Gemeentelijke regelgeving

Nota Hogere Waarden Wegverkeerslawaai Wassenaar 2024

Gemeente Wassenaar · geldt sinds 9 oktober 2024

Aanhef

De gemeenteraad van Wassenaar,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 juli 2024;

overwegende de huidige kaders omtrent hogere waarde zoveel mogelijk te kunnen voortzetten onder de Omgevingswet;

gelet op de Invoeringswet Omgevingswet artikel 4.6, lid 1, de Algemene wet bestuursrecht afdeling 3.4, artikel 8:3 en 4:81, het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.65 en 5.66, de Verordening Inwonersparticipatie gemeente Wassenaar 2021 artikel 3.3;

b e s l u i t :

1beleid omtrent hogere waarden als beleidsregel vast te stellen zoals verwoord in de Nota Hogere Waarden Wegverkeerslawaai Wassenaar 2024.

1 INLEIDING

1.4 Relevante achtergrondinformatie bij de omzetting van het hogere waarden beleid

1.4.1 Hogere waarden onder de Wet geluidhinder

Hogere waarden

De procedure hogere waarde is een begrip uit de Wet geluidhinder. Deze procedure wordt bijvoorbeeld gevoerd bij de aanleg van een (spoor)weg, de aanleg van een industrieterrein met ‘grote lawaaimakers’

1Bedrijf overeenkomstig artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.

of bij de bouw van een woning langs een weg of bij zo’n industrieterrein. De procedure wordt gevoerd indien in zo’n situatie de voorkeursgrenswaarde, bijvoorbeeld 48 (dB) Lden voor wegverkeer, bij een woning of andere geluidsgevoelige bestemming zal worden overschreden.

Doel van de procedure is het aantal woningen dat een hoge geluidbelasting ondervindt zoveel mogelijk te beperken. Daarom heeft deze regeling de volgende kenmerken:

–een hogere waarde is niet ongelimiteerd. Er is altijd een bovengrens. Er is echter niet één vast getal, maar de maximale hoogte hangt ook samen met de specifieke situatie, bijvoorbeeld met de vraag of het om een binnen- of buitenstedelijke situatie of nieuwbouw of vervangende nieuwbouw gaat. Door de combinatie van dergelijke uitgangspunten is sprake van een bandbreedte in de vast te stellen hogere waarden;

–verder zijn aan het vaststellen van een hogere waarde altijd voorwaarden verbonden. Zo moet er altijd voor worden gezorgd dat een maximum geluidniveau (‘binnenniveau’) in de woning niet wordt overschreden. Dit wordt bereikt door het toepassen van (extra) gevelisolatie.

Daarnaast kunnen met betrekking tot nieuwe woningbouwlocaties via gemeentelijk beleid voorschriften voor woningindeling, een geluidluwe gevel en dergelijke worden gesteld.

Vanaf 2012 geldt er voor de rijksinfrastructuur (rijkswegen- en landelijke spoorwegen) een systematiek van geluidproductieplafonds zoals vastgelegd in hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer. Bij de aanleg- of aanpassingen van rijksinfrastructuur gelden landelijke regels, die voor iedere gemeente hetzelfde zijn. Voor de aanleg- en wijziging van de rijksinfrastructuur worden geen hogere waarde procedures gevolgd, maar de afweging loopt via een ander juridisch traject. Wanneer een initiatiefnemer een bouwplan voorbereidt binnen een zone van een rijksweg of een zone langs een spoorweg, dient voor dat plan wel akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd.

En indien na afweging de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde dient (door de gemeente) een hogere waarde te worden vastgesteld, uitgaande van de geluidproductie van de rijksinfrastructuur bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds die voor de rijkswegen wettelijk gelden.

Aanvragen en beoordeling verzoek hogere waarden

Iedere initiatiefnemer voor een bouwplan gesitueerd binnen een wettelijke geluidzone, of de wegbeheerder voor de aanleg of reconstructie van een provinciale weg (meestal de provincie) of de beheerder van een lokale weg (meestal de gemeente zelf) kan een verzoek doen voor de vaststelling van een hogere waarde. De bevoegdheid voor vaststelling van de hogere waarde ligt in de meeste gevallen bij het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente. Het bevoegd gezag dient daarbij het gemeentelijk hogere waarden beleid als uitgangspunt te nemen. Een aanvrager dient voldoende alternatieven te onderzoeken die beogen om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen (onderzoeksplicht) en wanneer blijkt dat dit op overwegende bezwaren stuit, de noodzaak tot een hogere waarde duidelijk te motiveren (motiveringsplicht).

Vaststelling van een hogere waarden besluit dient te voldoen aan de Algemene Wet Bestuursrecht (bezwaar en beroep is mogelijk).

1.4.2 Geluid in de Omgevingswet

Als milieuaspect speelt geluid vooral een lokale rol. Daarom is de aanvaardbaarheid van geluid onder de Omgevingswet vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit (akoestische kwaliteit) vorm. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) reguleert het geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen.

De gemeente zorgt ervoor dat het omgevingsplan in ieder geval de regels staan die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Omgevingswet). Dit kan de gemeente onder andere bereiken door:

–de ordening van de locaties van activiteiten ten opzichte van elkaar (bijvoorbeeld afstand tussen een woning en een bedrijf);

–het stellen van regels aan activiteiten op een locatie (bijvoorbeeld via waarden voor geluidimmissie of preventieve maatregelen).

De regels aan activiteiten op een locatie in het omgevingsplan voldoen aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De instructieregels voor geluid in het Bkl zijn gericht op gezondheid en milieu. Ze gelden voor geluidgevoelige functies die het Bkl aanwijst. In alle andere situaties beoordeelt de gemeente (op grond van artikel 4.2 Omgevingswet) of – en zo ja, welke – regels noodzakelijk zijn.

De Omgevingswet kent voor verschillende geluidbronsoorten ook een standaardwaarde (te vergelijken met de voorkeursgrenswaarde) en een grenswaarde (te vergelijken met de grenswaarde of maximale waarde na ontheffing onder de Wet geluidhinder).

Op basis van de instructieregels van paragraaf 5.1.4.2 Bkl bevat het omgevingsplan regels die geluidgevoelige objecten beschermen tegen geluid door activiteiten. Het gaat om geluid van alle aan een locatie toe te delen activiteiten behalve het wonen.

Het aanvullingsspoor geluid zorgt voor toevoeging van regels voor geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen met geluidproductieplafonds. In beginsel is deze omzetting vanuit hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer beleidsneutraal ingevoerd onder de Omgevingswet. Nieuw is dat de beoordelingssystematiek op basis van geluidproductieplafonds ook van toepassing zal zijn op provinciale wegen (wegen in het beheer van de provincie). Voor gemeenten wordt de systematiek van de Basis Geluid Emissie (BGE) geïntroduceerd (als een wettelijke onderzoeksverplichting), naast de vanuit de Wet geluidhinder gecontinueerde verplichting voor het periodiek vaststellen/actualiseren van geluidkaarten en het opstellen van een Actieplan geluid.

