Gemeentelijke regelgeving

Omgevingsprogramma Mobiliteit en Verkeer

Gemeente Waddinxveen · geldt sinds 2 september 2025

3 Analyse mobiliteitssituatie

3.4 Het huidige netwerk in kaart

3.4.1 Voetganger

Het voetgangersnetwerk in Waddinxveen bestaat voornamelijk uit trottoirs langs wegen en paden door woonwijken en parken. Hoewel de meeste basisvoorzieningen vrij goed te voet bereikbaar zijn, kan de doorstroming en veiligheid op enkele kruispunten worden verbeterd. Met name bij drukke verkeersknooppunten en oversteekplaatsen ontbreekt soms de benodigde infrastructuur, zoals veilige zebrapaden en voldoende trottoirruimte. Daarnaast zijn de verbindingen tussen woonwijken en stationslocaties niet altijd optimaal, wat de looproutes minder aantrekkelijk maakt voor voetgangers. Deze punten zijn ook benoemd door bewoners tijdens eerdere participatie. Daarnaast ontvangt de gemeente geregeld meldingen van bewoners over onveilig of onprettige situaties.

3.4.2 Fiets

Het fietsnetwerk binnen Waddinxveen is fijnmazig en goed verbonden met belangrijke voorzieningen en het openbaar vervoer, zoals de treinstations. Hierdoor zijn de diverse voorzieningen in de gemeente goed bereikbaar en biedt de fiets een aantrekkelijk alternatief voor de auto. Hoewel op sommige plekken nog ontbrekende schakels zijn die het netwerk niet volledig maken (bijvoorbeeld Brugweg), zijn de aansluitingen met omliggende gemeenten en het openbaar vervoer over het algemeen goed. Deze verbindingen maken het mogelijk om de fiets te gebruiken voor langere afstanden. De routes zijn vaak vrijliggend en voeren door groene gebieden, wat zorgt voor een prettige fietsbeleving, vooral bij recreatieve ritten.

Zowel in de omgevingsvisie Waddinxveen als de fietsvisie van de Fietsersbond staat Waddinxveen echter voor een uitdaging als het gaat om de kwaliteit van de fietsinfrastructuur en de verkeersveiligheid van fietsers. Op een aantal kruispunten zien we veel ongevallen waar fietsers het slachtoffer van zijn. Ook op de bedrijventerreinen, zoals Coenecoop, wordt fietsen als onveilig ervaren. In opdracht van ondernemersplatform Waddinxveen heeft Zuid-Holland Bereikbaar onderzoek verricht naar onder andere de bereikbaarheid, duurzaamheid en veiligheid van bedrijfsterreinen in Waddinxveen. In het rapport zijn diverse aanbevelingen opgenomen. Ook in het uitvoeringsplan Keurmerk Veilig Ondernemen zijn vele maatregelen ter verbetering opgenomen. Een veilige en aantrekkelijke fietsinfrastructuur is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Veel fietspaden voldoen momenteel niet aan de actuele CROW-richtlijnen of provinciale normen. Sommige fietsroutes, zoals langs de Kanaaldijk en de Dreef binnen de bebouwde kom, zijn relatief smal en worden niet als comfortabel ervaren. De fietspaden langs de ‘binnenring’ zijn door de Fietsersbond ook aangemerkt als te smal. Met de binnenring wordt hier de ring van wegen rondom het centrum van Waddinxveen bedoeld, bestaande uit de Juliana van Stolberglaan, Willem de Zwijgerlaan, Chopinlaan, Esdoornlaan, Dreef, Kanaaldijk ten noorden van de Dreef en Kanaalstraat. Verder is de continuïteit van het netwerk een punt van aandacht door ontbrekende schakels, wat de samenhang van het netwerk verstoort. Investeren in de verbetering van deze routes is van belang om fietsen veilig, efficiënt en aantrekkelijk te houden, zowel voor recreatief als functioneel gebruik.

Figuur 8 Fietsnetwerkkaart - Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 (Bron: Fietsvisie fietsersbond, 2020)

3.4.3 Openbaar vervoer

Waddinxveen heeft drie treinstations: Waddinxveen Noord, Waddinxveen en Waddinxveen Triangel. Op werkdagen tussen 6:30 en 19:00 vertrekt er op alle drie de stations ieder kwartier een sprinter naar Gouda en ieder kwartier naar Alphen aan den Rijn. Op werkdagen en in het weekend vertrekt na 19:00 elk half uur een trein. Het aantal reizigers per station is weergegeven in Tabel 2( NS Dashboards, 2023). Station Waddinxveen heeft met 1.600 reizigers het hoogste aantal per werkdag. Opvallend is dat ‘lopen’ bij alle drie de stations de meeste voorkomende vervoerswijze is voor het voor- en natransport. Dit kan worden verklaard doordat de stations in of nabij de bebouwde kom liggen. In Figuur 12 is zichtbaar dat een groot gedeelte van Waddinxveen binnen een loopafstand van 15 minuten van een station ligt, wat het lopen een aantrekkelijke en praktische optie maakt voor reizigers. Bij andere stations in Nederland is dat nagenoeg altijd de fiets.

Tabel 2 Aantal reizigers en aandeel voor- en natransport treinstations Waddinxveen

Station

Waddinxveen Noord

Waddinxveen

Waddinxveen Triangel

reizigers per dag (gem.)

800

1.600

950

Voortransport

lopen

70%

77%

45%

fiets

23%

22%

48%

bus

-

-

3%

auto

6%

2%

3%

Natransport

lopen

72%

80%

53%

fiets

22%

19%

36%

bus

7%

-

-

auto

0%

2%

11%

Naast de trein beschikt Waddinxveen over vier buslijnen. Hiervan zijn er drie spitssnelbussen, namelijk lijnen 382, 384 (beiden Waddinxveen-Den Haag) en 386 (Gouda-Den Haag). Lijn 175 rijdt tussen Gouda Station en Rotterdam Nesselande en stopt op 14 haltes in de gemeente Waddinxveen. Deze is ook weergegeven in Figuur 9, samen met de treinstations.

Figuur 9 OV-netwerk Waddinxveen

3.4.4 MaaS & Deelmobiliteit

Deelmobiliteit, zoals deelauto's en deelfietsen, valt onder het bredere concept van Mobility as a Service (MaaS). Dit houdt in dat verschillende vormen van vervoer, zoals openbaar vervoer, deelvervoer en taxi's, via één platform beschikbaar worden gesteld en op logische plaatsen bij elkaar komen. MaaS biedt gebruikers de mogelijkheid om snel en eenvoudig de meest efficiënte reisoptie te kiezen, wat de toegankelijkheid van duurzame vervoersmiddelen verder stimuleert.

