Gemeentelijke regelgeving

Afwegingskader woonzorginitiatieven

Gemeente West Betuwe · geldt sinds 7 november 2024

Hoofdstuk 1

Stap 1: Toets aan kaders

Resultaat van de toets

Positief: Past het initiatief binnen de beleidskaders, dan wordt stap 2 getoetst.

Negatief: Past het initiatief niet binnen de beleidskaders? Dan wordt negatief geadviseerd ten aanzien van het initiatief. Aan de indiener wordt aangegeven waarom negatief wordt geadviseerd. De indiener wordt de gelegenheid geboden een aangepast plan in te dienen. Door middel van overleg met de initiatiefnemer wordt geprobeerd het initiatief om te buigen naar initiatief dat wel kan bijdragen aan de gemeentelijke behoeften.

Stap 2: Behoeftetoets

Kwantitatieve behoefte

Het betreft de toets op hoe het initiatief bijdraagt aan de kwantitatieve behoefte aan woningen voor een specifieke doelgroep op een specifieke plek, nu en in de toekomst. Waarom deze doelgroep? Waarom hier? Hoe ontwikkelt de kwantitatieve behoefte zich en hoe speelt dit initiatief hier op in?

•Kwantiteit algemeen: Hoeveel woningen of plekken worden gerealiseerd in dit plan?

•Kwantitatieve behoefte in gemeente: Is er binnen de gemeente een tekort aan woningen voor de doelgroep waar het initiatief zich op richt?

•Kwantitatieve behoefte in specifieke kern: Is er in deze kern(cluster) een groot verschil tussen vraag en aanbod voor deze doelgroep (en dus behoefte aan een dergelijk initiatief)?

Kwalitatieve behoefte

Het betreft de toets op hoe het initiatief bijdraagt aan de kwalitatieve behoefte van zorgdoelgroepen in West Betuwe.

•Kwaliteit algemeen: Wat voor soort woningen worden er gerealiseerd in dit plan? (Intramurale plekken, geschikt maken bestaande woningen, geclusterde woonvormen, e.d.).

Diversiteit

Het betreft de toets op hoe het initiatief bijdraagt aan het vergroten van de diversiteit van het woningaanbod in de gemeente en kernen.

•Biedt het initiatief iets wat er nog niet (of onvoldoende) is in West Betuwe? (denk aan variatie in prijsklasse, doelgroepen, woonconcept)

•Biedt het initiatief iets wat er nog niet (of onvoldoende) is in deze kern(cluster)? (denk aan variatie in prijsklasse, doelgroepen, woonconcept)

Aandachtsgroepen

Het betreft de toets op hoe het initiatief voorziet in het oplossen van een (woon) behoefte van een aandachtsgroep.

•Op welke doelgroep(en) richt het initiatief zich?

•Wat is de woonbehoefte van de aandachtsgroep? Is er binnen deze doelgroep sprake van een langdurig tekort aan aanbod?

Urgentie realisatie

Het betreft de toets op de snelheid waarmee het initiatief gerealiseerd kan worden.

•Kan dit plan snel gerealiseerd worden?

•Past het plan in het Omgevingsplan? En met welke procedure kan eventueel toch medewerking worden verleend?

Resultaat van de toets

Positief: Past het initiatief binnen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woonvoorzieningen, dan wordt stap 3 getoetst.

Negatief: Past het initiatief niet bij de behoeften die er binnen de gemeente zijn? Dan wordt negatief geadviseerd ten aanzien van het initiatief. Aan de indiener wordt aangegeven waarom het advies negatief is. De indiener wordt de gelegenheid geboden een aangepast plan in te dienen. Door middel van overleg met de initiatiefnemer wordt geprobeerd het initiatief om te buigen naar een initiatief dat wel kan bijdragen aan de gemeentelijke behoeften.