Onder de Omgevingswet zullen (uiterlijk 31 december 2029) de wettelijk geluidzones worden vervangen door (wettelijke) aandachtsgebieden. De strekking van een aandachtgebied is daarbij analoog aan een geluidzone onder de Wet geluidhinder.

Bij het (volledig) inwerkingtreden van de Omgevingswet en onder liggende besluiten en regelingen, zal de Wet geluidhinder inclusief onderliggende besluiten en regelingen en Wet milieubeheer (verder) worden ontmanteld. Dit is geregeld in de Invoeringswet en er is voorzien in Overgangsrecht (zie verder paragraaf 1.4.4 van deze notitie.)

De landelijke geluidnormen voor activiteiten van bedrijven (zoals deze voor het inwerkingtreden van de Omgevingswet zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer) vervallen op het moment de Omgevingswet inwerking wordt gesteld voor de meeste milieubelastende activiteiten. De bescherming van geluidgevoelige objecten tegen geluid van bedrijven is niet meer opgenomen in de algemene rijksregels. Die geluidnormen moeten de gemeenten zelf vaststellen en opnemen in het door hen op te stellen Omgevingsplan. Instructieregels daarvoor zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Bruidsschat. Dit biedt meer ruimte voor lokale gebiedsgerichte bescherming van de burgers en bovendien meer maatwerkmogelijkheden voor bedrijven. Voor de geluidbelasting als gevolg van bedrijven (niet gesitueerd op een industrieterrein) hoeft in beginsel geen geluidbeleid te worden geformuleerd, als wordt aangesloten bij de regels zoals geformuleerd in de Bruidsschat. En activiteiten bij bestaande bedrijven, waarvoor maatwerkvoorschriften gelden, behouden de eerder verkregen rechten.

Aanvragen en beoordeling geluidbelasting boven de standaardwaarde

Onder de Omgevingswet (buiten Overgangsrecht om) is er geen sprake meer van een hogere waarde procedure zoals die onder de Wet geluidhinder was voorgeschreven. Dat betekent niet dat de gemeente geen hoger waardenbeleid meer nodig heeft.

Wanneer onder Omgevingswet bouwplannen met geluidgevoelige functies binnen het aandachtsgebied worden voorbereid, waarbij op basis van akoestisch onderzoek blijkt dat de standaardwaarde wordt overschreden, dient binnen de planvoorbereiding (wijziging Omgevingsplan, Projectbesluit of Omgevingsvergunning) op basis van akoestisch onderzoek expliciet een afweging te worden gemaakt van de geluidbelasting die door het bevoegd gezag aanvaardbaar wordt geacht. De route van een afzonderlijke hogere waarde procedure is dan niet nodig. De afweging maakt integraal onderdeel uit van het Omgevingsplan, Projectbesluit of Omgevingsvergunning. Vaststelling van een Omgevingsplan, een Projectbesluit of een Omgevingsvergunning dient te voldoen aan de Algemene Wet Bestuursrecht (bezwaar en beroep is mogelijk).

1.4.3 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en Aanvullingsregeling Geluid (Omgevingswet)

Met de inwerkingtreding en implementatie van de Omgevingswet zullen verschillende reken- en meetvoorschriften, die nu (merendeels) zijn gebundeld onder het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (kortweg RMG2012) komen te vervallen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gewijzigde reken- en meetvoorschriften ondergebracht onder de Omgevingsregeling (Or) via de Aanvullingsregeling geluid (Areg) Omgevingswet, onder bijlage IV van de Or).

Voor wegen en spoorwegen zijn de nieuwe reken- en meetvoorschriften gebaseerd op de meet- en rekenvoorschriften die waren opgenomen in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De voorschriften zijn aangepast op het nieuwe systeem. Dat betreft bijvoorbeeld de aftrek voor het stiller worden van het wegverkeer (artikel 110g Wet geluidhinder) die is komen te vervallen. Een andere wijziging is het optellen van het geluid van verschillende wegen één maatgevende geluidbelasting (het gezamenlijke geluid). Dit is in lijn met hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer, maar is nieuw voor provinciale wegen en gemeentelijke wegen. In de situatie dat meerdere geluidbronsoorten (wegverkeer, spoorwegverkeer, industrieterrein) relevant zijn voor het geluid op de gevel, wordt bij de bepaling van het gezamenlijke geluid alle relevante bronsoorten betrokken.

Voor lokale spoorwegen zijn emissiekentallen voor nieuwe voertuigcategorieën toegevoegd en voor sommige voertuig- categorieën zijn de emissiefactoren aangepast naar de actuele inzichten. Ook is de wijze voor het berekenen van het gecumuleerde geluid als gevolg van verschillende bronsoorten geactualiseerd.

Het geluid van bedrijven en industrieterreinen wordt bepaald overeenkomstig de Handleiding Rekenen en Meten Industrielawaai (kortweg: de HRMI). De inhoud van deze Handleiding is merendeels overgenomen in de bijlage IVh van de Omgevingsregeling.

De gemeente Wassenaar kent binnen de gemeentegrens geen gezoneerde industrieterreinen op 1 januari 2023.

De volgende hoofdlijn met betrekking tot het toepassen van reken- en meetvoorschriften kan worden aangehouden:

–voor projecten/besluiten die vallen onder het Overgangsrecht en de Wet geluidhinder van toepassing is verklaard, wordt gerekend en beoordeeld met het RMG2012 of de HMRI;

–voor alle andere projecten waarop het Overgangsrecht niet van toepassing is, wordt gewerkt met de reken- en meetvoorschriften zoals opgenomen in de Omgevingsregeling (Or).

1.4.4 Overgangsrecht (specifiek gericht op geluid)

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen enkele wetten of delen van wetten. Voor de Wet geluidhinder (Wgh) geldt overgangsrecht voor de instrumenten hogere waarden besluit, reconstructiebesluit, saneringsbesluit, besluit treffen van maatregelen en geluidreductieplan. Op dat moment lopen nog besluitvormingsprocedures onder het oude recht. Dat kan gaan van uitvoeren van vervolgonderzoek tot beroep bij de rechter. Het overgangsrecht regelt wanneer het oude recht van toepassing blijft op de afronding van procedures. Voor geluid gaat het om procedures op basis van de Wet geluidhinder en hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer (rijksinfrastructuur).

In bijlage VI zijn situaties beschreven waarvoor bij onder de Omgevingswet het overgangsrecht van toepassing kan zijn.

