Gemeentelijke regelgeving

Beheerprogramma Wegen West Betuwe 2026–2030

Gemeente West Betuwe · geldt sinds 6 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente West Betuwe;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025,

besluit:

1Het beheerprogramma Wegen West Betuwe 2026–2030 conform scenario 1 voor het onderhoud (zoals omschreven in het beheerprogramma) vast te stellen. Waarmee het onderhoud aan wegen plaatsvindt op:

•Kwaliteitsniveau Basis voor asfaltverhardingen;

•Kwaliteitsniveau Laag voor elementenverhardingen, waarbij voet- en fietspaden op kwaliteitsniveau basis worden onderhouden

2Het beheerplan Wegen West Betuwe 2021–2025 in te trekken.

2. Wat beheren we?

2.3 Specifieke kenmerken

2.3.1 Smalle wegen en bermproblematiek

De wegen in het buitengebied zijn vaak relatief smal uitgevoerd. De afgelopen decennia zijn de vele (landbouw)voertuigen breder geworden, ook is het verkeer op deze wegen geïntensiveerd. Door de smalle verharding wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de bermen. Dit zorgt voor bermproblematiek.

Door intensief gebruik van de bermen, om uit te wijken of elkaar te passeren worden de bermen diep uitgereden. Dit zorgt voor grote hoogteverschillen tussen de wegrand en de berm, hierdoor ontstaan gevaarlijke situaties. Ook komt het voor dat de bermen juist hoger zijn dan de wegrand en hierdoor gevaarlijk zijn.

Daarnaast zorgt de bermproblematiek ervoor dat de wegen slecht worden opgesloten. Er is onvoldoende zijdelingse steun voor de wegen (schouder ontbreekt). Dit zorgt voor veel schade, ook in de randen van de verharding. Onderstaande foto’s geven hier voorbeelden van.

Afgelopen jaren is geïnvesteerd in een bermverstevigingsprogramma, waarbij betonranden aangelegd worden langs de verhardingsrand. Dit programma wordt de komende jaren voortgezet. Echter is dit een oplossing die niet overal geschikt of mogelijk is. Vele wegen hebben slechts zeer smalle bermen ten opzichte van de insteek van de sloot, waarmee de draagkracht extra in gevaar gebracht wordt.

Dit betekent dat bij het aanbrengen van verharding van de bermen of renovatie van de weg het risico ontstaat dat de bermen inkalven. Dit risico neemt toe naarmate de watergangen dichter bij de weg liggen. Ter mitigatie van het risico wordt in de projectvoorbereiding van onderhoudswerkzaamheden ook de oeverconstructie meegenomen.

Dit kan betekenen dat, om een stabiele wegfundering te bewerkstelligen ook werkzaamheden aan de watergang en oever plaats moeten vinden.

Figuur 9: Een weg met nieuwe bermversteviging van cementbeton

Figuur 10: Een weg met smalle schouders en beschadigde bermen

2.3.2 Problemen uit de ondergrond

Bij vele wegen in het areaal van West Betuwe spelen problemen, hoofdzakelijk afkomstig uit de ondergrond. Door zetting of verdroging in de ondergrond ontstaat beweging. Zeker dijklichamen zijn hier gevoelig voor. Dit zorgt voor (plaatselijke) verzakkingen en scheurvorming. Kenmerkend is dat dit in korte tijd kan ontstaan en verergeren.

Onstabiele ondergrond

De gemeente West Betuwe ligt in het rivierengebied tussen de Waal en de Lek. Dit betekent dat de ondergrond voornamelijk uit klei en met klei bedekte veengronden bestaat. Kleiige en venige ondergronden zijn sterk gevoelig voor zetting door droogte en belasting. Hierbij daalt de ondergrond langzaam maar zeker steeds verder, waardoor (onder andere) de wegen en verhardingen mee dalen.

Figuur 11: BRO bodemkaart (SGM) met gemeentegrens, Bron: PDOK.nl

Deze zetting vindt echter niet altijd gelijkmatig plaats, waardoor plotselinge hoogteverschillen kunnen ontstaan. Dit heeft een kostenverhogend effect op het onderhoud van de wegen, omdat er vaker onderhoud plaats moet vinden, met grotere maatregelen dan bijvoorbeeld op zandgronden. Hierdoor is het garanderen van de technische levensduur van 40 jaar slechts mogelijk met extra investeringen in bestaande wegfunderingen en ondergrond. Hieronder zijn enkele foto’s met voorbeelden van zettingen uit de ondergrond.

