Aanhef
De voorzitter van de VGGM,
Overwegende, dat op 14 maart jl. de 'Noodverordening inhoudende maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus VGGM' is vastgesteld en bekendgemaakt;
Overwegende, dat op grond van artikel 4 van deze noodverordening de politie aanwijzingen kan geven ter handhaving van het bepaalde in de noodverordening, welke aanwijzingen stipt en onmiddellijk dienen te worden opgevolgd;
Overwegende, dat artikel 4 van de noodverordening bovendien aan de voorzitter van de VGGM de bevoegdheid toekent ambtenaren aan te wijzen die eveneens aanwijzingen ter handhaving van de noodverordening kunnen geven, welke aanwijzingen stipt en onmiddellijk dienen te worden opgevolgd;
Overwegende, dat meerdere gemeenten hebben aangegeven dat het wenselijk is buiten de
reeds aangewezen ambtenaren nog meer ambtenaren aan te wijzen, teneinde de naleving
van de noodverordening verder te bevorderen;
Overwegende, dat het aanwijzingsbesluit van 15 maart jl. onverkort van kracht blijft;
Gelet op artikel 4 van de Noodverordening inhoudende maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus VGGM,