Gemeentelijke regelgeving

Beleidsnota Externe Veiligheid gemeente Waddinxveen

Gemeente Waddinxveen · geldt sinds 1 januari 2024

De praktische kant van de uitvoering van de beleidsnota wordt hier verder uitgewerkt.

1. Begrippenlijst

Bestaande situaties

Een op het tijdstip van inwerkingtreding van het BEVI:

➢ geldende Wm-vergunning;

➢ vastgesteld bestemmingsplan of vrijstellingsbesluit op grond waarvan de bouw of vestiging van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten is toegelaten;

➢ aanwezige kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.

Zie ook nieuwe situaties.

Bevi-bedrijf

Bedrijf waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing is.

BRZO-inrichting

Bedrijf waar gevaarlijke stoffen in dusdanige hoeveelheden aanwezig zijn dat het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO 1999) van toepassing is. Een BRZO bedrijf valt tevens onder het Bevi.

Geprojecteerd object

Nog niet aanwezig object dat op grond van het vigerende bestemmingsplan toelaatbaar is.

Gevaarlijke stoffen

Gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarvan het gebruik, het transport of de opslag, risico’s met zich meebrengt. Het kan gaan om explosiegevaar, brand, giftigheid of radioactiviteit.

Groepsrisico (GR)

Cumulatieve kansen per jaar dat tenminste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. Anders gezegd geeft het groepsrisico weer wat de kans is op het overlijden van een groep personen ten gevolge van een ongeval bij een bedrijf met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico is geen grenswaarde vastgesteld. Wel is er de zogeheten oriëntatiewaarde. Deze dient door het bevoegde gezag (de vergunningverlener, zijnde de provincie of de gemeente) te worden gehanteerd bij de overwegingen omtrent het groepsrisico.

Informatie Systeem Overige Ramptypen (ISOR)

Gegevens in de provinciale risicokaart op te nemen met betrekking tot onder andere kwetsbare objecten, tunnels, vliegvelden, overstromingen, etc.

Invloedsgebied van het groepsrisico

Gebied waarin volgens bij regeling van de minister vast te stellen regels personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Het invloedsgebied voor het groepsrisico bij bedrijven is het gebied tot de 1% letaliteitsgrens, behalve voor LPG-tankstations, waar de grens van het invloeds-gebied op 150 meter is gesteld. Deze 1%-letaliteitgrens geeft de afstand aan van de risicovolle inrichting of transportroute tot een punt waarbij een daar aanwezige persoon nog een kans van 1% heeft om te overlijden ten gevolge van een ongeval binnen die inrichting.

Kwetsbaar object of beperkt kwetsbaar object

Kwetsbaar object:

a.woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde woningen, woonschepen of woonwagens als bedoeld beperkt kwestbaar;

b.gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals:

a.ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen;

b.scholen, of

c.gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;

c.gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren:

a.kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object;

b.complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;

d.kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;

Beperkt kwetsbaar object:

a.verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare;

b.dienst- en bedrijfswoningen van derden;

c.kantoorgebouwen, voorzover zij niet onder de definitie van kwetsbaar / c vallen;

d.hotels en restaurants, voorzover zij niet onder de definitie van kwetsbaar / c vallen;

e.winkels, voorzover zij niet onder de definitie van kwetsbaar / c vallen;

f.sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen;

g.kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voorzover zij niet on-der de definitie van kwetsbaar / d vallen;

h.bedrijfsgebouwen, voorzover zij niet onder de definitie van kwetsbaar / c vallen;

i.objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en

j.objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval;

Nieuwe situaties

Het betreft situaties na inwerkingtreding van het BEVI (27 oktober 2004):

➢ het oprichten van een inrichting;

➢ het veranderen van een bestaande inrichting waarvoor een milieuvergunning nodig is en waarbij de verandering nadelige gevolgen heeft voor het Plaatsgebonden Risico;

➢ een bestemmingsplan dat wordt vastgesteld of herzien (inclusief de goedkeuring ervan);

➢ een vast te stellen wijzigings-, uitwerkings- of vrijstellingsbesluit en de in verband daarmee af te geven verklaring van geen bezwaar;

➢ besluiten die betrekking hebben op vervangende nieuwbouw en opvulling van gaten binnen aan-eengesloten bebouwing in bestaand stedelijk gebied.

