medewerkers en organisatie draagt bij aan het verbeteren van de educatieve kwaliteit.

Kinderen van ouders met een lager inkomen of opleidingsniveau presteren minder goed op het gebied van taal en rekenen dan kinderen van ouders met een hoger inkomen of opleidingsniveau. Een vroege achterstand in vaardigheden heeft negatieve gevolgen voor de langere termijn. De relatieve prestaties in de vroege jeugd zijn mede bepalend voor iemands latere arbeidsmarktkansen .

5. Beleidsaanpassingen

5.1. Voldoen aan de wettelijke eisen VVE

Volgens de onderwijsinspectie voldoet de gemeente West Maas en Waal op een viertal onderdelen niet aan de wet. Het gaat om de onderdelen: bereik van doelgroepkinderen, het periodiek monitoren en evalueren van de toeleiding, het versterken van de doorgaande lijn van de voorscholen naar de vroegscholen en kwantitatieve resultaatafspraken met de vroegscholen.

Verhoging bereik doelgroepkinderen

Het in 2019 gemeten bereik van de mate waarin doelgroepkinderen gebruik maken van VVE aanbod op de kinderopvanglocaties was 68%. In het concept convenant was in eerste instantie een ambitie van 75% geformuleerd; in de ogen van de inspectie onvoldoende. De ambitie is echter nadrukkelijk een bereik van 100% oftewel ALLE kinderen met een VVE indicatie. In 2020 zijn hier samen met de jeugdgezondheidszorg en de kinderopvang belangrijke stappen in gezet: KION hanteert een strak protocol voor de afdeling klantrelaties om deelname aan de kinderopvang te bevorderen voor kinderen met een VVE indicatie. In oktober 2020 maakten 33 van de 35 kinderen (94%) met een VVE indicatie gebruik van de kinderopvang; van de twee kinderen, die (nog) niet deelnemen is de reden bekend en wordt dit periodiek opgevolgd. Twee derde (22) van de kinderen volgt een aanbod van vier dagdelen op één van de VVE-locaties. Elf kinderen volgen een aanbod van twee dagdelen; acht op een VVE locatie (Beneden Leeuwen, Dreumel en Wamel); drie kinderen op één van de niet VVE locaties (Alphen, Boven Leeuwen en Maasbommel). Ouders haken soms af, omdat VVE niet in hun dorp wordt aangeboden. Derhalve is de ambitie om van de niet VVE locaties in de komende twee jaar VVE light locaties te maken. Belangrijke randvoorwaarde is dat de infrastructuur voor peuteropvang binnen de gemeente op orde blijft, zodat VVE ook zoveel mogelijk thuisnabij gegeven kan worden. Op een VVE light locatie worden VVE geschoolde medewerkers ingezet en wordt met een VVE programma (Uk en Puk) gewerkt. Tevens wordt de registratie op kindniveau bijgehouden voor kinderen met een VVE indicatie. Het enige verschil met een VVE locatie is, dat er geen vier dagdelen, maar gedurende twee dagdelen een aanbod wordt verzorgd. Door de inzet van een ambulant pedagogisch medewerker (HBO niveau met VVE expertise) in - de loop van - 2021 wordt het aanbod voor kinderen op de VVE light locatie geïntensiveerd. Hiermee lopen we vooruit op de wettelijke verplichting, die vanaf 2022 geldt. Voor elk kind met een VVE indicatie moet vanaf 1 januari 2022 op jaarbasis minimaal 10 uur begeleiding ingezet worden door een pedagogisch medewerker op HBO niveau. Zo nodig wordt ook ambulante begeleiding in de thuissituatie geboden, als het (nog) niet mogelijk is een kind (vier dagdelen) op locatie opvang te bieden. Met deze aanvullingen realiseren we een betere geografische spreiding van het VVE aanbod, zodat het maximale aantal kinderen met een VVE indicatie bereikt wordt.

