Aanhef
De raad van de gemeente Weert,
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 november 2021
besluit:
1Van de evaluatie van het beleid ten aanzien van de huisvesting van internationale werknemers kennis te nemen.
2De Beleidsnota huisvesting internationale werknemers gemeente Weert, actualisatie 2021 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsnota huisvesting internationale werknemers gemeente Weert, actualisatie 2020.
3. Uitvoering van beleid
3.1 Stuurgroep internationale werknemers
In 2019 is de Stuurgroep internationale werknemers opgericht. De ambtelijke werkgroep die de stukken voorbereidt heet Taskforce internationale werknemers. De aanleiding voor het oprichten van een Stuurgroep zijn brandbrieven van diverse organisaties inzake de huisvesting. In de Stuurgroep zijn vertegenwoordigd de provincie Limburg, de regio’s Noord-, Midden- en Zuid-Limburg en Ondernemend Limburg (LWV, LLTB en MKB). Partijen hebben de Intentieverklaring 'Ontwikkelen van een visie op en aanpak en realisatie van huisvesting voor arbeidsmigranten' ondertekend.
In 2020 is het Decisio rapport opgeleverd. Dit onderzoek geeft inzicht in internationale werknemers op de arbeidsmarkt en binnen bedrijven, de actuele huisvestingssituatie en de toekomstige huisvestingsopgave van internationale werknemers, de conclusies van een enquête onder internationale werknemers en de integratie van internationale werknemers.
Eind 2020 is de Visie Internationale Werknemers in Limburg vastgesteld door de Stuurgroep. De thema’s die toegelicht worden zijn wonen (huisvesting en registratie), werken (aanpak excessen op het gebied van werk en ook huisvesting en arbeidsrelatie) en samenleven (communicatie, maatschappelijke participatie, draagvlak, taal en integratie). Aan de visie is een uitvoeringsprogramma gekoppeld.
De kracht van de Stuurgroep is dat werkgeversorganisaties hierin vertegenwoordigd zijn. Er ligt tenslotte een verantwoordelijkheid bij werkgevers en uitzendbureaus om er voor te zorgen dat hun werknemers adequaat gehuisvest zijn en dat de werkvloer veilig is. Aspecten als het welzijn van de internationale werknemers, integratie en het spreken van de Nederlandse taal zijn belangrijk voor meer begrip en draagvlak.
Steeds evidenter wordt dat internationale werknemers een onmisbare rol hebben in de economie. Het tekort aan arbeidskrachten neemt verder toe, mede omdat de babyboom generatie het arbeidzame leven achter zich laat en er onvoldoende arbeidspotentieel beschikbaar is om dit op te vangen.
3.2 Aanpassing gemeentelijk beleid
De actualisatie van voorliggend beleid heeft enkel betrekking op de huisvestingsmogelijkheden op bedrijventerreinen. Voor twee grootschalige locaties is een vergunning verleend (Industrieweg 16 Stramproy, 195 personen en Dr. Schaepmanstraat 45 Weert, 108 personen). Voor de derde locatie wordt een perceel aangewezen, namelijk de locatie op de hoek van de Ringbaan Noord en de Ringbaan Oost op bedrijventerrein Kampershoek, aan de Kelvinstraat tussen 3 en 7, groot ruim 9.100 m². Op de locatie is thans geen bebouwing aanwezig. De achtergrond is dat de locatie strategisch ligt, tegenover Kampershoek-Noord waar zich logistieke bedrijven vestigen. Gelet op de ontwikkelingen op Kampershoek-Noord is het wenselijk de huisvesting in de nabijheid van dit bedrijventerrein te realiseren. De locatie ligt op een bedrijventerrein, de afstand naar voorzieningen is relatief beperkt, ca. 1,5 km. Het gaat overigens om tijdelijke huisvesting.
Voor het overige blijft het beleid van 2020 gehandhaafd.
4. Huisvestingsvormen
4.1 Algemeen
1Permanente huisvesting op vakantieparken is niet toegestaan.
