Aanhef
De raad van de gemeente Waterland,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;
overwegende dat het wenselijk is om de Verordening reinigingsheffing gemeente Waterland 2026 vast te stellen;
gelet op artikel 229, eerste lid, onderdeel a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer,
B E S L U I T :
vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffing gemeente Waterland 2026.
Artikel 1 Aard van de belasting en belastbaar feit
Onder de naam "reinigingsheffing" worden rechten geheven voor zowel genot van door de gemeente verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.
Artikel 2 Belastingplicht
De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel 3 Maatstaf van heffing en belastingtarief
De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 4 Tijdstip beoordeling omstandigheden
1Voor de beoordeling van de belastingplicht en voor de toepassing van de maatstaf van heffing en tarief, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, gelden de omstandigheden die op 1 januari van het belastingjaar aanwezig zijn.
2Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar, gelden voor de in het eerste lid bedoelde beoordeling, de omstandigheden die bij aanvang van de belastingplicht aanwezig zijn.
Artikel 5 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 7 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op het in het voorgaande lid gestelde termijn.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.
Artikel 9 Kwijtschelding
Bij de invordering van reinigingsheffing wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 10 Tijdstip van ingang van de heffing en citeertitel
1De Verordening reinigingsheffing gemeente Waterland 2025 van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening reinigingsheffing gemeente Waterland 2026".
Tarieventabel 2026, behorende bij de “Verordening reinigingsheffing gemeente Waterland 2026”
Uitgangspunten:
1Rechtspersonen zonder onderneming dan wel rechtspersonen of natuurlijke personen met een onderneming met minder dan twee werkzame personen die staat ingeschreven op een adres waar reeds afvalstoffenheffing wordt geheven, worden vrijgesteld van het betalen van reinigingsrecht.
2Alleen bedrijven die voor de verwijdering van het bedrijfsafval geen geldig contract hebben met een particuliere inzamelaar worden aangeslagen voor reinigingsheffing.
3Alleen bedrijven met bedrijfsafval dat qua samenstelling overeenkomt met huishoudelijk afval komen in aanmerking voor reinigingsheffing. Voor afval met een ander samenstelling worden zij geacht een apart afvalcontract te sluiten met een particuliere inzamelaar.
4Bedrijven met meer dan 960 liter afval per twee weken worden geacht een apart afvalcontract te sluiten met een particuliere inzamelaar en mogen geen gebruikmaken van de collectieve afvalvoorzieningen van de gemeente.
Beschrijving categorie-indeling:
De categorie-indeling is gebaseerd op het aantal werkzame personen volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel. Daarnaast is rekening gehouden met de branche-indeling zoals deze wordt gehanteerd door de Kamer van Koophandel. Horeca en de industrie worden standaard één categorie hoger ingedeeld omdat zij gemiddeld meer afval produceren dan andere bedrijven.
Aantal
werkzame personen
Indeling
Afwijking
n.a.v. branche-indeling
0t/m 1
Categorie 1
Horeca
Industrie
Indeling in categorie 2
Indeling in categorie 2
2t/m 4
Categorie 2
Horeca
Industrie
Indeling in categorie 3
Indeling in categorie 3
5t/m 10
Categorie 3
Horeca
Industrie
Indeling in categorie 4
Indeling in categorie 4
11t/m 20
Categorie 4
Horeca
Industrie
Contract met particuliere inzamelaar
Contract met particuliere inzamelaar
Tarieven:
Afhankelijk van de categorie waarin een bedrijf valt, wordt zij aangeslagen voor het betalen van een tarief conform onderstaande tabel.
Tarief
Per jaar
Categorie 1
€ 222,23
Categorie 2
€ 364,59
Categorie 3
€ 683,84
Categorie 4
€ 1.238,65
Behorend bij besluitnummer van XXX
de griffier,
mr.J.S.M. Scheffer
de voorzitter,
MA drs. M.C. van der Weele