In Waddinxveen zijn momenteel drie deelauto’s beschikbaar van GreenWheels, wat een mobiliteitsoptie biedt voor de inwoners die geen eigen auto hebben of bewuster willen reizen. De vraag naar deelauto’s is laag, mede doordat er in de gemeente volop gratis parkeergelegenheid is, wat het bezit en gebruik van een eigen auto aantrekkelijk houdt. Het is opvallend dat er geen deelfietsen aanwezig zijn in Waddinxveen. Gezien de groeiende vraag naar flexibele en duurzame vervoersalternatieven, heeft de deelfiets wel potentie. Met betere beschikbaarheid van deelfietsen bij de stationslocaties kunnen reizigers gemakkelijk de last-mile afleggen en hoeft men minder afhankelijk te zijn van de auto, wat ook bijdraagt aan een vermindering van verkeersdrukte en uitstoot.

Tot slot biedt de gemeente Waddinxveen WMO-vervoer aan

5https://www.waddinxveen.nl/direct-regelen/zorg-en-ondersteuning/zelf-ondersteuning-vinden/hulp-bij-vervoer-2/

. WMO-vervoer is vervoer dat wordt geregeld vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) in Nederland voor mensen die door een beperking of ouderdom moeite hebben met zelfstandig reizen. Dit biedt een vorm van aangepast vervoer, zoals een taxi of bus, om bijvoorbeeld naar doktersafspraken of sociale activiteiten te gaan. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren en bekostigen van dit vervoer.

3.4.5 Autoverkeer

Waddinxveen is goed bereikbaar voor autoverkeer dankzij de strategische ligging naast de A12 en A20, twee belangrijke snelwegen die een efficiënte verbinding vormen tussen Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Binnen de gemeente zijn er drie op- en afritten, wat de toegankelijkheid verder vergroot. Naast de A12 is Waddinxveen ook verbonden via provinciale wegen zoals de N207 en N454, die zorgen voor een goede verbinding met zowel de regio als het landelijke wegennet. Een aandachtspunt is echter de Hefbrug, waar vaak verkeersopstoppingen ontstaan. Dit kruispunt trekt veel verkeer aan, vooral wanneer de brug openstaat, wat tot vertragingen kan leiden. Deze sterke infrastructuur maakt de gemeente aantrekkelijk voor zowel woon-werkverkeer als regionale transportstromen. Met de toekomstige woningbouwprojecten rijst echter de vraag of de huidige wegen-infrastructuur de toenemende verkeersintensiteiten nog wel aankan. In paragraaf 3.7 gaan we dieper in op de verwachte verkeerssituatie en de mogelijke knelpunten die hiermee gepaard gaan.

Figuur 10 geeft de huidige wegcategorisering in de gemeente Waddinxveen weer. De gemeente kent erftoegangswegen (ETW30 en ETW60), bedoeld voor gemengd langzaam verkeer en gemotoriseerd verkeer, en gebiedsontsluitingswegen (GOW80 en GOW50), bedoeld om landelijk en stedelijk gebied te ontsluiten. Weginrichting GOW30 komt niet voor.

Figuur 10 Wegcategorisering gemeente Waddinxveen

3.5 Bereikbaarheid van Waddinxveen

3.5.1 Bereikbaarheid met het OV – de drie stations

De bereikbaarheid vanaf de treinstations van Waddinxveen is op twee manieren in kaart gebracht. Enerzijds is gekeken welke gebieden bereikbaar zijn, wanneer met het openbaar vervoer gereisd wordt met ‘lopen’ als natransport. Anderzijds is er gekeken naar het gebied dat met ‘lopen’ bereikt kan worden vanaf de stationslocaties in Waddinxveen.

Station Waddinxveen is als uitgangspunt genomen om de bereikbaarheid van omliggende gebieden weer te geven. Dit treinstation kent het hoogste aantal dagelijkse reizigers. In Figuur 11 is te zien dat het centrum van Zoetermeer, Alphen aan den Rijn, Bodegraven en Gouda binnen een half uur te bereiken is vanaf station Waddinxveen. De stations Rotterdam Centraal, Den Haag Centraal, Utrecht Centraal en Woerden geldt dat deze binnen 45 minuten per trein bereikbaar zijn. De centrale ligging van Waddinxveen zorgt voor een goede verbinding met nabijgelegen dorpen en de grote steden, waardoor het een gunstige ligging heeft voor zowel bewoners als forensen die gebruik maken van het openbaar vervoer.

Figuur 11 Bereikbaarheid met trein vanaf station Waddinxveen met natransport ‘lopen’

Lopen is de meest voorkomende vervoerswijze voor het voor- en natransport naar de stations (NS Dashboards, 2023). Vanaf het station loopt 80% en fietst 19%. Naar station Waddinxveen komt 77% te voet en 22% met de fiets. Figuur 12 geeft het gebied weer dat lopend bereikt kan worden in maximaal 15 minuten. Er valt hieruit op te maken dat een groot gedeelte van de bebouwde kom van Waddinxveen zich binnen een acceptabele loopafstand van een treinstation bevindt (binnen 15 minuten). Een groot deel van het zuidwesten van Waddinxveen valt hier echter buiten. Voor deze delen van Waddinxveen is het dan ook belangrijk dat deze gebieden goed ontsloten zijn voor de fiets of bus om van en naar de treinstations te komen. Tevens zien we dat de bedrijventerreinen in het zuidwesten zich buiten het gebied bevinden. Hier liggen kansen deze gebieden beter te ontsluiten met de fiets, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van deelfietsen bij de stations.

Figuur 12 Bereikbaarheid met ‘lopen’ vanaf station

3.5.2 Bereikbaarheid Logistiek Park A12 en Coenecoop

Voor de bedrijventerreinen is de bereikbaarheid in kaart gebracht voor zowel het station als per auto. Hierbij is Logistiek Park A12 als uitgangspunt genomen. De bereikbaarheid van Coenecoop is vergelijkbaar met Logistiek Park A12. De bedrijventerreinen hebben een belangrijke economische functie en zijn goed bereikbaar voor het autoverkeer, zoals te zien is in Figuur 13. Dit maakt de terreinen aantrekkelijk voor bedrijven én forensen. Dankzij snelle autoverbindingen zijn grote steden als Rotterdam, Den Haag en Utrecht binnen 45 minuten bereikbaar. Hierdoor is Waddinxveen een aantrekkelijke woonplaats voor mensen die in deze steden werken, maar met de auto reizen. De goede verbindingen zorgen ervoor dat forensen gemakkelijk naar belangrijke economische centra kunnen reizen. Dat maakt Waddinxveen interessant om te wonen en te werken.

Figuur 13 Bereikbaarheid logistiek park A12 per auto

De bereikbaarheid per auto(Figuur 13) van het Logistieke Park A12 dekt een een veel groter gebied dan de bereikbaarheid per openbaar vervoer (Figuur 11). Dit komt doordat het wegennet zeer fijnmazig is rondom de bedrijventerreinen en daardoor toegang biedt tot een breed scala aan bestemmingen. Waar de bereikbaarheid per openbaar vervoer zich vooral richt op de grotere kernen en stations, biedt het autoverkeer toegang tot meer afgelegen locaties. Hierdoor zijn de bedrijventerreinen veel beter bereikbaar voor zowel werknemers als bedrijven die afhankelijk zijn van auto- en vrachtverkeer.Op de bedrijventerreinen zie je dat ook terug in de bedrijven die daar gevestigd zijn (distributiecentra).

