Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar;
gelet op artikel 2:10, van de Algemene Plaatselijke Verordening Wassenaar 2014 (APV);
besluit:
vast te stellen de volgende nadere regels voor het tijdelijk plaatsen van containers, bouwsteigers, kraanwagens en overige bouwgerelateerde objecten op de openbare weg.
Artikel 1 Begripsomschrijving
In algemene regels wordt verstaan onder:
1Container:
grote (open of gesloten) laadbak waarin bouw-, verhuis- en sloopaval of andere goederen wordt gedeponeerd of tijdelijk wordt opgeslagen om vervolgens verder te worden afgevoerd.
2Bouwsteiger:
een bouwsteiger is een tijdelijke constructie opgebouwd uit steigerpijpen en / of ander materiaal om het mogelijk te maken om te bouwen of onderhoud te plegen op hoge plaatsen waar men niet makkelijk bij kan.
3Kraanwagen:
hoogwerker, grote transportwagen en ander voertuigen met een dergelijke omvang.
4Overige bouwgerelateerde objecten:
alle overige objecten die op de weg worden geplaatst met bouw en/ of sloopactiviteiten zoals (schaft)keten, chemische toiletten, zand en tegels, stenen etc.
Artikel 2 Toepassingsbereik
1Deze regels zijn van toepassing op containers, bouwsteigers, kraanwagens en overige bouwgerelateerde objecten (hierna te noemen: bouwobject), zoals bedoeld in artikel 2:10 van de APV, die noodzakelijkerwijze op de weg of een weggedeelte worden geplaatst ten behoeve van (bouw)werkzaamheden.
2Alleen als aan alle in artikel 3 en 4 genoemde voorschriften wordt voldaan is geen vergunning nodig, maar kan worden volstaan met een schriftelijke melding door middel van een digitaal meldingsformulier.
Artikel 3 Algemene voorschriften
Voor het plaatsen van bouwobjecten op de openbare weg in de gemeente Wassenaar gelden de volgende algemene voorschriften:
1Twee weken voorafgaand aan de plaatsing moet melding zijn gedaan aan het college.
2Bouwobjecten, met uitzondering van een kraanwagen, mogen worden geplaatst met een gebruiksoppervlakte minder dan of gelijk aan 15 m2 en smaller dan 2,50 m.
3Een kraanwagen mag worden geplaatst met opgave van locatie, aard en afmetingen en het indienen van een verkeersplan conform de richtlijnen CROW.
4De duur van de ingebruikname van de weg of een weggedeelte bedraagt maximaal 1 jaar.
5Bouwobjecten brengen door de omvang of vorming, constructie, plaats van bevestiging of het beoogde gebruik geen schade toe aan de weg of aan gemeentelijke eigendommen.
6De bouwobjecten of het beoogde gebruik daarvan leveren geen gevaar op voor de bruikbaarheid en het doelmatig en veilig gebruik van de weg en vormen geen belemmering voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
7De omgeving van de bouwobjecten moet vrij blijven van papier, afval en andere ongerechtigheden, afkomstig van of veroorzaakt door het gebruik daarvan.
8De bouwobjecten of het beoogde gebruik daarvan leveren geen risico op de voor de openbare orde en veiligheid.
9De container moet voorzien zijn van naam en telefoonnummer of containernummer van de eigenaar of verhuurder.
10Het bouwobject moet, wanneer deze op de weg wordt geplaatst, voldoen aan de eisen zoals gesteld in de door het CROW uitgebrachte “richtlijnen voor het markeren van onverlichte obstakels”.
11De veiligheid van fietsers en voetgangers moet worden gewaarborgd (maatregelen conform de richtlijnen publicatie van de CROW).
Artikel 4 Situering
1De bouwobjecten moeten worden opgesteld op de plaats die wordt aangegeven op de tekening die bij de schriftelijke melding behoort.
2Het bouwobject mag de toegang tot de naastgelegen percelen niet ontnemen of belemmeren. In- en uitritten moeten vrijgelaten worden.
3Het is niet toegestaan om een bouwobject te plaatsen op een gehandicaptenparkeerplaats.
4Op een voetpad is een vrije doorgang van ten minste 1.20 meter breed, in een zoveel mogelijk rechtdoorgaande lijn, gewaarborgd voor voetgangers en mensen met een fysieke beperking, zoals bijvoorbeeld rolstoel- en rollatorgebruikers.
5De bouwobjecten mogen aan slechts 1 zijde van de weg, binnen de bebouwde kom, worden geplaatst, zodat er altijd 1 weghelft met een doorrijbreedte van 3,5 meter vrij blijft voor (hulp)verleningsvoertuigen.
6Een bouwobject moet zodanig geplaatst worden dat voorzieningen voor hulpdiensten goed te bereiken en te gebruiken zijn. Opstelplaatsen voor de brandweer moeten goed bereikbaar blijven. Brandkranen, bluswaterwinplaatsen, etc. moeten onbelemmerd te gebruiken zijn.
7De bouwobjecten mogen geen belemmering vormen voor standplaatshouders, evenementen en bijzondere gebeurtenissen.
8Groenstroken en plantsoenen mogen niet worden beschadigd.
9Op oudejaarsdag vanaf 16.00 uur tot de volgende dag 8.00 uur mogen geen bouwobjecten op de weg geplaatst zijn.
10Het college kan in het belang van voorkoming of vermindering van overlast voor weggebruikers en andere belanghebbenden of ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving of vanwege parkeerdruk aanwijzingen geven, dan wel de plaatsing op de voorgenomen plaats verbieden.
Artikel 5 Toezicht
1Aanwijzingen gegeven door politie, brandweer, omgevingsdienst of toezichthouders moeten gelijk door de melder worden opgevolgd.
2Op eerste vordering van de politie of enig ander bevoegd gezag moeten bouwobjecten direct worden verwijderd.
3De melder moet op eerste aanzegging van de gemeente medewerking verlenen aan projecten, zoals herbestrating, reconstructie van wegen, vernieuwing van kabels en leidingen ed. en aan gemeentelijke taken in verband met de openbare orde en veiligheid, zonder dat hij of zij daaraan enig recht op schadevergoeding kan ontlenen.
4De gemeente kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die als gevolg van handhavend optreden aan een bouwobject is ontstaan.
5Indien door plaatsing van een bouwobject schade is ontstaan aan gemeentelijke eigendommen dan worden deze kosten verhaald op de melder.
Artikel 6 Slotbepalingen
1De nadere regels treden in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2Bij inwerkingtreding van deze algemene regels wordt de Regeling Gebruik Openbare Grond Wassenaar, vastgesteld op 19 juni 2012, ingetrokken.