Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wageningen,
gelet op de artikelen 7, eerste lid, onderdeel b, en 35 Participatiewet,
besluit vast te stellen, de
Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Wageningen 2026
1 Algemeen
1.3 Voorwaarden
1.3.1 Geen beroep op een andere voorziening
De inwoner kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand, als géén beroep kan worden gedaan op een andere (voorliggende) voorziening tenzij anders omschreven in deze beleidsregels. Het gaat om een voorziening die toereikend (voldoende) en passend in de kosten van de inwoner voorziet en daarom voorgaat op bijzondere bijstand (art. 15 van de wet). Die voorziening moet de inwoner dan eerst aanvragen.
1.3.2 Aanvraag vooraf indienen
De aanvraag moet schriftelijk worden ingediend voordat de kosten zijn gemaakt, of in ieder geval 3 maanden na het opkomen van de kosten. De aanvraag kan na de termijn van 3 maanden worden ingediend tot uiterlijk 12 maanden na het opkomen van de kosten, mits de inwoner aannemelijk kan maken waarom rekening moet worden gehouden met bijzondere individuele omstandigheden.
1.3.3 Noodzakelijke kosten en bijzondere omstandigheden
De kosten moeten noodzakelijk zijn en het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden (art. 35 lid 1 van de wet). Of dit zo is bepaalt de gemeente per geval, maar voor sommige kosten nemen we dat altijd aan. Die kosten noemen we hieronder in hoofdstuk 4. We geven dan ook aan welke bijzondere regels daarvoor gelden.
1.3.4 Te weinig draagkracht
De inwoner kan pas in aanmerking komen voor bijzondere bijstand als hij de kosten niet zelf kan betalen. In hoofdstuk 2 wordt uitgelegd wanneer de inwoner de kosten zelf moet betalen.
1.3.5 Kosten door eigen schuld
Als de inwoner de kosten zelf heeft veroorzaakt, dan kan de gemeente besluiten om de bijzondere bijstand te weigeren, verlagen of als lening te verstrekken. Dat wordt per situatie bepaald. We houden rekening met wat de inwoner redelijkerwijs kan worden aangerekend. In artikel 1.6 van de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Wageningen is dat geregeld.
2 Draagkracht
2.3 Draagkracht vaststellen volgens de tweede manier: de Maatschappelijk Meedoen Grens
2.3.1. Wat is het Maatschappelijk Meedoen Budget en de Maatschappelijk Meedoen Grens
De Maatschappelijk Meedoen Grens (MMG) is het bedrag dat nodig is om van rond te komen en mee te doen in de samenleving. De Maatschappelijk Meedoen Grens bestaat uit de redelijke uitgaven per huishoudtype, vermeerderd met de individuele woonlasten.
Als het totaal inkomen lager is dan de redelijke uitgaven plus de woonlasten, dan zit iemand onder de MMG. Het Maatschappelijk Meedoen Budget (MMB) is een tegemoetkoming tot de MMG. De tegemoetkoming wordt verstrekt op grond van de Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Wageningen, de premie arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 5.2 van de Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Wageningen en een tegemoetkoming op grond van de Verordening Maatschappelijk Meedoen Regeling gemeente Wageningen.
2.3.2 Welk inkomen telt mee?
Bij het vaststellen van het inkomen worden een aantal middelen wel als inkomen gezien, die in de wet niet als inkomen worden gerekend zoals bijvoorbeeld de toeslagen. Dit, omdat deze middelen wel gebruikt kunnen worden om de redelijke kosten (zoals de zorgverzekering) voor een desbetreffend huishouden te dekken. Daarom wordt bij deze manier van berekenen gesproken van het totaal inkomen. Met uitzondering van bijstand, wordt het inkomen vastgesteld inclusief 6% vakantietoeslag van het netto-inkomen. Voor het bepalen van het totaal inkomen voor de Maatschappelijk Meedoen Grens wordt als inkomen in aanmerking genomen:
a.Het inkomen zoals benoemd bij manier 1 (art. 2.2) van de beleidsregels; en
b.middelen zoals genoemd in artikel 31 lid 2 onder b, c, d, en p van de wet.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toeslagen zoals bepaald in artikel 31, lid 2, onder d, van de wet wordt de proefberekening van de belastingdienst toegepast.