Figuur 14 Bereikbaarheid logistiek park A12 per fiets

Naast de autobereikbaarheid is ook de fietsbereikbaarheid in kaart gebracht. Figuur 14 toont aan dat het bedrijventerrein relatief goed bereikbaar is per fiets voor omliggende steden. Voor grote delen van Gouda en Zoetermeer is het park bereikbaar binnen 45 minuten. Werknemers die in Waddinxveen wonen kunnen het bedrijventerrein binnen 30 minuten bereiken.

3.5.3 Herkomst en bestemmingen - verkeersmodel

Met het gemeentelijk verkeersmodel zijn de herkomst en bestemmingen voor Waddinxveen zijn in kaart gebracht om inzicht te krijgen in de reispatronen van mensen die Waddinxveen bezoeken of verlaten, zowel voor werk als andere doeleinden. Met het verkeersmodel kunnen de verkeersstromen en de druk op de infrastructuur in kaart gebracht worden, waardoor beter ingespeeld kan worden op de mobiliteitsbehoeften van bewoners, forensen en bedrijven. Door te weten waar reizigers vandaan komen en naartoe gaan, kunnen er gerichter plannen gemaakt worden en maatregelen genomen worden om de bereikbaarheid en doorstroming te verbeteren. Op basis van de herkomst- en bestemmingsdata uit het verkeersmodel hebben we een inschatting gemaakt van de reispatronen. Deze gegevens zijn uitgesplitst op gemeentelijk niveau en geven inzicht in het aantal auto's en vrachtwagens dat zich dagelijks verplaatst, inclusief woon-werkverkeer.

Figuur 15 Bewegingen van Waddinxveen

Figuur 15 toont dat de meeste verplaatsingen vanuit Waddinxveen gericht zijn op aangrenzende gebieden, zoals Gouda en Alphen aan den Rijn. Ook veel inwoners van Waddinxveen zijn georiënteerd op Rotterdam, waarschijnlijk vanwege de sterke aantrekkingskracht van de stad door de voorzieningen en werkgelegenheid. Daarentegen is er minder verkeer vanuit Waddinxveen dat een bestemming heeft in de richting van Den Haag, Zoetermeer of Utrecht.

Figuur 16 Bewegingen naar Waddinxveen

Figuur 16 presenteert de verplaatsingen richting Waddinxveen. Ook hier blijkt dat de meeste bewegingen afkomstig zijn uit aangrenzende gebieden, zoals Alphen aan den Rijn en Gouda. In tegenstelling tot de uitgaande verplaatsingen (Figuur 15) zien we echter dat er aanzienlijk minder verkeer vanuit Rotterdam naar Waddinxveen komt. Het aantal bewegingen vanuit Rotterdam is vergelijkbaar met dat vanuit Den Haag en Zoetermeer. Dit is begrijpelijk, aangezien Waddinxveen minder voorzieningen en werkgelegenheid heeft dan Rotterdam.

5 Maatregelen en effectiviteit

5.1 Niet-infrastructurele maatregelen (beheersen)

5.1.1 Veilige Beweegvriendelijke Schoolomgeving

Een veilige en beweegvriendelijke schoolomgeving is cruciaal om kinderen aan te moedigen vaker, veiliger en met meer plezier naar school te fietsen en te lopen. De schoolomgeving moet zo ontworpen zijn dat deze kinderen uitnodigt om, al dan niet begeleid door hun ouders, lopend of fietsend naar school te komen. Daarnaast moet de omgeving aantrekkelijk zijn om te spelen en te sporten. Jong geleerd is oud gedaan; door kinderen van jongs af aan te stimuleren om actief en veilig naar school te gaan, leggen we de basis voor een gezonde en actieve levensstijl. De gemeente moet een regisserende rol spelen en samen met scholen en de omgeving onderzoeken hoe dit kan worden vormgegeven. Dit kan laagdrempelig en snel door tijdelijk straten af te zetten voor autoverkeer of door permanente herinrichting.

Nr

Maatregel

44

Beleidskader opstellen over het inrichten van schoolomgevingen, inclusief communicatietraject.

50

Aanpak veilige schoolstraten

52

(tijdelijk) afsluiten schoolstraten voor autoverkeer

Gewenste effecten: verbeterde verkeersveiligheid, gezondheid, bereikbaarheid

5.1.2 Werkgeversaanpak mobiliteit

Een werkgeversaanpak is een vorm van indirecte mobiliteitsbeïnvloeding waarbij werkgevers actief worden ondersteund in het optimaliseren en verduurzamen van hun mobiliteitsbeleid. De doelstelling vanuit het Rijk zit vooral op het aantal spitsritten vervangen per auto door ander(s) vervoer zoals de fiets/ e-bike en openbaar vervoer, buiten de spits rijden en thuiswerken. Tevens biedt het de deelnemende werkgevers verschillende voordelen, zoals een beter bereikbare organisatie, verminderd ziekteverzuim, verhoogde productiviteit, goed werkgeverschap en een kleinere CO2-voetafdruk. Concrete maatregelen die een werkgever kan nemen zijn bijvoorbeeld het aanbieden van een fietsplan of thuiswerkfaciliteiten. De gemeente Waddinxveen kan hierbij een actieve faciliterende en stimulerende rol spelen door deze initiatieven te bevorderen of uit te besteden.

Nr

Maatregel

53

Werkgeversaanpak - In gesprek en acties om werknemers te stimuleren duurzaam te reizen naar de bedrijventerreinen

Gewenste effecten: duurzame mobiliteit, verbeterde bereikbaarheid

5.1.3 Strategische woningbouwkeuzes

Waddinxveen staat de komende jaren voor een grote woningbouwopgave. Het aantal inwoners en daarmee de vervoersbewegingen zal blijven groeien. Om de bereikbaarheid te verbeteren en duurzame mobiliteit te stimuleren, kunnen nieuwe woningbouwlocaties strategisch worden gekozen. Verdichting bij stations is een manier om zowel de woningnood aan te pakken als het openbaar vervoer te stimuleren. Hierbij is het belangrijk een goede balans te vinden tussen verdichting en de kwaliteit van de leefomgeving. In de vroege planfase is het wenselijk dat voor elke woningbouwlocatie een Mobiliteitsplan van Eisen wordt opgesteld. Dit omvat hoe de mobiliteit op de woningbouwlocatie wordt ingevuld en hoe dit aansluit bij het beleid voor duurzame mobiliteit en bereikbaarheid.