1.5 Aanpak beleidsneutrale omzetting gemeentelijk hogere waarden beleid

1.5.1 Doelstelling

In deze beleidsnotitie is het toekomstige beleid voor het verlenen van hogere waarden vastgelegd. Het beleid heeft meerdere doelstellingen:

–bevorderen van een gezonde leefomgeving;

–voorkomen van geluidhinder in de geest van de Wet en voor zover dat na afweging redelijkerwijs haalbaar is;

–ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk blijven maken;

–duidelijk richtinggevend kader stellen voor initiatiefnemers bij planontwikkelingen.

1.5.2 Reikwijdte hogere waarden beleid (versie 2022)

De beleidsnotitie richt zich op de vraag hoe in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen om te gaan met het geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrielawaai. Daarbij worden de volgende situaties onderscheiden (zonder en met toepassing van Overgangsrecht):

–het opnemen van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (woningen, scholen, medische instellingen, woonwagenterreinen en dergelijke);

–het bestemmen van nieuwe geluidsbronnen (lokale wegen, regionale spoorwegen, industrieterreinen);

–wijziging van een weg (niet zijnde een rijksweg of een provinciale weg);

–wijziging van een regionale spoorweg (indien daarvoor geen geluidproductieplafonds zijn vastgesteld).

Bij de beleidsneutrale omzetting is het vigerende hogere waardebeleid omgezet naar actuele inzichten in kaders onder de Omgevingswet (op het moment dat de Omgevingswet in werking wordt gesteld , maar is geen aanvullend geluidbeleid toegevoegd. Wel is geanticipeerd op gewijzigde wettelijke normen en reken- en meetvoorschriften voor zover die onder de Omgevingswet en het Overgangsrecht van kracht worden.

Onder de Omgevingswet kan het gemeentelijk geluidbeleid op vele wijzen nader worden uitgewerkt. Ook meer gebiedsgericht. In onze aanpak voor de uitwerking van het hogere waarden beleid is daar nu niet voor gekozen, omdat de gemeente in eerste instantie een beleidsneutrale omzetting uitgewerkt wenst te zien. Ook andere taken en verplichtingen die voortvloeien uit de Omgevingswet (denk aan de digitale aanlevering van gegevens ten behoeve van het landelijke geluidregister (via de CVGG), uitwerking geluidkartering en actieplan, monitoring etc. vallen buiten de omzetting van het hogere waarde beleid.

Tabel 1.1 Revisies document beleidsneutrale omzetting hogere waarden beleid

Revisie

Datum

Aanpassingen

50% versie

15oktober 2022

eerste aanzet (50 % werkversie), gebaseerd op versie nota 2009

90% versie

17januari 2023

verwerking commentaar op 50 % versie en nadere uitwerking

definitief

30mei 2023

verwerking commentaar op 90% versie en redactionele aanpassingen

1.5.3 Werkwijze bij beleidsneutrale omzetting hogere waarden beleid

Omdat de gemeente Wassenaar in het verleden (rond 2009) al heeft nagedacht over het beleid met betrekking tot hogere waarden (de nota 2009), zijn de teksten met betrekking tot dat beleid als uitgangspunt genomen. Daarmede is dat beleid expliciet gemaakt en is op basis van de huidige inzichten een eerste actualisatie uitgevoerd.

Door aanvullingen vanuit de Omgevingswet inclusief het daarin opgenomen overgangsrecht is het actuele hogere waarden beleid vormgegeven.

In de op deze wijze tot stand gekomen nota is geen nieuw (gebiedsgericht) hogerewaardebeleid opgenomen. Doelstelling voor de actualisatie zoals opgenomen in deze nota, is een beleidsneutrale aanpassing op basis van de Omgevingswet zoals die op het moment van inwerkingtreding is geformuleerd..

1.5.4 Leeswijzer

Voor de actualisatie van de nota zijn hoofdstuk 2 tot en met hoofdstuk 5 en bijlage I tot en met bijlage V overgenomen uit de nota 2009. De teksten met zwarte letter zijn identiek aan de tekst uit 2009 (komen 100 % overeen).

Nieuwe tekstvoorstellen ten opzichte van het vigerende hogere waarde beleid zijn in cursief beschreven.

In bijlage I is een aantal begrippen die in deze nota worden gehanteerd verduidelijkt.

5 UITVOERING VERZOEK HOGERE WAARDE

5.1 Kaders onder Overgangsrecht (Wet geluidhinder)

5.1.1 Start hogere waarde procedure onder Overgangsrecht

Een hogere waarde procedure zoals bedoeld in de Wet geluidhinder is alleen aan de orde als op basis van het Overgangsrecht de Wet geluidhinder van toepassing is. Een hoge re waarde procedure kan worden gestart indien op basis van akoestisch onderzoek

12De voorwaarden waar een dergelijk akoestisch onderzoek aan moet voldoen staat vermeld in de van toepassing zijnde Reken- en meetvoorschriften. Onder de Wet geluidhinder (overgangsrecht) het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en onder de Omgevingswet in de Omgevingsregeling.

is aangetoond dat de geluidbelasting niet verlaagd kan worden tot de voorkeurswaarde door:

1een efficiënte ruimtelijke ordening met betrekking van het aspect geluid;

2het treffen van bronmaatregelen;

3het treffen van overdrachtsmaatregelen.

En eventuele toepasbare maatregelen overwegende bezwaren hebben van:

a.stedenbouwkundige;

b.verkeerskundige;

c.vervoerskundige;

d.landschappelijke of

e.financiële aard.

In bijlage III wordt dit proces schematisch weergegeven.

5.1.2 Begeleidende informatie verzoek hogere waarde

Een hogere waarde procedure is alleen aan de orde als op basis van het Overgangsrecht de Wet geluidhinder van toepassing is. In het Besluit geluidhinder, artikel 5.4, is aangegeven uit welke informatie een hoger waarde verzoek ten minste dient te bestaan. Een checklist voor benodigde informatie bij de aanvraag van de hogere waarde is bijgevoegd in bijlage IV.

5.1.3 Aanvullende eisen hogere waarde bestaande bebouwing

Bestaande woningen kunnen ten gevolge de aanleg van een nieuwe (spoor)weg of een reconstructie van een (spoor)weg een hoge(re) geluidbelasting krijgen. Daarbij gelden de volgende aanvullende eisen:

de voorwaarden waar een dergelijk akoestisch onderzoek aan moet voldoen staan vermeld in bijlage 1 van de Meet- en reken- en meetvoorschrift 2012.

1) Geluidluwe gevel

Bij een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde dient de woning ten minste één gevel met een lager (luw) geluidniveau te hebben. Het geluidniveau op deze luwe gevel is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor elk van te onderscheiden geluidbronnen (Zie schema bijlage V).