Periodiek monitoren en evalueren toeleiding

De werkafspraken met het consultatiebureau en de kinderopvangorganisaties (en zo nodig andere partijen, zoals VraagWijzer en Werkzaak) worden vastgelegd in een convenant. De kinderopvang rapporteert per kwartaal het (non-)bereik van de kinderen met een VVE indicatie. Hierbij wordt aangegeven op welke locatie deze kinderen een aanbod krijgen en voor hoeveel dagdelen. Bij het niet deelnemen aan een VVE programma (non-bereik) wordt de reden hiervan gerapporteerd en wordt een passende vervolgactie ondernomen. Als de kinderopvang dat nodig vindt, kan de GGD bijvoorbeeld opnieuw gevraagd worden – zo nodig door tussenkomst van de gemeente - een gesprek met ouders te voeren om hen te stimuleren hun kind te laten deelnemen aan een VVE programma.

Versterken doorgaande lijn

Minimaal één keer per jaar wordt de praktische invulling van de doorgaande lijn van de voorscholen naar de basisscholen (vroegscholen) geëvalueerd en vastgelegd op de kwaliteitskaarten, die hiervoor worden gebruikt (zie bijlage 3). Hiertoe voert de kinderopvang samen met de scholen en een vertegenwoordiger van schoolbestuur en het samenwerkingsverband gesprekken met de scholen. Bij deze gesprekken zijn bij voorkeur de directeur, de intern begeleider en de coördinator doorgaande lijn namens de basisschool aanwezig. De doelstelling is om jaarlijks verbetering te realiseren op de 16 beschreven indicatoren. De kinderopvang rapporteert hier jaarlijks (in het eerste halfjaar) over aan de gemeente. Om de extra ondersteuning in de vroegschoolse periode te waarborgen, is het van belang voor ieder kind een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op te stellen. Ouders (mede-) ondertekenen een dergelijk plan, waarmee ook hun betrokkenheid bij de overdracht wordt gewaarborgd.

Resultaatafspraken

Het voeren van overleg en het maken van resultaatafspraken over het ontwikkelingsniveau van met name doelgroepkinderen met de schoolbesturen (van de basisscholen) in de vroegschoolse periode is een jaarlijks terugkerende activiteit. Gelet op het beperkte aantal kinderen in de gemeente dat een VVE indicatie heeft wordt door onderzoekers afgeraden resultaatafspraken op populatieniveau te maken. Afspraken op kindniveau hebben daarbij de voorkeur. Het maken van resultaatafspraken met de kinderopvang vinden we hierbij eveneens wenselijk. Dit om de gezamenlijkheid van de inspanningen om ontwikkelingsachterstanden terug te dringen te benadrukken. Om hier in 2021 concreet vorm aan te geven, willen we samen met de KION en de basisscholen de behaalde resultaten gedurende de VVE periode in kaart brengen. Met de kinderopvang gaat het dan om de doorgemaakte ontwikkeling (lees: ingelopen achterstand) in de voorschoolse periode op het moment dat het kind (met een VVE indicatie) naar de basisschool gaat. Met de scholen gaat het om de doorgemaakte ontwikkeling in de vroegschoolse periode (groep 1 en 2) op het moment dat het kind (met een VVE indicatie) doorstroomt naar groep 3. Tevens wordt in groep 3 bepaald of er dan nog sprake is van een onderwijsachterstand en zo ja, van welke omvang. Op basis van de uitkomst van deze resultaten worden structurele afspraken gemaakt met de kinderopvang en de basisscholen.

5.2. Verrijken VVE beleid

De gemeente wil het VVE beleid verrijken door de toegang tot de VVE te verruimen, het VVE aanbod kwalitatief te versterken, de gezinsaanpak en ouderbetrokkenheid te intensiveren en de zorgstructuur voor peuters transparant in te richten. Deze maatregelen zullen in 2021 en 2022 vorm gegeven worden.