Figuur 12: Ernstige zetting uit de ondergrond leiden ondanks wegdekwapening tot gevaarlijke situaties

Figuur 13: Natte/ Droogte problematiek leidt tot ongelijke zetting in de weg en gevaarlijke spoorvorming.

Natte/droogte

De afgelopen jaren is het weer in Nederland gekenmerkt door zowel ongebruikelijke droogte als door grote langere perioden met veel neerslag. De slappe ondergrond in de gemeente is hier slecht tegen bestand, waardoor de problematiek van verdroging en ongelijke zetting verergerd. Dit speelt het sterkst in het westen en noorden van de gemeente en op dijkwegen, waar meer veen te vinden is dan in de rest van de gemeente. Hierboven laat de rechter foto dit probleem zien.

2.3.3 Aanpak netcongestie

In heel Nederland wordt als onderdeel van de energietransitie het lokale laagspanningsnet verzwaard. Dit betekent dat het aantal transformatorhuisjes in de openbare ruimte nagenoeg zal verdubbelen in de komende 15 jaar. Daarnaast worden de aangesloten woningen fijnmaziger aangesloten, er worden minder woningen per transformatorhuisje aangesloten. Dit resulteert in een enorme verzwaringsopgave van de kabels, vaak aanwezig onder de verhardingen.

Dit betekent dat naar verwachting tenminste 50% van het verharde areaal in de woonkernen geraakt wordt de aanpassingen die netbeheerder moeten uitvoeren in het elektriciteitsnet. Gecombineerd met de aanleg van bijvoorbeeld glasvezel of warmtenetten, zijn de komende jaren grote delen van het West Betuwse areaal onderhevig zijn aan werkzaamheden en zullen de herstelkosten en beheerkosten sterk toenemen.

Omdat deze werkzaamheden vaak in sleuven van beperkte breedte uitgevoerd worden, komt dit de kwaliteit van de verhardingen doorgaans niet ten goede, door ongelijkmatige zetting tussen de sleuf en de rest van de verharding. Dit zal de komende jaren dan ook impact hebben op de kwaliteit van het areaal en de uit te voeren onderhoudswerkzaamheden van de gemeente.

Naast een directe impact op de kwaliteit van de verhardingen door werkzaamheden in de ondergrond, is de impact op de planning en uitvoering zo mogelijk nog groter. Grote delen van het uitvoeringsplan bij het vorige Beheerplan hebben niet plaats kunnen vinden doordat pas heel laat in het proces duidelijkheid over de uitvoeringplanning van netbeheerders gegeven kon worden.

De uitdagingen van de netbeheerders zijn zo groot dat zij veelal geen planningen af kunnen geven die specifieker worden dan perioden van 5 of zelfs 2 jaar. Hierdoor heeft veel van de uitvoering van wegbeheer in West Betuwe uitgesteld moeten worden. Dit effect duurt nog steeds voort in de komende periode en kan voortduren tot 2040. In het opstellen van het maatregelplan wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de uitvoeringsplanningen van externe beheerders om kapitaalvernietiging te voorkomen.

Hieronder zijn enkele foto’s met de effecten van graafwerkzaamheden op de verhardingen:

Figuur 14: Nutswerkzaamheden in een asfaltweg

Figuur 15: Nazakken van bestrating na graafwerkzaamheden

2.3.4 Dijkverzwaringen Rivierenlanden

Tijdens de periodieke dijktoetsing van 2011 is gebleken dat de dijken langs de Waal niet meer voldeden aan de wettelijke veiligheidseisen. Hiervoor is in het vorige decennium begonnen met het voorbereiden van de dijkverzwaringen langs de rivier. Voor West Betuwe betreft het hier de trajecten van Tiel naar Waardenburg (TiWa) en van Waardenburg naar Gorinchem (GoWa). In de programma’s worden de dijken langs de Waal op locaties waar zij niet langer voldoet verbreed, verzwaard, verstevigd en/of verhoogd.

