Gemeentelijke regelgeving

Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Weert houdende regels omtrent het protocol voor processtappen Protocol processtappen bestuurlijke integriteit gemeente Weert

Gemeente Weert · geldt sinds 19 april 2018

Processtappen

Twijfel raadslid (wethouder) over eigen voorgenomen handeling of over eigen reeds uitgevoerde handeling

In geval van twijfel over eigen voorgenomen handelen of over een eigen reeds uitgevoerde handeling, kan een raadslid advies vragen aan de griffier en een wethouder aan de secretaris. Als het een voorgenomen handeling betreft en het raadslid (de wethouder) is het eens met het advies, is de kwestie daarmee afgedaan. Als het raadslid (de wethouder) het er niet mee eens is of de kwestie wordt door de griffier als complex aangemerkt wordt een adviesaanvraag bij de integriteitsdriehoek neergelegd. De integriteitsdriehoek stelt dan middels een feitenonderzoek vast of er grond is om tot een (mogelijke) integriteitsschending te concluderen en formuleert een bestuurlijk advies. In geval van een voorgenomen handeling beslist het raadslid (de wethouder) om deze al dan niet uit te voeren. Burgemeester en raadslid c.q. wethouder overleggen in geval van een reeds uitgevoerde handeling over de eventueel te nemen vervolgstappen. Als het raadslid (de wethouder) het daarmee oneens is kan de burgemeester opdracht geven tot een vervolgonderzoek door externe deskundigen. Ook kunnen er sancties volgen (raadsvoorstel).

Bij twijfel bij de burgemeester over zijn eigen voorgenomen of reeds uitgevoerde handeling geldt dezelfde procedure als voor een wethouder, met dien verstande dat bij een reeds uitgevoerde handeling het overleg over eventuele vervolgstappen met college en FVO plaatsvindt. Bekeken wordt of de gevolgen van de handeling ongedaan gemaakt kunnen worden.

Vermoeden misstand raadslid (wethouder) bij nog niet uitgevoerde handeling

Degene die twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een raadslid (wethouder):

A. waarschuwt dit raadslid (deze wethouder), verwoordt zijn twijfels, wijst op gedragscode en protocol en verwijst het raadslid (de wethouder) voor advies naar de griffier (secretaris): hierna volgen processtappen 1 t/m 8, OF

B. meldt dit (desgewenst anoniem) bij de VPI: deze legt de melding voor aan de integriteitsdriehoek, waarna de processtappen 3 t/m 8 volgen.

1Het raadslid (wethouder) vraagt ambtelijk advies aan de griffier (secretaris).

2Als de griffier (secretaris) aangeeft dat het een ingewikkelde kwestie is of als het raadslid (wethouder) het niet eens is met het advies van de griffier (secretaris), wordt de adviesvraag voorgelegd aan de integriteitsdriehoek.

3De integriteitsdriehoek stelt middels een feitenonderzoek vast of er grond is om tot een integriteitsschending te concluderen en formuleert een bestuurlijk advies.

4Is de conclusie dat de handeling geen integriteitsschending is, dan is de zaak daarmee afgedaan.

5Mocht de conclusie zijn dat zulks wel het geval is, dan verricht de integriteitsdriehoek een vooronderzoek, stelt het raadslid (wethouder) in de gelegenheid zijn zienswijze op de bevindingen te geven en formuleert een definitief bestuurlijk advies.

6Als een raadslid (wethouder) van het bestuurlijk advies afwijkt, meldt hij dit zelf bij het FVO (het college).

7Gebeurt deze melding niet, dan meldt de burgemeester bij het FVO (het college) dat er van het bestuurlijk advies wordt afgeweken.

8Het FVO (het college) kan adviseren over de casus. .