2Huisvesting dient gecertificeerd te zijn volgens de Stichting Normering Flexwonen. Hierin zijn regels opgenomen ten aanzien van:
•Ruimte en privacy
•Sanitair, veiligheid en hygiëne
•Voorzieningen
•Informatievoorziening en overige eisen
•Brandveiligheid
•Goed werkgeverschap
•Controlesystematiek
•Beslisboom
•Inschrijving, schorsing en uitschrijving uit het SNF-register
•Aanvullende informatie over advies en informatieplicht vigerend Bouwbesluit
3Men dient te voldoen aan artikel 2.19 lid 1 Wet basisregistratie personen (BRP): Aan de aangifte van verblijf en adres van degene die rechtmatig verblijf geniet, naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden en die zijn adres heeft in de betrokken gemeente, worden gegevens betreffende het verblijf in Nederland, het adres en het vorige verblijf buiten Nederland ontleend.
4Er dient een nachtregister te worden bijgehouden, in dit nachtregister dient ten minste te worden geregistreerd: personalia, contactgegevens, datum aanvang huisvesting, datum beëindiging huisvesting.
5Voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente wordt voor personen die niet staan ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente een aanslag toeristenbelasting opgelegd. Het gaat om een verblijf waar een vergoeding tegenover staat, in welke vorm dan ook. Deze belasting wordt geheven van degene die de gelegenheid tot verblijf biedt. Deze kan de belasting verhalen op degene voor wie de belasting wordt opgelegd. Ook voor niet-recreatieve overnachtingen kan een aanslag toeristenbelasting worden opgelegd. Het is dus mogelijk om ter zake van het verblijf van deze internationale werknemers toeristenbelasting te heffen. Een en ander is vastgelegd in de Verordening toeristenbelasting. Alleen verblijf om reden van zorg en voor personen die onder verantwoordelijkheid vallen van het Centraal Orgaan Asielzoekers zijn hiervan uitgesloten, zie https://www.weert.nl/Verordeningen.html. Daarmee wordt bereikt dat zij een financiële bijdrage leveren aan de gemeentelijke voorzieningen. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar inschrijving in de BRP boven het verstrekken van nachtverblijf waarvoor toeristenbelasting verschuldigd is. De gemeente is immers verplicht ervoor te zorgen dat haar ingezetenen ingeschreven staan. Toeristenbelasting is op zich alleen van toepassing als een internationale werknemer korter dan 4 maanden op een adres verblijft. Ten aanzien van de heffing van toeristenbelasting zie www.bsgw.nl. Voor het verstrekken van logies aan personen die niet staan ingeschreven in de BRP is een exploitatievergunning nodig.
4.2 Beheer van de initiatiefnemer of exploitant
1Er dient in alle categorieën een beheerder te worden aangewezen. In het geval van huisvesting op een agrarisch bedrijf kan dit de agrariër/werkgever zijn.
2Deze beheerder zorgt voor het dagelijkse onderhoud van de huisvesting en is de contactpersoon voor bewoners, omgeving en instanties (waaronder de gemeente). De beheerder wijst de bewoners op de verplichting zich in de BRP in te schrijven bij (beoogd) verblijf van meer dan 4 maanden.
3De beheerder houdt een overzicht bij van de locaties en gehuisveste personen per locatie, alsmede een nachtregister.
