Bijlage 1 Begrippenlijst
In het document worden enkele begrippen gebruikt voor de maatvoering van windturbines.
Kleine windturbine:
De windturbine heeft een maximale ashoogte van 20 m, een maximale rotordiameter van 16 m en een maximale tiphoogte van 28 meter. De windturbine heeft een horizontale as en drie wieken.
De ashoogte van een windturbine:
Turbines met een horizontale as: vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terrein;
De tiphoogte van een windturbine:
Turbines met een horizontale as: de ashoogte van een windturbine plus de straal van de rotorcirkel.
De rotordiameter:
De diameter wordt bepaald door het maximale bereik van de rotordiameter, gemeten loodrecht op de as.
De bouwhoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Bijlage 2 Regelgeving besluit kwaliteit leefomgeving en Besluit activiteiten leefomgeving
Besluit Kwaliteit Leefomgeving
INSTRUCTIEREGELS: PAR. 5.1.4.4A SLAGSCHADUW VAN WINDTURBINES.
–Artikel 5.89a (toepassingsbereik) 1. Deze paragraaf is van toepassing op het toelaten van:
a.een windturbine met een rotordiameter van 2 m of meer als bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die slagschaduw veroorzaakt in verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; of
b.een slagschaduwgevoelig gebouw waarin slagschaduw wordt veroorzaakt door een windturbine als bedoeld onder a, die is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 2. In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf, met uitzondering van artikel 5.89c, niet van toepassing op slagschaduwgevoelige gebouwen die op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zijn toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar.
–Slagschaduwgevoelige gebouwen worden gedefinieerd (woonfunctie, onderwijsfunctie et cetera).
–Omgevingsplan moet rekening houden met de slagschaduw door windturbines in verblijfsruimten van slagschaduwgevoelige gebouwen en moet erin voorzien dat de slagschaduw aanvaardbaar is.
–Wanneer sprake is van een functionele binding tussen verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw en de windturbine zijn de opgenomen regels over slagschaduw niet van toepassing.
–Als een omgevingsplan regels bevat over de slagschaduw door een windturbine bij een activiteit:
a.in de agrarische sector als bedoeld in artikel 3.200, 3.205, 3.208, 3.211, 3.215, 3.218, 3.221 of 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
b.verricht op een bedrijventerrein, kan het omgevingsplan bepalen dat die regels niet van toepassing zijn op de slagschaduw door die windturbine in verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw dat eerder functioneel verbonden was met die activiteit of die windturbine.
–Artikel 5.89f (aanvaardbare slagschaduw):
1Aan artikel 5.89c, tweede lid, wordt in ieder geval voldaan als een omgevingsplan dat een windturbine toelaat, bepaalt dat in verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een afstand van minder dan twaalf maal de rotordiameter van de windturbine is gelegen ten hoogste gemiddeld zeventien dagen per jaar gedurende niet meer dan twintig minuten per dag slagschaduw door de windturbine kan optreden.
2De afstand wordt gemeten van een punt op ashoogte van de windturbine:
a.tot de gevel van een slagschaduwgevoelig gebouw; en
b.tot de begrenzing van een locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen.
§ 12.1.10 Geluid windturbines en windparken Artikel 12.13j (tijdelijke instructieregel geluid windturbines en windparken) Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip bevat het omgevingsplan voor een windturbine, voor zover het niet gaat om een windpark met drie of meer windturbines, geen lagere waarden in verband met cumulatie met het geluid van een windturbine die of een windpark dat behoort tot een samenstel van activiteiten waarvoor tot 1 januari 2011 een vergunning in werking en onherroepelijk was of een melding was gedaan.
Daarnaast gelden er rekenvoorschriften die aansluiten op specifieke eigenschappen van de activiteiten. De module van het rekenvoorschrift dat geldt voor windturbines is opgenomen in Module IV, te vinden in Bijlage VII van het Bkl, onderdelen D lid 1 en R lid 1.
Besluit Activiteiten Leefomgeving
–Artikel 3.11 (aanwijzing milieubelastende activiteiten) 1. Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen.
–Artikel 3.14 (algemene regels) Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.11, wordt voldaan aan de regels over een windturbine, bedoeld in paragraaf 4.30.
–Artikel 3.14b (overgangsrecht: tijdelijke algemene regels)
1De regels over een windturbine, bedoeld in de paragrafen 4.30, 4.30a en 4.30b, zijn tot en met 30 juni 2025 van toepassing, als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.13 en daarvoor:
a.uiterlijk op 30 juni 2021 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e of i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; en
b.een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in het windpark voorziet op grond van een besluit dat op 30 juni 2021 was vastgesteld; en
c.sinds 30 juni 2021 geen wijziging van kracht is geworden in de omgevingsvergunning, bedoeld onder a, of, voor zover dat op het windpark betrekking had, het besluit, bedoeld onder b.
2Het eerste lid geldt niet vanaf het tijdstip waarop met betrekking tot de windturbine of het windpark waarvan de windturbine deel uitmaakt, een wijziging van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van kracht wordt.