Vermoeden misstand raadslid (wethouder) bij reeds uitgevoerde handeling

Degene die twijfelt over een vermeende integriteitsschending door een raadslid (wethouder) bij een reeds uitgevoerde handeling:

A. bespreekt dit met het raadslid (de wethouder): hierna volgen de processtappen 1 t/m 5 en a t/m e, OF

B. meldt dit (desgewenst anoniem) bij de VPI, waarna de processtappen 3 t/m 5 en a t/m e volgen.

a.Mocht de conclusie van dit advies zijn dat de handeling een integriteitsschending was en wordt dit door het raadslid (wethouder) erkend, dan overleggen burgemeester en raadslid (wethouder) over de volgende stappen.

b.Is de conclusie dat de handeling een integriteitsschending was, maar het raadslid (wethouder) erkent dit niet of de casus is te complex, dan kan de burgemeester de opdracht geven tot een vervolgonderzoek door externe deskundigen. Hij meldt dit in een besloten vergadering aan het FVO en aan het college. Ook bij een vervolgonderzoek wordt het principe van hoor en wederhoor toegepast.

c.Het raadslid (wethouder) informeert de raad (en het college) over de schending en of deze ongedaan kan worden gemaakt.

d.De burgemeester geeft middels een door de griffier (in geval van een raadslid) dan wel de secretaris (in geval van een wethouder) op te stellen raadsvoorstel advies aan de raad over op te leggen sancties. Hij laat zich daarbij adviseren door de VPI. Alvorens hij zijn advies in de raad aan de orde stelt informeert hij het FVO in een besloten vergadering en het college. Als er een vervolgonderzoek door externe deskundigen heeft plaatsgevonden betrekt de burgemeester de resultaten van dit vervolgonderzoek bij zijn advies aan de raad. De VPI wordt uitgenodigd voor de bespreking in het FVO en het college. Het feit dat het raadslid (wethouder) de kwestie zelf aanhangig heeft gemaakt wordt meegewogen.

e.De raad besluit over een eventuele sanctie op basis van het onderzoek en het advies van de burgemeester.

In geval van een integriteitsschending door een wethouder

De raad beoordeelt geheel zelfstandig de politieke consequenties die de integriteitsschending voor een wethouder zou moeten hebben. Daarover adviseert de burgemeester niet.

Vermoeden misstand burgemeester bij nog niet uitgevoerde handeling

Degene die twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van de burgemeester:

A. waarschuwt de burgemeester, verwoordt zijn twijfels, wijst op gedragscode en protocol en verwijst de burgemeester voor advies naar de secretaris: hierna volgen de processtappen 1 t/m 5 en A1 en A2 (zie hierna), OF

B. meldt dit (desgewenst anoniem) bij de VPI: de processtappen 3 t/m 5 en A1 en A2 (zie hierna) worden doorlopen.

A1. Mocht de conclusie zijn dat er sprake is van een integriteitsschending, dan informeert de burgemeester zelf het FVO en het college. FVO en college kunnen zich uitspreken over de casus.

A2. Als de burgemeester van het advies afwijkt, meldt hij dit zelf aan college en FVO.

Vermoeden misstand burgemeester bij reeds uitgevoerde handeling

Degene die twijfelt over een vermeende misstand bij een door de burgemeester reeds uitgevoerde handeling:

A. bespreekt dit met de burgemeester: hierna volgen de processtappen 1 t/m 5 en A1, A3 en A4, OF

B. meldt dit (desgewenst anoniem) bij de VPI: waarna de processtappen 3 t/m 5 en A1, A3 en A4 volgen.

A3. Mocht de conclusie van dit advies zijn dat de handeling een integriteitsschending was en wordt dit door de burgemeester erkend, dan overlegt de burgemeester met FVO en college over de volgende stappen.

A4. Is de conclusie dat de handeling een integriteitsschending was, maar de burgemeester erkent dit niet of de casus is te complex, dan kunnen FVO/college de opdracht geven tot een vervolgonderzoek door externe deskundigen. Ook bij een vervolgonderzoek wordt het principe van hoor en wederhoor toegepast. Hierna vindt overleg plaats met FVO/college over vervolgstappen. Hierbij wordt bekeken of de schending ongedaan kan worden gemaakt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.