Als er een Maatschappelijk Meedoen Budget is toegekend in de 12 maanden voorafgaand de aanvraag voor de bijzondere bijstand wordt ervan uitgegaan dat de inwoner geen draagkracht heeft. Als de inwoner in de 12 maanden voorafgaand de aanvraag voor bijzondere bijstand het Maatschappelijk Meedoen Budget niet heeft toegekend gekregen, wordt het inkomen berekend zoals omschreven in de verordeningen waarin het Maatschappelijk Meedoen Budget is geregeld.
2.6 Welk vermogen telt mee?
2.6.1 Bijzondere situaties bij vermogen
Soms gelden er andere regels voor het vermogen:
1De waarde van een eigen woning telt niet mee, als de inwoner die woning zelf bewoont.
2De waarde van een motorvoertuig telt ook niet mee, als het motorvoertuig ouder is dan 8 jaar (tenzij het om een zogenoemde klassieker gaat) of het een motorvoertuig met een waarde van minder dan €4.000,- betreft.
3Bij een aanvraag voor bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen, kosten voor vervoer, wonen, inboedel en inrichting telt het vermogen boven tweemaal de toepasselijke bijstandsnorm mee.
2.7 Hoe lang geldt de draagkracht voor het vaststellen van het inkomen en vermogen?
2.7.1 Bijzondere situaties
Soms gelden er bijzondere regels:
1Bij wijziging van het inkomen kan de gemeente op verzoek van de inwoner de draagkracht opnieuw berekenen en vaststellen.
2Gaat het om kosten die maandelijks terugkeren? Dan wordt de berekende draagkracht gelijk verdeeld over deze maanden.
3Gaat het om kosten die zich maandelijks, maar over een kortere periode voordoen? Dan berekent de gemeente de draagkracht over die kortere periode.
4 Veelvoorkomende kosten
4.2 Kosten met een medische kant
4.2.1 Tandheelkunde
Inwoners kunnen bijzondere bijstand aanvragen voor kosten van tandarts- of mondhygiënist, mits sprake is van een aantoonbare medische noodzaak of het een belemmering vormt voor het meedoen in de maatschappij. De medische noodzaak dient door de inwoner aangetoond te worden. Dit kan aan de hand van een begrijpelijk zorgplan en motivering van de tandarts. Hierbij wordt in ieder geval in overweging genomen tot hoeverre de kosten toekomstige problemen voorkomen, in welke mate de tandheelkundige problemen een belemmering vormen voor het meedoen in de maatschappij en of er goedkopere alternatieve mogelijk zijn. De gemeente kan advies inwinnen bij een derde partij.
4.2.2 Aangepaste kleding, kledingslijtage en bewassing
Inwoners kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor extra kosten voor het wassen of aanschaffen van kleding wanneer deze kosten het gevolg zijn van een ziekte of beperking. De medische noodzaak van deze kosten dient door de inwoner te worden aangetoond. Indien nodig kan de gemeente een medisch advies opvragen om de noodzaak van de kosten te beoordelen.
De inwoner kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand als aan de voorwaarden is voldaan. Voor het vaststellen van de extra kosten sluit de gemeente aan bij de normbedragen voor bewassing uit de Nibud-prijzengids. Extra kosten gemaakt voor kinderen tot 4 jaar komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.
4.2.3 Dieetkosten
Inwoners kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor dieetkosten wanneer deze kosten het gevolg zijn van een ziekte of beperking en niet worden vergoed door de zorgverzekering. De medische noodzaak van deze kosten dient door de inwoner te worden aangetoond. Indien nodig kan de gemeente een medisch advies opvragen om de noodzaak van de kosten te beoordelen. Voor het vaststellen van de extra kosten sluit de gemeente aan bij de normbedragen voor voeding uit de Nibud-prijzengids.
