Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels woningsplitsing gemeente Wageningen 2024

Gemeente Wageningen · geldt sinds 17 juli 2024

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wageningen;

Gelet op artikel 2.1 lid 1 onder c en artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht,

Besluit vast te stellen de “Beleidsregels woningsplitsing gemeente Wageningen 2024”

4. Definities

5.2 Fysieke leefbaarheidseisen splitsing woningen

5.2.1 Minimale vierkante meters gebruiksoppervlakte

De te splitsen woning heeft een minimale gebruiksoppervlakte van 130m². De gebruiksoppervlakte van een gesplitste woning is niet kleiner dan 55m².

Waar een woning gesplitst wordt in 3 of meer eenheden moet de gemiddelde oppervlakte van de appartementen 55m² zijn, waarbij er slechts 1 kleiner mag zijn dan de 55m² met een minimale grootte van 35m².

5.2.2 Woningtypen

De splitsing van de grondgebonden woning mag zowel grondgebonden woningen als gestapelde woningen (appartementen) opleveren.

5.2.3 Parkeren

Parkeerplaatsen:

-De nieuwe situatie moet voldoen aan het vigerende parkeerbeleid. Er vindt vooroverleg plaats over de nieuwe situatie. In dit overleg wordt bepaald hoe hoog de parkeereis is en in hoeverre de parkeereis op eigen terrein, of openbaar toegankelijk kan, dan wel moet worden opgelost. In de Nota parkeernormen Wageningen 2015 (anno 2024 vigerend) geldt voor alle projecten een algemene vrijstelling van 2 parkeerplaatsen.

-In een deel van Wageningen (waaronder het centrum) geldt parkeerregulering. Parkeren in de openbare ruimte kan daar alleen met een parkeervergunning. Bij een aanvraag voor splitsing waar parkeerregulering geldt, vindt overleg plaats over de nieuwe situatie en kan eventueel maatwerk worden toegepast.

-Een extra te realiseren parkeerplaats mag niet ten koste gaan van waardevol groen.

Inritten

-Leidt de ontwikkeling tot een extra inrit tot het perceel (alleen van toepassing bij kadastrale of juridische splitsing naar grondgebonden woningen), dan is een toets aan de Algemene Plaatselijke Verordening van toepassing (artikel 2.12). De extra inrit mag niet ten koste gaan van openbare parkeerplekken of waardevol groen.

(zie verder bijlage 1 – toets parkeren en inritten)

5.2.4. Openbare ruimte

Alle woningen moeten een leefruimte hebben die gericht is op de openbare ruimte of kwalitatieve binnentuin.

5.2.5 Monumenten

Als er sprake is van splitsing van een monumentaal pand, dan moet duidelijk blijken dat de splitsing niet ten koste gaat van de cultuurhistorische waarden van het monument. Wijzigingen in en aan een monument zijn omgevingsvergunning-plichtig.

5.2.6 Buitenruimte

De gesplitste woningen moeten beschikken over een buitenruimte gericht op de openbare ruimte of op een kwalitatieve binnentuin, waarbij de privacy van naastgelegen percelen niet wordt belemmerd. Het mag ook gaan om gedeelde buitenruimte.

5.2.7 Bergingsruimte

In het geval van splitsing is er de mogelijkheid om de reeds aanwezig bergingen en/of fietsenstalling in gezamenlijkheid te gebruiken (door de bewoners van de gesplitste woningen waar de aanvraag betrekking op heeft). Er kan ook een gezamenlijke nieuwe berging worden gerealiseerd van minimaal 5m2. Bij de aanvraag geeft aanvrager aan waar de bergingsruimte is gesitueerd en hoe deze wordt gedeeld en voor hoeveel fietsen deze geschikt te maken is.

5.2.8 Ruimte voor afvalinzameling

Gesplitste woningen zamelen afval in op eigen terrein. Bij de aanvraag geeft aanvrager aan waar de ruimte voor afvalinzameling is gesitueerd.

-Bij kleine percelen (<150 m2) kunnen bewoners er voor kiezen om de minicontainer voor restafval in te leveren en naar een ondergrondse restafvalcontainer in de buurt te gaan. Dit geldt niet voor de andere afvalstromen (gft, papier, PMD).