5.1.4 Aanvullende eisen hogere waarde vervangende nieuwbouw

Een hogere waarde procedure is alleen aan de orde als op basis van het Overgangsrecht de Wet geluidhinder van toepassing is.

Voor vervangende nieuwbouw gelden in dat geval de volgende aanvullende eisen (bijlage V).

1) Geluidluwe gevel

Bij een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde maar lager dan de [voorkeursgrenswaarde + 5dB] dient de woning ten minste één gevel met een lager (luw) geluidniveau te hebben. Het geluidniveau op deze luwe gevel is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor elk van te onderscheiden geluidsbronnen.

2) Woningindeling

Bij een geluidbelasting hoger dan de [voorkeursgrenswaarde + 5dB] gelden de eisen onder 1], en de volgende aanvullende woningindelingseisen:

a.verblijfsruimten moeten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe zijde liggen;

b.ten minste één slaapkamer moet aan de geluidsluwe zijde liggen.

5.1.5 Aanvullende eisen hogere waarde nieuwbouw

Voor nieuwbouw gelden de volgende aanvullende eisen (bijlage V).

1) Geluidluwe gevel

Bij een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde dient de woning ten minste één gevel met een lager (luw) geluidsniveau te hebben. Het geluidniveau op deze luwe gevel is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor elk van te onderscheiden geluidbronnen.

2) Woningindeling

Bij een geluidbelasting hoger dan de [voorkeursgrenswaarde] gelden de eisen onder 1], en de volgende aanvullende woningindelingseisen:

a.verblijfsruimten moeten zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde liggen;

b.het merendeel van de slaapkamers moet aan de geluidluwe zijde liggen (voor woningen met één of twee slaapkamers geldt een ondergrens van één slaapkamer aan de geluidluwe zijde).

5.1.6 Aanvullende eisen in bijzondere gevallen

In enkele situaties worden nog aanvullende eisen gesteld:

1In geval van een buitenruimte, dient deze zich niet aan de hoogst belaste zijde te bevinden. Indien dit wel het geval is dan, kan een serre of een afsluitbaar balkon worden overwogen.

2In geval van een school of een dient het merendeel van de klaslokalen zich aan de geluidluwe zijde te bevinden.

3In geval van een ziekenhuis een verpleeghuis, een ander gezondheidszorggebouw, een kinderdagverblijf volgens de definitie van de Wet geluidhinder of Omgevingswet, dient het merendeel aan de geluidgevoelige ruimten zich aan een geluidluwe zijde te bevinden.

4Indien akoestische compensatie (paragraaf 4.4) niet mogelijk blijkt, kan gebruik worden gemaakt van niet akoestische compensatie. Het maatregelpakket, inclusief de niet akoestische compensatie, staat ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders.

5.1.7 Beoordeling cumulatie

Bij de beoordeling van de gecumuleerde geluidbelasting wordt de hogere waarde geaccepteerd indien het maximum van de ten hoogste toegestane geluidbelastingen niet wordt overschreden. Daarbij worden de geluidbelastingen ten gevolge van verschillende bronnen omgerekend naar wegverkeerslawaai met cumulatieregels volgens het Reken en Meetvoorschrift Geluid 2012.

De gecumuleerde waarde wordt vervolgens getoetst aan de grenswaarden voor wegverkeerslawaai.

Bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid dient tevens te worden vastgesteld of er sprake is van (eventueel gecumuleerde) geluidbelastingen op meerdere gevels van dezelfde woning. In geval meerdere gevels een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde hebben, is de situatie ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders.

5.1.8 Toets doelmatigheid

Ten einde de voorkeur voor bronmaatregelen te concretiseren wordt een factor 1 gehanteerd in de vergelijking van bronmaatregelen ten opzichte van maatregelen bij de ontvanger. Bij de berekening van de kosteneffectiviteit betekent dit, dat wanneer de kosten van de bronmaatregel lager liggen of gelijk zijn aan maatregelen bij de ontvanger er gekozen wordt voor bronmaatregelen.

Bij de toetsing van de doelmatigheid van bronmaatregelen wordt een normbedrag gehanteerd per dB reductie en per woning. De kosten voor de bronmaatregel worden getoetst aan de som van de reducties in deciBel per woning vermenigvuldigd met het normbedrag. Het normbedrag wordt door het college van B&W vastgesteld.

5.1.9 Registratie van hogere waarden

Het definitieve besluit hogere grenswaarden wordt 6 weken ter visie gelegd. Nadat een vastgestelde hogere waarde onherroepelijk is, wordt een kopie van het besluit met de kadastrale perceelsgegevens naar het Kadaster gestuurd met het verzoek dit op te nemen in hun bestanden.

5.1.10 Handhaving van hogere waarden

De handhaving van de hogere waarde procedure zal op de volgende momenten zijn geborgd:

1De vaststelling van de hoge waarde wordt getoetst bij de verlening van de bouwvergunningen die in het kader van de Woningwet door de gemeente dienen te worden gepubliceerd. Daarbij wordt nagegaan of de hogere waarde inderdaad is vastgesteld.

2De controle van de akoestische maatregelen, die volgen uit de hogere waarde, wordt uitgevoerd door middel van toetsing op de uitvoering van de bouwvergunning.

5.2 Kaders bij afweging afwijking standaardwaarde onder de Omgevingswet

5.2.1 Start afweging binnen Omgevingswet

In beginsel worden ten behoeve van de motivering dezelfde stappen doorlopen als vermeld in paragraaf 5.1, gericht op afweging binnen het Omgevingsplan, het Projectbesluit of de Omgevingsvergunning. Er is geen afzonderlijke hogere waarden procedure aan de orde.

Bij het opstellen en beoordelen van het akoestisch onderzoek worden de aspecten uit de checklist uit bijlage IV meegenomen. Het gaat dan om informatie die van belang is bij de beoordeling van het verzoek onder de Omgevingswet om te komen tot vaststelling van het Omgevingsplan of een Omgevingsvergunning. Bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met de in het Omgevingsplan opgenomen maximale waarde voor het geluid.

5.2.2 Begeleidende informatie vaststelling hogere waarde

In beginsel wordt ten behoeve van de motivering en afweging dezelfde informatie gevraagd dan zoals vermeld in paragraaf 5.1.2 , nu gericht op afweging binnen het Omgevingsplan, het Projectbesluit of de Omgevingsvergunning. In het Omgevingsplan kunnen nadere eisen zijn opgenomen met betrekking tot de indieningsvereisten.

Een checklist voor benodigde informatie bij de aanvraag van de hogere waarde is bijgevoegd in bijlage IV.

5.2.3 Aanvullende eisen hogere waarde bestaande bebouwing

Bij een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde dient de woning tenminste één gevel met een lager (luw) geluidniveau te hebben. Het gezamenlijk geluid voor elk van te onderscheiden geluidbronsoorten op deze luwe gevel is niet hoger dan de standaardwaarde.