4.2.4 Extra stookkosten
Inwoners kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor extra stookkosten, wanneer zij een energielabel G of lager hebben of de extra kosten het gevolg zijn van een ziekte of beperking en niet worden vergoed door de zorgverzekering.
Alleen het deel van het gasverbruik dat uitkomt boven het door het Nibud vastgestelde gemiddelde komt in aanmerking voor vergoeding. De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van de jaarafrekening van de energieleverancier. De aanvraag voor bijzondere bijstand voor stookkosten dient binnen drie maanden na ontvangst van de jaarafrekening te worden ingediend.
4.2.5 Maaltijdvoorziening en bezorgkosten voor boodschappen
Inwoners kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor een maaltijdvoorziening of bezorgkosten voor boodschappen wanneer deze kosten het gevolg zijn van een ziekte of beperking en niet worden vergoed door de zorgverzekering.
De hoogte van de bijzondere bijstand per maaltijd wordt bepaald op basis van het normbedrag uit de Nibud prijzengids, verminderd met de gebruikelijke maaltijdkosten zoals eveneens vastgesteld door het Nibud.
4.2.6 Reiskosten medische behandeling
Voor reis- en parkeerkosten buiten gemeente Wageningen of voor het bezoeken van een familielid tot en met de 2e graad in verband met een zwaarwegende medische reden kan bijzondere bijstand verstrekt worden. Hierbij wordt gerekend met de daadwerkelijke reisafstand. Daarnaast kan ook bijzondere bijstand verstrekt worden voor het bezoeken van uithuisgeplaatste kinderen.
De hoogte van de bijzondere bijstand zijn de werkelijke kosten voor de goedkoopste mogelijkheid van openbaar vervoer. Bij eigen vervoer wordt gerekend met het belastingvrije reiskostenvergoeding per kilometer en de parkeerkosten.
4.2.7 Sport- en cultuur bij lichamelijke of mentale beperking
De meerkosten voor het deelnemen aan sport- en cultuur activiteiten die worden gemaakt vanwege een lichamelijke of mentale beperking kunnen worden verstrekt via de bijzondere bijstand. Dit kan gaan om bijvoorbeeld een sportrolstoel of aangepaste sportattributen.
4.3 Woonkosten
4.3.1 Woonkostentoeslag bij huur
Voor de huur van een woning kan de inwoner in principe huurtoeslag krijgen. Bijzondere bijstand is daarom meestal niet mogelijk. Hierop zijn twee uitzonderingen. De gemeente kan bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag verstrekken voor:
a.eerste maand huur als de inwoner geen huurtoeslag ontvangt; of
b.omdat de huur te hoog is.
4.3.1.1 Eerste maand huur
Huurtoeslag gaat in op de eerste dag van de maand, mits de inwoner op die eerste dag al op dat adres was ingeschreven. Anders gaat de huurtoeslag een maand later in. Als dat het geval is, kan de gemeente bijzondere bijstand verstrekken ter hoogte van de niet ontvangen huurtoeslag over de gebroken eerste maand, vanaf de dag van inschrijving.
4.3.1.2 Te hoge huur
Om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand voor een hoge huur geldt alleen de tweede manier (op basis van de Maatschappelijk Meedoen Grens) van draagkracht berekenen.
De gemeente berekent de woonkostentoeslag als het verschil tussen de Maatschappelijk Meedoen Grens en het inkomen vermeerderd met het Maatschappelijk Meedoen Budget. In dit geval wordt bij de berekening van de woonlasten voor de Maatschappelijk Meedoen Grens geen maximum van de huurtoeslaggrens gehanteerd. Als de servicekosten ook bestaan uit kosten voor gas, water en/of elektra dan worden deze kosten niet in aanmerking genomen. Enkel de subsidiabele servicekosten worden meegenomen in de berekening van de woonlasten.