4.3 Woonklimaat en uitstraling op de omgeving
1Huisreglement: Het onderwerp verstoring en overlast van de openbare orde en veiligheid is een onderwerp dat bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt beoordeeld. Hiervoor is het nodig om een huisreglement op te (laten) stellen en deze bij de vergunningaanvraag toe te voegen. Uit dit reglement moet blijken hoe de overlast wordt voorkomen (zowel voor de eigen huurders/gebruikers en voor de omwonenden in de directe omgeving van het gebouw). De onderwerpen drugsgebruik, alcoholgebruik, parkeren van voertuigen, onderhouden van de voortuin, geluidsoverlast en zwerfafval dienen minimaal in het reglement te worden verwerkt. De initiatiefnemer of exploitant dient in het huishoudelijk reglement in elk geval op te nemen welke maatregelen worden getroffen indien:
a.bij huurders/gebruikers het gebruik van hard- en/of softdrugs wordt geconstateerd;
b.bij huurders/gebruikers structureel overmatig alcoholgebruik wordt geconstateerd;
c.voertuigen van huurders/gebruikers foutief worden geparkeerd op het perceel behorende bij het gebouw en voor zover er foutief wordt geparkeerd in het openbaar gebied of op eigendom van derden;
d.de huurders/gebruikers de voortuin niet onderhouden;
e.de huurders/gebruikers zwerfafval veroorzaken;
f.de huurders/gebruikers geluidsoverlast (o.a. muziek) veroorzaken.
Uit dit reglement moet blijken hoe deze overlast (zowel intern als naar de directe omgeving) wordt voorkomen en welke sanctie/sancties er bij overtreding van deze regels geldt/gelden. Aangegeven dient te worden wie namens de aanvrager verantwoordelijk is voor het houden van toezicht op dit reglement en hoe deze persoon altijd (24 uur per dag en 7 dagen per week) bereikbaar is voor de huurders/ gebruikers, omwonenden, politie en/of de gemeente.
2Het Huisreglement moet op een goed zichtbare plaats zijn aangeplakt (bij de in-/uitgang). Het reglement is zowel in het Nederlands als in de taal van de aanwezige bewoners. Aanvullend op het voorgaande gaat het reglement in op de volgende aspecten:
a.gedrag (als goede buur), geluid/ muziek (nachtrust), afval, parkeren, ontvangen van bezoek, feesten, barbecue en vuur;
b.brandveiligheid (vluchtplan/-wegen en vindplaats en gebruik van blusmiddelen);
c.belangrijke telefoonnummers/contacten (hulpdiensten, beheerder, etc.).
3Klachtenreglement: voor de locatie stelt de beheerder een klachtenreglement op. Hierin is het volgende geregeld:
a.de aanwezigheid en bereikbaarheid van een vast aanspreekpunt (de beheerder), het maken van afspraken om overlast zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Het aanspreekpunt/ de beheerder bevindt zich bij voorkeur op de locatie;
b.beschikbaarheid en bereikbaarheid van de beheerder (24/7, ook tijdens vakantieperioden e.d.);
c.registratie van klachten en meldingen.
4Er dient voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd overeenkomstig de CROW normen (zie bijlage). Hiervan kan worden afgeweken indien er voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn in de openbare ruimte, zulks ter beoordeling van de gemeente.
4.4 Spreiding
1Huisvesting in reguliere woningen in de vorm van kamerverhuur is toegelaten tot maximaal 10% van de woningen in een straat of gebied met dezelfde postcode. Wanneer er minder dan 10 woningen met eenzelfde postcode zijn, dan is het gebruik van één woning voor huisvesting in de vorm van kamerverhuur toegelaten.
2Huisvesting in niet-agrarische bedrijfswoningen, hierbij geldt geen beperking ten aanzien van de postcode.
3Huisvesting in een agrarische bedrijfswoning onder de voorwaarde dat er geen agrarisch bedrijf meer aanwezig is, hierbij geldt geen beperking ten aanzien van de postcode.
4Geclusterde huisvesting is toegelaten op een agrarisch bouwblok waar een agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend. De capaciteit op een agrarisch bouwblok is maximaal 30 personen. Hieraan zijn voorwaarden verbonden.
5Tijdelijke huisvesting is toegelaten voor maximaal 10 jaar op bedrijventerreinen als transformatie van een leegstaand bedrijfsgebouw of in de vorm van tijdelijke bebouwing. Deze vorm van huisvesting is op drie aangewezen locaties toegelaten, te weten Industrieweg 16 Stramproy, Dr. Schaepmanstraat 45 Weert en Kelvinstraat tussen 3 en 7 Weert.