5.2.4 Aanvullende eisen hoger waarde vervangende nieuwbouw

De eisen zoals vermeld in paragraaf 5.1.4.zijn van toepassing, echter:

Voor [voorkeursgrenswaarde + 5dB] dient in dat geval gelezen te worden [standaardwaarde + 5dB]. Voor de berekening van het geluid dient het gezamenlijk geluid van de bronsoort te worden gehanteerd.

Indien bij vervangende nieuwbouw, na afweging van alle mogelijke maatregelen, de grenswaarde wordt overschreden is artikel 5.78v van het Bkl van toepassing.

5.2.5 Aanvullende eisen hogere waarde nieuwbouw en bij functiewijziging

De eisen zoals vermeld in paragraaf 5.1.5.zijn van toepassing, echter:

Voor [voorkeursgrenswaarde] dient in dat geval gelezen te worden [standaardwaarde]. Voor de berekening dient het gezamenlijk geluid van de bronsoort te worden gehanteerd.

Indien er sprake is van functiewijziging en, na afweging van alle mogelijke maatregelen, de grenswaarde wordt overschreden is artikel 5.78y van het Bkl van toepassing.

5.2.6 Aanvullende eisen in bijzondere gevallen

De eisen zoals vermeld in paragraaf 5.1.5.zijn van toepassing, echter:

3) In geval van een ziekenhuis een verpleeghuis of een ander gezondheidszorggebouw, volgens de definitie van de Omgevingswet, dient het merendeel aan de geluidgevoelige ruimten zich aan een geluidluwe zijde te bevinden.

5.2.7 Beoordeling cumulatie

Bij de beoordeling van het gecumuleerde geluid wordt de waarde voor het geluid vastgesteld indien alle mogelijke maatregelen in de afweging zijn betrokken en daarna de grenswaarde voor de bronsoort wegverkeer niet wordt overschreden.

De gecumuleerde geluidbelasting van alle relevante geluidbronsoorten dient per afzonderlijke gevel (liggend in een aandachtsgebied van een bronsoort) inzichtelijk te worden gemaakt. De gecumuleerde geluidbelasting dient daarbij te worden berekend op basis van de methode voor de bepaling van het gecumuleerde geluid zoals opgenomen in de Omgevingsregeling (Or) onder artikel 3.25.

De aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid is ter beoordeling aan het college van burgemeester en wethouders (rekening houdend de zorgplicht van de gemeente en rekening houdend met artikel 5.78i uit het Bkl).

5.2.8 Toets doelmatigheid

De eisen zoals vermeld in paragraaf 5.1.8.zijn van toepassing, echter aanvullend:

Paragraaf 3.5.4.4. van het Bkl is niet van toepassing op het afwegen van geluidbeperkende maatregelen als gevolg van gemeentelijke wegen en provinciale wegen.

Paragraaf 3.1.6. van de Or is niet van toepassing op het afwegen van geluidbeperkende maatregelen als gevolg van gemeentelijke wegen en provinciale wegen.

5.2.9 Registratie van hogere waarden

De binnen een Omgevingsplan, Projectbesluit of Omgevingsvergunning vastgestelde hogere waarde worden niet in het Kadaster opgenomen, nadat het betreffende plan, besluit of vergunning als onherroepelijk kan worden aangemerkt. In het Omgevingsplan wordt de waarde van het gezamenlijk geluid vastgelegd en de vastgelegde waarde wordt daarmede op digitale wijze ontsloten voor eenieder.

5.2.10 Handhaving van hogere waarden

De in een besluit en/of vergunning vastgestelde waarde voor het gezamenlijke geluid en de daarbij bepaalde geluidmaatregelen worden in de uitvoeringsfase getoetst binnen de kaders van de reguliere VTH-taken die de gemeente heeft.

BIJLAGE I: BEGRIPPENLIJST

Onder Omgevingsrecht

In aanvulling op artikel 1 van de Wet geluidhinder en artikel 1.1 van het Besluit geluidhinder wordt in deze nota verstaan onder:

Bronmaatregel: Een maatregel aan de bron die een geluidreductie oplevert.

Cumulatie: Het optreden van geluid van meerdere bronnen.

(Geluid)bron: Een gezoneerde weg, spoorweg of industrieterrein.

Geluidluwe zijde: De zijde van een gebouw met de laagste geluidbelasting. Deze geluidbelasting mag per bron niet hoger zijn dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting.

HW: Afkorting voor hogere waarde.

HW procedure: De procedure die kan leiden tot een besluit hogere waarde.

HW besluit: De door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde hogere waarde.

Indelingseis: Aanvullende eisen aan de indeling van een woning en de situering van de tot de woning behorende buitenruimte(n) voor zover bestemd is/zijn als verblijfsruimte(n).

Ontvanger: De positie (in plaats en hoogte) waarvoor de geluidbelasting wordt bepaald of beoordeeld.

Voorkeurwaarde: De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een gezoneerde weg, spoorweg of industrieterrein zoals vastgelegd in de Wet geluidhinder.

Verblijfsruimte: ruimte voor het verblijven van mensen, dan wel een ruimte waarin de voor een gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaatsvinden.

Buitenruimte: een buitenruimte is een niet-besloten ruimte voor het in de buitenlucht verrichten van voor het wonen kenmerkende activiteiten.

Plandrempel in Actieplan Geluid: geluidniveau (Lden of Lnight) waarboven de gemeente voor bestaande situatie maatregelen overweegt om de geluidbelasting te beperken.

Onder Omgevingswet

Gebouw: gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl).

Gebruiksfunctie: gebruiksfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl).

Standaardwaarde geluid: De standaardwaarde staat in een instructieregel. De standaardwaarde is voor geluid een waarde per geluidbronsoort of activiteit die geldt bij een geluidgevoelig gebouw (op de gevel, de locatie waar de gevel mag komen, of op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen).

Grenswaarde geluid: De grenswaarde is voor geluid een waarde per geluidbronsoort of activiteit die na afweging geldt als maximale waarde bij een geluidgevoelig gebouw (op de gevel, de locatie waar de gevel mag komen, of op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen). Een waarde hoger dan de grenswaarde mag alleen in uitzonderlijke situaties worden vastgesteld.

Gecumuleerd geluid: gecumuleerd geluid zoals bedoeld in artikel 3.38 Bkl.

Artikel 3.38 (vaststellen geluidproductieplafond: beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid)

1Bij de toepassing van de artikelen 3.35, 3.36 en 3.37 wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid beoordeeld.

2Het gecumuleerde geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, opgeteld met correctie voor de verschillen in hinderlijkheid.