Nr

Maatregel

54

Mobiliteits Plan van Eisen bij woningbouwlocaties

Gewenste effecten: stimuleren van OV en duurzame mobiliteit

5.1.4 Routekeuzes automobilisten

Om het doorgaande verkeer door Waddinxveen te verminderen kan de gemeente verschillende aanpassingen aan kruisingen doorvoeren. Doorgaand verkeer kan worden tegengegaan door middel van bewegwijzering. Bebording vanuit Waddinxveen noord kan doorverwijzen met “doorgaand verkeer” richting de N457. Ook nader afspraken maken met bedrijven die navigeerapps aanbieden biedt kansen. Dit kan eventueel in combinatie met verkeersremmende maatregelen, om om de kern van Waddinxveen te worden geleid. Er liggen met name kansen om autoverkeer en vrachtverkeer met een herkomst of bestemming in Waddinxveen Noord zoveel mogelijk te stimuleren om gebruik te maken van de (verlengde) Vredenburghlaan (N457). Door deze maatregelen te implementeren kan de verkeersdruk in het centrum van Waddinxveen aanzienlijk worden verminderd.

Nr

Maatregel

29

Plan opstellen om landbouwverkeer zoveel mogelijk te verbieden in de bebouwde kom. Behalve op de Plasweg, en Noordeinde e.o., Bloemendaalseweg en Brugweg e.o.).

Werken met ontheffingen en bij verlening route voorschrijven.

30

Plan opstellen om vrachtverkeer in de bebouwde kom te beperken door het instellen van een vrachtwagenverbod voor groot deel van de bebouwde kom. Werken met ontheffingen en bij verlening route voorschrijven. administratie opzetten t.b.v. vergunningen en handhaving.

E.e.a. kan pas worden geeffectueerd als de rondweg en verlengde Beethovenlaan zijn gerealiseerd. E.e.a. kan pas worden geeffectueerd als de rondweg en verlengde Beethovenlaan zijn gerealiseerd.

49

Een beleidskader (nota) opstellen over hoe om te gaan met elementen langs de weg, zoals informatieborden, reclame-panelen en reclame in Abri’s.

55

Beïnvloeding routekeuze automobilisten om sluipverkeer door kern met negatieve impact op verkeersveiligheid en doorstroming te verminderen.

Gewenste effecten: verminderde verkeersdrukte, verbeterde verkeersveiligheid, minder geluidsoverlast en luchtvervuiling, betere doorstroming

5.2 Mobiliteitstransitie (beïnvloeden)

5.2.1 Verbeteren en verduidelijken busverbinding

Alhoewel Waddinxveen een goede treinverbinding heeft liggen er kansen voor optimalisatie van het busverkeer. De Qliners naar Den Haag vanuit Midden-Holland zijn de afgelopen jaren vaak veranderd, wat het vervoeraanbod onoverzichtelijk heeft gemaakt. Vanuit Waddinxveen en Gouda rijden drie verschillende lijnen naar Den Haag met slechts twaalf ritten per richting. Om dit te verbeteren worden meer ritten aangeboden en dient het vervoeraanbod vereenvoudigd te worden, met oog op de gewenste directe verbindingen. Daarnaast ligt er een wens om de bedrijventerreinen beter aan de sluiten op het busnetwerk.

Met twee lijnen tussen Waddinxveen en Den Haag wordt gezorgd voor de benodigde verbindingen voor reizigers. Lijnen 382 en 386 blijven rijden, waarbij lijn 382 een kleine routewijziging ondergaat. Deze lijn wordt iets verkort en rijdt in beide richtingen via de Kerkweg-West. De route via de Willem de Zwijgerlaan en Juliana van Stolberglaan zal worden overgenomen door lijn 175. Lijn 382 rijdt ook tussen station Waddinxveen en bedrijventerrein Coenecoop, en in de spitsuren door als lijn 275 naar Gouda. Deze route verkort de reistijd voor reizigers uit Alphen aan den Rijn naar Den Haag. Per 2025 gaat deze dienstregeling in.

Nr

Maatregel

56

Nieuwe dienstregeling busvervoer

Gewenste effecten: verbeterde toegankelijkheid en bereikbaarheid, kortere reistijden, betere aansluiting op bedrijventerrein en efficiënter openbaar vervoer

5.2.2 Uitbreiden aanbod deelmobiliteit

In de motie is beschreven dat de gemeente wil inzetten op het stimuleren van nieuwe vormen van mobiliteit zoals deelmobiliteit. Het huidige aanbod binnen Waddinxveen is schaars. Momenteel zijn er slechts drie deelauto’s beschikbaar. Een deelauto kan inwoners helpen om flexibel en kostenefficiënt te reizen zonder de lasten van autobezit. Daarnaast kunnen meerdere mensen gebruik maken van een deelauto waardoor een eigen auto of 2e auto niet langer nodig is. Een auto in privébezit is relatief duur en staat 95% van de tijd stil. Hierdoor neemt de privéauto veel schaarse openbare ruimte in beslag. Ruimte die ook kan worden gebruikt om te vergroenen of ingericht kan worden voor kinderen om te spelen. Door het aanbod en gebruik van deelauto’s te stimuleren, kunnen inwoners worden verleid om bewuster te gaan reizen.

Naast het aanbieden van deelauto’s kan het aanbod worden uitgebreid met deelfietsen, deelbakfietsen of deelscooters. Met name deelfietsen kunnen een oplossing bieden voor bezoekers die met het openbaar vervoer de last-mile willen overbruggen.

Voor het vergroten van het deelmobiliteitsaanbod dient de gemeente een proactieve rol op zich te nemen en in gesprek te gaan met deelmobiliteitsaanbieders. Zo kan de gemeente inzicht krijgen in wat er nodig is om deelmobiliteit aan te bieden. In veel kleinere gemeenten blijkt dat aanbieders vaak niet zelfstandig een rendabele businesscase kunnen realiseren. Daarom zal de gemeente ook een stimulerende rol moeten spelen om dit initiatief succesvol van de grond te krijgen. Daarnaast zal het promoten van deelmobiliteit door middel van campagnes of een probeeraanbod een positief effect hebben op het gebruik. Het succes van deelmobiliteit is vaak afhankelijk van aanvullend beleid. Dit betekent dat bij gebiedsontwikkelingen, zoals Noordkade, lagere parkeernormen kunnen worden ingevoerd, mits er voldoende deelmobiliteit beschikbaar is.

Nr

Maatregel

57

In gesprek met deelmobiliteitsaanbieders

Gewenste effecten: stimuleren deelmobiliteit, ruimtewinst

5.2.3 Mobiliteitshubs

Vanuit de motie: Mobiliteitsvisie Waddinxveen (13 december 2023) rijst de vraag of er ingezet kan worden op mobiliteitshubs. Een mobiliteitshub is een locatie waar verschillende vormen van mobiliteit samenkomen. Het realiseren van mobiliteitshubs is een van de kaders beschreven in de motie. De hubs kunnen toegepast worden om het reizen met trein, bus, fiets en deelmobiliteit zo efficiënt mogelijk te maken. Drie locaties binnen Waddinxveen zijn aangewezen om als hub te functioneren. Deze locaties zijn Station Waddinxveen, Station Triangel en in het zuiden bij de A12 en het bedrijventerrein.