De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden. De gemeente kan als voorwaarde stellen dat de inwoner in die periode verplicht is om:
a.te zoeken naar goedkopere woonruimte waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag; en
b.als woningzoekende ingeschreven te staan bij de Huiswaarts en actief te reageren op beschikbaar aanbod;
c.wanneer je voldoet aan de voorwaarden van urgentie, een urgentieverklaring voor verhuizing bij de gemeente aan te vragen;
d.te laten toetsen of de huur te hoog is op basis van het Woningwaarderingsstelsel op grond van de Wet betaalbare huur.
De woonkostentoeslag kan telkens met 6 maanden worden verlengd wanneer de inwoner geen goedkopere woonruimte heeft gevonden en de gemeente vindt dat dit de inwoner niet te verwijten is.
Voor de huur van een kamer of voor kostgeld wordt geen bijstand verleend. Voor de huur van een woonwagen is soms wel bijstand mogelijk.
4.3.2 Woonkostentoeslag bij eigen woning
Een inwoner die een eigen huis bewoont kan geen huurtoeslag krijgen. De gemeente kan toch woonkostentoeslag verstrekken als de maandelijkse hypotheekkosten hoger zijn dan de maximale huurtoeslaggrens die voor de woning van de inwoner geldt op grond van de Wet op huurtoeslag. Zijn de woonkosten lager, dan kan geen woonkostentoeslag worden verstrekt.
De gemeente berekent de woonkostentoeslag op dezelfde manier als bij een huurwoning met hoge huur, zie artikel 4.4.3.2 De volgende woonkosten worden daarbij meegeteld:
a.de kosten van de hypotheekrente, na aftrek van de teruggaaf Inkomstenbelasting voor die kosten), en
b.de zakelijke lasten van de woning, zoals premie opstalverzekering en onroerende zaakbelasting.
De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden. De inwoner is in die periode verplicht om:
a.te zoeken naar goedkopere woonruimte waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag; en
b.als woningzoekende ingeschreven te staan bij de Woningstichting en te reageren op woningen; en
c.een urgentieverklaring voor verhuizing bij de gemeente aan te vragen.
De woonkostentoeslag kan telkens met 6 maanden worden verlengd wanneer de inwoner geen goedkopere woonruimte heeft gevonden en de gemeente vindt dat dit de inwoner niet te verwijten is. De woonkostentoeslag is een maandelijks bedrag als gift.
4.9 Rechtsbijstand
4.9.1 Hoogte van de bijzondere bijstand voor rechtsbijstand
Als de inwoner eerst (gratis) rechtshulp vraagt aan het Juridisch loket voordat hij naar een advocaat gaat, is de eigen bijdrage lager. Als de inwoner niet eerst naar het Juridisch Loket gaat, maar direct naar een advocaat stapt, dan verlaagt de gemeente de bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage met de misgelopen verlaging van die eigen bijdrage. Gaat het om een Lichte Advies Toevoeging (LAT), dan wordt de bijzondere bijstand niet verlaagd.
4.12 Bewindvoering, curatele en mentorschap
4.12.1 Bewindvoering
Zodra de kantonrechter de inwoner onder beschermingsbewind stelt, kan de inwoner in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de kosten die de bewindvoerder maakt. De bijstand die de gemeente verstrekt wordt berekend volgens de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, tenzij de rechter in zijn beschikking iets anders aangeeft. De kosten voor de beheerrekening en de leefgeldrekening komen allebei in aanmerking voor bijzondere bijstand. Gaat het om bewindvoering wegens schulden, dan duurt de bijstand net zo lang als het schuldenbewind duurt. In andere gevallen wordt de bijstand voor onbepaalde tijd toegekend en jaarlijks opnieuw beoordeeld. De aanvraag wordt door de bewindvoerder gedaan binnen 3 maanden na de eerste factuur.
4.12.2 Curatele
Nadat de kantonrechter de inwoner onder curatele heeft gesteld, kan de inwoner in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de kosten die de curator maakt. De bijstand die de gemeente verstrekt wordt berekend volgens de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, tenzij de rechter in zijn beschikking iets anders aangeeft. De bijstand wordt voor onbepaalde tijd verstrekt, maar wel jaarlijks opnieuw beoordeeld. De aanvraag wordt door de curator gedaan binnen 3 maanden na de eerste factuur.