3Bij het bepalen van het gecumuleerde geluid wordt in ieder geval betrokken:

a.voor een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg of industrieterrein: het geluid door die geluidbronsoort;

b.voor een geluidgevoelig gebouw binnen de 48 Lden geluidcontour of, voor zover de geldende geluidcontouren in Kosteneenheden zijn uitgedrukt, binnen de 20 Kosteneenheden geluidcontour van een luchthaven waarvoor op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenindelingbesluit, een luchthavenbesluit of een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven is vereist: het geluid door luchtvaart;

c.voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een windturbine of een windpark op een industrieterrein hoger is dan 43 dB Lden: het geluid door die windturbine of dat windpark; en

d.voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een civiele buitenschietbaan, een militaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein hoger is dan 50 dB BS,dan: het geluid door die buitenschietbaan of dat springterrein.

•Op het bepalen van het gecumuleerde geluid zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing (Zie verder: artikel 3.25 Or).

Gezamenlijk geluid: gezamenlijk geluid zoals bedoeld in artikel 3.39 Bkl.

Artikel 3.39 (vaststellen geluidproductieplafond: bepalen gezamenlijk geluid)

1Bij de toepassing van de artikelen 3.35, 3.36 en 3.37 wordt het gezamenlijke geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen bepaald.

2Het gezamenlijke geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, energetisch opgeteld zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid.

3Artikel 3.38, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4Op het bepalen van het gezamenlijke geluid zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing. (Zie verder: artikel 3.26 Or).

Geluidaandachtsgebied: Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Voor het bepalen van de geluidaandachtsgebied gelden regels uit de Omgevingsregeling.

Geluidbeperkende maatregel: Maatregel die het geluid op een geluidgevoelig gebouw verlaagt (bijlage 1 Besluit kwaliteit leefomgeving).

Geluidbrongegevens: Geluidbrongegevens zijn gegevens die nodig zijn voor het bepalen van het geluid door een geluidbronsoort. In Afdeling 3.1 van de Omgevingsregeling is per geluidbronsoort aangegeven welke gegevens dat zijn.

Geluidwerende maatregel: Maatregel aan een geluidgevoelig gebouw ter beperking van het geluid in dat gebouw (bijlage 1 Besluit kwaliteit leefomgeving).

Geluidluwe gevel: gevel die ten opzichte van de andere gevels van dat gebouw relatief weinig wordt belast door geluid

Overwegende bezwaren geluidbeperkende maatregelen: Bij overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard is het treffen van de maatregel niet verplicht. Het bevoegd gezag beoordeelt of deze bezwaren bestaan.

Gemeentelijke weg: weg in beheer bij de gemeente.

Provinciale weg: weg in beheer bij de provincie.

Rijksweg: weg in beheer bij het Rijk.

BIJLAGE II: GRENSWAARDEN WEGVERKEERSLAWAAI

Onder Overgangsrecht

Situatie

Artikel Wet geluidhinder

Voorkeurs-

Uiterste grenswaarde

Hoogst toelaatbaar binnen niveau

Bestaande weg

Nieuwe woning

–binnenstedelijk

–binnenstedelijk autoweg en autosnelweg

–buitenstedelijk

Art. 82 en art. 83, lid 1 en lid 2

48dB

63dB

53dB

53dB

33dB

Nieuw te bouwen agrarische woning

Art. 82 en art. 83, lid 4

48dB

58dB

33dB

Vervangende nieuwbouw

–in stedelijk gebied

–langs een auto(snel)weg

–buiten bebouwde kom

Art. 82 en art. 83, lid 5

Art. 82 en art. 83, lid 6

Art. 82 en art. 83, lid 7

48dB 48

dB 48 dB

68dB 63 dB

58dB

33dB

De geluidbelasting wordt bepaald conform het onder de Wet geluidhinder van toepassing zijnde Reken- en meetvoorschrift. De waarden voor het geluid op de gevel gelden per afzonderlijke weg.

Onder Omgevingswet (bij het toelaten van nieuwe geluidgevoelige objecten)

Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. De waarden die bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw voor de 7 geluidbronsoorten gelden, staan in de onderstaande tabel.

Tabel II.1 Standaardwaarde en grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw bij toelaten gebouw

Geluidbronsoort

Standaardwaarde

(tabel 5.78t Bkl)

Grenswaarde

(tabel 5.78u Bkl)

Provinciale wegen

Rijkswegen

50Lden

60Lden

Gemeentewegen

Waterschapswegen

Lokale spoorwegen

Hoofdspoorwegen

53Lden

70Lden

Industrieterreinen

55Lden

65Lden

Industrieterreinen

50Lden

55Lden

40Lnight

45Lnight

Het geluid wordt bepaald conform het onder de Omgevingswet (Omgevingsregeling) van toepassing zijnde Reken- en meetvoorschrift. De waarden gelden voor het gezamenlijke geluid per bronsoort.

Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 5.78t Bkl). Als het geluid op een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 5.78u tot en met 5.78ad Bkl).

Als zwaarwegende belangen dat rechtvaardigen kan het bevoegd gezag in een uitzonderlijk geval meer geluid dan de grenswaarde toestaan.

Onder Omgevingswet (bij het toelaten van een nieuwe gemeentelijke weg)

Het bevoegd gezag houdt bij toelaten van een lokale (spoor)weg altijd rekening met het belang van het beschermen van de gezondheid en het milieu. Hiervoor bevat het Bkl een systematiek met waarden en eisen waarbinnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van geluid beoordeelt.

Waarden

Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid van alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. De waarden die bij toelaten van een gemeenteweg, lokale spoorweg of waterschapsweg gelden, staan in de volgende tabel II.2.

Tabel II.2 Standaardwaarde en grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw bij toelaten gebouw

Geluidbronsoort

Standaardwaarde

(tabel 3.34 Bkl)

Grenswaarde

(tabel 3.35 Bkl)

Gemeentewegen

Waterschapswegen

53Lden

70Lden

Lokale spoorwegen

55Lden

70Lden

Het bevoegd gezag moet voorzien in een aanvaardbaar geluid door een lokale (spoor)weg op een geluidgevoelig gebouw (artikel 5.78l, lid 2 Bkl). De kans op gezondheidsschade is klein als het geluid voldoet aan de standaardwaarde. Minder geluid dan de standaardwaarde of het geluid op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan, is aanvaardbaar (artikel 5.78m, lid 1 en lid 2 Bkl). Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 5.78m tot en met 5.78q Bkl).

Waar de waarden gelden

Op grond van artikel 5.78, lid 3 Bkl bepaalt het omgevingsplan dat de waarden gelden:

–op een aangewezen geluidgevoelig gebouw:

–op de gevel, als het gaat om een aanwezig geluidgevoelig gebouw;

–op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw;

–op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen en

–in geval van een binnenwaarde, in een geluidgevoelige ruimte.