Stap 3: Kwalitatieve toets

Welzijn / ontmoeten / omzien naar elkaar

Het betreft de toets op hoe het initiatief bijdraagt aan het bevorderen van ontmoeten en omzien naar elkaar: tussen de toekomstige bewoners onderling en met de (directe) omgeving. Dit deel van de toetsing wordt altijd uitgevoerd door een adviseur sociaal domein.

•Bevordert het initiatief het ontmoeten en omzien naar elkaar van bewoners onderling?

Bijvoorbeeld:

-Is er een ontmoetingsruimte voor bewoners?

-Nodigt het ontwerp van het gebouw en de omgeving uit tot ontmoeten en omzien naar elkaar?

-Kiezen bewoners er bewust voor om te willen omzien naar elkaar op het moment dat ze er komen wonen (wederkerigheid)?

•Bevordert het initiatief het ontmoeten en omzien naar elkaar tussen de bewoners en bewoners van de omliggende wijk?

Bijvoorbeeld:

-Worden bewoners uit de wijk actief benaderd om te participeren in activiteiten (als deelnemer of vrijwilliger)?

-Wordt gedacht vanuit het principe van wederkerigheid met de wijk (iedere bewoner heeft iemand anders ook iets te geven)?

-Is de eventuele ontmoetingsruimte ook bedoeld voor mensen uit de buurt?

-Is de eventuele tuin openbaar toegankelijk of gesloten?

-Wordt er dagbesteding en/of logeeropvang geboden voor mensen in de wijk?

-Heeft het woonzorginitiatief een andere buurtfunctie? Of kunnen ruimten gezamenlijk gebruikt worden?

Toegankelijkheid van de woningen

Het betreft de toets op hoe de mate van toegankelijkheid van de woningen aansluit bij de behoeften van de doelgroep van het initiatief. Globale toetsing vindt plaats door een adviseur wonen. Toetsing op eisen Woonkeur vindt plaats door Omgevingsdienst Rivierenland.

•Voldoet het ontwerp aan het basisniveau van toegankelijkheid, zodat het eventueel ook inzetbaar is voor andere doelgroepen? Hanteer hiervoor Woonkeur module 1.

•Voldoet het ontwerp aan de toegankelijkheidsbehoefte van de doelgroep? Gebruik - afhankelijk van de doelgroep - de passende modules van Woonkeur (1-5).

Hiervoor wordt getoetst of is nagedacht over:

-Deurbreedte en drempelloosheid;

-Toegankelijkheid vanuit buiten; bewoner moet zonder treden binnen kunnen komen;

-Voldoende ruimte voor draaicirkel rollator/rolstoel; schuifdeur i.p.v. draaideur, ‘steunpunten’ in de algemene ruimte/gangen (looproute);

-Voldoende liften i.v.m. brandveiligheid;

-Berging groot genoeg voor scootmobiel (met oplaadmogelijkheid) / driewielfiets;

-Parkeergelegenheid in nabije omgeving (maximaal 100 meter);

-Ruimte om voor de deur bewoner af te zetten (in- en uitstapplek);

-Bestrating in directe omgeving (geen gladde tegels, geen grind etc.);

-Aanpasbaar bouwen vraagt ook: geen leidingen in muur in badkamer die weggehaald moet kunnen worden i.v.m. draaicirkel rolstoel, stevige muur i.v.m. later bevestigen beugels/douchestoel, etc.

Geschiktheid locatie en omgeving

Het betreft de toets op in hoeverre de locatie en ligging passend is voor het huisvesten van de doelgroep van het initiatief. Toetsing vindt plaats door adviseurs wonen en sociaal domein.

•Ligging ten opzichte van voorzieningen: Wat is de afstand tot voorzieningen?

-Beoordeel positief wanneer maatschappelijke en (para)medische voorzieningen zich binnen een afstand van 500 meter van de entree van het initiatief bevinden.