Deze maatregelen hebben uiteraard ook impact op de wegen die op, aan of langs de dijken liggen. Voor deze wegen is het waterschap eigenaar van de dijk en de daarop liggende wegen. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de wegen. In de voorbereiding van de dijkverzwaringstrajecten zijn er onderhandelingen geweest over de onderhoudsverwantwoordelijkheid en de wensen en eisen van de gemeente en het waterschap. Uiteindelijk betekent dit dat de gemeente de komende jaren een bijdrage levert, en verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van deze wegen, binnen de gemeentegrenzen.

De dijkverzwaringen binnen de grenzen van West Betuwe lopen nog tot ten minste 2027. De gemeente onderhoud actieve contacten met het waterschap over de consequenties en mogelijke gevolgschade.

Figuur 16: Weg na dijkverzwaring

2.3.5 Verouderd areaal en teerhoudend asfalt

Een groot aantal wegen in de gemeente West Betuwe heeft de maximale levensduur bereikt. Vele wegen zijn al meermaals (zichtbaar) onderhouden. Op sommige asfaltwegen zijn slijtlagen aangebracht waarmee de daadwerkelijke schade is gecamoufleerd. De verhardingen in de woonstraten zijn veelal verouderd, die voldoen technisch nog wel aan de eisen, maar geven een niet fraai beeld. Het areaal, geheel nieuw of recent aangelegde wegen, is daarnaast opvallend klein.

Deze leeftijden leiden niet alleen tot problemen in het rommelige aanzicht. Veel van de wegen in (met name) het buitengebied zijn aangelegd met teerhoudend asfalt. Teerhoudend asfalt bestaat voor een gedeelte uit koolteer, kortweg ‘teer’ genoemd. Teer bestaat uit een grote hoeveelheid aan stoffen, waaronder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Van PAK’s is vastgesteld dat ze kankerverwekkend zijn. Ze zijn aangemerkt als zeer zorgwekkende stof (ZZS). Koolteer is onder het Europese stoffenbeleid ingedeeld in de gevaarklasse ‘kankerverwekkend’ (carcinogeen) onder de zogeheten categoriecode 1A.

Teerhoudend asfalt mag in Nederland dan ook als sinds 1995 niet meer geproduceerd worden en sinds 2001 niet meer hergebruikt worden in lagere lagen in de constructie. In plaats daarvan dient vrijkomend teerhoudend asfalt thermisch gereinigd te worden bij een erkende verwerker. Dit brengt significante meerkosten per ton vrijkomend asfalt met zich mee. Na thermische reiniging is zijn alleen schone grondstoffen over. Teerhoudend asfalt dat niet geroerd wordt, mag in principe blijven liggen.

Door de slechte staat van vele van de buitenwegen moeten grote en diepgaande maatregelen worden genomen. Hierbij wordt dus ook regelmatig teerhoudend asfalt aangetroffen wat aangepakt moet worden.

Hieronder zijn enkele foto’s opgenomen van de staat van wegen in het buitengebied.

Figuur 17: Lapwerk (met terugkerende schades) in afgeschreven weg

Figuur 18: Typerend wegbeeld. Slechte bermen, scheurvorming en gaten (rechtsboven) deels gecamoufleerd door de slijtlaag

Figuur 19: De verharding is op (lokale weg buitengebied)

5. Welke keuzes hebben we?

5.1 Scenarioberekening groot onderhoud wegen

5.1.1 Scenario 1: Huidige ambitie

Tijdens de raadsbehandeling van het Beheerplan 2021-2025 is besloten om de onderhoudsniveaus vast te stellen op Basis voor asfalt, Basis voor voetpaden en fietspaden in elementenverharding en Laag voor rijbanen en overige in elementenverharding. Dit resulteert in het onderstaande scenario voor onderhoud van de gemeente West Betuwe:

Figuur 23: Scenario 1: Huidige ambitie

Pluspunten

Voldoet grotendeels aan de landelijke normen (CROW: heel en veilig);

Lagere risico’s op aansprakelijkheid, er kan grotendeels veilig gebruik worden gemaakt van de wegen;

Het kwaliteitsniveau geeft een redelijk tot goed onderhouden beeld van de openbare ruimte;

Er is weinig of beperkt sprake van kapitaalsvernietiging, de juiste maatregel wordt op het juiste moment uitgevoerd;

Gedifferentieerd onderhoudsbeeld, aansluitend op gemeentelijke ambities voor het bevorderen van fiets en voetgangersgemak;

Duurzaam omgaan met materialen. Getracht wordt de materialen zo duurzaam mogelijk in te zetten, verspilling wordt zoveel mogelijk voorkomen.