4.5 Huisvesting in reguliere woningen
Voor internationale werknemers die zich permanent willen vestigen gaat het beleid gaat uit van huisvesting in reguliere woningen. Criterium is dat er sprake is van één huishouden dat zich huisvest in een reguliere woning. Veel internationale werknemers wonen al op deze wijze: ze beschikken met hun gezin over een eigen huur- of koopwoning en staan ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP).
Daarnaast is het mogelijk om kamers te verhuren in een reguliere woning. Bij deze vorm van huisvesting zijn maximaal 5 personen per woning toegelaten. Hiervoor dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. In alle gevallen dient eerst met de omgeving te worden gecommuniceerd.
De eerdergenoemde normering is hierop van toepassing. Tevens zijn de onder 4.1 tot en met 4.4 genoemde aspecten aan de orde. Bij een niet-agrarische bedrijfswoning dient aangetoond te worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu. Bij een agrarische bedrijfswoning dient tevens de status van plattelandswoning aanwezig te zijn. Deze kan tegelijkertijd met kamerbewoning worden aangevraagd, indien nog niet aanwezig. Er is geen mogelijkheid om meer dan 5 personen in een woning te huisvesten, ook als het een grote woning betreft. Dit in het belang van het behoud van de leefbaarheid in woonbuurten.
Foto: kamerbewoning reguliere woning
Foto: kamerbewoning bedrijfswoning
Foto: kamerbewoning agrarische bedrijfswoning (plattelandswoning, geen bedrijf meer actief)
4.6 Geclusterde huisvesting
Het betreft huisvesting op een agrarisch bouwblok waar een bedrijfswoning aanwezig is en waar een agrarisch bedrijf wordt actief uitgeoefend. Huisvesting in voormalige agrarisch bedrijfsbebouwing op een locatie waar geen agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend, is niet toegestaan. Op het agrarisch bedrijf mogen mensen worden gehuisvest die op het agrarisch bedrijf werken, aangevuld met mensen die niet op het agrarisch bedrijf werkzaam zijn, met een maximum van 30 personen. Op een agrarisch bouwblok mag huisvesting plaatsvinden als transformatie van een bedrijfsgebouw, dat voor de agrarische bedrijfsvoering niet meer nodig is, of in de vorm van nieuwbouw, hierbij is onder andere landschappelijke inpassing aan de orde, zie verder artikel 4.6.4 bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’.
Huisvesting op een agrarisch bedrijf wordt niet gezien als een geurgevoelige functie aangezien het verblijf < 6 maanden. Het betreft short-stay, daarmee wordt voldaan aan de wetgeving ten aanzien van geur. De eerdergenoemde normering en de aspecten zoals opgenomen onder 4.1 tot en met 4.4 zijn van toepassing. Een aanvraag voor geclusterde huisvesting wordt in ieder geval geweigerd indien naar het oordeel van het college één of meerdere van de volgende aspecten in onevenredige mate worden aangetast of belemmerd:
•de gebruiksmogelijkheden van omliggende functies;
•het woon- en leefklimaat van een nabijgelegen woonwijk;
•de kwaliteit van het landschap;
•verkeersontsluiting en parkeersituatie;
•milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid.
Geclusterde huisvesting is qua aard en inrichting niet geschikt voor kinderen of gezinnen. Het is dan ook niet toegestaan gezinnen / huishoudens met kinderen in de voorziening te huisvesten.
Privacy: per kamer mogen maximaal 2 personen worden gehuisvest. Zie ook paragraaf 4.1 tot en met 4.4.
