Aanhef
De raad van de gemeente Waalre;
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025, nr. 2025-80;
gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;
besluit:
vast te stellen de:
Verordening op de heffing en invordering riool en waterzorgheffing 2026
Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder:
a.gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;
Toelichting begrip gemeentelijke riolering:
Het begrip gemeentelijke riolering is veel ruimer dan alleen de riolering op zich. Het gaat om alle voorzieningen die worden getroffen om te voldoen aan de wettelijke zorgplichten. Daaronder vallen onder andere rioleringspijpen en kolken, maar ook bijvoorbeeld voorzieningen tegen grondwateroverlast en individuele behandelingssystemen (iba’s).
b.water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.
Toelichting begrip water:
Onder het begrip water vallen alle verschillende soorten water. In de zorgplichten van artikel 228a Gemeentewet worden meerdere waterbegrippen gebruikt die gebaseerd zijn op de herkomst van het water. De definities van de specifieke waterbegrippen zijn opgenomen in de Wet milieubeheer of Waterwet en behoeven in de verordening rioolheffing geen nadere toelichting.
Artikel 2 Aard van de belasting
Onder de naam van rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
a.de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en
b.de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht
De belasting wordt geheven:
1van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en
2Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 4 Voorwerp van de belasting
1Voorwerp van de belasting is een perceel.
2Als perceel wordt aangemerkt:
a.de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;
b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 5 Maatstaf van heffing
Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.
Artikel 6 Belastingtarieven
Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt per perceel per jaar:
1€ 213,00, indien het een onroerende zaak betreft;
2€ 213,00, indien het een onroerende zaak betreft, geen zelfstandige woning zijnde, waarin maximaal 6 personen zijn gehuisvest, te vermeerderen met
€ 213,00, voor elk 6-tal gehuisveste personen of gedeelte daarvan boven het getal van 6. Voor het aantal gehuisveste personen wordt uitgegaan van de toestand op 1 januari van het belastingjaar.
3In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt geen belasting geheven voor een perceel die niet in hoofdzaak tot woning dient met een bruto vloeroppervlak van minder dan 35m2.
Artikel 7 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.
Artikel 10 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 80,00 , doch minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11 Kwijtschelding
Bij de invordering van rioolheffing kan kwijtschelding worden verleend.
Artikel 12 Overgangsrecht
De “Verordening rioolheffing 2025” vastgesteld bij raadsbesluit van 10 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang 1 januari 2026.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening riool- en waterzorgheffing gemeente Waalre 2026”.