Minpunten

De risico’s die worden gelopen op aansprakelijkheid en kapitaalvernietiging zijn op elementen wegen gespreid, er kan een onevenwichtig beeld ontstaan tussen de rijbaan en de naastgelegen voet en fietspaden;

Belangrijke wegen of wegen gelegen in belangrijke gebieden (bv. winkelgebieden) lopen dezelfde risico’s als bijvoorbeeld weinig gebruikte wegen in het buitengebied;

De wegen zijn zeker niet schadevrij, reparatievlakken zijn goed zichtbaar;

Er wordt binnen dit scenario met basiskwaliteitsniveau alleen gerekend met één op één instandhouding. Er is hierbij geen ruimte gereserveerd voor bijvoorbeeld extra inzet op klimaatadaptatie of duurzaamheid. Hiervoor dient aanvullende ruimte gezocht te worden. Daarnaast zal het verlaagde niveau van de rijbanen in elementen tot extra ongemak leiden voor weggebruikers.

5.1.2 Scenario 2: Alles basis

Scenario 2 geeft inzicht in de kosten van groot onderhoud voor het gehele areaal op het kwaliteitsniveau Basis. Dit scenario streeft naar ‘heel en veilig’ voor de gemeente West Betuwe. Dit scenario sluit aan bij de eerder bepaalde kwaliteitsambities in de koepelnota beheer en zet in op verduurzamen wegenonderhoud met veiligheid als uitgangpunt. Dit scenario wordt gezien als het referentiescenario.

Figuur 24: Scenario 2: Onderhoudsniveau Basis

Pluspunten

Voldoet aan de landelijke normen (CROW: heel en veilig);

Lage risico's op aansprakelijkheid, er kan grotendeels veilig gebruik worden gemaakt van de wegen;

Het kwaliteitsniveau geeft een redelijk tot goed onderhouden beeld van de openbare ruimte;

Er is weinig of beperkt sprake van kapitaalsvernietiging, de juiste maatregel wordt op het juiste moment uitgevoerd;

Overal zelfde kwaliteitsniveau: eenduidig beeld en eenvoudig in uitvoering;

Duurzaam omgaan met materialen. Getracht wordt de materialen zo duurzaam mogelijk in te zetten, verspilling wordt zoveel mogelijk voorkomen.

Minpunten

De risico’s die worden gelopen op aansprakelijkheid en kapitaalvernietiging zijn op alle wegen

gelijk. Ook belangrijke wegen of wegen gelegen in belangrijke gebieden (bv. winkelgebieden) lopen dezelfde risico’s;

De wegen zijn zeker niet schadevrij, reparatievlakken zijn goed zichtbaar;

Er wordt binnen dit scenario met basiskwaliteitsniveau alleen gerekend met één op één instandhouding. Er is hierbij geen ruimte gereserveerd voor bijvoorbeeld extra inzet op klimaatadaptatie of duurzaamheid. Hiervoor dient aanvullende ruimte gezocht te worden.

5.1.3 Scenario 3: Alles Laag

Scenario 3 geeft inzicht in de onderhoudskosten wanneer gekozen wordt om alle onderhoud voor wegen op niveau Laag te voeren. Dit betekent dat er een onrustiger wegbeeld ontstaat, er meer schades geaccepteerd worden en daarmee samenhangend meer klachten, meldingen en mogelijke aansprakelijkheidsstellingen zullen binnenkomen. Daarnaast neemt het risico op kapitaalvernietiging toe omdat onderhoud later uitgevoerd wordt dan technisch noodzakelijk. Dit werkt in de lange termijn kostenverhogend.

Dit scenario schetst de minimaal benodigde inzet om aan de zorgplicht te voldoen.

Figuur 25: Scenario 3: Onderhoudsniveau Laag

Pluspunten

Op korte termijn relatief lage onderhoudskosten;

Overal zelfde kwaliteitsniveau: eenduidig beeld en eenvoudig in uitvoering;

Minpunten

Kapitaalvernietiging door te laat uitvoeren onderhoud, met name de asfaltwegen;

Reëel risico op aansprakelijkheidstellingen;

Geeft geen invulling aan de doelstellingen en ambities (verduurzamen, veiligheid, klimaat, kerngericht werken etc.);

Verdere kwaliteitsdaling ten opzichte van huidige kwaliteit, afbreuk aan comfort en uitstraling, met name bij elementen.