BIJLAGE III: PROCEDURE SCHEMA HOGERE WAARDE PROCEDURE

Onder Overgangsrecht

Onder Omgevingswet

BIJLAGE IV: CHECKLIST VERZOEK HOGERE WAARDEN

Onder Overgangsrecht

Checklist verzoek hogere waarde

In het Besluit geluidhinder, artikel 5.4, is aangegeven uit welke informatie een hogere waarde verzoek ten minste dient te bestaan, namelijk:

1de verzochte hogere waarde,

2de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen,

3de resultaten van het akoestisch onderzoek,

4een verklaring dat maatregelen zullen worden getroffen om aan de grenswaarde voor het geluidsniveau binnen de geluidsgevoelige bestemming te voldoen,

5een kaart met bijbehorende verklaring met daarop aangegeven de geluidzone (huidig én gewijzigd) en de ligging van de geluidsgevoelige bestemmingen,

6het bevoegd gezag kan van de verzoeker nadere toelichting, tekeningen en kaarten verlangen, indien hij deze noodzakelijk acht voor de beoordeling van het verzoek.

Indien de geluidsgevoelige bestemming gelegen is in meerdere zones van (verschillende) geluidbronnen is inzicht noodzakelijk in de cumulatieve geluidbelasting, zoals berekend overeenkomstig de rekenmethode zoals opgenomen in het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012.

Tevens dient bij de aanvraag de informatie te worden geleverd:

1vermelding aanleg of reconstructie van de infrastructuur;

2vermelding nieuwbouw of vervangende nieuwbouw

3aantal woningen dat wordt gerealiseerd en aantallen woningen waarvoor een hogere waarde moet worden vastgesteld.

Onder Omgevingswet

In beginsel zijn de indieningsvereisten minimaal hetzelfde als onder de Wet geluidhinder met de volgende aanpassingen en aanvullingen:

lees voor ‘geluidzone’ - ‘geluidaandachtsgebied’ en vermeld de bron van herkomst van het aandachtsgebied;

–ga uit van de definitie van ‘geluidgevoelig gebouw’ zoals gehanteerd onder de Omgevingswet. Dit kan betrekking hebben op een ‘bestaand gebouw’, een ‘toegelaten gebouw’ en/of een ‘nieuw gebouw’;

–het gezamenlijk geluid en het gecumuleerd geluid op de gevel worden bepaald overeenkomstig de van toepassing zijn Reken- en meetvoorschriften (bijlagen bij de Omgevingsregeling);

–de waarde van het geluid in een geluidgevoelig gebouw (binnenwaarde) en de karakteristieke dient te voldoen aan de van toepassing zijnde regels zoals opgenomen in het Bkl en Bbl;

–het geluid in een geluidgevoelig gebouw (binnenwaarde) dient bepaald te worden op basis van de onder de Omgevingswet geldende rekenregels en methodieken, met name de in het Bbl aangegeven wijze voor de bepaling van de binnenwaarde.

In het Omgevingsplan van de gemeente kunnen nader eisen en randvoorwaarden worden gedefinieerd met betrekking tot de indieningsvereisten en beoordeling van het geluid. Check daarom altijd bij de start van een onderzoek de van toepassing zijnde regels van het Omgevingsplan.

BIJLAGE V: SCHEMA AANVULLENDE EISEN IN HET GEVAL VAN WEGVERKEER

Onder Overgangsrecht

De geluidbelasting wordt berekend conform het Reken- en meetvoorschrift zoals dat van toepassing is verklaard onder de Wet geluidhinder (en eventueel via het Overgangsrecht).

Onder Omgevingswet

Situatie

Standaardwaarde

(wegverkeer)

Grenswaarde

Aanvullende eisen

Eén gevel is

geluidluw

Verblijfsruimte

zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde

Ten minste

1slaapvertrek aan de geluidluwe zijde

Bestaand gebouw

50-53 dB

(afhankelijk van de situatie)

60-70 dB

(afhankelijk van de situatie)

-

X

Toegelaten gebouw

50-53 dB

(afhankelijk van de situatie)

60-70 dB

(afhankelijk van de situatie)

< 55 dB

X

> 55 dB

X

X

X

Nieuw

gebouw

50-53 dB

(afhankelijk van de situatie)

60-70 dB

(afhankelijk van de situatie

< 55 dB

X

X

X

> 55 dB

X

X

X

Het geluid op de gevel wordt berekend conform het Reken- en meetvoorschrift zoals dat van toepassing is verklaard onder de Omgevingsregeling.

Onder de Omgevingswet wordt eenzelfde beschermingsniveau nagestreefd als onder de Omgevingswet. De grenswaarde voor bouwen in het aandachtsgebied van een Rijksweg is onder de Omgevingswet verhoogd van 55 dB naar 60 dB.

Bij de berekening van het geluid van een Rijksweg en een provinciale weg dient uit te worden gegaan van situatie bij volledige benutting van vastgestelde geluidproductieplafonds (GPP’s).

BIJLAGE VI: SAMENVATTING SITUATIES WAARBIJ OVERGANGSRECHT VAN TOEPASSING KAN ZIJN

Hogere-waardebesluit bij bestemmingsplan en andere ruimtelijke besluiten

Het oude recht blijft van toepassing op een hogere-waardebesluit als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:

het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd tot het hogere-waardebesluit onherroepelijk is (artikel 4.6 Invoeringswet Omgevingswet).

Het bovenstaande geldt ook voor andere ambtshalve ruimtelijke besluiten zoals uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, inpassingsplannen en bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte.

Hogere-waardebesluit bij omgevingsvergunning 'afwijken bestemmingsplan'

Het oude recht blijft van toepassing op een hogere-waardebesluit als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:

de aanvraag voor de omgevingsvergunning 'afwijken bestemmingsplan' is ingediend tot hethogere-waardebesluit onherroepelijk is (artikel 4.6, Invoeringswet Omgevingswet).

Hogere-waardebesluit bij reconstructiebesluit

Het oude recht blijft van toepassing op een hogere-waardebesluit als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:

aan het college van burgemeester en wethouders zijn overlegd: de resultaten van het vereiste akoestische onderzoek, en een beschrijving van de benodigde maatregelen voor het reconstructiebesluit tot het hogere-waardebesluit onherroepelijk is (artikel 3.4, lid 1, onder a, Aanvullingswet geluid).

Reconstructiebesluit bij gemeentelijke en provinciale wegen (Wgh)

Het oude recht blijft van toepassing op een reconstructiebesluit als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:

aan het college van burgemeester en wethouders zijn overlegd: de resultaten van het vereiste akoestische onderzoek, en een beschrijving van de benodigde maatregelen tot het reconstructiebesluit onherroepelijk is (artikel 3.4, lid 1, onder a, Aanvullingswet geluid).