Oriënteratiewaarde

Betreft een richtwaarde voor de hoogte van het groepsrisico, waarvan het bevoegd gezag gemoti-veerd mag afwijken.

Plaatsgebonden Risico (PR)

Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbe-schermd verblijft. In het plaatsgebonden risico zijn in het kort twee verschillende kansen verwerkt:

➢ de kans dat een ramp, zoals het ontsnappen van een gevaarlijke stof, plaatsvindt;

➢ de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg daarvan.

Deze kans mag maximaal 1 op een miljoen (10-6) per jaar zijn. De norm van 10-6/jr geldt ten aanzien van kwetsbare objecten als grenswaarde, die niet mag worden overschreden, en ten aanzien van be-perkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Rondom een inrichting of transportmedium bestaat op sommige plaatsen hetzelfde risico. Deze plaatsen kunnen als een lijn (een risicocontour) op een kaart gezet worden.

Register risico’s gevaarlijke stoffen

Het Register Risico’s Gevaarlijke Stoffen (RRGS) is een centraal landelijk register met gegevens over risicosituaties die in Nederland bestaan rond het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Risicobron

➢ bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden gemaakt, gebruikt of opgeslagen;

➢ routes en buisleidingen waarover of -door gevaarlijke stoffen worden getransporteerd.

Risicokaart

De informatie uit het RRGS en via ISOR worden in computersystemen ingegeven, waarna de informa-tie zichtbaar wordt op een digitale kaart, die formeel onder beheer staat van de provincie’s. De kaart is voor iedereen opvraagbaar via het internet.

Route gevaarlijke stoffen

Via de Wet vervoer gevaarlijke stoffen is bepaald, dat aandacht geschonken moet worden aan de ri-sico’s van vervoer van specifieke stoffen over de weg. Achtereenvolgends het rijk, de provincie en de gemeente kunnen bepalen, waar in hun gebied vervoer van die stoffen mag plaatsvinden en waar niet.

Alle rijkswegen (enkele tunnels onder belangrijke vaarwegen daargelaten) en de meeste provinciale wegen zijn aangewezen als route voor gevaarlijke stoffen. Gemeenten mogen voor de zogenaamde routeplichtige stoffen gemeentelijke wegen binnen hun grenzen aanwijzen waarover deze gevaarlijke stoffen mogen worden vervoerd (en daarbuiten dus niet). Redenen voor routering zijn bijvoorbeeld kwetsbare situaties, zoals dichte bebouwing, de aanwezigheid van een ziekenhuis of de ligging van een waterwingebied. De gemeente kan vervolgens ook vrijstelling verlenen aan bedrijven als deze hier-toe een verzoek indienen.

Zelfredzaamheid

Zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in staat zijn om zich op eigen kracht, zonder invloed van hulpverleningsdiensten, in veiligheid te brengen. De zelfredzaamheid kan positief beïn-vloed worden door:

a.de voorzieningen in het gebied waarmee vluchten mogelijk wordt gemaakt (infrastructurele moge-lijkheden);

b.de fysieke mogelijkheden van de aanwezige populatie om te vluchten;

de mate waarin men is voorbereid op de eventuele noodzaak om te vluchten of hiertoe tijdig instruc-ties ontvangt (mentale mogelijkheden).

2. Routering gevaarlijke stoffen

Aanvulling op Beleidsnota Externe Veiligheid 2012, september 2023

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over risico’s van opslag en transport met gevaarlijke stoffen. Dat speelt bijvoorbeeld bij woningbouw in de buurt van een hogedruk aardgasleiding, LPG tankstation of snelweg A12. Er is geen of een hele kleine contour rond deze risicobronnen waar het vanuit de wet niet is toegestaan om te bouwen. Voor een veel groter gebied rond deze risicobronnen is de keuze aan de gemeente of daar gebouwd mag worden, en zo ja, onder welke voorwaarden. Om invulling te geven aan deze beleidsvrijheid is er in 2012 een gemeentelijke visie externe veiligheid opgesteld.