5.1.4 Overzicht plus- en minpunten per kwaliteitsniveau

Per scenario zijn de plus- en minpunten aangegeven. Er zijn echter nog meer verschillende scenario’s denkbaar. In onderstaand overzicht zijn daarom de plus- en minpunten per kwaliteitsniveau (uitgesplitst naar asfalt en elementen) weergegeven.

Figuur 26: Overzicht kwaliteitsniveaus

Bijlage 3 Verzorgend onderhoud en onkruidbestrijding op verhardingen

Inleiding

De gemeente West Betuwe onderhoud niet alleen de technische kant van de verhardingen. Zij worden ook verzorgend onderhouden door te vegen en onkruid te bestrijden. In deze bijlage wordt invulling gegeven aan deze opgave voor de verhardingen.

Scope

Het betreft het bestrijden van vuil en onkruid op alle verharding binnen de bebouwde kom van de gemeente West Betuwe. Het beheer en onderhoud bestaat onder andere uit de geïntegreerde uitvoering van vegen van wegen en onkruidvrij houden van de verhardingen. Dit vegen zorgt niet alleen voor een nette uitstraling van de openbare ruimte, het heeft ook een belangrijke functie in het vrij houden van kolken van afval. Hiermee wordt de afwatering van de wegen en daarmee een deel van de veiligheid geborgd.

Goed wegonderhoud en onkruidbestrijding gaan hand in hand. Met name bij elementen en tegel is goed onderhoud van de verharding van belang voor de onkruidbestrijding op verharding. Door bijvoorbeeld brede voegen die sneller volgroeien met onkruid, kan minder goed aan het beeld worden voldaan en is het meer werk om aan het gewenst kwaliteitsbeeld (beeld B) te voldoen.

Dit alles wordt verzorgd in de dienstverleningsovereenkomst die de gemeente West Betuwe gesloten heeft met de Avri.

De werkzaamheden omvatten onder andere:

-(Machinaal) verwijderen van veegvuil

-(Machinaal) verwijderen van blad;

-(Machinaal) verwijderen van veegvuil, betreft zand, steenslag, grind, e.d.;

-Onkruidbestrijding op verharding;

-Het op verzoek van de organisator reinigen na evenementen

-Het vegen na de jaarwisseling;

-Bladkorven plaatsen;

Wat beheren we?

In totaal is er sprake van 1,1 miljoen vierkante meter verhardingen die machinaal geveegd en onkruidvrij gehouden wordt.

Daarnaast worden in de herfst 53 bladkorven, verdeeld over de kernen, geplaatst. Hierbij is het uitgangspunt het aantal bladkorven niet uit te breiden. Wel kunnen bladkorven verplaatst worden zodat ze op een tweede locatie dienst doen. Als bladkorven verkeerd gebruikt worden (bij voorbeeld door het deponeren van particulier snoeiafval en huisvuil) dan worden deze bladkorven verwijderd.

Beeldkwaliteitsniveau

Er wordt gestreefd naar het uitvoeren van dit verzorgend onderhoud op CROW-beeldkwaliteitsniveau B.

Budgetten

Voor straatreiniging en onkruidbestrijding zijn de volgende budgetten benodigd voor de werkzaamheden van AVRI.

Type werkzaamheden

Benodigd budget

Straatreiniging

€ 626.100, -

Onkruidbestrijding

€ 357.700, -

Totaal

€ 983.800, -

Omschrijving:

De taken van de aannemer worden op de volgende wijze gedefinieerd in het DVO IBOR, 2024:

Bijlage 4 Evaluatie periode 2021-2025

Evaluatie afgelopen periode

Uit de cijfers blijkt helaas dat de kwaliteit van het areaal de weg opwaarts nog niet gevonden heeft, ondanks de extra beschikbare middelen uit het vorige plan. Daarom heeft er een uitgebreide evaluatie met de uitvoerende organisatie plaatsgevonden, waarin beschouwd is wat er niet goed gegaan is, welke lessen daaruit geleerd zijn en hoe daarin verbeterd wordt in de toekomst.