Naast het faciliteren van een efficiënte overstap, krijgt het ook een aantrekkelijke verblijfsfunctie. Dit betekent dat er comfortabele wachtvoorzieningen komen, zoals bankjes, prullenbakken en beschutting. Ook andere voorzieningen zoals pakketpunten kunnen toegevoegd worden, afhankelijk van de behoeften van de omgeving. Naast het aanbieden van deelvervoer op de locatie zal de hub ook herkenbaar moeten zijn. Er is een landelijke huisstijl voor hubs die bij elke hub kan worden toegevoegd (Figuur 27).

Figuur 27 Landelijke vormgeving voor hub

Nr

Maatregel

58

Ontwikkeling mobiliteitshubs

Gewenste effecten: stimuleren OV en deelmobiliteit,

5.3 Optimalisatie bestaande infrastructuur (beter benutten)

5.3.1 Opstellen Voetgangersnetwerk

Actieve mobiliteit wordt de belangrijkste vervoerswijze voor verplaatsingen binnen Waddinxveen. Lopen staat bovenaan de STOMP-piramide en krijgt prioriteit boven de andere vervoerswijzen. Voor lopen is het essentieel dat er een fijnmazig en aantrekkelijk netwerk aanwezig is. Het wensbeeld toont de belangrijke schakels in het voetgangersnetwerk. Deze belangrijke verbindingen moeten bestaande obstakels, zoals spoorlijnen, autowegen en water, op een veilige en makkelijke manier overbruggen. Denk hierbij aan een ongelijkvloerse oversteek of een zebrapad. Samenwerking met lokale stakeholders en organisaties zoals Wandelnet is een goede manier om te zorgen dat het netwerk aansluit bij de behoeften van de gebruikers en bijdraagt aan een aantrekkelijke en leefbare omgeving.

Het realiseren van een hoofdvoetgangersroute draagt bij aan een netwerk waarbij overal in Waddinxveen relatief korte afstanden zijn naar een aantrekkelijke wandelroute. Deze route loopt van noord naar zuid, parallel aan de doorfietsroute. Het verbindt de wijken met alle dagelijkse voorzieningen als winkelcentra, scholen en de groene buitengebieden. Een hoofdvoetgangersroute betekent een verhard pad met voldoende brede trottoirs en een aangename, groene omgeving. Voetgangers hebben voorrang op andere vervoerswijzen, waardoor er ongehinderd en veilig gelopen kan worden. Concreet betekent dit voor de hoofdvoetgangersroute:

•Over de gehele lengte van de weg een voetpad op niveau van minimaal 1,80 meter breed met een obstakelvrije doorgangsbreedte van 1,50 meter.

Tot slot leidt het voetgangersnetwerk tot verschillende mate aan voetgangersprioritering per locatie. Er is hier onderscheid gemaakt in drie typen gebieden: Voetganger prioriteit (1), balans (2) en auto prioriteit (3), waar zoals de naamgeving al aangeeft de prioriteit voor de voetganger per type gebied afneemt. Dit betekent in praktijk dat gebieden waar de voetganger prioriteit heeft rondom een aantal belangrijke bestemmingen is. In het gebied rondom scholen, (sport)verenigingen, winkelcentra, OV-haltes en ouderenvoorzieningen heeft de voetganger altijd prioriteit. Dit betekent dat de voetganger hier voorrang heeft en de andere vervoerswijzen, met name de gemotoriseerde voertuigen, te gast of afwezig zijn. Er zijn goede voetgangersvoorzieningen in de vorm van brede trottoirs en zebrapaden, maar ook bankjes en prullenbakken zijn aanwezig. Gemotoriseerde voertuigen mogen hier nooit harder dan 30 km/uur. Ook de hoofdvoetgangersroute maakt deel uit van de eerste categorie.

•In voetganger prioriteitsgebieden zijn de andere vervoerswijzen afwezig of te gast. Voetgangers hebben bij voorkeur altijd voorrang.

•In balans-gebieden komen vervoerswijzen samen. Gemotoriseerd verkeer mag maximaal 30 km/uur. Voetgangers hebben over het algemeen wel voorrang op overig verkeer maar staat niet centraal.

•In auto prioriteitsgebieden is de voetganger te gast en speelt de auto een primaire rol. Basis voetgangersvoorzieningen, zoals trottoirs, zijn hier wel aanwezig maar ander verkeer heeft voorrang.

Nr

Maatregel

34

Oversteek Kanaaldijk – Schielandweg verbeteren

48

Een beleidskader opstellen over de toepassing en vormgeving van zebrapaden

59

Uitwerken voetgangersnetwerk

61

Aansluiting Park Vredenburgh

Gewenste effecten: stimuleren lopen, verbeterde gezondheid, sociale cohesie, verbeterde verkeersveiligheid

Figuur 28 Mogelijke locaties voetgangersaansluiting Park Vredenburgh

5.3.2 Volwaardig fietsnetwerk

Om de fietser te stimuleren en faciliteren willen we in Waddinxveen een volwaardig hoofdfietsnetwerk hebben. Dit moet er voor zorgen dat het voor de fietser veilig en comfortabel is om door Waddinxveen te fietsen. Er is momenteel al een hoofdfietsnetwerk aanwezig maar uit de analyse is naar voren gekomen dat op een aantal locaties verbetering wenselijk is.

In het wensbeeld zijn deze missende schakels ingetekend. Naast deze zogenaamde missende schakels is het realiseren van voldoende brede fietsvoorzieningen langs de zogenaamde binnenring (Juliana van Stolberglaan, Willem de Zwijgerlaan, Chopinlaan, Esdoornlaan, Dreef, Kanaaldijk ten noorden van de Dreef en Kanaalstraat) gewenst.

Nr

Maatregel

1

Het bestaande vrijliggende fietspad langs de scholen in Waddinx-veen-noord doortrekken tot de Staringlaan en toevoegen aan het fietsnetwerk

3

Een nieuwe oost-west fietsverbinding realiseren tussen het te herontwikkelen gebied rond de Noordkade, aansluitend op de Nassaulaan (missing link), inclusief oversteek over de Koningin Wilhelminasingel. Nassaulaan inrichten als fietsstraat

4

Stukje fietspad Coenecoop bij spoor aanleggen

5

Aansluiten fietsbrug over Dreef met noordzijde Coenecoop 3 (dit is nu geen onderdeel van fietsnetwerk, maar wel een missende schakel) = gerealiseerd

6

Kanaalstraat – veiliger maken voor fietsers door andere wegcategorie GOW 50 naar GOW 30

11

Herbarenerf inrichten als fietsstraat als onderdeel van het netwerk

12

Fazantdreef inrichten als fietsstraat en aansluiten op het fietsnetwerk

13

Staringlaan, oostelijk deel: fietsvoorziening aanleggen

14

Onderdelen van het fietsnetwerk door de noordzijde van Coenecoop hebben nu geen fietsvoorzieningen. Fietsstroken aanleggen.