Dit geldt voor een besluit tot aanleg of reconstructie van een weg, of aanleg of wijziging van een spoorweg Wet geluidhinder buiten toepassing van de bestemmingsplanprocedure.

Saneringsprojecten bij gemeentelijke of provinciale wegen (Wgh)

Het oude recht blijft van toepassing op saneringsprojecten bij gemeentelijke of provinciale wegen als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:

een subsidie is verleend als bedoeld in artikel 7, lid 1, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai tot deze besluiten onherroepelijk zijn, en de maatregelen zijn uitgevoerd (artikel 3.4, lid 1, onder b, Aanvullingswet geluid jo. artikel XII Aanvullingsbesluit geluid).

Het gaat hierbij om besluiten tot het vaststellen van:

een programma van maatregelen

(1) een saneringsprogramma, of;

(2) hogere waarden en maatregelen waarbij uitvoering wordt gegeven aan de Wet geluidhinder.

Toelaten geluidgevoelig gebouw in de geluidzone van een provinciale weg (nog zonder gpp)

Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de geluidzone van een provinciale weg waarvoor nog geen geluidproductieplafond (gpp) is vastgesteld, geldt de Wet geluidhinder. Dit staat in artikel 3.5, Aanvullingswet geluid.

Wordt hierbij gebruikgemaakt van een 'dove gevel', dan wordt deze gevel vastgelegd in het omgevingsplan als een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. Dit staat in artikel 12.13f, Bkl.

De instructieregels uit 'Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden' (paragraaf 5.1.4.2a.4, Bkl) zijn niet van toepassing omdat er nog geen geluidaandachtsgebied is.

Toelaten geluidgevoelig gebouw in de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein (nog zonder gpp)

Bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in de geluidzone van een (gezoneerd) industrieterrein waarvoor nog geen geluidproductieplafond is vastgesteld, geldt nog het beoordelingskader Wet geluidhinder. Dit staat in artikel 3.6, Aanvullingswet geluid.

Wordt hierbij gebruikgemaakt van een 'dove gevel', dan wordt deze gevel vastgelegd in het omgevingsplan als een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. Dit staat in artikel 12.13f, Bkl.

De instructieregels uit 'Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden' (paragraaf 5.1.4.2a.4, Bkl) zijn nog niet van toepassing.

Toelaten geluidgevoelig gebouw en aanscherping grenswaarden

Via het Aanvullingsbesluit geluid is het normenstelsel in het Besluit kwaliteit leefomgeving vereenvoudigd. Hierdoor zijn enkele grenswaarden aangescherpt:

–de maximale waarde voor het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen bij spoorwegen, van 68 dB naar een grenswaarde van 65 dB;

–de maximale waarde voor rijkswegen die geen autoweg of autosnelweg zijn, en waarbij het gebouw binnen de bebouwde kom ligt, van 63 dB (na toepassing van de aftrek op grond van artikel 110g Wgh) naar een grenswaarde van 60 dB Artikel 12.13h regelt een overgangssituatie voor bouwplannen waarvoor niet geanticipeerd kon worden op de aanscherping omdat die nog niet gepubliceerd was. Afwijken van de grenswaarden mag als het akoestisch onderzoek voor het geluidgevoelig gebouw verricht is voor de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarnaast mag het geluid niet meer dan 3 dB hoger zijn dan de grenswaarde uit tabel 5.78u, Bkl (bij wegverkeer mag de aftrek artikel 110g, Wgh worden toegepast).

Toelaten of wijzigen geluidsbron en vergunningvrije bouw- en gebruiksmogelijkheden in het omgevingsplan

Er is een overgangsbepaling voor de specifieke categorie bouwwerken die op grond van artikel 22.36 van de bruidsschat omgevingsplan 'van rechtswege in overeenstemming' zijn met het omgevingsplan. Het gaat onder andere om de uitbreidingen van woningen, of het gebruik van bijbehorende bouwwerken als mantelzorgwoning. Voor deze bouwwerken gelden de instructieregels niet bij besluiten over:

–geluidproductieplafonds (afdeling 3.5 Bkl);

–het aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafonds;

–andere wijzigingen van het omgevingsplan met akoestische effecten.

Het gaat hier om de instructieregels van afdeling 3.5, en de paragrafen 5.1.4.2a.2, 5.1.4.2a.3, 5.1.4.2a.5 en 5.1.4.2a,.6 Bkl. Dit staat in artikel 12.8, Bkl.

Toelaten of wijzigen geluidsbron en mantelzorgwoningen

Er is een overgangsbepaling voor mantelzorgwoningen die zijn gerealiseerd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of op basis van het tijdelijke deel omgevingsplan. Voor deze mantelzorgwoningen gelden de instructieregels niet bij besluiten over:

–geluidproductieplafonds;

–het aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafonds;

–andere wijzigingen van het omgevingsplan met akoestische effecten.

Het gaat hier om de instructieregels van afdeling 3.5, en de paragrafen 5.1.4.2a.2, 5.1.4.2a.3, 5.1.4.2a.5 en 5.1.4.2a.6. Dit staat in artikel 12.10, Bkl.

Deze overgangsbepaling houdt betekenis na de overgangsfase voor het omgevingsplan, tot het einde van de bestaande mantelzorgrelaties.

BIJLAGE VII: SAMENVATTING WIJZIGING GELUIDNORMERING ONDER OMGEVINGSWET

In de onderstaande afbeelding is per bronsoort de voorkeursgrenswaarde (VKG) of standaardwaarde (SW), de grenswaarde (GW) en de afwegingsruimte in beeld gebracht.

Afbeelding VII.1 Vergelijking geluidnormen Wgh/Wm met geluidnorm Ow

Voor wegverkeer

(bouwen in aandachtsgebied):

VKG 48+2=50 dB =

SW 50 dB

beleidsneutraal

Voor rijksweg

GW rijksweg GW 53+2= 55 dB wordt

GW 60 dB

GW = 5 dB hoger

GW provinciale weg > 70 km/h GW 63+2 = 65

GW 70 dB

GW = 5 dB hoger

GW gemeentelijke weg (binnenstedelijk)was 68 dB

GW 70 dB

GW = 2 dB hoger

Voor railverkeer

(bouwen in aandachtsgebied)

VKG 55 dB naar 55 dB

beleidsneutraal

VKG 68 dB naar 65 dB

GW =3 dB lager

Voor rijkswegen/railverkeer

(aanleg/aanpassen)

VKG 55 dB naar 55 dB

beleidsneutraal

GW rijksweg van > 55 dB naar 60 dB

GW = 5 dB hoger

GW hoofdspoorweg van >68 dB naar 65 dB

GW = 3 dB lager

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.