Verbreding definitie doelgroepkind VVE

De gemeente bepaalt de definitie van de doelgroep, die in aanmerking komt voor voorschools aanbod. De doelgroep definitie, die het consultatiebureau op aangeven van de gemeente hanteert, is momenteel opgebouwd uit drie criteria, die in hoofdstuk 3 van deze notitie zijn benoemd. Vanaf 2021 scherpt de gemeente deze criteria aan. De schuingedrukte tekst is de aanscherping.

De taal waarin het kind thuis voornamelijk wordt aangesproken is niet de Nederlandse taal. Hierbij moet nadrukkelijk aandacht zijn voor de kinderen van nieuwkomers.

1Het resultaat op het 'van Wiechen' ontwikkelingsonderzoek is onvoldoende (op communicatie).

2Er zijn risico's aanwezig op ontwikkelings- en onderwijsachterstanden .

3Specifieke aandacht wordt gevraagd voor kinderen:

* met een Sociaal Medische Indicatie

* woonachtig binnen zorginstellingen, pleegzorg en gezinshuiszorg

* van laag taalvaardige ouders (veelal laagopgeleid)

* uit kwetsbare gezinnen (multiprobleem huishoudens, (v)echtscheidingen, verslaving en/of psychiatrische problemen bij ouder(s), armoede en/of schuldsanering)

Met name bij de laatste categorie 4 zal niet alleen de GGD een rol spelen bij de voordracht van een kind voor een VVE indicatie. Ook hulp- en zorgverleningsorganisaties en uitkerende instanties, zoals Werkzaak kunnen een dergelijke voordracht doen. Naar analogie van de beoordeling van kinderen uit kwetsbare gezinnen in het kader van de Corona noodopvang zal VraagWijzer hier samen met de voordragende organisaties de beoordeling verzorgen.

Tevens wil de gemeente in het kader van preventie de toegang tot VVE mogelijk maken vanaf 2 jarige leeftijd van kinderen. Verschillende studies laten zien dat de intensiteit en vooral de duur van het educatieve programma vóór de start van het formele onderwijs er toe doet. Met een pilot wordt gestart met het aanbieden van één dagdeel opvang van vier uur. Mogelijk wordt dit voor sommige kinderen uitgebreid naar meer dagdelen opvang. Na een jaar evalueren we deze pilot en besluiten we over het structureel doorvoeren van het aanbieden van VVE vanaf 2 jaar.

De verwachting is, dat met het verruimen van de definitie ongeveer 5 kinderen op jaarbasis extra gebruik kunnen maken van het VVE aanbod in de gemeente. De vroegere start van kinderen met een VVE indicatie vanaf 2 jaar leidt tot 20 tot 80 dagdelen extra opvang/aanbod per jaar.

Kwaliteitsnormen VVE

Naast het gebruik van een (door het NJI) erkend jeugdinterventieprogramma, is het gebruik van een observatie instrument om resultaten VVE te meten voor de gemeente essentieel. We willen apart meten wat voorscholen en wat scholen toevoegen. Het moet inzichtelijk zijn hoe het kind de instelling/kleutergroep instroomt en hoe het kind de instelling/kleutergroep uitstroomt. Bij minder dan 50 achterstandsleerlingen wordt geadviseerd zaken in een Excel bestand per kind bij te houden. Daarnaast zijn de educatieve kwaliteit en de professionaliteit van het personeel van belang. De eisen, die we hieraan stellen, gaan we in de komende twee jaar uitwerken.

Evaluatie en verbetering VVE op gemeentelijk niveau

In samenspraak met de kinderopvang en de scholen gaan we een jaarlijkse kwaliteitscyclus inrichten. Deze kwaliteitscyclus heeft als doel de uitvoering en kwaliteit van VVE te monitoren en te evalueren. De verbeterpunten uit de meest recente evaluatie over 2018 worden hierin meegenomen. De gemeentelijk VVE coördinator neemt in 2021 het initiatief door betrokken partijen uit te nodigen.