15

Het vrijliggende fietspad langs de Parklaan heeft ter hoogte van de school geen aantakkingen met rest van de wijk. Mogelijk worden de voetpaden daardoor door fietsers gebruikt. Aanleggen ‘verbindend’ fietspad ter hoogte van de school.

16

De oversteekvoorzieningen bij de bruggen Kanaaldijk-Burgemeester Trooststraat en Apollolaan zijn niet ruim genoeg uitgevoerd. Bij de aansluitingen zelf zorgen voor meer vloeiende en daarmee veiligere en comfortabele routes voor fietsers en voetgangers.

67

Veilige fietsverbinding tussen Waddinxveen Zuid-Oost (Apollolaan) en station Triangel ontbreekt. Deze verbinding is reeds opgenomen in het projectenboek.

68

Ontbrekende fietsverbinding van toekomstig 5e Dorp in Zuidplas via de Zuidelijke Dwarsweg naar het station Triangel. Deze schakel is opgenomen in de intentieovereenkomst Mobiliteit tussen Zuidplas en Waddinxveen.

Gewenste effecten: stimuleren fietsen, verbeterde gezondheid, verbeterde doorstroming, verbeterde verkeersveiligheid, minder auto’s

5.3.3 Passende fietsparkeerfaciliteiten

Om het fietsgebruik te stimuleren is het van belang dat het parkeren van de fiets op een prettige en veilige locatie gefaciliteerd wordt. Dit betekent dat er fietsparkeerfaciliteiten aanwezig moeten zijn bij belangrijke bestemmingen, denk aan winkelcentra, scholen, sport- en cultuurverenigingen en OV-locaties.

Hoewel basisstallingsvoorzieningen op de meeste locaties voldoende zijn, wordt de stalling op treinstations anders gebruikt. In plaats van een korte tijd, staat de fiets bij een stationsstalling vaak een hele dag of langer. Daarom is het prettig als er ook bewaakte stallingsmogelijkheden zijn. Deze faciliteiten ontbreken momenteel bij Station Waddinxveen-Noord en aan de oostkant van Station Waddinxveen (aan de westkant is een beperkt aantal fietskluizen aanwezig). Fietsparkeertellingen kunnen als aanvullend onderzoek waardevol zijn om inzicht te krijgen in de fietsparkeerbehoefte. De normen en eisen voor fietsparkeerfaciliteiten kunnen uit de CROW publicatie over fiets(parkeernormen) gehaald worden.

Aandachtspunt voor nieuwe stallingen is de plaatsing van goede verlichting en eventueel camerabewaking. Nieuwe stallingen faciliteren ook fietsparkeerplekken voor buitenmodelfietsen, zoals bakfietsen, handbikes en overige hulpmiddelen voor mindervaliden. Voor inpandige stallingen geldt een norm van 5% voor buitenmodel XL fietsen (handbikes, bakfietsen, etc.) over het totaal aantal fietsparkeerplekken.

Nr

Maatregel

74

Fietsparkeeronderzoek naar capaciteit en behoeftes

Gewenste effecten: stimuleert fietsen, voorkomen fietsendiefstal, verbetering ruimtelijke kwaliteit

5.3.4 Verkeersveiligheid verbeteren

Uit de ongevallen- en risicoanalyse is gebleken dat de meeste ongevallen plaatsvinden op kruispunten. De precieze oorzaak en aard van deze ongelukken per locatie is echter niet direct vast te stellen en dient nader onderzocht te worden. Opvallend is dat veel kruispunten niet eenduidig zijn ingericht. Op bepaalde locaties heeft de fietser voorrang op de auto, terwijl op andere plekken de positie van de fietser op de rotonde en de oversteekplaats verschilt.

Om fietsen en lopen binnen de gemeente te stimuleren, kan er op deze kruispunten een voorrangspositie gecreëerd worden voor deze vervoerswijzen. Dit heeft echter ook invloed op de verkeersveiligheid. Elk kruispunt dient daarom afzonderlijk beoordeeld te worden om te bepalen wat de beste situatie is. De volgende locaties dienen daarbij prioriteit te krijgen:

Nr

Maatregel

32

Oversteekplaats Dreef – sportvoorzieningen is onveilig. Ontwerp maken en oversteek verbeteren.

33

Oversteekplaats Jan Dorrekenskade-West - Esdoornlaan is onveilig vanwege het in een keer moeten oversteken van twee rijstroken. Ontwerp hiervoor maken.

34

Verbeteren van oversteekplaats Marktstraat – Kanaaldijk – Schielandweg.

35

Ontwerp maken om verkeersveiligheid fietsverkeer Rotonde Beijerincklaan – Sterrenlaan – Zuidelijke Rondweg te verbeteren.

36

Aanpakken verkeersveiligheid rotonde Kerkweg-Oost

37

Verbeteren van rotonde Beijerincklaan - Zuidplaslaan - Parklaan

38

Verbeteren van verkeersveiligheid rotonde Beijericklaan-Dreef-Oude Dreef

40

Nieuw ontwerp maken voor fietsstructuur kruising Dreef – Fazantdreef – Sportpad

41

Voorrang fietsers op kruising Noordeinde – Wadde en Kruising Noordeinde - Linderlaantje niet voldoende duidelijk. Het rode asfalt doortrekken over de kruisingen ,zodat de inrichting de voorrangssituatie beter benadrukt.

42

De kruising Brederolaan – Staringlaan, opnieuw vormgeven en onderdeel laten zijn van het onderhoudsproject Staringlaan. Kan al met wegmarkering.

43

De huidige bebouwde komgrens Kanaaldijk is niet logisch waardoor eenheid in verkeersituaties ontbreekt. Onderzoek doen naar de consequenties van het verschuiven van de bebouwde komgrens op de Kanaaldijk.

45

Nader onderzoeken welke maatregelen genomen kunnen worden om doorgaand verkeer te beperken in de bebouwde kom. Sterke relatie met realisatie Rondweg en Verlengde Beethovenlaan en wegcategoriseringsplan.

66

Onderzoek naar (betere) inrichting van shared space

69

Onderzoek naar bereikbaarheid en verkeershinder bij kruispunt Bredeweg - Piet Stuurmanweg

Verbetering leefbaarheid en verkeersveiligheid op de Brugweg. Voor de Brugweg is inmiddels een apart project gestart

Gewenste effecten: verbeteren verkeersveiligheid

5.3.5 30 km/u de norm - Wegcategoriseringsplan

Waddinxveen ondersteunt het besluit van de Tweede Kamer uit 2020 om 30 km/u als standaard te hanteren binnen de bebouwde kom. Dit biedt kansen voor een verbetering van de verkeersveiligheid en vermindert sluipverkeer. Wegen waar nu 50 km/u is toegestaan, kunnen worden afgewaardeerd naar 30 km/u. Om deze keuzes per weg te maken, dient nader onderzoek plaats te vinden naar onder andere de functie van de weg, de verkeersintensiteiten, het gebruik door vrachtverkeer en openbaar vervoer, en het aantal kruisende bewegingen van fietsers en voetgangers. Hiervoor moet een wegcategoriseringsplan worden opgesteld, dat richting geeft aan de functie en inrichting van de wegen volgens Duurzaam Veilig Wegverkeer

6SWOV (2019). Duurzaam Veilig Wegverkeer. SWOV-factsheet, maart 2019. SWOV, Den Haag

. Tevens dient er nader afgestemd te worden met hulpdiensten over de aanrijtijden.