3Met een maatwerkvoorschrift kan voor een windpark als bedoeld in het eerste lid niet worden afgeweken van de regels over een windturbine, bedoeld in paragrafen 4.30, 4.30a en 4.30b.
4Als op 30 juni 2022 een maatwerkvoorschrift van kracht was op grond van een besluit krachtens artikel 3.14a, tweede lid of derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer waarin normen met een andere waarde voor geluidhinder waren vastgesteld, voldoet het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark aan de normen met die andere waarde.
§ 4.30 WINDTURBINE
–Artikel 4.426 (toepassingsbereik). Deze paragraaf is van toepassing op het opwekken van elektriciteit met een windturbine.
–Artikel 4.427 (melding):
1Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.426, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
2Een melding bevat: a. het vermogen van de windturbine in kilowatt; b. de diameter van de rotor in centimeters; c. de hoogte van de mast in meters; en d. de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 100.000 en 1 op de 1.000.000 per jaar is.
3Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
4Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
5Op het berekenen van de afstanden zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.
–Artikel 4.428 (externe veiligheid: beoordeling):
1Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een windturbine ten minste eenmaal per jaar beoordeeld door een deskundige op het gebied van windturbines op de beveiligingen, onderhoud en reparaties.
2Na constatering of vermoeden van een gebrek, waardoor de veiligheid in het geding is, wordt de windturbine onverwijld buiten gebruik gesteld.
3Een buiten gebruik gestelde windturbine wordt pas in gebruik genomen als alle geconstateerde gebreken zijn hersteld.
–Artikel 4.429 (informeren: buiten gebruik stellen). Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt onverwijld geïnformeerd over het buiten gebruik stellen van een windturbine.
–Artikel 4.430 (externe veiligheid: ontwerp):
1Een windturbine is ontworpen volgens: a. NEN-EN-IEC 61400-1, als het gaat om een windturbine met een rotordiameter van meer dan 16 m; of b. NEN-EN-IEC 61400-2, als het gaat om een windturbine met een rotordiameter van ten hoogste 16 m.
2Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als voor de windturbine een certificaat is verstrekt waaruit blijkt dat de windturbine is ontworpen volgens het eerste lid. 3. Het certificaat is verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-ENISO/IEC 17065 voor NEN-EN-IEC 61400-22.
–Artikel 4.430a (overgangsrecht: ontwerp):
1Artikel 4.430, eerste lid, is niet van toepassing op een windturbine waarvoor voor 1 december 2001 een vergunning is verleend op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer en die voldoet aan de voorschriften die aan die vergunning zijn verbonden.
2Een windturbine die is opgericht voor 1 januari 2017 of die een windturbine vervangt die is opgericht voor 1 januari 2017, kan in afwijking van artikel 4.430, eerste lid, ook zijn ontworpen volgens de door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven voornorm NVN 11400-0.
§ 4.30A WINDTURBINE: TIJDELIJKE REGELS GELUID
–Artikel 4.430b (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het opwekken van elektriciteit met een windturbine als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.13.
–Artikel 4.430c (geluid: waarden windturbines):
1Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark op een geluidgevoelig gebouw, ten hoogste 47 Lden en 41 Lnight.
2Op de begrippen Lden en Lnight zijn de begripsbepalingen bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving van toepassing.
–Artikel 4.430d (geluid: registratie gegevens windturbines
1De volgende gegevens worden geregistreerd: a. de emissieterm LE, zijnde het jaargemiddelde geluidvermogen per octaafband dat door de turbine wordt uitgestraald, gebaseerd op de effectieve werking gedurende het afgelopen kalenderjaar; en b. de voor de duur van een handhavingsmeting benodigde gegevens ter bepaling van de windsnelheid op ashoogte.
2De gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard.
3De parameters worden geregistreerd volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels.
–Artikel 4.430e (geluid: meet- en rekenbepalingen). Op het bepalen van het geluid Ldenof Lnight, bedoeld in artikel 4.430c, zijn de bij ministeriële regels gestelde regels van toepassing
§ 4.30B WINDTURBINE: TIJDELIJKE REGELS SLAGSCHADUW EN LICHTSCHITTERING
–Artikel 4.430f (begripsbepaling). Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: slagschaduwgevoelig gebouw: slagschaduwgevoelig gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving
3Artikel 5.89b Besluit Kwaliteit Leefomgeving (slagschaduwgevoelige gebouwen):1. Een slagschaduwgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. 2. Onder een slagschaduwgevoelig gebouw wordt ook verstaan een slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd.
; verblijfsruimte: verblijfsruimte als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; woonschip: drijvend bouwwerk met een woonfunctie op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als een ligplaats voor een woonschip; woonwagen: woonwagen als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
–Artikel 4.430g (toepassingsbereik):
1Deze paragraaf is van toepassing op het opwekken van elektriciteit met een windturbine als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.13 en:
a.slagschaduw veroorzaakt in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; of
b.lichtschittering veroorzaakt.
