Gemeentelijke regelgeving

Besluit opdracht bevoegdheden door mandaat, volmacht en machtiging Waalwijk 2025

Gemeente Waalwijk · geldt sinds 4 september 2025

Aanhef

Het besluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Waalwijk, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft,

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht;

besluit(en) de volgende regeling vast te stellen:

'Besluit opdracht bevoegdheden door mandaat, volmacht en machtiging Waalwijk 2025

(Bevoegdhedenbesluit 2025)'

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 definities

In dit besluit en de bijlagen wordt verstaan onder:

a.college: het college van Waalwijk.

b.burgemeester: de burgemeester van Waalwijk.

c.directeur: de algemeen directeur en domeindirecteuren;

d.afdelingshoofd: het hoofd van één van de afdelingen binnen de organisatie;

e.clustercoördinator: medewerker van een afdeling team dat belast is met coördinerende taken.

f.mandaat: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester besluiten te nemen;

g.mandaathouder: degene die mandaat heeft gekregen;

h.volmacht: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

i.machtiging: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester handelingen te verrichten die geen besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 2 Algemeen mandaat

1Het college en de burgemeester van Waalwijk verlenen de medewerker die werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders het mandaat om alle besluiten te nemen en alle overige (rechts)handelingen te verrichten, waaronder de vertegenwoordiging in rechte, die in het kader van een goede uitoefening van zijn taken en bevoegdheden nodig zijn.

2Het in het eerste lid omschreven mandaat komt de mandaathouder slechts toe voor zover de uitoefening van de bevoegdheid behoort tot diens taak of functiegebied zoals opgenomen in het geldende organisatiebesluit en met inachtneming van het volgende:

a.de in hoofdstuk 2, paragraaf 2.1. genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan het college dan wel de burgemeester;

b.de in hoofdstuk 2, paragraaf 2.2. genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden tot het niveau van de algemeen directeur;

c.de in hoofdstuk 2, paragraaf 2.3. genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden tot het niveau van de domeindirecteuren;

d.de in hoofdstuk 2, paragraaf 2.4. genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden tot het niveau van de afdelingshoofden;

e.de in hoofdstuk 2, paragraaf 2.5. genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden tot het niveau van de clustercoördinatoren.

3De op grond van het tweede lid voorbehouden mandaten worden geacht ook te zijn verleend aan de hiërarchisch hoger geplaatsten.

4Het gestelde in het eerste lid geldt uitsluitend wanneer is voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4 van deze regeling.

5mandaathouder heeft de bevoegdheid om het mandaatbesluit te ondertekenen.

Artikel 3 Reikwijdte

1Waar in dit besluit gesproken wordt over mandaat daaronder ook te worden verstaan volmacht en machtiging tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. Hiermee wordt bedoeld dat als het college of de burgemeester een mandaat verleent aan mandaathouder, de burgemeester aan de mandaathouder ook een volmacht verleent.

2Naast het nemen van het besluit omvat het mandaat onder andere ook de bevoegdheid om:

a.voorschriften en nadere voorwaarden te stellen;

b.besluiten in te trekken of te wijzigen;

c.alle werkzaamheden uit te voeren ter voorbereiding van het besluit;

d.ontvangstbevestigingen te versturen;

e.termijnen te verdagen of uit te stellen;

f.aanvullende informatie te verzoeken;

g.te corresponderen;

h.besluiten en beschikkingen in te schrijven in registers;

i.aanvragen of andere verzoeken buiten behandeling te laten.

3Bevoegdheden die zich naar aard en / of strekking verzetten tegen mandaatverlening zijn uitgezonderd van het mandaat bedoeld in artikel 2 van dit besluit.

Artikel 4 Voorwaarden

1Mandaathouder oefent de gemandateerde bevoegdheden uit met inachtneming van aanwijzingen van de mandaatgever.

2Een mandaathouder neemt bij de uitoefening van bevoegdheden te allen tijde de bepalingen van de vastgestelde budgethoudersregeling in acht.

3Mandaathouder kan uitsluitend gebruik maken van een mandaat voor het aangaan van financiële verplichtingen voor zover daarin is voorzien in de begroting of in een afzonderlijk raadsbesluit en op het moment van het besluit mandaathouder nog voldoende budget beschikbaar heeft;

4Wanneer mandaathouder niet ook budgethouder is, moet voorafgaand aan het aangaan van de financiële verplichting afstemming met de budgethouder plaats vinden.

5Het mandaat geldt niet als:

a.het bestuursorgaan, portefeuillehouder of hoger geplaatste functionaris dit aan mandaathouder kenbaar heeft gemaakt;

b.artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet van toepassing is;

c.het voornemen bestaat om af te wijken van het gevoerde beleid;

d.de mandaathouder of diens plaatsvervanger een persoonlijk belang heeft bij het te nemen besluit;

e.door het bestuursorgaan een specifiek, andersluidend mandaats- of volmachtsbesluit is genomen.

Artikel 5 Bijzondere bevoegdheden

1Het college machtigt op grond van artikel 168 van de Gemeentewet de (loco)burgemeester om, in (reces)perioden waarin er geen quorum aanwezig is namens het college alle noodzakelijke besluiten te nemen die ter vergadering worden voorgelegd aan het college. Dit geldt niet indien naar het oordeel van de (loco)gemeentesecretaris, de aard van de gevraagde beslissing, de algemene wet bestuursrecht (Awb) of enig ander bij formele wet gesteld voorschrift zich daartegen verzet.*

2De burgemeester verleent aan de portefeuillehouders (wethouders) de volmacht om overeenkomsten te ondertekenen, voor zover het overeenkomsten betreft die tot hun portefeuille behoren.

Artikel 6 Plaatsvervanging

Bij afwezigheid van de bevoegde medewerker worden de bevoegdheden uitgeoefend door diens plaatsvervanger zoals bepaald in de geldende plaatsvervangingsregeling.

Artikel 7 Ondertekening

1de volgende documenten worden voorzien van een (elektronische) handtekening:

a.documenten waarin publiekrechtelijke rechtshandelingen (besluiten) worden vastgelegd;

b.documenten waarin privaatrechtelijke rechtshandelingen worden vastgelegd;

c.documenten waarin officiële standpunten of verklaringen, waaronder bezwaar-, beroep- en verweerschriften en rapportages opgesteld in het kader van toezicht en handhaving;

d.documenten die officiële aanvragen of meldingen bevatten waaronder subsidieaanvragen namens de gemeente;

e.documenten met een 'persoonlijke noot/boodschap'.

2Bij uitoefening van bevoegdheden worden stukken als volgt ondertekend:

Namens [naam bestuursorgaan],

[handtekening mandaathouder]

[Naam mandaathouder]

[Functie mandaathouder]

3Documenten anders dan in het eerste lid bedoeld, worden niet meer voorzien van een (elektronische) handtekening .

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 8 Intrekking

Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit wordt de Mandaatregeling Waalwijk 2023 ingetrokken.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2025.

Artikel 10 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als "Bevoegdhedenbesluit 2025".

Zo vastgesteld in de collegevergadering van 18 maart 2025.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.