Een wegcategoriseringsplan richt zich op de lange termijn en bepaalt hoe wegen opnieuw moeten worden ingericht. Het CROW heeft een aantal inrichtingskenmerken vastgesteld voor het aanpassen van wegen

7Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30 (CROW, 2023)

. Dit kan bijvoorbeeld door wegversmallingen of verhoogde plateaus (drempels) aan te leggen op plekken waar langzaam verkeer oversteekt. Het is essentieel dat de wegen uniform worden uitgevoerd, zodat ze begrijpelijk zijn voor alle weggebruikers. Deze maatregelen zijn echter bedoeld voor de lange termijn en vereisen aanzienlijke investeringen.

Parallel aan het opstellen van een wegcategoriseringsplan kunnen op korte termijn maatregelen worden genomen op locaties waar hard wordt gereden of ongevallen plaatsvinden. Zo kan bebording worden geplaatst om weggebruikers te laten wennen aan de toekomstige situatie. Daarnaast kunnen wegmarkeringen of andere snelheidsverlagende objecten bijdragen aan het verhogen van de verkeersveiligheid.

Nr

Maatregel

2

Limaweg, vormgeven als ETW30, er missen snelheidsremmers.

6

Kanaalstraat – veiliger maken voor fietsers door andere wegcategorie GOW 50 naar GOW 30

7

Zuidplaslaan plaatselijk afwaarderen naar GOW 30 - fietsers en voetgangers in de voorrang

8

Afwaarderen Noordkade – in relatie tot ontwikkeling woningbouw

9

Koningin Wilhelminasingel en Brederolaan GOW30 – overstekende fietsers middels plateaus/drempels in de voorrang

10

Staringlaan naar GOW30

13

Staringlaan, oostelijk deel: fietsvoorziening aanleggen – overwegen om eenzijdige 2richtingen fietspad aanleggen

17

Nader onderzoeken of Kerkweg-West anders kan worden ingericht zodat doorgaand verkeer wordt geweerd dan wel sterk verminderd en de weg primair wordt ingericht voor voetgangers, fietsers en OV. Tevens onderzoeken wat de consequenties zijn voor het omliggende netwerk.

18

De Beethovenlaan wordt een belangrijke invalsweg na voltooiing van de Verlengde Beethovenlaan. Het profiel moet daarmee in overeenstemming zijn.

19

Analyseren van de verschillende komgrenzen en waar nodig beter vormgeven, met attentieverhogende en passende snelheidsremmende maatregelen

20

Ontwerp laten maken voor een betere inrichting Juliana van Stolberglaan ten noorden van de Souburghlaan

22

Ontwerp laten maken voor een inrichting tot ETW30 (eventueel inrichten als fietsstraat)

23

De huidige inrichting van de Mercuriusweg en Maarten Schoutenstraat (GOW50) komt niet overeen met de huidige juridische status (30 km/u-zone). Huidige situatie nagenoeg ongewijzigd laten.

24

Inrichting Wingerd voldoet niet aan ETW30. Wingerd, vormgeven als ETW30, heeft nu asfaltverharding.

25

Profiel van de Bosboom Toussaintsingel (oost) voldoet niet aan richtlijnen ETW30. Deze weg is onderdeel van de doorfietsroute en wordt binnen afzienbare tijd aangepast. Fietsstroken worden verbreed. Vanwege de fietsroute blijft de weg vooralsnog wel uitgevoerd in asfalt.

26

Apollolaan, Minervalaan, Fortunalaan, vormgeven als ETW30, asfalt vervangen door bestrating en aanbrengen verhoogde kruisingsvlakken.

27

Kastanjelaan, vormgeven als ETW30 en aanbrengen snelheidsremmers.

46

en beleidskader opstellen (wegcategoriseringsplan) over de functie van wegen, snelheidsregimes, voorrangsregels voor routes in het netwerk binnen de bebouwde kom.

47

Een beleidskader opstellen over delen van het fietsnetwerk over GOW30 waar geen aanpassingen mogelijk lijken.

60

Wegcategoriseringsplan

62

Brederolaan inrichten als GOW30 en overwegen langsparkeren te realiseren ipv haaks.

63

Integraal verkeersontwerp maken voor Chopinlaan.

64

Herinrichting Kerkweg-west.

65

Onderzoek naar ontsluiting Zeeheldenwijk

Gewenste effecten: verbeterde verkeersveiligheid, minder sluipverkeer, verbeterde luchtkwaliteit

5.4 Nieuwe infrastructuur (bouwen)

5.4.1 Noord-Zuid doorfietsroute

Zoals in de motie beschreven staat willen we fietsen stimuleren. Eén van de maatregelen die hierbij hoort, is om ruimte te maken voor langzame en snelle fietsers middels een doorfietsroute van noord naar zuid. Dit betekent dat we een doorfietsroute van Noord naar Zuid gaan realiseren.

De doorfietsroute bestaat uit brede fietspaden (norm voor een tweerichtings-doorfietspad is een breedte van minimaal 4,00 meter

8CROW (2021)

) waardoor er genoeg ruimte is voor verschillende type fietsen met verschillende snelheden. Daarnaast kenmerkt een doorfietsroute zich doordat er weinig tot geen verkeerslichten aanwezig zijn en de fietser vaak voorrang heeft. Dit maakt het een comfortabele en snelle route. De doorfietsroute zorgt voor een goede verbinding met omliggende gemeenten. Op deze wijze is de fiets een aantrekkelijk alternatief voor de auto, ook voor de langere afstanden om naar buurtgemeenten te reizen.

Nr

Maatregel

75

Realiseren Noord-Zuid doorfietsroute

Gewenste effecten: stimuleren fietsen, verbeterde verkeersveiligheid, ruimte voor snelle en langzame fietsers

5.4.2 Randweg N457

Aan de westkant van Waddinxveen wordt de Randweg (N457) uitgebreid en doorgetrokken tot aan de N455. Dit moet ervoor zorgen dat niet-bestemmingsverkeer om Waddinxveen heen rijdt. Dit draagt onder andere bij aan het verminderen van sluip- en doorgaand verkeer door de kern van Waddinxveen. Ook het vrachtverkeer dient hiervan gebruik te maken in plaats van door de kern van Waddinxveen te rijden. Het is al bekend dat de Randweg gerealiseerd gaat worden. Voor een compleet beeld wordt deze hier toch nog benoemd.