Werkwijze:

De evaluatie heeft plaatsgevonden in de vorm van een plenair overleg met de vakgroep wegen, waarin alle deelnemende leden zich van tevoren voorbereid hadden aan de hand van 3 vragen:

-Wat is er goed gegaan de afgelopen periode?

-Wat wil je vertellen over de afgelopen periode?

-Wat is jouw tip voor de toekomstige periode?

In de voorstelronde is de deelnemers gevraagd hun antwoord op deze drie vragen te delen. Hiermee is de primaire reactie ontvangen. Na de voorstelronde is er door middel van een sticky wall door de deelnemers aanvullende feedback gegeven aan de hand van vooraf uit het Beheerplan geïdentificeerde onderwerpen. Doormiddel van post-it notities konden de deelnemers hier hun feedback visueel weergeven. Deze reacties zijn in de regel diverser dan de eerste reacties uit de voorstelronde.

Uitkomsten:

De uitkomsten worden gebundeld in een aantal onderwerpen, te weten:

Discussie over rechtmatigheid van technische maatregelen

Een belangrijk onderwerp voor de vakgroep is de rechtmatigheid en doelgerichtheid van maatregelen. De discussie gaat hierin onder andere over de balans tussen het technisch veilig houden van een weg, met een “kleine” maatregel, of het langdurig verhelpen van de schade door een zwaardere maatregel. Dit wordt mede verergerd door de slappe ondergronden waar de gemeente West Betuwe mee te maken heeft, het verouderende areaal en het zwaardere en grotere verkeer dat van (buiten-)wegen gebruik maakt.

Aanvullend is er discussie of een technische maatregel altijd de meest toepasselijke maatregel is. Als voorbeeld wordt het aanbrengen van bermverbreding aangehaald. Op een smalle weg, geflankeerd met steile taluds en watergangen, kan het aanbrengen van een bermverbreding leiden tot extra belasting en verzakking van de bermen en taluds. De technisch meest toepasselijke oplossing is in dat geval een algehele verbreding van het profiel inclusief sloten en taluds e.d. met mogelijke grondaankoop tot gevolg. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met het feit dat het aanbrengen van betonsloven geldt als nieuwe verharding, waarmee stikstofberekeningen gepaard gaan. Een verkeerskundige wijziging, zoals het instellen van één richtingsverkeer kan hiervoor een praktischer oplossing bieden dan de technische oplossing. Als verkeer elkaar niet hoeft te passeren is minder ruimte nodig.

Duurzaamheid en klimaatadaptieve inrichting leiden tot vergelijkbare discussie, het is niet langer van deze tijd op klimaatadaptatie en duurzaamheid als losse posten in een project te bestempelen. Dit dient intrinsiek onderdeel uit te maken van de uitvoering. Echter, hoe ver wil de gemeente gaan? En wat mag dat kosten?

Wortelopdruk, teerhoudendheid en een verouderend areaal worden genoemd als verdere technische uitdagingen.

Personele wijzigingen en continuïteit van werk

De rol van de wegbeheerder is al geruime tijd op interim basis ingevuld, wat de continuïteit van de werkzaamheden heeft geschaad en het kennisniveau in gevaar brengt. Vergelijkbaar is de invulling van het Bouwteam met de aannemer in de afgelopen periode veelvuldig gewijzigd, waardoor de beoogde voordelen, zoals bekendheid met de lokale context en omstandigheden, niet bereikt zijn. Dit heeft geleid tot problemen in de uitvoering en wordt aangewezen als voornaamste oorzaak voor het uitblijven van uitvoering.

Samenwerking en afstemming van werk

Een ander belangrijk onderwerp wat veelvuldig ter sprake kwam zijn samenwerken in, met en tussen organisaties. Niet alleen de samenwerking met de aannemer heeft geleden, ook binnen de vakgroep was discussie over taken, rollen en verantwoordelijkheden. Dit leidde veelvuldig tot verdere discussie en heeft de uitvoeringsresultaten verder gedrukt.