2Deze paragraaf is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine, in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.
–Artikel 4.430h (toepassingsbereik: eerbiedigende werking):
1In afwijking van artikel 4.430g, tweede lid, is deze paragraaf ook van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:
a.in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet; of
b.in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de wet.
2In afwijking van artikel 4.430g, eerste lid, is deze paragraaf niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:
a.het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet; of
b.een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de wet.
–Artikel 4.430i (slagschaduw: stilstandvoorziening):
1Met het oog op het voorkomen of beperken van slagschaduw is de windturbine voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt als gemiddeld meer dan zeventien dagen per jaar gedurende meer dan twintig minuten per dag slagschaduw kan optreden in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw en voor zover de afstand tussen de windturbine en een slagschaduwgevoelig gebouw minder dan twaalf maal de rotordiameter bedraagt.
2De afstand wordt gemeten van een punt op ashoogte van de windturbine:
a.tot de gevel van een slagschaduwgevoelig gebouw; en
b.tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen.
–Artikel 4.430j (slagschaduw: functionele binding). Artikel 4.430i is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met de windturbine.
–Artikel 4.430k (slagschaduw: voormalige functionele binding). Bij een agrarische activiteit is artikel 4.430i niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat:
a.op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet of een voor de inwerkingtreding van de wet aangevraagde omgevingsvergunning behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of
b.eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is bepaald dat regels voor slagschaduw niet van toepassing zijn.
–Artikel 4.430l (lichtschittering: beperken van reflectie). Lichtschittering wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voorkomen of zoveel mogelijk beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betrokken onderdelen.
–Artikel 4.431 (lichtschittering: meten reflectiewaarden). Op het uitvoeren van een meting van reflectiewaarden is NEN-EN-ISO 2813 van toepassing.
Bijlage 3 Provinciaal beleid
Omgevingsvisie
Het energievraagstuk is een wereldwijd vraagstuk. Het streven van de provincie Gelderland is om in 2050 volledig klimaatneutraal te zijn. Het doel voor 2030 is om verder te zijn dan landelijk is afgesproken. Wind, zon, biomassa, waterstof, geo- en aquathermie en waterkracht; ze zijn allemaal van belang en nodig. Geldeland wil de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologieën stimuleren. En: ze pakken de kansen die dit biedt voor de werkgelegenheid door de aansluiting.
‘Samen met onze partners moeten we bepalen waar we de noodzakelijke extra meters kunnen maken en waar initiatieven zich niet en waar wel kunnen ontwikkelen en onder welke voorwaarden, bijvoorbeeld langs wegen of op vrijgekomen landbouwgronden. Niet zomaar en overal, maar met oog voor de kwaliteiten die Gelderland uniek maken. Hier zetten we ons voor in en pakken we door, als dat nodig is’ (Omgevingsvisie Gaaf Gelderland)
Er liggen veel kansen, de provincie heeft duidelijke gebieden aangegeven waar windenergie mogelijk is. Daarbij geldt wel dat er sprake is van een nuancering in de slagingskansen van initiatieven die in die zone vallen. Een groot deel van de gemeente is op voorhand uitgesloten van het realiseren van windturbines in het wettelijk en provinciaal belang. Hieronder vallen gebieden behorend tot de Nieuwe Hollandse Waterlinie, Natura2000-gebieden (Gelders Natuurnetwerk), weidevogelgebied en rustgebieden voor winterganzen.
Beleidslijn Windenergie 2019
In 2019 heeft de Provincie Gelderland de Beleidslijn Windenergie vastgesteld. Dit beleid geldt voor alle windturbines die niet op gebouwen staan met een horizontale as en drie rotorbladen, ongeacht de maat van de windturbine. Het algemene uitgangsput van dit beleid is dat het combineren van windturbines met andere, intensieve functies in een gebied de voorkeur heeft. Zo worden milieueffecten geconcentreerd en kan de beleving van een gebied worden onderstreept.
De provincie heeft enkele gebieden aangewezen als gebieden waar windenergie mogelijk is en daarnaast ook gebieden aangegeven waar dit absoluut niet mogelijk is. Het uitsluiten van windenergie is gebaseerd op enerzijds provinciale doelen zoals van toepassing zijn op delen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en weidevogel- en rustgebieden voor winterganzen. Anderzijds kan windenergie uitgesloten zijn wegen wettelijke beperkingen. Dit geldt voor laagvliegroutes, luchthavens en omliggende zones en antenneparken. Deze laatste aspecten zijn niet relevant voor dit beleid.
Kleine windturbines worden in deze nota gedefinieerd als windturbines met een ashoogte van maximaal 25 m (boomhoogte). Mini-windturbines zijn windturbines die op gebouwen geplaatst kunnen worden. De hoogte van 25 m komt overigens niet terug in de omgevingsverordening. Draagvlak en participatie zijn belangrijk om te zorgen dat initiatieven passen in de omgeving en ook geaccepteerd worden.