-Voor alle vier de minicontainers geldt dat het mogelijk is deze met de buren te delen. Dus in geval van een woningsplitsing kunnen huishoudens ook gezamenlijk gebruik maken van de minicontainers. Indien nodig kunnen dan kleine minicontainers (140 l) vervangen worden door een gezamenlijk grote minicontainer (240 l).

-Het plaatsen van minicontainers in de openbare ruimte is niet toegestaan (alleen voor lediging).

-Bij splitsing naar appartementen is de afvalinzameling afhankelijk van de situatie (in overleg met gemeente):

o gezamenlijke minicontainers voor restafval, papier, GFT en PMD of

o gebruik van verzamelcontainer als deze in de buurt zijn.

5.2.9 Hoofdgebouw

Splitsing is alleen mogelijk binnen een bestaand hoofdgebouw met een legale woonfunctie. Er mag dus geen woning gerealiseerd worden in de vrijstaande bijgebouwen van het oorspronkelijke hoofdgebouw.

5.2.10 Vergroening

Er wordt bij de aanvraag aangetoond dat het percentage groen op het perceel (binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden) gelijk blijft of wordt verhoogd. Geen aantasting bestaand waardevol groen. Huidige groenstructuren en waardevolle bomen (op basis van BEA= boomeffectanalyse) worden behouden. Een plan voor de tuin/landschapsinrichting wordt mee ontworpen en aangeleverd bij de aanvraag.

5.2.11 Ecologische zones

Als een woning die wordt gesplitst in een ecologische zone ligt, dan dient bij splitsing in meer dan twee appartementen de erfafscheidingen rond de tuinen zodanig te zijn vormgegeven zodat kleine zoogdieren kunnen passeren.

Bijlage 1: werkwijze toepassing Parkeren en inritten

Bepaal voor de nieuwe situatie de parkeereis van auto en fiets (voor bewoners en hun bezoek) op basis van de vigerende parkeernormen en houd rekening met de in dat vastgestelde parkeerbeleid toe te passen ophoog- en reductiefactoren. Houd ook rekening met parkeerregulering ten aanzien van parkeren in de openbare ruimte.

In de Nota parkeernormen Wageningen 2015 (anno 2024 vigerend) geldt voor alle projecten een algemene vrijstelling van 2 parkeerplaatsen. Voor kleine bouwplannen (maximaal 2 parkeerplaatsen extra in de openbare ruimte) betekent dit dat de parkeereis auto vervalt. Onder bepaalde voorwaarden is voor het bezoekersaandeel van de parkeervraag ook vrijstelling mogelijk als de bezetting < 85% is (of <75% in de binnenstad) in de openbare ruimte in de omgeving van de ontwikkeling. Een extra te realiseren parkeerplaats mag niet ten koste gaan van waardevol groen.

Ga (in het vigerende parkeerbeleid) na hoe hoog de parkeereis auto en fiets is, en bepaal in hoeverre de parkeereis op eigen terrein, of openbaar toegankelijk kan, dan wel moet worden opgelost. In de aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst of dat aan de parkeereis voor auto en fiets wordt voldaan. Een vooroverleg over de nieuwe situatie is aan te bevelen.

In een deel van Wageningen geldt parkeerregulering. Parkeren in de openbare ruimte kan alleen met een parkeervergunning. De aanvraag van een bewonersparkeervergunning verloopt via de digitale parkeerbalie. Alleen als het huisadres parkeerrechten voor parkeren in de openbare ruimte in de digitale parkeerbalie heeft, kan de bewoner een parkeervergunning aanschaffen. Een parkeervergunning wordt niet gegarandeerd.

Melding inrit

Leidt de ontwikkeling tot een extra inrit tot het perceel, dan is een toets aan de Algemene Plaatselijke Verordening van toepassing (artikel 2.12). Dan moet een melding van de inrit bij Gemeente Wageningen worden gedaan. Zij toetst of aan de voorwaarden wordt voldaan: de extra inrit mag niet ten koste gaan van openbare parkeerplekken of waardevol groen. Is dat wel het geval en is de bezetting <85% (buiten de binnenstad), dan kan sprake zijn van maatwerk. Mogelijk kan elders in de buurt (met draagvlak van de buurt) een parkeerplek en/of groen worden gecompenseerd op kosten van de aanvrager. Is dat maatwerk niet mogelijk, dan volgt geen akkoord op de extra inrit.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.