Foto: geclusterde huisvesting op agrarisch bedrijf
4.7 Tijdelijke huisvesting
Tijdelijke huisvesting is qua aard en inrichting niet geschikt voor gezinnen / huishoudens met kinderen. Het is dan ook niet toegestaan gezinnen / huishoudens met kinderen in de voorziening te huisvesten. Tijdelijke huisvesting is toegestaan op drie aangewezen locaties op bedrijventerreinen. De voorwaarden zoals in de paragrafen 4.1 tot en met 4.4 geformuleerd, waaronder de normering, in samenhang met de locatie bepalen de omvang. Tijdelijke huisvesting op een bedrijventerrein wordt in alle gevallen voor maximaal 10 jaar toegelaten. De verwachting is dat overlastsituaties zich bij huisvesting op een bedrijventerrein minder snel zullen voordoen. De sociale controle is wel minder, een beheerder is dan ook essentieel. De locaties voor tijdelijke huisvesting zijn:
•Industrieweg 16 Stramproy, max. 195 personen
•Dr. Schaepmanstraat Weert, max. 108 personen
•Kelvinstraat tussen 3 en 7 Weert, max. 400 personen (plan in voorbereiding)
Foto: tijdelijke huisvesting op bedrijventerrein
4.8 Logiesfaciliteiten voor vrachtwagenchauffeurs
Logiesfaciliteiten voor vrachtwagenchauffeurs bij transportbedrijven worden permanent mogelijk tot maximaal 10 personen per bedrijf. Dit kan zowel inpandig als in de vorm van nieuwbouw binnen de bebouwingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt plaatsvinden.
4.9 Visuele weergave gebieden met huisvestingsmogelijkheden
Op de kaart op de volgende bladzijde is een overzicht weergegeven van de huisvestingsmogelijkheden per gebied. Onderscheiden zijn:
•Stedelijk gebied:
○ Kamerbewoning in reguliere woningen, max. 5 personen per woning.
•Bedrijventerreinen:
○ Tijdelijke huisvesting op 3 aangewezen locaties
○ Logiesfaciliteiten voor vrachtwagenchauffeurs voor max. 10 personen.
○ Kamerbewoning in een niet-agrarische bedrijfswoning, max. 5 personen per woning.
•Buitengebied:
○ Kamerbewoning in reguliere woningen, max. 5 personen per woning.
○ Kamerbewoning in een agrarische bedrijfswoning (status van plattelandswoning, geen agrarisch bedrijf meer actief), max. 5 personen per woning.
○ Geclusterde bewoning bij een agrarisch bedrijf, max. 30 personen.
Bijlage 1: Algemene afwegingscriteria kruimelgevallenregeling
Algemene afwegingscriteria
Bij alle verzoeken om afwijking vindt een afweging plaats op milieuaspecten, functionele aspecten en ruimtelijke aspecten.
•Milieuaspecten
Milieuaspecten moeten bij de beslissing over het al dan niet verlenen van een afwijking worden betrokken. Dit om te voorkomen dat er door de afwijking strijdigheid met de milieu wet- en regelgeving ontstaat of dat uit milieu-oogpunt onaanvaardbare situaties ontstaan. Toetsing aan de Wet Geluidhinder hoeft alleen plaats te vinden voor situaties waarbij langer dan tien jaar wordt afgeweken van het bestemmingsplan.
In artikel 5 lid 6 bijlage II van het Bor is voor de toepassingsmogelijkheden van artikel 4, onderdelen 9 en 11 een beperking opgenomen voor activiteiten waarvoor (kort samengevat) de mogelijkheid bestaat dat een milieueffectrapport dient te worden gemaakt. Er is dan sprake van een geval waarvoor met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan kan worden verleend. Dit betreft een uitgebreide procedure waarvoor een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk is.
•Functionele aspecten
➢ Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de bezonning, privacy en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Dit is voornamelijk bedoeld om excessen uit te sluiten.
➢ Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de verkeers- en sociale veiligheid.
➢ Elk activiteit dient voldoende te voorzien in de behoefte aan parkeergelegenheid voor auto en fiets (zowel voor personeel als voor bezoekers) en in gelegenheid voor laden en lossen, tenzij voldoende openbare plaatsen in de directe omgeving aanwezig zijn volgens een beoordeling van het bevoegd gezag. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij de normen van het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek).
•Ruimtelijke aspecten
➢ Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van het straat- en bebouwingsbeeld.
➢ Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de beleving van groen en water.
➢ Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de bouwvorm en/of beleving van beeldbepalende panden. Dit zal in de praktijk grotendeels door de Monumenten Welstandscommissie worden beoordeeld.