Aanhef
De raad van de gemeente West Betuwe;
gelezen het voorstel van het college van 4 november 2025
gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;
besluit:
vast te stellen:
VERORDENING op de heffing en de invordering van precariobelasting voor standplaatsen West Betuwe 2026
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;
b.week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;
c.maand: een kalendermaand;
d.jaar: een kalenderjaar;
e.standplaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Algemene Plaatselijke Verordening.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam precariobelasting voor standplaatsen wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, voor zover die voorwerpen van een standplaats deel uitmaken of gebruik maken.
Artikel 3 Belastingplicht
1De precariobelasting standplaatsen wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn en aan wie op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening een standplaatsvergunning is verleend.
2In afwijking, in zoverre van het eerste lid, wordt indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.
Artikel 4 Vrijstellingen
1De precariobelasting standplaatsen wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde.
2een mobiele onderzoeksunit die wordt gebruikt voor het doen van bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 1 onder c van de Wet op het bevolkingsonderzoek, voor welk onderzoek op grond van die wet vergunning is verleend, gedurende dat gebruik;
3voorwerpen, uitsluitend gebezigd ten dienste van instellingen die vermeld staan in het ANBI of SBBI-register.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
Het tarief bedraagt:
1Voor het innemen van een standplaats, anders dan het innemen van een standplaats op de weekmarkt in Geldermalsen, per standplaats, per dagdeel (maximaal 4 uur), per jaar € 326,00;
2Voor het innemen van een standplaats ten behoeve van seizoensgebonden verkoop waarbij de standplaats in die periode meerdere dagen per week wordt ingenomen, per m2, per week € 0,90;
Artikel 6 Berekening van de precariobelasting
1Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in deze verordening genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.
2Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.
3De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.
4Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing.
Artikel 7 Belastingtijdvak
1In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar-overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
2In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.
Artikel 8 Wijze van heffing
1De precariobelasting standplaatsen wordt bij wege van aanslag geheven.
2In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.
Artikel 10 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.
Artikel 11 Kwijtschelding
Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12 Overgangsrecht
De ‘Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting voor standplaatsen gemeente West Betuwe 2025’ van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting standplaatsen 2026.