Bijlage I VOORKEURSWAARDEN – HOOGST TOELAATBARE WAARDEN
In tabel II.1 zijn de (relevante) artikelen van de Wet geluidhinder opgenomen, waarin de voorkeurs- en hoogst toelaatbare waarden worden aangegeven.
Wegverkeerlawaai
Voor woningbouw binnen de geluidszones van een bestaande weg en bij de aanleg van een nieuwe weg langs bestaande woningen gelden de in tabel II.2 genoemde voorkeurswaarden en hoogst toelaatbare waarden.
Reconstructie: Voor situaties waarin sprake is van reconstructie van een weg of wegen gelden andere waarden. In tabel II.3 zijn de voorkeurswaarden en hoogst toelaatbare waarden voor reconstructiesituaties gegeven.
Voor andere geluidsgevoelige gebouwen, andere gezondheidszorggebouwen en terreinen kunnen de volgende waarden worden gesteld zoals opgenomen in tabel II.4. Voor reconstructiesituaties gelden de niveaus in tabel II.5.
Industrielawaai
Voor situaties die kunnen voorkomen voor bestaande en nieuwe industrieterreinen zijn in tabel II.5 de voorkeurswaarde en hoogst toelaatbare ontheffingswaarden opgenomen.
Bijlage II EISEN AAN BINNENNIVEAUS
Wettelijke binnenniveaus
Een hogere waarde mag uitsluitend worden verleend als aan het wettelijke binnenniveau in een woning wordt voldaan. Hieronder zijn de wettelijke binnenniveaus op hoofdlijnen gegeven. Er zijn verschillende situaties mogelijk waarbij de genoemde niveaus hoger mogen zijn.
Ook wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en tussen verschillende verblijfsruimten binnen geluidsgevoelige gebouwen. De binnenniveaus die gelden voor woningen van derden zijn hieronder opgenomen. Voor de niveaus voor andere geluidsgevoelige gebouwen wordt verwezen naar de Wet geluidhinder het Besluit geluidhinder.
Wegverkeerslawaai
Voor wegverkeer geldt een maximaal toelaatbaar binnenniveau van 33 dB. Uitsluitend in een saneringssituatie geldt een maximaal toelaatbaar binnenniveau van 43 dB. De geluidsisolatie van een gevel moet daarmee gelijk zijn aan de werkelijke optredende geluidsbelasting en het maximaal toelaatbaar binnenniveau.
Spoorweglawaai
Voor spoorweglawaai geldt een maximaal toelaatbaar binnenniveau van 35 dB. De geluidsisolatie van een gevel moet daarmee gelijk zijn aan de werkelijke optredende geluidsbelasting en het niveau van 35 dB(A).
Industrielawaai
Het maximaal toelaatbaar binnenniveau voor industrielawaai bedraagt 35 dB(A). Voor woningen die reeds aanwezig zijn of nog niet aanwezig zijn maar waarvoor wel een bouwvergunning is verleend en waarop de huidige geluidsbelasting > 55 dB(A) bedraagt geldt een niveau van 40 dB(A) in de woning. De binnenniveaus gelden binnen de geluidsgevoelige objecten bij gesloten ramen en deuren.
Bijlage III BEPALINGEN MEDEWERKING AAN GEVELMAATREGELEN
Bepaling mede werking aan gevelmaatregelen
In hoofdstuk 6 van het Besluit geluidhinder zijn de rechten en plichten van bewoners van geluidsgevoelige gebouwen en het bevoegd gezag vastgelegd inzak het treffen van maatregelen aan de gevel. Hieronder is de procedure samengevat weergegeven.
Kennisgeving
De eigenaren en bewoners van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen worden schriftelijk op de hoogste gesteld dat van overheidswege wordt overwogen geluidwerende voorzieningen aan te brengen. Aan de eigenaren en bewoners van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen wordt verzocht binnen drie weken na de schriftelijke mededeling, schriftelijk toestemming te verlenen tot het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek. Indien deze toestemming niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning of het ander geluidsgevoelige gebouw is verleend, wordt de betreffende eigenaren en bewoners schriftelijk meegedeeld dat geen akoestisch en bouwtechnisch onderzoek kan worden uitgevoerd, tenzij deze schriftelijke toestemming binnen twee weken alsnog wordt verleend. Indien ook deze toestemming niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning of het andere geluidsgevoelige gebouw is verleend, wordt de betreffende eigenaren en bewoners schriftelijk meegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht.
