Aanhef
De raad van de gemeente West Betuwe;
gelezen het voorstel van het college van 4 november 2025,
gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende de bekrachtiging van de regels omtrent parkeren (Parkeerverordening Geldermalsen 2017);
besluit:
vast te stellen de:
VERORDENING op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen West Betuwe 2026
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.College: het college van burgemeester en wethouder van de gemeente West Betuwe;
b.RVV 1990: Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
c.Belanghebbendenparkeerplaats: parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1190, al dan niet voorzien van een onderbord of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 van bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift zone voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;
d.Parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarop slechts tegen betaling van parkeerbelasting dan wel met een daartoe verleende vergunning of ontheffing mag worden geparkeerd;
e.Parkeerplaats: plaats op binnen de gemeente gelegen voor het openbaarverkeer openstaand terreinen of weggedeelten waarop parkeren niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
f.Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
g.Motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;
h.Houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens, danwel degene waarvan door middel van een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan worden aangetoond dat hij of zij verantwoordelijk is voor het motorvoertuig dat ten tijde van het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven;
i.Parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
j.Centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente West Betuwe een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel.
k.Vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;
l.Parkeervergunning: een door of namens het college verleende vergunning krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuurplaatsen;
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:
a.een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
b.een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3 Belastingplicht
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
2Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
a.degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
b.zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat:
1eals een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;
2eals blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
4De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak
De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
Artikel 5 Wijze van heffing
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.
3Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt, worden opgegeven.
Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur dat geschiedt door het inloggen op de centrale computer via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Artikel 7 Termijnen van betaling
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
2In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
4Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 8 Vrijstellingen
1De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart voor het parkeren van een motorvoertuig op een Parkeerapparatuurplaats. De vrijstelling is uitsluitend van toepassing indien de gehandicaptenkaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk zichtbare en leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig is geplaatst.
2De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt niet geheven ter zake van een vergunning.
3Als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c, van de Parkeerverordening Geldermalsen 2017, indien en voor zover die vergunning is verleend aan een medewerker in dienst van de gemeente West Betuwe, in dienst van bedrijven en instellingen werkzaam in de ambulante gezondheidszorg of in dienst bij de hulpdiensten politie en brandweer, ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden in de uitoefening van zijn/haar functie.
Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen
De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
Artikel 10 Kosten
De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82,00.
Artikel 11 Kwijtschelding
Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12 Overgangsrecht
De ‘Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen gemeente West Betuwe 2025’ van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen West Betuwe 2026.
Bijlage: Tarieventabel verordening parkeerbelastingen West Betuwe 2026
Tarieventabel
Behorende bij de Verordening parkeerbelastingen gemeente West Betuwe 2026.
1Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt:
Bij parkeerapparatuur geschikt voor een parkeertijd van 4 uur: € 0,10 per 10 minuten.
2Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt:
a.Voor een vergunning met een onbeperkte parkeerduur in gebied A (groen) (belanghebbenden parkeren) € 55,45 per jaar.
b.Voor een vergunning met een per dag onbeperkte parkeerduur en een geldigheidsduur van maximaal een jaar in gebied B (blauw) € 279,00 per jaar.
c.Voor een vergunning met een per dag onbeperkte parkeerduur en een geldigheidsduur van maximaal drie maanden in gebied B (blauw) € 36,95 per maand.
d.Voor een vergunning met een per dag onbeperkte parkeerduur en een geldigheidsduur van maximaal vier weken in gebied B (blauw) € 13,85 per week.
e.Voor een vergunning met een per dag onbeperkte parkeerduur en een geldigheidsduur van maximaal vier dagen in gebied B (blauw) € 4,70 per dag.
f.Voor een vergunning met een onbeperkte parkeerduur in gebied C (paars) (belanghebbenden parkeren) € 279,00 per jaar.
Behorende bij het raadsbesluit van 16 december 2025.
De griffier van de gemeente West Betuwe,
Hans van der Graaff
Kosten naheffingsaanslagen West Betuwe 2026 onderbouwing
Fcl.
Ecl.
Bedrag excl. BTW
BTW
Bedrag incl. BTW
Bedrag incl. BTW
A.
Variabele informatieverwerkingskosten
Verzenden van naheffingsaanslagen - o.a. checken RDW gegevens
6063130
38510
€ 188
€ 39
€ 227
€ 227
100%
Energiekosten parkeermeters
6220100
38300
€ 410
€ 86
€ 496
€ -
0%
Kosten parkeermeters
6220100
38400
€ 46.735
€ 9.814
€ 56.549
€ -
0%
€ 47.333
€ 9.940
€ 57.273
€ 227
B.
Kosten van afschrijving
Afschrijvingen
6220100
73000
€ 10.088
€ 2.118
€ 12.206
€ -
0%
€ 10.088
€ 2.118
€ 12.206
€ -
C.
Kosten van interest
Toegerekende rente parkeerautomaten dienstbaar aan controle proces
6220100
74000
€ 321
€ 67
€ 388
€ -
0%
€ 321
€ 67
€ 388
€ -
D.
Personeelskosten
Salarislasten parkeercontroleurs - toerekenbaar aan fiscale feiten
6220000
11999
€ 26.199
€ -
€ 26.199
€ 13.600
52%
Administratie naheffingsaanslagen (back office parkeerbeheer) Intern
6220000
11999
€ 7.860
€ -
€ 7.860
€ 4.080
52%
Administratie naheffingsaanslagen (back office parkeerbeheer) Extern
6063130
38510
€ 2.862
€ 601
€ 3.463
€ 3.463
100%
Overheadkosten, inclusief BWB
6040300
43370
€ 500
€ 105
€ 605
€ 605
100%
€ 37.421
€ 706
€ 38.127
€ 21.748
f.
Overhead 82,84% personeelskosten
0% van de personeelskosten
€ 28.214
€ -
€ 28.214
€ 14.646
€ 28.214
€ -
€ 28.214
€ 14.646
E.
Oninbare baten naheffingsaanslagen
Oninbare vorderingen
Verwachte baten 2026
6063100
37080
€ 11.800
€ 118
€ -
€ 118
€ 118
100%
% oninbaar
1,00%
€ 11.918
€ -
€ 118
€ 118
€ 135.295
€ 12.832
€ 136.327
€ 36.740
Verwachte aantal naheffingsaanslagen
150
Kosten per naheffingsaanslag
€ 245
Kostendekking
Lasten totaal
€ 36.740
Baten Totaal
€ 11.800
Percentage kostendekking
32%
Directe lasten
€ 20.848
BTW
€ 641
Overhead
€ 15.251
Totale lasten
€ 36.740
Totale baten
€ 11.800