Veranderingen onder de Omgevingswet

De gebieden waar de gemeenten keuzes moet maken worden onder de Omgevingswet ‘aandachtsgebieden’ genoemd. Er bestaan drie soorten aandachtsgebieden:

•Brandaandachtsgebieden (bijv. rond hogedruk aardgasleidingen)

•Explosieaandachtsgebieden (bijv. 200 meter vanaf A12)

•Gifwolkaandachtsgebieden (bijv. 1500 meter vanaf A12)

Het idee is dat personen binnen ‘aandachtsgebieden’ onvoldoende veilig zijn, ook binnenshuis. Het is aan de gemeenten om te bepalen of nieuwe situaties voldoende veilig zijn. Onder de huidige wetgeving wordt er bij de beoordeling sterk ‘geleund’ op de uitkomst van risicoberekeningen. De risicoberekeningen krijgen onder de Omgevingswet wat meer een ondersteunende rol.

Eigenlijk hebben alleen brand-, en explosieaandachtsgebieden (ruimtelijke) consequenties voor keuzes van gemeenten. Bij gifwolkaandachtsgebieden gaat het om risicocommunicatie en het uit kunnen schakelen van mechanische ventilatie (dit is bij nieuwbouw een standaardeis onder de Omgevingswet).

In het omgevingsplan kan de gemeente afwegen om binnen de aandachtsgebieden (alleen voor brand-, en explosieaandachtsgebieden) ‘voorschriftgebieden’ aan te wijzen. Binnen deze ‘voorschriftgebieden’ gelden bij (vervangende) nieuwbouw extra bouwkundige maatregelen (60 minuten brandwerendheid, scherfvrij glas). Deze voorschriftgebieden hebben een standaard maatregelenpakket. Andere (bouwkundige) maatregelen kan de gemeente niet via een voorschriftengebied opleggen.

Het is gerechtvaardigd om, in ieder geval voorlopig, terughoudend te zijn met het instellen van voorschriftgebieden. Over deze bouwkundige maatregelen is namelijk landelijk nog veel discussie. Dit gaat over de haalbaarheid, betaalbaarheid en nut van deze maatregelen. Locaties waar ‘zeer kwetsbare gebouwen’ (zoals basisscholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen) aanwezig of mogelijk zijn, moeten vanuit de Omgevingswet verplicht aangewezen worden als ‘voorschriftengebied’.

Aanvullend beleid tijdelijk omgevingsplan

Gezien de veranderingen onder de Omgevingswet wordt voorgesteld om aanvullend op de gemeentelijke visie externe veiligheid:

•Geen/zeer terughoudend te zijn met vaststellen voorschriftgebieden bij hogedruk aardgasleidingen;

•Het wel of niet toelaten van nieuwe risicovolle activiteiten toetsen aan het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (Bevi). Hieraan vasthouden, ondanks dat Bevi niet meer bestaat onder OW (toetsen alsof Bevi nog bestaat);

•Nieuwe risicovolle activiteiten met aandachtsgebied in principe niet binnen 'woongebieden' en ook aandachtsgebieden brand/explosie niet over 'woongebieden';

•Nieuwe tankstations CNG, LNG, waterstof: zelfde beleid in het kader van vestiging als nu voor LPG tankstations (niet in woonkernen, alleen langs doorgaande transportroutes);

•Wel voorschriftgebieden aanwijzen LPG tankstation/LNG/waterstof (gezien de ligging en kans op incidenten zijn voorschriftengebied een goed instrument om maatregelen af te dwingen);

•Geen voorschriftgebieden aanwijzen bij (nieuwe) propaantanks (vrijwel allemaal in buitengebied);

•Terughoudendheid met aanwijzen explosievoorschriftengebied bij A12 (per nieuwe aanvraag, bekijken, ontwikkelingen binnen 200 meter van deze weg komen weinig voor).

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.