Onderzoek
Als door de bewoners en eigenaren toestemming is verleend, stelt het bevoegd gezag een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek in. Het onderzoek resulteert in ieder geval in:
Als uit het onderzoek blijk dat de volgende extra voorzieningen moeten worden getroffen worden de eigenaren van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen door het bevoegd gezag schriftelijk op de hoogte gesteld:
a.extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van de woning met de geluidweringvoorschriften ingevolge de Woningwet 1962 of de Woningwet;
b.extra voorzieningen als bedoeld in hoofdstuk III, afdeling 2, van de Woningwet;
c.extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van de woning met de technische voorschriften van hoofdstuk 3 van het Bouwbesluit 2003, voor zover het betreft geluidsgevoelige ruimten of de bereikbaarheid daarvan;
d.extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van het andere geluidsgevoelige gebouw met de technische voorschriften van hoofdstuk 3 van het Bouwbesluit 2003, voor zover het betreft geluidsgevoelige ruimten of de bereikbaarheid daarvan;
e.voorzieningen met betrekking tot het opheffen van gebreken en van achterstallig onderhoud.
Aan de betreffende eigenaren wordt verzocht binnen drie weken na ontvangst van deze schriftelijke mededeling, schriftelijk te verklaren dat zij zich verplichten, om binnen een door het bevoegd gezag gestelde termijn, voorafgaand of gelijktijdig aan het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen de extra voorzieningen aan te brengen. Ook hiervoor geldt de (toestemming)procedure zoals beschreven onder kennisgeving.
Het aanbod
De eigenaren van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die van overheidswege voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen in aanmerking komen ontvangen een aanbod met betrekking tot de aan te brengen geluidwerende voorzieningen en eventueel een voorstel voor het aanbrengen van de extra voorzieningen (als dan niet door eigenaar/bewoner zelf). Binnen drie weken na ontvangst van het aanbod moeten eigenaren en bewoners verklaren dat zij voor alle geluidsgevoelige ruimten waar het aanbod betrekking op heeft, instemmen met de voorgestelde geluidwerende voorzieningen en toestemming geven tot het aanbrengen van de voorgestelde geluidwerende voorzieningen. Daarnaast moeten zij aangegeven dat zij zich verbinden tot het aanbrengen van de extra voorzieningen. Indien van toepassing verbinden zij zich eveneens tot het betalen van de kosten die verband houden met het gelijktijdig aanbrengen van de extra voorzieningen. Ook hiervoor geldt de (toestemming)procedure zoals beschreven onder kennisgeving.
Bijlage IV BEVOEGDHEID EN VASTSTELLEN VAN HOGERE WAARDEN
In de tabellen van deze bijlage is aangegeven wie het bevoegd gezag is voor het vaststellen van een hogere waarden in de aangegeven situatie. Daarnaast is aangegeven wie in die situatie bevoegd is tot het aanvragen van een hogere waarden.
Bijlage V DE PROCEDURE
De aanvraag
In figuur 1 is de afweging weergegeven, die vooraf moet gaan aan een aanvraag. Voordat een aanvraag door REC, OBOR of een derde wordt ingediend, is het gewenst een vooroverleg tussen gemeente en aanvrager te houden. In het vooroverleg wordt het initiatief toegelicht en worden op basis van de concrete situatie afspraken gemaakt over de informatie die moet worden aangeleverd en de uitvoering van het akoestisch onderzoek. Tijdens het vooroverleg kan ook worden beoordeeld of het college van inderdaad het bevoegd gezag is. Het aanvraagformulier is opgenomen in bijlage VI. De eisen die de Wet geluidhinder stelt aan de aanvraag opgenomen in het kader.
Stap 1: De beoordeling van de aanvraag
Na ontvangst van de aanvraag vindt de ambtelijke beoordeling door VEHVergunningen plaats. Als de aanvraag volledig is, kan het ontwerpbesluit worden opgesteld (stap 2). Uiterlijk binnen zes maanden moet een definitief besluit zijn genomen. Als de aanvraag niet compleet is of onduidelijk is, kan voor een goede beoordeling aanvullende informatie worden gevraagd bij de aanvrager. Na ontvangst van de aanvullende gegevens wordt opnieuw beoordeeld of er voldoende informatie is om in de procedure verder te gaan. Er kan worden besloten om de aanvraag buiten behandeling te laten. Is de aanvraagde situatie zeer complex, dan kan worden besloten om de beslissingstermijn te verruimen met een redelijke termijn. De lengte van een redelijke termijn zal per situatie moeten worden afgewogen.
Als het verzoek voor het vaststellen van hogere waarden betrekking heeft op geluidsgevoelige bestemmingen die gesitueerd zijn in een andere gemeente, zal in deze fase afstemming over het verlenen van de hogere waarde moeten plaatsvinden met deze gemeente. De provincie kan worden ingeschakeld bij eventuele aanzienlijke meningsverschillen. De aanvraag wordt minimaal beoordeeld op de hoofdcriteria uit de Wet, namelijk: de doelmatigheid van mogelijk te treffen maatregelen en stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke en financiële overwegingen. Daarnaast zal de aanvraag beoordeeld worden op eventueel door de gemeente vastgestelde aanvullende criteria. De afweging die moet worden gemaakt is vaak een locatiespecifieke afweging. Een uitgebreide toelichting op de criteria is gegeven in hoofdstuk 5.