Daarnaast is de samenwerking en afstemming tussen de beheerdisciplines, beleidsvelden en uitvoeringsorganisatie onder de loep genomen. Ook hieruit is verdere verduidelijking van de taken, rollen en verantwoordelijkheden als verbeterpunt naar voren gekomen. Daarbij is ook aangegeven dat vakgroep wegen tot nu toe veelal “bottom up” gewerkt heeft, waardoor wensen, eisen en zorgen van andere disciplines pas (te) laat in het proces naar voren komen. De vakgroep moet zich realiseren dat de kwaliteit van de verhardingen een uitdaging is van de organisatie, niet alleen van de beheerders.

Als laatste is de afstemming met externe assetbeheerders genoemd. Er zijn grote uitdagingen in de openbare ruimte, waar de gemeente niet altijd de enige partij is. Het duidelijkste voorbeeld hierin zijn de netbeheerders en de buurtgerichte aanpak van netcongestie. De netbeheerders zijn niet (altijd) aangesloten bij netwerkoverleggen en planningen van organisaties wijzigen geregeld.

Data op orde en data gestuurd werken

Data vindt steeds duidelijker een plek in het beheerlandschap. De aanstelling van een databeheerder laat dit duidelijk zien. In het vorige plan zijn de drie verschillende databases samengevoegd. Inmiddels is er dan ook echt sprake van één beheerdatabase. Aandachtspunten hierin blijven echter de aanlegjaren. Daarnaast moeten revisies na werkzaamheden goed aangeleverd worden, deze bereiken de databeheerder vaak niet of pas heel laat (>6maanden na oplevering). Nieuwe onderdelen die opgenomen worden in de BGT arriveren vaak leeg bij de databeheerder, waardoor deze veel tijd kwijt is aan uitzoeken wat er aangelegd is, terwijl de informatie wel bekend is in de organisatie.

Kerngericht werken

Kerngericht werken is een speerpunt van de gemeente West Betuwe. Met een groot aantal kleine (en soms grotere) kernen wil de gemeenteraad hier per kern extra aandacht aan besteden. De invulling van deze opdracht roept vragen op bij de vakgroep, wat voor consequenties gaat dit hebben voor de uitvoerbaarheid van werk? Moet er voor iedere kern een apart beheerplan gemaakt worden? Moet alleen voor reconstructies kerngericht gewerkt of ook voor onderhoud? Wat wordt de impact hiervan op het uitvoeren van de werkzaamheden?

Verbetervoorstellen:

Een belangrijk onderdeel van de Plan Do Check Act cyclus en de beheercyclus is dat er niet alleen geëvalueerd wordt, maar ook geleerd wordt van zaken uit het verleden. Daarom zijn de volgende verbeteringen reeds doorgevoerd of voorgenomen door te voeren:

-Verduidelijking van taak- en rolverdeling, zowel in het team als tussen de afdelingen. Met een duidelijke verdeling weet men wie waarvoor verantwoordelijk is en wie wat op moet pakken. Dit leidt tot minder onderlinge en verwarring en zaken die tussen wal en schip vallen in de dagelijkse gang van zaken.

-Portfoliomanagement, door integraal te kijken en te plannen worden uitvoering- en beleidsvragen beter op elkaar afgestemd en wordt effectiever met gemeenschapsgeld omgegaan.

-Er wordt gewerkt aan een duidelijk opleverprotocol bij werkzaamheden zodat de data ook direct op orde gemaakt kan worden.

-Bij de overgang naar een nieuw beheersysteem worden inspectierapporten makkelijker ingelezen en bijgehouden.

Daarnaast identificeren wij de volgende verbetervoorstellen:

-Het vastleggen van processen en protocollen. Een belangrijk principe van Asset Management is dat je zegt wat je doet, en doet wat je zegt. Hieronder wordt ook het vastleggen van processen en protocollen geschaard. Dit geeft duidelijkheid en houvast in de dagelijkse hectiek. Een begin is gemaakt met de taak- en rolverdeling, maar het vastleggen van samenwerkingsprincipes en protocollen kan de onderlinge samenwerking structureren en stroomlijnen.

-Tijdens de evaluatie werd duidelijk dat de uitvoering van andere assetbeheerders, zoals netbeheerders, niet duidelijk is en tegelijktijdig leidt tot uitstel van beheermaatregelen. Het is daarom aan te raden dit overleg te verstevigen, alle relevante actoren aan tafel te hebben, en te prioriteren op de uitvoeringsagenda van de verschillende partijen. De invoeren van Portfoliomanagement bij de gemeente kan voor externe assetbeheerders incentive bieden om aan te schuiven omdat het extra duidelijkheid biedt.