4.12.3 Mentorschap
Zodra de kantonrechter een mentor voor de inwoner heeft aangesteld kan de inwoner in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de kosten die de mentor maakt. De bijstand die de gemeente verstrekt wordt berekend volgens de Regeling curatoren, bewindvoerders en mentoren, tenzij de rechter in zijn beschikking iets anders aangeeft. De bijstand wordt voor onbepaalde tijd verstrekt, maar wel regelmatig opnieuw beoordeeld.
Bijlage 1:
Huishoud-nummer
Aantal personen
Aantal AOW'ers
Aantal volwassenen
Aantal kinderen
Kinderen 12 tot en met 17
Kinderen 0 tot en met 11
Totale uitgaven met flexbudget zonder huur op jaarbasis
Opmerkingen
1
1
0
1
0
0
0
€ 17.469,10
2
2
0
1
1
0
1
€ 22.604,10
3
2
0
1
1
1
0
€ 25.843,85
4
2
0
2
0
0
0
€ 28.751,50
5
3
0
1
2
0
2
€ 26.080,21
6
3
0
1
2
1
1
€ 29.145,38
7
3
0
1
2
2
0
€ 32.170,27
8
3
0
2
1
0
1
€ 32.554,32
9
3
0
2
1
1
0
€ 35.646,35
10
3
0
3
0
0
0
€ 38.867,29
11
4
0
1
3
0
3
€ 29.391,07
12
4
0
1
3
1
2
€ 32.268,24
13
4
0
1
3
2
1
€ 35.172,26
14
4
0
1
3
3
0
€ 38.049,43
15
4
0
2
2
0
2
€ 35.811,47
16
4
0
2
2
1
1
€ 38.755,78
17
4
0
2
2
2
0
€ 41.673,23
18
4
0
3
1
0
1
€ 42.111,01
19
4
0
3
1
1
0
€ 45.068,75
20
4
0
4
0
0
0
€ 48.276,25
21
5
0
1
4
0
4
€ 32.863,81
22
5
0
1
4
1
3
€ 35.700,69
23
5
0
1
4
2
2
€ 38.524,15
24
5
0
1
4
3
1
€ 41.361,03
25
5
0
1
4
4
0
€ 44.197,91
26
5
0
2
3
0
3
€ 39.082,78
27
5
0
2
3
1
2
€ 41.933,09
28
5
0
2
3
2
1
€ 44.743,11
29
5
0
2
3
3
0
€ 47.593,42
30
5
0
3
2
0
2
€ 45.409,17
31
5
0
3
2
1
1
€ 48.286,34
32
5
0
3
2
2
0
€ 51.176,94
33
5
0
4
1
0
1
€ 51.628,14
34
5
0
4
1
1
0
€ 54.559,02
35
5
0
5
0
0
0
€ 57.753,10
36
1
0
1
0
0
0
€ 10.791,29
Inwonend meerderjarig persoon
37
1
1
1
0
0
0
€ 17.361,67
AOW'er
38
2
2
2
0
0
0
€ 28.362,06
AOW'er
Supplement-nummer
Aantal volwassenen
Kinderen 12 tot en met 17
Kinderen 0 tot en met 11
Supplement-bedrag inclusief flexbudget per jaar
1
1
0
0
€ 8.661,68
2
0
1
0
€ 5.895,31
3
0
0
1
€ 3.504,96
Bijlage 2:
4Kosten inrichting woonruimte, richtprijs 2e hands
Bedragen 2026 2,3 % indexatie
Bedragen exclusief stoffering / verf / behang / witgoed in euro’s
Bedragen inclusief stoffering / verf / behang en exclusief witgoed in euro’s
Alleenstaande kamerbewoner
1120
1318
Alleenstaande zelfstandig gehuisvest
2808
2898
Gezin 2 pers.
3030
3952
Gezin 3 pers. *
3426
4479
Gezin 4 pers.
3820
5007
Gezin 5 pers.
4219
5533
*Dit kunnen twee ouders met 1 kind zijn of 1 ouder met 2 kinderen.