Gemeentelijke regelgeving

Beleidsnota voor het verbranden van hout in de open lucht in de gemeente West Betuwe

Gemeente West Betuwe · geldt sinds 5 oktober 2023

Hoofdstuk 5 Toelichting

Tekst

1besmettelijk ziek hout

Bomen in de tuin of in openbare gebieden krijgen zo nu en dan te kampen met een boomziekte. Meestal wordt de ziekte veroorzaakt door schimmels, bacteriën of virussen, maar het kan ook voorkomen dat de boom wordt aangetast door dieren of insecten. Insecten of dieren dragen bacteriën of schimmels met zich mee, waar de boom vaak slecht op reageert. Dit mondt zich dan uit in een boomziekte. Indien uw boom niet voldoende herstelt, kan de ziekte verspreiden naar nabijgelegen bomen. Het gaat hier om besmettelijk ziek hout, waarbij direct handelen noodzakelijk is om verdere verspreiding te voorkomen, voorbeeld hiervan is bacterievuur (= perenvuur).

De aanwezigheid van een besmettelijke ziekte wordt door de fruittelers en boomkwekersgoed in de gaten gehouden. Dat betekent dat de aanvraag voor het verbranden van ziekhout in de regel betrekking heeft op een beperkt aantal bomen. Indien bij de ODR twijfel over de melding bestaat, zal een deskundige medewerker van de ODR een fysieke controle plannen alvorens het verstoken plaats mag vinden.

2ontheffing

Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.

3inwerkingtreding

De dag na bekendmaking treden deze beleidsregels in werking. De aanvrager dient kennis te hebben genomen van dit beleid alvorens er een aanvraag wordt gedaan.

4Melden verbranding

Bij het aanvragen van een stookontheffing dienen de volgende gegevens aangeleverd te worden:

a) NAW gegevens (naam, adres en woonplaats)

b) KVK nummer

c) Contactgegevens (mailadres en telefoonnummer)

d) Adres stooklocatie inclusief kadastrale gegevens

e) Hoeveelheid stookmateriaal in m3

5locatie

De afstand eis van 200 meter in de windrichting tot gebouw, opstal of ander bouwwerk is o.a. gesteld om overlast te voorkomen. Onder ander bouwwerk valt bijvoorbeeld een hoogspanningsmast. De brandstapel gerooid hout is gesteld op maximaal 75 m3 om te zorgen dat de verbranding beheersbaar blijft. In de praktijk wordt een kleinere hoeveelheidhout aangestoken en wordt het vuur continu gevoed met hout. Met deze werkwijze is de verbranding goed beheersbaar en kan er voor gezorgd worden dat de houtstapel voorzonsondergang uitgebrand is.

6voorwaarden

Om de overlast voor de omgeving te beperken is het van belang restricties te stellen aan de hoeveelheid hout dat verbrand mag worden. Daarnaast zijn de weersomstandigheden van grote invloed bij het verbranden van hout in de buitenlucht. In algemene zin is houtrook schadelijk voor de gezondheid. Gezondheidseffecten hangen af van de mate waarin wij met rook in aanraking komen, onze fysieke gesteldheid en de samenstelling van de rook. Daarnaast zijn er ook mensen die aangeven geurhinder te ondervinden van houtrook. Mensen met bestaande luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten, ouderen en kinderen behoren tot de gevoeligste groepen van de bevolking. Zij kunnen meer en eerder klachten ontwikkelen als zij met houtrook in aanraking komen. In houtrook zitten verschillende stoffen, waaronder fijn stof, koolmonoxide, verschillende vluchtige organische stoffen, PAKs en roet.

7stoken

Het verbranden van andere afvalstoffen en het gebruik van aanmaakmiddelen, zoals olie, benzine, autobanden en dergelijke, vergroot de uitstoot van schadelijke stoffen en de belasting op flora en fauna en is niet toegestaan. Naast de aanvrager dient er een tweede persoon aanwezig te zijn om toezicht te houden op het vuur.

8Afstand t.o.v. bouwwerken met rieten daken, heide en bos

Deze waarde is gebaseerd op publicatie “Firebrands and spotting ignition in large-scale fires”, International Journal of Wildland Fire 2010, 19, 818–843. Deze publicatie richt zicht echterop bosbranden. Er kan niet met zekerheid gesteld worden dat dit een vergelijkbaar scenario is. Doordat er nog geen vergelijkbare onderzoeken zijn, is dit als beste uitgangspunt aangenomen. Mede door de omvang van de rookpluim zal vliegvuur op grotere afstand kunnen neerdalen en ervoor kunnen zorgen dat secundaire branden ontstaan. Hoe groter de omvang, hoe groter het oppervlak wat vliegvuur kan uitstoten uit de rookpluimen. Er is aangenomen dat uitwisseling plaats kan vinden over een lengte van 30 meter uit de rookpluim naar de omgeving. Aangenomen wordt dat 500 meter voldoende afstand is op het risico van secundaire branden door vliegvuur. Dit komt ook overeen met het beeld wat er is uit de praktijk.

9Afstand t.o.v. bouwwerken met een pannendak/platdak

Deze waarde is gebaseerd op basis van historie/ ervaringen brandweer (oud beleid). Hier is vooral vliegvuur een aandachtspunt geweest en ook bitumen/EPDM meegenomen door rekening te houden met een plat dak. Hierin staan ook de resultaten van de publicatie “NIST Special Publication 1126, “Summary of Full-scale Experiments to Determine Vulnerabilities of Building Components to Ignition by Firebrand Showers”.

10Afstand t.o.v. autosnelwegen (A-wegen)

Voor deze afstand is geen inhoudelijke motivatie, anders dan dat de A5 is afgesloten bij een brand in het westelijke havengebied in Amsterdam. De betreffende brand lag ongeveer op 2500 meter van de snelweg. Met een afstand van 2000 meter verwachten we dat een rookkolom voldoende is gestegen en niet over de snelweg gaat.

11Maximaal windkracht voor een veilige ontsteking van het vuur

De berekende veiligheidsafstanden van Saxion, zijn gebaseerd op een groter brandvermogen, maar daarentegen weer een hogere windsnelheid (6-8 m/s). Wanneer we kijken naar de conclusie, moet gesteld worden dat bij 6 m/s de veiligheidsafstanden aangehouden kunnen worden. Bij 8 m/s is dit niet meer reëel. Bij een windsnelheid van 4 (Beaufort), spreken we echter van windsnelheden tussen de 5,5 en 7,9 m/s. De berekeningen geven geen inzicht in de effecten bij een windsnelheid tussen de 6 en 8 m/s. Daarnaast hebben de berekende stapels een groter volume, wat positief is voor het vrijkomende vermogen en de stijging van de rookpluim. Bij een lager volume zijn dan ook lagere windsnelheden nodig, om te zorgen dat de rookpluim ook binnen kortere afstand voldoende kan stijgen en de lijwervel beperkt blijft is het dan ook reëel om uit te gaan van windkracht 3. Dit komt overeen met winsnelheden tussen de 3,5 – 5,4 m/s.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.