-Bij budgettaire krapte moeten keuzes gemaakt worden. Wat kan wel, niet of anders? Het is van belang deze afwegingskaders vast te leggen zodat iedereen binnen (en buiten) de vakgroep er van op de hoogte is. De invoering van Risicomanagement of het vaststellen van een risicomatrix kan hierbij ondersteuning bieden. Dit dient ook vakgroep overstijgend te werken, in combinatie met Portfoliomanagement.

-Breidt taak en rolverdeling uit met duidelijke proceslijnen en budgetverantwoordelijkheid. Er is geregeld nog onduidelijkheid over wie op welk moment financieel verantwoordelijk is. Centraal hierbij is de vraag, “hoe kan ik ergens verantwoordelijk voor gehouden worden, terwijl ik niet meer over het geld ga?”

-Leg een duidelijke afspraak vast voor kerngericht werken. Wat verwachten politiek en bestuur, welke bewegingsruimte heeft wegbeheer? Hoe wordt er invulling gegeven aan kerngericht werken? Hoe wordt daarmee invulling gegeven aan de zorgplicht en aan de bestuurlijke agenda?

-Stel duidelijke visie en prioriteiten vast. Zorg dat het hele team op de hoogte is van de doelen in het Beheerplan en haal dit regelmatig aan, ook wel de Line of Sight genoemd in Assetmanagement. Zorg dat vakgroep duidelijk heeft wat ze doen en voor wie. Zorg dat iedereen duidelijk is hoe er gewerkt wordt en waarom.

-Leg vaste werkwijzen/ spelregels klimaatadaptatie en duurzaamheid vast. Niet ieder plan het wiel opnieuw uitvinden. Een handboek openbare ruimte wat ieder jaar geactualiseerd wordt en iedere beheerplanperiode minimaal 1x grondig herzien wordt kan hierin ondersteunen.

-Onderzoek de mogelijkheden met de organisatie om voor andere maatregelen te kiezen dan technische verbredingsmaatregelen van wegen in het buitengebied. De bermen en technische staat kunnen niet alleen met zware onderhoudsmaatregelen en aanbrengen van betonsloven opgelost worden. Wijzigend gebruik en hogere belasting met grotere zwaardere voertuigen vraagt om een discussie zowel binnen als buiten de organisatie hoe West Betuwe hier mee om wil gaan. Dat gaat verder dan alleen wegbeheer.

Conclusies afgelopen periode

Uit de kwaliteitsontwikkeling blijkt helaas dat de kwaliteit van het areaal de weg opwaarts nog niet gevonden heeft, ondanks de extra beschikbare middelen uit het vorige plan. Daarom heeft er een uitgebreide evaluatie met de uitvoerende organisatie plaatsgevonden. De evaluatie van het Beheerplan wegen 2021-2025 heeft waardevolle inzichten opgeleverd die essentieel zijn voor de toekomstige aanpak van wegbeheer in de gemeente West Betuwe. Bij de evaluatie is beschouwd welke knelpunten ondervonden zijn, welke lessen daaruit geleerd zijn en hoe daarin verbeterd moet worden in de toekomst.

De vakgroep onderstreept gezamenlijk het beeld dat het areaal in kwaliteit gedaald is en dat er onvoldoende werk in uitvoering gekomen is. De toedracht hierin blijkt te liggen in de veelvuldige personele wisselingen op interne functies. Zo is de rol van wegbeheerder sinds 2022 ten minste door vier verschillende personen ingevuld. De oorzaak hiervan wordt voornamelijk gevonden in de krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast is de structurele personele capaciteit onvoldoende gebleken om invulling te geven aan de ambities en beschikbaar gestelde financiële middelen uit het vorige plan.

Voor de komende periode worden, naast structurele personele capaciteit, als uitdagingen gezien; rechtmatigheid en doelgerichtheid van technische maatregelen, de noodzaak van duurzaamheid en klimaatadaptieve oplossingen en de nieuwe focus op kerngericht werken. Hiervoor is er gestart met het verduidelijken van taak- en rolverdelingen, het verbeteren van interne werkprocessen en handelingskaders en het versterken van de onderlinge en externe samenwerking, waardoor de vakgroep wegen effectiever en efficiënter kan opereren.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.