Gewenste effecten: verbeterde doorstroming, verbeterde verkeersveiligheid

5.4.3 Extra verbinding verlengde Beethovenlaan naar Randweg (N457)

Bij het aanpassen van de wegen van GOW50 naar GOW30 is het van belang dat het verkeer snel Waddinxveen uit kan en niet heel Waddinxveen nog door hoeft te rijden. Er is besloten dat aan de westkant van Waddinxveen een nieuwe randweg (N457) komt waarop Waddinxveen ontsloten kan worden. Bij het realiseren van een extra verbinding tussen de doorgetrokken N457 en het Noordeinde, het verlengde van de Beethovenlaan, kan het verkeer sneller Waddinxveen uit wat de hoeveelheid verkeer binnen Waddinxveen vermindert. Concreet betekent dit dat er een extra verbinding tussen de nieuwe randweg en de nieuwe Beethovenlaan kan worden gerealiseerd.

Nr

Maatregel

70

Realiseren Verlengde Beethovenlaan

Gewenste effecten: verbeterde doorstroming, verbeterde verkeersveiligheid, minder sluipverkeer door kern Waddinxveen

5.4.4 Aansluiten sportvelden’t Suyt op Vredenburghlaan

Vooral in het weekend is er veel verkeer wat van en naar de sportvelden rijdt. Veel mensen gaan met de auto naar het sportterrein, waardoor het druk is met autoverkeer in de woonwijken. Met een nieuwe verbinding tussen de sportvelden en de rotonde Vredenburghlaan kan het verkeer op een andere manier de sportvelden bereiken. Woonwijken rondom de sportvelden worden hierdoor veiliger en leefbaarder, terwijl de sportvelden beter bereikbaar zijn.

Nr

Maatregel

39

Nieuwe weg die aansluit op de Verlengde Bentwoudlaan. Nader onderzoek is nodig om te bezien hoe de verkeerssituatie naar de toekomst toe kan worden verbeterd.

Gewenste effecten: verbeterde doorstroming, verbeterde verkeersveiligheid, minder sluipverkeer

5.4.5 Aansluiting A12 vanaf N457

Eén van de uitgangspunten in de motie is om Waddinxveen goed bereikbaar te houden per auto. Een wenselijke maatregel is het realiseren van een directere aansluiting tussen de N457 en de A12. Dit zou namelijk zorgen voor minder verkeer op het kruispunt van de N457 en N453, wat kan leiden tot kortere wachttijden en een betere doorstroming van verkeer. De nut en noodzaak hiervan dient echter nader onderzocht te worden. Rijkswaterstaat heeft eerder negatief geadviseerd over de aansluiting op de A12, omdat de oprit moeilijk in te passen is en te kort zou zijn. Een haalbaarheidsonderzoek naar de mate waarin deze verbinding daadwerkelijk leidt tot minder verkeer, zou een nadere onderbouwing kunnen bieden.

Figuur 29 Extra aansluiting A12 vanaf N457

Nr

Maatregel

72

Haalbaarheidsonderzoek uitvoeren voor een directe aansluiting op A12 vanaf de N457 ter hoogte van Doelwijk I.

Gewenste effecten: verbeterde doorstroming

Bijlage 1 Maatregelentabel

In deze bijlage worden alle maatregelen toegelicht. Bij elke maatregel is het knelpunt toegevoegd en een toelichting van de maatregel. Tevens wordt per maatregel het gewenste effect in sleutelwoorden beschreven. Elke maatregel is voorzien van een kenmerken-label die uiteindelijk de prioriteit te bepalen. Hierin zijn de volgende punten opgenomen:

•Bijdrage aan de doelstelling: de mate waarin de maatregel aan verkeersveiligheid, duurzaamheid en bereikbaarheid bijdraagt, van ‘zeer beperkt’ tot ‘zeer sterk’.

•Afhankelijkheid van derden: de mate waarin de gemeente Waddinxveen zelfstandig de maatregel kan uitvoeren of Provincie of Rijk nodig heeft. De beoordeling is van ‘volledig afhankelijk’ (--) tot ‘volledig zelfstandig’ (++).

•Maatschappelijk draagvlak: de mate waarin mensen, organisaties en overheden in de (nabije) omgeving deze maatregel kunnen accepteren, van ‘zeer moeizaam’ (- -) tot ‘zeer eenvoudig’ (++).

•Inhoudelijke complexiteit: de mate waarin de maatregel technisch en organisatorisch is uit te voeren, van ‘zeer moeizaam’ (- -) tot ‘zeer eenvoudig’ (++).

•Verwachte doorlooptijd: de mate waarin het verschil in tijd verwacht wordt tussen het moment van het besluit over de maatregel versus de in gebruik name van de maatregel. Hierbij is de volgende categorisering aangehouden:

++

<1 jaar

+

1-3 jaar

+/-

3-5 jaar

-

5-10 jaar

--

>10 jaar

Prioriteit

De prioriteit van maatregelen in de uitvoeringsagenda wordt beoordeeld aan de hand van hun kenmerken, doorlooptijd, benodigde middelen en complexiteit. Op basis hiervan zijn de maatregelen onderverdeeld in vijf categorieën in mate van urgentie:

Quick win – Nu doen, actie is direct uitvoerbaar zijn met beperkte middelen en een korte doorlooptijd (binnen 1 jaar). Deze maatregelen hebben een laag risico en vereisen geen langdurige besluitvorming of complexe samenwerkingen. Quickwins dragen vaak direct bij aan beleidsdoelen en hebben een zichtbare impact.

(nader) Onderzoek – Maatregelen die veelbelovend zijn, maar nog niet direct kunnen worden uitgevoerd. Deze maatregelen vereisen eerst nader onderzoek, haalbaarheidsstudies, of pilots om onzekerheden weg te nemen en de effectiviteit te beoordelen. Dit onderzoek vormt een belangrijke basis voor toekomstige implementatie.

Infrastructurele maatregelen – Maatregelen die fysieke aanpassingen of uitbreidingen van infrastructuur vereisen. Deze projecten hebben een langere doorlooptijd vanwege het ontwerp, de financiering, vergunningsprocedures en uitvoeringsfase. Ze zijn vaak essentieel voor structurele verbeteringen in de mobiliteit. De maatregelen zijn nodig maar niet direct urgent.

Ambitieus – langere termijn

Maatregelen met een hoge ambitie en grote potentie, maar ook een langere doorlooptijd (8-15 jaar). Deze projecten zijn niet direct urgent en vereisen vaak (ingrijpende beleidsaanpassingen, innovaties, of langdurige samenwerkingen. Ze richten zich op structurele en duurzame veranderingen met een significante impact.

Wenselijk - Maatregelen die een positieve bijdrage leveren, maar minder urgent zijn of geen directe prioriteit hebben in de uitvoeringsagenda (nice to have). Deze maatregelen zijn optioneel en worden uitgevoerd afhankelijk van beschikbare middelen, politieke steun of aanvullende financiering.

Op de onderstaande pagina’s staan de maatregelen benoemd. Bij ‘bron’ staat TR voor Technische Rapportage en WDV voor Waddinxveen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.