Aanhef
De raad van de gemeente West Betuwe;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 maart 2026,
gelet op:
artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit:
de ‘Verordening commissie bezwaarschriften gemeente West Betuwe 2026’ vast te stellen.
Verordening commissie bezwaarschriften gemeente West Betuwe 2026
Artikel 1. Begripsbepalingen
1In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;
b.Commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;
c.Bestuursorgaan: burgemeester, college van burgemeester en wethouders, gemeenteraad.
Artikel 2. Inleidende bepaling commissie
1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester.
2De commissie is belast met het horen en adviseren over de volledige heroverweging van bestreden besluiten.
3De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten:
a.op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken;
b.besluiten en daarmee gelijkgestelde beslissingen en andere handelingen van bestuursorganen in de zin van de Awb, betreffende personele aangelegenheden;
c.De commissie adviseert bij de bezwaarschriften waarin zij bevoegd is tevens over verzoeken om kostenvergoeding als bedoeld in artikel 7:15 van de Awb.
Artikel 3. Samenstelling van de commissie
1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.
2De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.
3De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.
4De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.
Artikel 4. Secretarissen
1De secretarissen van de commissie zijn door het college aangewezen ambtenaren.
2Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan.
Artikel 5. Zittingsduur
1De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk om telkens voor een periode van vier jaar herbenoemd te worden.
2De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.
3De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
Artikel 6 Tijdelijke niet-deelname
1Indien omstandigheden dit noodzakelijk maken, kan het college besluiten dat een voorzitter of lid tijdelijk geen werkzaamheden voor de commissie verricht.
2Tijdens deze periode blijft de benoeming in stand, tenzij ontslag wordt verleend.
3Het besluit tot tijdelijke niet-deelname wordt gemotiveerd en schriftelijk medegedeeld aan betrokkene.
Artikel 7. Onvrijwillig ontslag
Het college ontslaat de leden van de commissie die door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengen in het in hen gestelde vertrouwen.
Artikel 8. Ingediend bezwaarschrift
1Het bestuursorgaan registreert het ingediende bezwaarschrift met de datum van ontvangst.
2Daarna wordt zo spoedig mogelijk contact opgenomen met de bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden. Hierbij geeft het bestuursorgaan een uitleg over het vervolg van de procedure.
3Het bezwaarschrift wordt binnen zeven werkdagen in handen van de commissie gesteld.
Artikel 9. Bemiddeling
De commissie onderzoekt of de zaak in der minne kan worden geschikt alvorens de zaak in behandeling wordt genomen. De secretaris verricht daartoe de nodige handelingen.
Artikel 10. Uitoefening bevoegdheden
1De voorzitter oefent de volgende bevoegdheden van de hierna genoemde artikelen van de Awb zelfstandig uit:
a.verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde (artikel 2:1, tweede lid);
b.stellen van een termijn aan de bezwaarmaker (artikel 6:6);
c.verzenden van stukken tijdens de behandeling door de commissie (artikel 6:17);
d.afzien van horen van een belanghebbende (artikel 7:3);
e.ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid);
f.al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid).
2De voorzitter kan deze bevoegdheden mandateren aan de secretaris.
3Indien de voorzitter op grond van het eerste lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.
Artikel 11. Voorbereiden hoorzitting
1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
2De voorzitter nodigt de bezwaarmaker, eventuele belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.
3Binnen drie werkdagen na de verzenddatum van de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker, eventuele belanghebbenden en het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.
4De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt binnen drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld.
5De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het tweede tot en met het vierde lid.
6De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.
Artikel 12. Quorum
1Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.
2Wanneer het horen door de (plaatsvervangend)voorzitter en één lid wordt verricht, wordt het advies na de zitting door de gehele commissie (voorzitter en twee leden) uitgebracht.
Artikel 13. Niet-deelneming aan de behandeling
De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.
Artikel 14. Openbaarheid zitting
1De zitting van de commissie is openbaar, tenzij de voorzitter beslist dat behandeling achter gesloten deuren noodzakelijk is.
2Behandeling achter gesloten deuren is in ieder geval aangewezen bij zaken waarin:
a.persoonsgegevens of medische gegevens aan de orde komen, zoals bij bezwaren op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet, Participatiewet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, of vergelijkbare sociale wetten;
b.gegevens over minderjarigen of onderwijszaken aan de orde komen, zoals bij de Leerplichtwet;
c.gevoelige financiële of integriteitsinformatie aan de orde komt, zoals bij toepassing van de Wet Bibob, uitkeringen of toeslagen;
d.privacybescherming op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) vereist is;
e.gegevens uit basisregistraties of burgerlijke stand aan de orde komen, zoals bij de Wet BRP of correcties in akten.
3De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.
4Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.
5Het besluit tot behandeling achter gesloten deuren wordt gemotiveerd medegedeeld aan de belanghebbenden.
Artikel 15. Verslaglegging
1Van het verhandelde ter hoorzitting wordt in beginsel geen schriftelijk verslag opgesteld. Een schriftelijk verslag wordt uitsluitend opgesteld op verzoek van een bezwaarmaker, eventuele belanghebbende(n), het bestuursorgaan of de rechtbank.
2Het verslag houdt een korte zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd.
3Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.
Artikel 16. Nader onderzoek
1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.
2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan bezwaarmaker, het bestuursorgaan en eventuele belanghebbenden toegezonden.
3De leden van de commissie, bezwaarmaker, het bestuursorgaan en de eventuele belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie schriftelijk reageren en indien gewenst vragen om een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek.
4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17. Raadkamer en advies
1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.
2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
3Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.
5Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.
6Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.
Artikel 18. Uitbrengen advies en verdaging
1Het advies wordt samen met de relevante stukken uit de hoorzitting, een op verzoek opgesteld schriftelijk verslag en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.
2Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 12 weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.
3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.
Artikel 19. Jaarverslag
De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de bestuursorganen van de gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 20. Intrekking oude regeling
De “Verordening commissie bezwaarschriften gemeente West Betuwe” wordt ingetrokken.
Artikel 21. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking een dag na bekendmaking in het elektronisch gemeenteblad.
2Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening commissie bezwaarschriften gemeente West Betuwe 2026”.