-Een groter aantal voorzieningen binnen een afstand van 500 meter zorgt voor een positiever advies

-Denk bij de toets aan voorzieningen aan:

-Ontmoetingsruimte

-Supermarkt

-Huisarts

-Openbaar vervoer

-Paramedische voorzieningen (fysio, ergotherapeut)

-Apotheek

-Kerk

•Ligging in de omgeving: Past de omgeving van de locatie bij de doelgroep van het initiatief?

-Het is positief wanneer de volgende omgevingskenmerken aanwezig zijn:

-De aanwezigheid / nabijheid van groen of een park;

-De omgeving nodigt uit om een ommetje te maken;

-Is de locatie geschikt voor de doelgroep, wanneer gekeken wordt naar de hoeveelheid ‘prikkels’ in de omgeving?

-Is de locatie geschikt voor de doelgroep, wanneer gekeken wordt naar de afstand tot de voor de doelgroep meest relevante voorzieningen?

-Is er nagedacht over eventuele risico’s voor de wijk/buurt/kern door het huisvesten van deze doelgroep? Hoe gaat de initiatiefnemer hiermee om?

-Is inzichtelijk gemaakt of er een huisarts beschikbaar is die ruimte heeft voor eventuele nieuwe patiënten?

-Is de locatie geschikt voor de doelgroep / geschikt te maken voor de doelgroep, wanneer gekeken wordt naar toegankelijkheid van de openbare ruimte? Zijn hier aanpassingen voor nodig? Zo ja: is het haalbaar en wenselijk voor de gemeente om deze aanpassingen te realiseren (o.a. i.v.m. benodigde budgetten)? Bijvoorbeeld: oversteekplekken, instelling stoplichten, vluchtheuvels, hoogte stoepen, etc.

Kosten voor aanpassingen in de openbare ruimte die rechtstreeks voortvloeien uit een initiatief dat niet past in het omgevingsplan moet de gemeente op grond van de Omgevingswet verhalen op de initiatiefnemer. Het is dus (vooral) de vraag of de initiatiefnemer deze kosten voor zijn rekening kan nemen.

Het kan zijn dat ook anderen profiteren van de aanpassingen, dan zal redelijkerwijs ook de gemeente een deel van de kosten moeten dragen en moeten zowel initiatiefnemer als gemeente deze kosten voor hun rekening willen en kunnen nemen.

Organisatie van de zorg

Het betreft de toets op hoe de organisatie van zorg en ondersteuning in het initiatief vorm krijgt.

•Past de zorg en ondersteuning bij de doelgroep van het initiatief? Mogelijke vragen zijn:

-Is er een zorgpartij verbonden aan het initiatief en is deze gecontracteerd (professionele zorg voor ADL

1Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen, zoals traplopen of uit bed komen.

-zorg, begeleiding en medische zorg)?

-Bij Wlz

2Wet langdurige zorg.

-zorg: zijn er afspraken met zorgkantoor?

-Bij VPT

3Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis geleverd kan worden.

/MPT

4Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deelverstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB.

/pgb

5Persoonsgebonden budget. Een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert.

: is er een huisarts betrokken bij het initiatief? Is er nagedacht over de organisatie van zorg in de nachtelijke uren?

-Wordt in het initiatief een verbinding gemaakt tussen formele en informele zorg (bijvoorbeeld t.b.v. ADL-zorg)?

-Ontvangt men zorg tijdelijk of permanent?

Positieve gezondheid

Het betreft de toets op of en op welke manier de bijdrage van het initiatief aan positieve gezondheid in het plan is beschreven.

•Wordt binnen het initiatief de positieve gezondheidsbenadering toegepast?

-Wordt de eigen kracht van de bewoners, hun netwerk en informele zorg gestimuleerd?

-Is in het ontwerp van het gebouw aandacht voor een ‘herstelgerichte omgeving

6Een omgeving die gericht is op het stimuleren van meedoen en dagelijks functioneren

’? Op welke manier?

-Is in het ontwerp van de buitenruimte aandacht voor een ‘herstelgerichte omgeving’? Op welke manier?

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.