Stap 2: Opstellen ontwerpbesluit
De beoordeling van de aanvraag en motivatie op het besluit wordt opgenomen in een ontwerpbesluit. In het ontwerpbesluit wordt de volgende informatie minimaal opgenomen:
· Toelichting op initiatief;
· De verzochte hogere waarden;
· De beoordeling aan de toetsingscriteria (hoofd- en eventuele aanvullende criteria);
· Besluit.
Als het ontwerpbesluit is opgesteld, moet dit ter inzage worden gelegd in stap 3. Voorafgaand aan de ter inzage legging geeft de gemeente in één of meer dag-, nieuws-, of huisaan- huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud.
In de kennisgeving wordt vermeld:
a.waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen;
b.wie in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen naar voren te brengen;
c.op welke wijze dit kan geschieden;
d.de termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen.
Indien het besluit tot een of meer belanghebbenden is gericht, zendt de gemeente voorafgaand aan de terinzagelegging het ontwerp toe aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.
Stap 3: Ter inzage legging ontwerpbesluit
Als het besluit ten behoeve van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt genomen, moet het ontwerp van het besluit tegelijkertijd met het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. De inzage termijn bedraagt zes weken. Belanghebbenden kunnen bij de gemeente naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen. Indien het een besluit op aanvraag betreft, stelt de gemeente de aanvrager zo nodig in de gelegenheid te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen. Indien het een besluit tot wijziging of intrekking van een besluit betreft, stelt de gemeente degene tot wie het te wijzigen of in te trekken besluit is gericht zo nodig in de gelegenheid te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen. Van de mondeling naar voren gebrachte zienswijzen wordt een verslag gemaakt.
Stap 4: Definitief besluit
Na de termijn van de ter inzage legging en de inspraak wordt het verzoek voor een hogere waarde door het college van Burgemeester en Wethouders in een definitief besluit vastgesteld. Naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen kan het definitieve besluit afwijken van het ontwerpbesluit.
Daarnaast moeten bestemmingsplannen worden vastgesteld door de gemeenteraad. Daarbij heeft de raad de bevoegdheid een bestemmingsplan niet vast te stellen of te herzien als zij niet akkoord wenst te gaan met de door het college vastgestelde hogere waarde. Tegen het definitieve besluit is beroep mogelijk bij de Raad van State (artikel 146 van de Wet geluidhinder).
Een definitief besluit moet worden vastgelegd bij het kadaster. Daarnaast moet een vastgestelde hogere waarden met betrekking tot een industrieterrein worden doorgegeven aan zonebeheerder.
Bijlage VIII CUMULATIE VAN GELUID
Hoofdstuk 2 Wet geluidhinder Rekenmethode cumulatieve geluidsbelasting
Deze rekenmethode wordt toegepast als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidsbron. Allereerst dient vastgesteld te worden of van een relevante blootstelling door meerdere bronnen sprake is. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die onderscheiden bonnen wordt overschreden. In dit geval berekent de methode de gecumuleerde geluidsbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidsbronnen. Ten behoeve van deze rekenmethode dient de geluidsbelasting bekend te zijn van ieder van de bronnen, berekend volgens het voorschrift dat voor die bronsoort geldt. Deze worden hieronder aangeduid als LRL, LLL, LIL, LVL waarbij de indices respectievelijk staan voor spoorwegverkeer, luchtvaart, industrie en (weg)verkeer. De ingevolge artikel 110g van de wet bij wegverkeerslawaai toe te passen aftrek wordt bij deze rekenmethode niet toegepast. Al deze grootheden moeten zijn uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industrielawaai waarbij de geluidsbelasting volgens de geldende wettelijke definitie wordt bepaald.
L*RL is de geluidsbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt als een geluidsbelasting LRL vanwege spoorwegverkeer. L*RL wordt als volgt berekend:
L*RL = 0,95 LRL – 1,40
Bovenstaande geldt mutatis mutandis voor de bronnen luchtvaart (index LL), industrie (index IL) en wegverkeer (index VL). De rekenregels hiervoor zijn:
L*LL = 0,98 LLL + 7,03
L*IL = 1,00 LIL + 1,00
L*VL = 1,00 LVL + 0,00
Als alle betrokken bronnen op deze wijze zijn omgerekend in L*-waarden, dan kan de gecumuleerde waarde worden berekend door middel van de zogenoemde energetische sommatie. De rekenregel hiervoor is:
LCUM = 10 log [ Σn=1N 10 ^ (L*n / 10) ]
waarbij gesommeerd wordt over alle N betrokken bronnen en de index n kan staan voor RL, LL, IL en VL. LCUM kan als volgt worden omgerekend naar de bronsoort waarvoor een wettelijke beoordeling plaatsvindt:
LRL,CUM = 1,05 LCUM + 1,47
LLL,CUM = 1,02 LCUM - 7,17
LIL,CUM = 1,00 LCUM – 1,00
LVL,CUM = 1,00 LCUM + 0,00