Gemeentelijk ouderbeleid & Gezinsaanpak

Onder ouderbeleid verstaan we: Alle vormen van belangstellende betrokkenheid van de ouders bij de begeleiding van hun eigen kind, bij de groep waarin hun kind zit en bij de peuterspeelzaal of school als geheel én alle vormen van belangstellende betrokkenheid van de voorschoolse instelling of school bij de thuissituatie van het kind . Deze definitie benadrukt de wederkerigheid, die steeds vaker ook omschreven wordt als pedagogisch partnerschap. Hiermee wordt aangegeven dat vooral op het terrein van opvoeding een gezamenlijke verantwoordelijkheid ligt. Ouderbetrokkenheid thuis is de sterkste voorspeller van leerresultaten van kinderen.

Met de gezinsaanpak bedoelen we oog hebben voor de interactie tussen ouders en hun kinderen. Laaggeletterdheid (en meer problemen, zoals armoede en huiselijk geweld) wordt van generatie op generatie doorgegeven. Dit vraagt om gerichte wisselwerking tussen het aanbod voor kinderen in het kader van VVE en het aanbod voor volwassenen in het kader van taalvaardigheid. Het taalniveau van ouders is veruit de meest krachtige voorspeller van laaggeletterdheid bij kinderen. Deze cyclus is te doorbreken door ouders te motiveren om:

•hun eigen (taal)vaardigheden te verbeteren en deel te nemen aan het (digi)taalhuis

•meer aandacht te hebben voor de taal- en leesontwikkeling van kinderen

Het lopende project ‘Laagtaalvaardige ouders’ (ook ‘Gezinsaanpak taalvaardigheid’ genoemd) is hier een voorbeeld van. De aandacht voor (jonge) kinderen van deze ouders binnen dit project wordt vergroot, waarmee VVE aanbod voor deze kinderen mogelijk sneller in beeld komt. Vanuit het perspectief van het kind kan in de opvang/school en ook in de thuissituatie aandacht zijn voor de ouders.

Bij voorbeeld door speciale boeken voor laagtaalvaardige kinderen/ouders bij de opvang/school (in dit kader loopt het project ‘bibliotheek op school’), het programma ‘Boek op bezoek’ en/of inzet van de lees/mediacoach in de thuissituatie. De kinderopvanglocaties worden hiermee vindplaatsen voor laagtaalvaardige ouders. Baby’s, peuters, kleuters en beginnende basisscholieren die door hun ouders worden voorgelezen , ontwikkelen een voorsprong in hun taal- en leesontwikkeling .

Zorgstructuur peuters

In de gemeente is in het begin van 2020 het ‘Samenwerkingsconvenant primair onderwijs en Jeugdhulp’ door betrokken partijen ondertekend. Hierin werd een zorgstructuur opgezet samen met verschillende partners. Deze zorgstructuur is echter niet gericht op de doelgroep peuters (en daarmee de kinderopvang). In samenspraak met de kinderopvang (en mogelijk andere organisaties) wordt door de VVE coördinator onderzocht of deze zorgstructuur passend en toegankelijk is voor peuters. Zo nodig worden aanpassingen in deze zorgstructuur doorgevoerd.

5.3. VVE condities

Om de kwaliteit van VVE te waarborgen is het van belang om bepaalde randvoorwaarden vast te leggen. De belangrijkste randvoorwaarden zijn het beoordelen van de basiskwaliteit van de voorscholen en subsidievoorwaarden voor VVE.

Beoordeling basiskwaliteit voorscholen

Deze beoordeling vindt jaarlijks plaats door de GGD. De gemeente heeft met de GGD sluitende afspraken gemaakt over een jaarlijkse beoordeling van de basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie bij de betrokken voorscholen.

Gemeentelijk VVE subsidiekader

De gemeente heeft subsidievoorwaarden vastgesteld voor de houders van kinderopvang. Aan dit subsidiekader worden in 2021/2022 aanvullende inhoudelijke voorwaarden toegevoegd, zoals kwaliteitsnormen voor VVE, ouderbetrokkenheid en doorgaande lijn.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.